diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index a41d50463a3..9e4822433a8 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -189,20 +189,9 @@ d. hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, van de Wet. **4.** De toegang wordt verleend voor de duur waarop de doorreis per eerstvolgende gelegenheid kan worden voortgezet. -**5.** De vreemdeling die ten hoogste tweeënzeventig uren in het Beneluxgebied zal verblijven, kan toegang worden verleend indien hij voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, onder b tot en met d, en het derde lid. +**5.** Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening, dan wel verstrekt hij aan de vreemdeling een afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang blijkt. -**6.** - -Het vijfde lid is niet van toepassing op: - -a. onderdanen van bij ministeriële regeling aangewezen staten; -b. houders van reisdocumenten voor vreemdelingen of voor verdragsvluchtelingen; -c. de houder van een document voor grensoverschrijding dat is afgegeven door een regering of een staat welke niet door Nederland is erkend; -d. de vreemdeling in wiens document voor grensoverschrijding door een buitenlandse autoriteit een aantekening is gesteld waaruit blijkt dat het document niet geldig is voor een of meer van de Beneluxlanden, maar uitsluitend voorzover het betreft de binnenkomst en het verblijf in het land of de landen waarvoor het geldig document voor grensoverschrijding niet geldig is verklaard. - -**7.** Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening, dan wel verstrekt hij aan de vreemdeling een afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang blijkt. - -**8.** Het model van de aantekening en verklaring, bedoeld in het zevende lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +**6.** Het model van de aantekening en verklaring, bedoeld in het vijfde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. ### Artikel 2.5 @@ -219,34 +208,11 @@ d. het vliegveld slechts zal verlaten om zich naar een op het grondgebied van ee ### Artikel 2.6 -**1.** Aan de vreemdeling in wiens document voor grensoverschrijding een voor toegang in het Beneluxgebied vereist reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang worden verleend, indien de vreemdeling als transitpassagier van een zeeschip één van de in artikel 4.2, tweede lid, bedoelde havens aandoet, dan wel een daartoe aangewezen haven in België. - -**2.** - -Toegang wordt slechts verleend, indien de vreemdeling: - -a. uit het Beneluxgebied zal vertrekken met het schip, waarmee hij is aangekomen, en -b. in het bezit is van een reisbiljet op grond waarvan de doorreis naar en toegang tot het land van bestemming vaststaat. - -**3.** Toegang tot het Beneluxgebied wordt verleend voor de duur dat het schip in deze haven ligplaats heeft, maar ten hoogste voor tweeënzeventig uren. - -**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de vreemdeling die behoort tot één van de in artikel 2.4, zesde lid, genoemde categorieën. - -**5.** Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening waaruit het verlenen van de toegang blijkt. - -**6.** Het model van de aantekening, bedoeld in het vijfde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 2.7 -**1.** Aan de vreemdeling die als passagier van een cruiseschip één of meer havens in Nederland aandoet en in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding waarin het voor binnenkomst in het Beneluxgebied vereiste reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. Indien het cruiseschip meer havens in Nederland aandoet, kan de vreemdeling zich in een andere haven in Nederland weer aan boord van het cruise-schip begeven. - -**2.** Toegang tot het Beneluxgebied wordt voor ten hoogste tweeënzeventig uren verleend. - -**3.** Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening waaruit het verlenen van de toegang blijkt. - -**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die behoort tot één van de in artikel 2.4, zesde lid, genoemde categorieën. - -**5.** Het model van de aantekening, bedoeld in het derde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 2.8 @@ -320,9 +286,8 @@ De termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 van de Wet a. voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is; b. voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan; c. voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen: drie maanden; -d. voor gemeenschapsonderdanen en onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: zes maanden; -e. voor vreemdelingen aan wie op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, toegang is verleend voor ten hoogste tweeënzeventig uren: ten hoogste tweeënzeventig uren; -f. voor andere vreemdelingen: acht dagen. +d. voor gemeenschapsonderdanen, onderdanen van Zwitserland en onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: zes maanden; +e. voor andere vreemdelingen: acht dagen. **2.** De in het eerste lid, onder d, bedoelde termijn eindigt, zodra de betrokken onderdaan ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. @@ -400,11 +365,15 @@ r. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertre ### Artikel 3.6 +**1.** + De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan slechts ambtshalve worden verleend onder een beperking verband houdend met: a. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; b. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere beperkingen dan genoemd in het eerste lid worden aangewezen waaronder de verblijfsvergunning ambtshalve kan worden verleend. + ### Artikel 3.7 **1.** @@ -1605,7 +1574,7 @@ Artikel 4.8 is van overeenkomstige toepassing op gezagvoerders van andere schepe De gezagvoerder van een zeeschip is verplicht bij het binnenvaren van Nederland onmiddellijk: a. een bemanningslijst van het bij ministeriële regeling vastgestelde model in tweevoud af te geven aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking, en -b. schriftelijk opgave te verstrekken aan het hoofd van een grensdoorlaatpost omtrent alle overige zich bij binnenkomst in Nederland aan boord van zijn schip bevindende personen. +b. schriftelijk opgave te verstrekken aan het hoofd van een grensdoorlaatpost omtrent alle overige zich bij binnenkomst in Nederland aan boord van zijn schip bevindende personen. Bij ministeriële regeling kunnen hiervoor modellen worden vastgesteld. **2.