From 83100cd5cc616cb8a707909b97d4b4e298aa0503 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0007982 | Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag --- .../BWBR0007982/README.md | 191 +++++++++++++++--- 1 file changed, 161 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/wet/wet-buitengewone-bevoegdheden-burgerlijk-gezag/BWBR0007982/README.md b/wet/wet-buitengewone-bevoegdheden-burgerlijk-gezag/BWBR0007982/README.md index d6dd271f7d6..0490a92d45b 100644 --- a/wet/wet-buitengewone-bevoegdheden-burgerlijk-gezag/BWBR0007982/README.md +++ b/wet/wet-buitengewone-bevoegdheden-burgerlijk-gezag/BWBR0007982/README.md @@ -42,23 +42,53 @@ Onder maatregel wordt in deze wet begrepen een voorschrift, een beslissing alsme ### Artikel 5 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de commissaris van de Koning en de burgemeester zijn bevoegd, indien kennis daarvan naar hun oordeel voor de uitoefening van de in dit hoofdstuk gegeven bevoegdheden noodzakelijk is, van een ieder inlichtingen te verlangen en inzage te vorderen van bescheiden alsmede van informatiedragers waarop gegevens zijn vastgelegd. + +**2.** Indien inzage als bedoeld in het eerste lid is gevorderd, kunnen zij teneinde afschriften te maken voor korte tijd afgifte vorderen dan wel schriftelijke vastlegging en afgifte vorderen. + +**3.** Een ieder is verplicht de op grond van het eerste lid verlangde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken en de op grond van dat lid gevorderde inzage alsmede de op grond van het tweede lid gevorderde afgifte dan wel schriftelijke vastlegging en afgifte te verlenen. + +**4.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de commissaris van de Koning dan wel de burgemeester bepaalt op welke wijze en binnen welke termijn de in het derde lid bedoelde verplichting moet worden nagekomen. + +**5.** Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts het verlenen van inzage van bescheiden en gegevens, alsmede het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt. ### Artikel 6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** De commissaris van de Koning en de burgemeester handelen bij de uitoefening van hun bevoegdheden die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, in overeenstemming met de aanwijzingen van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. + +**2.** De burgemeester handelt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, mede in overeenstemming met de aanwijzingen van de commissaris van de Koning. + +**3.** Bij twijfel of de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn uitgeoefend in overeenstemming met de aanwijzingen van Onze voornoemde Minister en van de commissaris van de Koning, verbinden de maatregelen, genomen krachtens die bevoegdheden, totdat zij zijn ingetrokken. + +**4.** Ten aanzien van de voorschriften die op de voet van dit artikel zijn uitgevaardigd, blijft artikel 176, derde tot en met zesde lid, van de Gemeentewet buiten toepassing. ### Artikel 7 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd te voorzien in de uitoefening van de bevoegdheden van de commissaris van de Koning en de burgemeester die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, door die uitoefening geheel of ten dele aan zich te trekken dan wel daarmee geheel of ten dele een ander orgaan van burgerlijk gezag te belasten. + +**2.** Indien Onze voornoemde Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt, brengt hij dit terstond ter algemene kennis. Artikel 176, derde tot en met zesde lid, van de Gemeentewet blijft in dat geval buiten toepassing. ### Artikel 8 -**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie en de commissaris van de Koning zijn bevoegd het vertoeven in de open lucht te beperken. +**1.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Onze Minister van Veiligheid en Justitie en de commissaris van de Koning zijn bevoegd het vertoeven in de open lucht te beperken. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd in spoedeisende gevallen regels te geven waarbij wordt afgeweken van de regels, bedoeld in het tweede lid, of deze buiten werking worden gesteld. De door Onze voornoemde Minister gegeven regels worden op een door hem te bepalen wijze bekendgemaakt en treden na deze bekendmaking terstond in werking. Deze regels worden in ieder geval geplaatst in de Staatscourant. +**3.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd in spoedeisende gevallen regels te geven waarbij wordt afgeweken van de regels, bedoeld in het tweede lid, of deze buiten werking worden gesteld. De door Onze voornoemde Minister gegeven regels worden op een door hem te bepalen wijze bekendgemaakt en treden na deze bekendmaking terstond in werking. Deze regels worden in ieder geval geplaatst in de Staatscourant. ### Artikel 9 @@ -74,7 +104,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 10 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan artikel 56 van de Politiewet 2012 of afzonderlijke artikelleden daarvan voor het gehele land of een gedeelte daarvan buiten werking stellen. + +**2.