2002-08-28 | BWBR0002537 | Uitkeringsregeling 1966

This commit is contained in:
Coornhert 2002-08-28 12:00:00 +00:00
parent c84983269f
commit 82b01f0c49

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitkeringsregeling 1966
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
c. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
d. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement;
@ -32,9 +32,6 @@ Dit besluit verstaat onder betrokkene, hij die in burgerlijke Rijksdienst werkza
a. als ambtenaar in vaste dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
b. als ambtenaar in tijdelijke dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
c. krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
en als zodanig deelnemer is in de zin van het pensioenreglement.
**2.** Tenzij het tegendeel blijkt wordt onder betrokkene gewezen betrokkene begrepen.
@ -70,15 +67,15 @@ e. in een aangehouden betrekking.
**1.** Dit besluit verstaat onder dienstbetrekking iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam werkzaamheden tegen bezoldiging of loon worden verricht.
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1987, 93) is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 4
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 571) vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
**2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14 en 18, eerste lid, van voornoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging.
**3.** Als bezoldiging gelden mede de aanspraken die de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag ontleende aan de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 572), indien en voor zover de betrokkene die aanspraken eveneens zou hebben ontleend aan het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 (*Stb.* J 261) indien dat besluit, zoals dat laatstelijk luidde, op dat tijdstip nog zou hebben gegolden.
**3.** Als bezoldiging gelden mede de aanspraken die de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag ontleende aan de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, indien en voor zover de betrokkene die aanspraken eveneens zou hebben ontleend aan het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 indien dat besluit, zoals dat laatstelijk luidde, op dat tijdstip nog zou hebben gegolden.
**4.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste tot en met het derde lid daaromtrent bepaalde overeenkomt.
@ -170,10 +167,10 @@ b. de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de betrokkene en de dag, gele
Perioden, waarin een betrokkene:
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1987, 89), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;
b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder *a*, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (*Stb.* 1972, 313), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet (*Stb.* 1987, 88) over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder *a* of d;
worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag bedoeld in het derde lid.
@ -246,7 +243,7 @@ b. voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel *a* of
**1.** Het bedrag van de vervolguitkering is gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657), of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag bedoeld in artikel 15 van die wet.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag bedoeld in artikel 15 van die wet.
### Artikel 9
@ -310,7 +307,7 @@ Vervallen
**1.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend, en die uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn bezoldiging, wordt de verdere uitvoering van dit besluit opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak bestaat.
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
**3.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend en die zich ingevolge wettelijke verplichting in militaire dienst bevindt of moet begeven, wordt de verdere uitvoering van dit besluit voor de duur van de militaire dienst opgeschort.
@ -318,7 +315,7 @@ Vervallen
### Artikel 17
**1.** De betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan Onze Minister onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten, die hij uit die werkzaamheden zal trekken. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Onze Minister geeft nadere voorschriften aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**1.** De betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan Onze Minister onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten, die hij uit die werkzaamheden zal trekken. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Onze Minister geeft nadere regels aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**2.** Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mede, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op de uitkering een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de evenbedoelde termijn. Ten aanzien van deze verrekening is artikel 9 van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in de vorige volzin bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand van die termijn afzonderlijk.
@ -326,7 +323,7 @@ Vervallen
**4.** Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid.
**5.** Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt is hij verplicht zich te gedragen naar de voorschriften, welke hem door Onze Minister worden gegeven om tot het verkrijgen van een ambt of betrekking of andere bron van inkomsten te geraken.
**5.** Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt is hij verplicht zich te gedragen naar de regels, welke hem door Onze Minister worden gegeven om tot het verkrijgen van een ambt of betrekking of andere bron van inkomsten te geraken.
**6.** De betrokkene, aan wie uitkering is toegekend, wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht er in toe te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.
@ -336,9 +333,9 @@ Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte,
### Artikel 19
**1.** De betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en die, onvrijwillig werkloos zijnde, binnen de termijn gedurende welke hij daaraan aanspraken kan ontlenen, dan wel binnen een maand na afloop van deze termijn, langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten, ontvangt van de derde dag af gedurende de tijd van bedoelde verhindering, doch hoogstens gedurende een tijdvak van 52 weken een uitkering ten bedrage van 80% van de bezoldiging. Het bepaalde in artikel 42, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 32*c*, vijfde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit zijn voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**1.** De betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en die, onvrijwillig werkloos zijnde, binnen de termijn gedurende welke hij daaraan aanspraken kan ontlenen, dan wel binnen een maand na afloop van deze termijn, langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten, ontvangt van de derde dag af gedurende de tijd van bedoelde verhindering, doch hoogstens gedurende een tijdvak van 52 weken een uitkering ten bedrage van 80% van de bezoldiging. Het bepaalde in artikel 42, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de uitvoering van het eerste lid is Hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien het betreft een betrokkene als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a*, en is hoofdstuk III, paragraaf 6, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, indien het betreft een betrokkene als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *b*, voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de uitvoering van het eerste lid is Hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**3.** Gedurende het tijdvak dat een uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend, vindt artikel 16, eerste en tweede lid, overeenkomstige toepassing.