** @@ -1746,7 +1715,7 @@ b. indien de persoon ter vaststelling van zijn identiteit is staande gehouden en c. gedurende de tijd dat de persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen, of d. voorzover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet. -**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het reis- of identiteitspapier aan de persoon teruggegeven, indien hij aan de korpschef de gegevens heeft verstrekt die deze in het belang van de toepassing van de Wet vraagt, tenzij er uit anderen hoofde gronden aanwezig zijn om het document in bewaring te houden. +**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het reis- of identiteitspapier aan de persoon teruggegeven, indien hij aan de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee de gegevens heeft verstrekt die deze in het belang van de toepassing van de Wet vraagt, tenzij er uit anderen hoofde gronden aanwezig zijn om het document in bewaring te houden. ### Artikel 4.24 @@ -1865,7 +1834,7 @@ De aantekeningen, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder g, betreffen: a. een aantekening waaruit de uiterlijke datum van vertrek blijkt, indien aan de vreemdeling overeenkomstig artikel 62 van de Wet een termijn is gegund waarbinnen hij Nederland uit eigen beweging dient te verlaten; b. een aantekening waaruit blijkt tot welke datum uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft ingevolge artikel 64 van de Wet; c. een aantekening waaruit de datum van indienen van een bezwaarschrift blijkt, indien de uitzetting achterwege blijft hangende een beslissing op een door de vreemdeling ingediend bezwaar, eventueel met doorhaling van de aantekening, bedoeld onder a; -d. een aantekening omtrent uitzetting, indien naar het oordeel van de korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. +d. een aantekening omtrent uitzetting, indien naar het oordeel van de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. **2.** Bij een aantekening als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt tevens gesteld dat arbeid niet is toegestaan. @@ -1873,7 +1842,7 @@ d. een aantekening omtrent uitzetting, indien naar het oordeel van de korpschef ### Artikel 4.35 -**1.** De aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder h, wordt geplaatst, indien de korpschef vermoedt dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. De aantekening wordt niet gesteld indien het vertrek, de uitzetting of de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot een derde land daardoor wordt bemoeilijkt. +**1.** De aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder h, wordt geplaatst, indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee vermoedt dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. De aantekening wordt niet gesteld indien het vertrek, de uitzetting of de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot een derde land daardoor wordt bemoeilijkt. **2.** Uit de aantekening blijkt de datum waarop de vreemdeling ongewenst is verklaard. @@ -1937,11 +1906,11 @@ Werkgevers, van wie bij Onze Minister bekend is dat zij een vreemdeling in diens Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die: a. houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf afgegeven voor een verblijfsdoel waarbij het verrichten van arbeid is toegestaan; -b. onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; +b. onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland; c. kan aantonen dat hij naar Nederland is gekomen voor het verrichten van arbeid gedurende ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van zijn binnenkomst, of d. naar Nederland is gekomen om aan te monsteren of als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip. -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden, tenzij de vreemdeling onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden, tenzij de vreemdeling onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of onderdaan is van Zwitserland. ### Artikel 4.43 @@ -1978,7 +1947,7 @@ b. het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken, indien **3.** Indien de vreemdeling jonger is dan twaalf jaar, doet degene bij wie de vreemdeling woont of verblijft de melding. -**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland. ### Artikel 4.48 @@ -1990,7 +1959,7 @@ b. het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken, indien Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; +a. onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland; b. de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of krachtens gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen. ### Artikel 4.49 @@ -2001,7 +1970,7 @@ De vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijd **1.** De vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij werk zoekt is gelegen. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland. #### Paragraaf 6. Periodieke aanmelding @@ -2069,7 +2038,7 @@ b. het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. ### Artikel 5.4 -**1.** De bewaring op grond van artikel 59 van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de bewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging. +**1.** De bewaring op grond van artikel 59 van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel van de Koninklijke marechaussee, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de bewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging. **2.** Indien de tenuitvoerlegging van de bewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is de tenuitvoerlegging voortgezet in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet. @@ -2085,7 +2054,7 @@ b. het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. ### Artikel 5.6 -Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef Onze Minister tijdig vóór het verstrijken van de in artikel 94, eerste lid, van de Wet genoemde termijn van drie dagen en de in artikel 96, eerste lid, van de Wet genoemde termijn van vier weken in kennis van de bewaring dan wel het voortduren daarvan. +Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee Onze Minister tijdig vóór het verstrijken van de in artikel 94, eerste lid, van de Wet genoemde termijn van drie dagen en de in artikel 96, eerste lid, van de Wet genoemde termijn van vier weken in kennis van de bewaring dan wel het voortduren daarvan. ### Artikel 5.7 @@ -2249,12 +2218,7 @@ De vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft op de gronden, genoemd ### Artikel 8.5 -**1.