** Onze voornoemde Minister treft de nodige voorzieningen met betrekking tot de bijstand van de politie voor het geval dat op grond van het eerste lid bepalingen van de Politiewet 2012 buiten werking worden gesteld. + +**3.** Voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op bijstand van de politie gedurende situaties waarin op grond van artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden bepalingen uit de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn, geschiedt het treffen van deze voorzieningen in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. ### Artikel 11 @@ -90,45 +126,87 @@ Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden ### Artikel 12 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd de vertoning in het openbaar, dan wel in tegenwoordigheid van meer dan tien personen van alle, dan wel van door Onze voornoemde Minister niet met name toegelaten films voor een door hem daarbij te bepalen tijdsduur te verbieden. ### Artikel 13 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd beperkende bepalingen vast te stellen omtrent het vervaardigen, uitgeven, voorhanden hebben, verspreiden, aanbrengen of in de handel brengen van geschriften, opschriften, tekeningen of afbeeldingen. Hij kan een en ander ten aanzien van bepaalde geschriften, opschriften, tekeningen of afbeeldingen geheel verbieden. + +**2.** De daartoe strekkende regelingen van Onze voornoemde Minister worden op een door hem te bepalen wijze bekendgemaakt en treden na deze bekendmaking terstond in werking. Deze regels worden in ieder geval geplaatst in de *Staatscourant*. ### Artikel 14 -**1.** De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Justitie zijn aangewezen, zijn bevoegd elk aan de post of aan andere instellingen van vervoer of aan een inrichting van telecommunicatie toevertrouwd stuk of bericht in beslag te nemen, af te luisteren of op te nemen, te onderzoeken, achter te houden, geheel of gedeeltelijk te vernietigen, te wijzigen, onleesbaar te maken of te verhinderen dat het zijn bestemming bereikt. +**1.** -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen, zijn bevoegd elk aan de post of aan andere instellingen van vervoer of aan een inrichting van telecommunicatie toevertrouwd stuk of bericht in beslag te nemen, af te luisteren of op te nemen, te onderzoeken, achter te houden, geheel of gedeeltelijk te vernietigen, te wijzigen, onleesbaar te maken of te verhinderen dat het zijn bestemming bereikt. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 15 -**1.** De burgemeester is bevoegd een ieder aan zijn kleding en degene die de openbare orde en veiligheid verstoort of ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat hij zich daaraan schuldig zal maken, ook aan zijn lichaam te onderzoeken. +**1.** -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. -**3.** Indien een of meer van de artikelen 9 tot en met 53 van de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn gesteld, wordt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geen gebruik gemaakt jegens militairen. +De burgemeester is bevoegd een ieder aan zijn kleding en degene die de openbare orde en veiligheid verstoort of ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat hij zich daaraan schuldig zal maken, ook aan zijn lichaam te onderzoeken. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Indien een of meer van de artikelen 9 tot en met 53 van de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn gesteld, wordt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geen gebruik gemaakt jegens militairen. ### Artikel 16 -**1.** De burgemeester is bevoegd alle plaatsen, ook tegen de wil van de rechthebbende, te betreden dan wel door ambtenaren van politie of buitengewone opsporingsambtenaren te doen betreden en aldaar onderzoek of een doorzoeking te verrichten of door die ambtenaren te doen verrichten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. +**1.** -**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd zich bij het betreden door andere personen te doen vergezellen. +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. -**3.** Een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden kan worden gegeven voor een groter aantal woningen dan bedoeld in artikel 5, eerste lid, van die wet. Het verslag, bedoeld in artikel 10 van de Algemene wet op het binnentreden, wordt mede toegezonden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken. +De burgemeester is bevoegd alle plaatsen, ook tegen de wil van de rechthebbende, te betreden dan wel door ambtenaren van politie of buitengewone opsporingsambtenaren te doen betreden en aldaar onderzoek of een doorzoeking te verrichten of door die ambtenaren te doen verrichten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +**2.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd zich bij het betreden door andere personen te doen vergezellen. + +**3.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden kan worden gegeven voor een groter aantal woningen dan bedoeld in artikel 5, eerste lid, van die wet. Het verslag, bedoeld in artikel 10 van de Algemene wet op het binnentreden, wordt mede toegezonden aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 17 -**1.** De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn aangewezen, zijn bevoegd alle voorwerpen ten aanzien waarvan ernstig vermoeden bestaat dat zij zullen dienen tot verstoring van de openbare orde en veiligheid, of waaruit aanwijzingen kunnen worden verkregen omtrent een mogelijke verstoring van de openbare orde, te onderzoeken, in beslag te nemen, dan wel het gebruik daarvan te beperken of geheel te verbieden. +**1.** -**2.** Van elke inbeslagneming wordt proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal, dat mede de redenen van de inbeslagneming vermeldt, wordt binnen tweemaal vierentwintig uren aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en aan de belanghebbende in afschrift medegedeeld, voor zover mededeling aan de belanghebbende niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van de staat. Voorts wordt van elke beperking en elk verbod aan Onze voornoemde Minister onverwijld kennis gegeven, onder opgave van de redenen die tot deze maatregel hebben geleid. +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. -**3.** Tegen elke inbeslagneming, elke beperking of elk verbod kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Onze Minister beslist hierop zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken. +De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen, zijn bevoegd alle voorwerpen ten aanzien waarvan ernstig vermoeden bestaat dat zij zullen dienen tot verstoring van de openbare orde en veiligheid, of waaruit aanwijzingen kunnen worden verkregen omtrent een mogelijke verstoring van de openbare orde, te onderzoeken, in beslag te nemen, dan wel het gebruik daarvan te beperken of geheel te verbieden. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +**2.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Van elke inbeslagneming wordt proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal, dat mede de redenen van de inbeslagneming vermeldt, wordt binnen tweemaal vierentwintig uren aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie en aan de belanghebbende in afschrift medegedeeld, voor zover mededeling aan de belanghebbende niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van de staat. Voorts wordt van elke beperking en elk verbod aan Onze voornoemde Minister onverwijld kennis gegeven, onder opgave van de redenen die tot deze maatregel hebben geleid. + +**3.** + +Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. + +Tegen elke inbeslagneming, elke beperking of elk verbod kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij Onze Minister van Veiligheid en Justitie. Onze Minister beslist hierop zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 18 @@ -136,7 +214,36 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 19 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** De geïnterneerde kan de in artikel 18, derde lid, bedoelde rechtbank schriftelijk verzoeken te beslissen over de rechtmatigheid van de internering en zijn invrijheidstelling te gelasten. De rechtbank hoort hem zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na de indiening van het verzoekschrift. + +**2.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie wordt in de gelegenheid gesteld de redenen van de internering nader toe te lichten. + +**3.** De rechtbank kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de geïnterneerde of van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bepaalde personen als getuige of deskundige oproepen. Zij kan zonodig tolken oproepen. Een verzoek tot het horen van bepaalde getuigen of deskundigen kan slechts bij gemotiveerde beslissing worden afgewezen. + +**4.** De oproepingen geschieden door de griffier bij aangetekende brief, tenzij de rechtbank een andere wijze van oproepen beveelt. + +**5.** De rechtbank kan bevelen dat getuigen, deskundigen of tolken die, hoewel wettelijk opgeroepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor haar worden gebracht om aan hun verplichtingen te voldoen. + +**6.** + +Een ieder is verplicht, daartoe op wettige wijze opgeroepen, getuigenis af te leggen. Van deze verplichting kunnen zich verschonen: + +a. de bloed- of aanverwanten van de geïnterneerde in de rechte lijn, de bloed- of aanverwanten van de geïnterneerde in de zijlijn tot de derde graad ingesloten en de echtgenoot of vroegere echtgenoot van de geïnterneerde; +b. zij die tot geheimhouding verplicht zijn uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking omtrent hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd. + +**7.** De getuige kan zich verschonen van het beantwoorden van een hem gestelde vraag, indien hij daardoor of zichzelf, of een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad ingesloten of zijn echtgenoot of vroegere echtgenoot aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf zou blootstellen. + +**8.** De rechtbank kan bevelen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van een eed of belofte. De getuige legt in dat geval in handen van de voorzitter de eed of belofte af dat hij de waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. + +**9.** Getuigen, deskundigen en tolken, opgeroepen ingevolge het derde lid, ontvangen desverlangd voor reis- en verblijfkosten alsmede wegens tijdverzuim en daarmee verband houdende noodzakelijke kosten, een vergoeding uit ’s Rijks kas overeenkomstig het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde. + +**10.** De behandeling geschiedt ter openbare terechtziting, maar de rechtbank kan gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren bevelen in het belang van de openbare orde of ’s lands veiligheid, of ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de geïnterneerde. De uitspraak geschiedt in het openbaar. + +**11.** De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk op het verzoekschrift, doch uiterlijk binnen twee maanden na de indiening daarvan. Deze termijn kan met ten hoogste een maand worden verlengd. De beschikking van de rechtbank is met redenen omkleed, behoudens voor zover het belang van de staat zich tegen vermelding van deze redenen verzet. Indien de rechtbank de internering onrechtmatig oordeelt, gelast zij de onmiddellijke invrijheidstelling. + +**12.** De griffier verzendt terstond een afschrift van de beschikking aan de geïnterneerde en aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De aan de geïnterneerde en aan de Minister gezonden afschriften van de beschikking vermelden de datum van verzending. ### Artikel 20 @@ -146,23 +253,41 @@ De rechtbank is bevoegd een verzoekschrift niet in behandeling te nemen, indien ### Artikel 21 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** De rechtbank is bevoegd ambtshalve te beslissen over de rechtmatigheid van een internering. + +**2.** Daartoe hoort zij de geïnterneerde en stelt zij Onze Minister van Veiligheid en Justitie in de gelegenheid de redenen van de internering nader toe te lichten. + +**3.** Artikel 19, derde tot en met twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 22 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Tegen een beslissing van de rechtbank genomen op grond van artikel 19, elfde lid, of artikel 21, eerste lid, kan binnen twee maanden na verzending van de beschikking beroep in cassatie worden ingesteld door de geïnterneerde en Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De artikelen 426*a* tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn op de behandeling van dit beroep van toepassing. + +**2.** Tegen een afwijzende beslissing ingevolge artikel 19, derde lid, staat beroep in cassatie slechts open gelijktijdig met dat tegen een in het eerste lid bedoelde beslissing. ### Artikel 23 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +In het bestuur van de goederen van de geïnterneerde en het waarnemen van diens belangen wordt zonodig voorzien op de wijze voorgeschreven in afdeling 1 van titel 18 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Te dien einde wordt aan de officier van justitie in het arrondissement van de woonplaats van de geïnterneerde onverwijld kennis gegeven van de internering. Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 24 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt waar de internering geschiedt. + +**2.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie is belast met het beheer van de inrichtingen alwaar de internering geschiedt, alsmede met de zorg voor de geïnterneerden. ### Artikel 25 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +Onverminderd de artikelen 19, 21 en 22 wordt een geïnterneerde in vrijheid gesteld, zodra dit naar het oordeel van Onze Minister van Veiligheid en Justitie mogelijk is. ### Artikel 26 @@ -172,17 +297,23 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 27 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +In zaken betreffende een verzoek als bedoeld in artikel 19, eerste lid, en betreffende beroep in cassatie als bedoeld in artikel 22 is geen griffierecht ingevolge de Wet griffierechten burgerlijke zaken verschuldigd. ### Artikel 28 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, indien bij nader onderzoek blijkt dat een internering ten onrechte heeft plaatsgevonden, op verzoek van een gewezen geïnterneerde of diens erfgenamen naar billijkheid een geldelijke tegemoetkoming toekennen voor de schade die de gewezen geïnterneerde als onmiddellijk gevolg van de internering heeft geleden. + +**2.** Het daartoe strekkend verzoek wordt slechts in behandeling genomen, indien het is ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de invrijheidstelling of het overlijden tijdens de internering heeft plaatsgevonden. ## Hoofdstuk III. Dwang- en strafbepalingen ### Artikel 29 -Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van zijn maatregelen. +Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van zijn maatregelen. ### Artikel 30