** - -Aan een vreemdeling die onderdaan is van België of Luxemburg en die het vereiste document voor grensoverschrijding bezit, kan, in afwijking van hoofdstuk 2, de toegang tot Nederland slechts worden geweigerd, indien hij: - -a. een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt, of -b. ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. +**1.** Aan een vreemdeling die onderdaan is van België of Luxemburg en die het vereiste document voor grensoverschrijding bezit, kan, in afwijking van hoofdstuk 2, de toegang tot Nederland slechts worden geweigerd, indien hij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt. **2.** De ambtenaren belast met de grensbewaking of de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, weigeren niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van Onze Minister de toegang tot Nederland aan een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid. De weigering geschiedt schriftelijk. @@ -2284,11 +2248,10 @@ b. niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. **1.** -Aan een gemeenschapsonderdaan en een vreemdeling die onderdaan is van een Staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die het vereiste document voor grensoverschrijding bezit, kan de toegang tot Nederland slechts worden geweigerd, indien hij: +Aan een gemeenschapsonderdaan, een vreemdeling die onderdaan is van een Staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en een Zwitsers onderdaan, die het vereiste document voor grensoverschrijding bezit, kan de toegang tot Nederland slechts worden geweigerd, indien hij: -a. een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt; -b. lijdt aan een van de ziekten of gebreken opgenomen in de bijlage bij dit besluit, of -c. ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. +a. een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt; of +b. lijdt aan een van de ziekten of gebreken opgenomen in de bijlage bij dit besluit. **2.** De ambtenaren, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, weigeren niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van Onze Minister de toegang tot Nederland aan een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid. De weigering geschiedt schriftelijk. @@ -2296,11 +2259,11 @@ c. ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. ### Artikel 8.8 -De in de artikelen 4.48, 4.49 en 4.51 omschreven verplichtingen tot aanmelding bij de korpschef gelden niet voor de gemeenschapsonderdaan en de onderdaan van een Staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. +De in de artikelen 4.48, 4.49 en 4.51 omschreven verplichtingen tot aanmelding bij de korpschef gelden niet voor de gemeenschapsonderdaan en de onderdaan van een Staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland. ### Artikel 8.9 -De persoon die in het bezit is van een door de Nederlandse autoriteiten afgegeven reis- of identiteitspapier waarin als diens nationaliteit de Nederlandse is vermeld, wordt, ook ingeval de Nederlandse nationaliteit van die persoon zou worden betwist, de toegang tot Nederland niet geweigerd, indien hij naar Nederland terugkeert uit een staat waar hem verblijf was toegestaan ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. +De persoon die in het bezit is van een door de Nederlandse autoriteiten afgegeven reis- of identiteitspapier waarin als diens nationaliteit de Nederlandse is vermeld, wordt, ook ingeval de Nederlandse nationaliteit van die persoon zou worden betwist, de toegang tot Nederland niet geweigerd, indien hij naar Nederland terugkeert uit een staat waar hem verblijf was toegestaan ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel ingevolge de op 21 juni 1999 te Luxemburg totstandgekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86). ### Artikel 8.10 @@ -2343,7 +2306,7 @@ d. een tijdvak van zes maanden indien de vreemdeling een werkzoekende is. **1.** Uitzetting van een gemeenschapsonderdaan blijft achterwege zolang niet is gebleken dat hem geen verblijfsrecht toekomt of dat zijn verblijfsrecht is vervallen. -**2.** De vreemdeling die onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel zijn gezinslid en die geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan toekomt, dan wel wiens verblijfsrecht is vervallen, wordt niet uitgezet dan nadat hem een termijn van ten minste vier weken is gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating is gewaarborgd. +**2.** De vreemdeling die onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, dan wel zijn gezinslid en die geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan toekomt, dan wel wiens verblijfsrecht is vervallen, wordt niet uitgezet dan nadat hem een termijn van ten minste vier weken is gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating is gewaarborgd. **3.** Uitzetting van de in het tweede lid bedoelde vreemdeling blijft achterwege zolang niet is beslist op een tijdig ingediend bezwaar tegen een beschikking als bedoeld in het tweede lid. @@ -2367,8 +2330,9 @@ e. het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag (Stb. 1906, 279); f. het Nederlands-Zwitsers Tractaat (Stb. 1878, nr. 137); g. het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40); h. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen (1975) (Trb. 1975, 133); -i. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35), en -j. de Associatieverdragen EG met Hongarije (PbEG 1993, L 347), Polen (PbEG 1993, L 348), Roemenië (PbEG 1994, L 357), Bulgarije (PbEG 1994, L 358), Slowakije (PbEG 1994, L 359) en Tsjechië (PbEG 1994, L 360). +i. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35); +j. de Associatieverdragen EG met Hongarije (PbEG 1993, L 347), Polen (PbEG 1993, L 348), Roemenië (PbEG 1994, L 357), Bulgarije (PbEG 1994, L 358), Slowakije (PbEG 1994, L 359) en Tsjechië (PbEG 1994, L 360); +k. de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86). ## Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen