2007-08-01 | BWBR0002628 | Leerplichtwet 1969
This commit is contained in:
parent
2387803de8
commit
8311841f11
1 changed files with 44 additions and 40 deletions
|
|
@ -22,16 +22,17 @@ b. "school":
|
|||
1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;
|
||||
2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs;
|
||||
3. een andere dagschool die, wat de inrichting van het onderwijs en de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een van de onder 1 genoemde scholen;
|
||||
4. een andere krachtens artikel 1*a*, onder *a*, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling;
|
||||
4. een andere krachtens artikel 1a, onder a, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling;
|
||||
c. "instelling":
|
||||
|
||||
1. een instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
2. een andere krachtens artikel 1*a*, onder *b*, voor de toepassing van deze wet als instelling aangewezen cursus of instelling, waar onderwijs of vorming wordt gegeven;
|
||||
2. een andere krachtens artikel 1a, onder b, voor de toepassing van deze wet als instelling aangewezen cursus of instelling, waar onderwijs of vorming wordt gegeven;
|
||||
d. "hoofd":
|
||||
|
||||
1. hij die met de leiding van de school is belast;
|
||||
2. hij die met de leiding van de instelling is belast;
|
||||
e. "de ambtenaar": de ambtenaar, bedoeld in artikel 16.
|
||||
e. "de ambtenaar": de ambtenaar, bedoeld in artikel 16;
|
||||
f. "startkwalificatie": een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,9 +47,13 @@ Aan de aanwijzing kunnen voorwaarden worden verbonden.
|
|||
|
||||
**2.** Onze minister kan de aanwijzing intrekken indien het hoofd of het personeel van de school of instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a1
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
Indien een leerplichtige jongere meerderjarig is rusten de verplichtingen en bevoegdheden die in deze wet zijn toebedeeld aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen op de jongere zelf.
|
||||
Indien een leerplichtige jongere of een jongere die kwalificatieplichtig is meerderjarig is rusten de verplichtingen en bevoegdheden die in deze wet zijn toebedeeld aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen op de jongere zelf.
|
||||
|
||||
### Artikel 1c
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,38 +129,36 @@ c. de instellingen van maatschappelijke zorg die reeds bij de begeleiding van de
|
|||
|
||||
**2.** Het schoolbezoek vindt geregeld plaats, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2a. Partiële leerplicht
|
||||
### Paragraaf 2a. Kwalificatieplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen, dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf is ingeschreven als leerling van een instelling en deze instelling na inschrijving geregeld bezoekt, indien:
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf is ingeschreven als leerling of deelnemer bij een school of instelling die volledig dagonderwijs dan wel een bij de wet geregelde combinatie van leren en werken verzorgt en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt, als:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van de jongere de leerplicht, bedoeld in § 2 van deze wet, is geëindigd, en
|
||||
b. de jongere geen volledig dagonderwijs volgt.
|
||||
a. ten aanzien van de jongere de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van deze wet is geëindigd, en
|
||||
b. de jongere geen startkwalificatie heeft behaald.
|
||||
|
||||
Bij de inschrijving wordt een van overheidswege verstrekt document of een bewijs van uitschrijving van een andere school overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en sociaal-fiscaalnummer of bij gebreke daarvan zo mogelijk zijn onderwijsnummer zijn vermeld. Indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen.
|
||||
**2.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van jongeren die in het bezit zijn van een getuigschrift of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 29a van de Wet op het voortgezet onderwijs en jongeren die een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs hebben bezocht als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder j en n, van de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
**2.** Tot het tijdstip, bedoeld in artikel XIa, vijfde lid, van de wet van 6 december 2001 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs (Stb. 681), kan, in afwijking van de tweede volzin van het eerste lid, inschrijving van een jongere als deelnemer aan een instelling plaatsvinden zonder overlegging van het onderwijsnummer en, indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen aannemelijk maken dat zij geen sociaal-fiscaalnummer van de jongere kunnen overleggen, eveneens zonder overlegging van het sociaal-fiscaalnummer. Tot dat tijdstip is de derde volzin van het eerste lid uitsluitend van toepassing met betrekking tot het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
**3.** Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, tweede en derde volzin, en het tweede lid zijn van toepassing met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de wet van 6 december 2001 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs (Stb. 681).
|
||||
**4.** Als de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, plaats vindt aan een andere school of instelling dan daarvoor door de jongere werd bezocht, wordt bij de inschrijving een van overheidswege verstrekt document of een bewijs van uitschrijving van een andere school of instelling overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en sociaal-fiscaalnummer of bij gebreke daarvan zo mogelijk zijn onderwijsnummer zijn vermeld. Als de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen.
|
||||
|
||||
**5.** Tot het tijdstip, bedoeld in artikel XIa, vijfde lid, van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs, kan, in afwijking van de eerste volzin van het vierde lid, inschrijving van een jongere als deelnemer aan een instelling plaatsvinden zonder overlegging van het onderwijsnummer en, indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen aannemelijk maken dat zij geen sociaal-fiscaalnummer van de jongere kunnen overleggen, eveneens zonder overlegging van het sociaal-fiscaalnummer. Tot dat tijdstip is de tweede volzin van het vierde lid uitsluitend van toepassing met betrekking tot het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
|
||||
**6.** Het vierde en vijfde lid zijn van toepassing met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** De in het vorige artikel bedoelde verplichting vangt aan op het in artikel 3, eerste lid onder *a* of *b*, bedoelde tijdstip en eindigt op de laatste dag van het schooljaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de jongere ten aanzien van wie de leerplicht, bedoeld in § 2 van deze wet, is geëindigd, gedurende enige tijd volledig dagonderwijs volgt, wordt deze tijd in mindering gebracht op het in het vorige lid bedoelde tijdvak.
|
||||
De verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, vangt aan direct na het einde van de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van deze wet, en eindigt zodra de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt of een startkwalificatie heeft behaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 4c
|
||||
|
||||
**1.** De jongere die als leerling van een instelling is ingeschreven is verplicht gedurende twee dagen per week het onderwijs geregeld te volgen. Indien de jongere een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft gesloten geldt de verplichting bedoeld in de eerste volzin voor één dag per week.
|
||||
**1.** De jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling is ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma respectievelijk het volledige programma van de combinatie leren en werken te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting het onderwijs geregeld te volgen begint op de dag, waarop de jongere na inschrijving op die instelling kan plaatsnemen, en eindigt tegelijk met de verplichting van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen om te zorgen, dat de jongere als leerling van een instelling is ingeschreven.
|
||||
|
||||
**3.** Het onderwijs wordt geregeld gevolgd, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd.
|
||||
|
||||
**4.** Onze minister kan toestaan, dat jongeren onderwijs volgen in een door hem te bepalen aaneengesloten periode, indien zij tengevolge van de aard van hun beroep of van het bedrijf, waar zij werkzaam zijn, niet in staat zijn overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid onderwijs te volgen.
|
||||
**2.** De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,16 +206,15 @@ Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder *c* kan slechts worden g
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen wordt een jongere binnen de in artikel 3, eerste lid, en artikel 4*b*, eerste lid, omschreven tijdvakken door het hoofd slechts van de lijst der leerlingen afgevoerd
|
||||
Op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen wordt een jongere binnen de in artikel 3, eerste lid, en artikel 4b omschreven tijdvakken door het hoofd slechts van de lijst der leerlingen of deelnemers afgevoerd
|
||||
|
||||
a. wegens inschrijving van de jongere op een andere school;
|
||||
b. voorzover het betreft het in artikel 4*b*, eerste lid, omschreven tijdvak: wegens het volgen van volledig dagonderwijs;
|
||||
c. wegens vrijstelling op een der gronden, genoemd in artikel 5, nadat aan het hoofd gebleken is, dat aan de artikelen 6 tot en met 9 is voldaan;
|
||||
d. wegens de vrijstelling, bedoeld in artikel 5*a* of artikel 15.
|
||||
a. wegens inschrijving van de jongere op een andere school of instelling;
|
||||
b. wegens vrijstelling op een der gronden, genoemd in artikel 5, nadat aan het hoofd gebleken is, dat aan de artikelen 6 tot en met 9 is voldaan;
|
||||
c. wegens de vrijstelling, bedoeld in artikel 5a of artikel 15.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij is ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de partieel leerplichtige jongere zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij is ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien
|
||||
|
||||
a. de school onderscheidenlijk de instelling is gesloten of het onderwijs is geschorst;
|
||||
b. bij of op grond van algemeen verbindende voorschriften het bezoeken van de school onderscheidenlijk de instelling is verboden;
|
||||
|
|
@ -238,21 +240,21 @@ Een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit gods
|
|||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
**1.** Een beroep op vrijstelling wegens vakantie van de jongere, bedoeld in artikel 11, onder *f*, kan slechts worden gedaan indien het hoofd op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen verlof heeft verleend dat de jongere voor de duur van het verlof de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt.
|
||||
**1.** Een beroep op vrijstelling wegens vakantie van de jongere, bedoeld in artikel 11, onder f, kan slechts worden gedaan indien het hoofd op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen verlof heeft verleend dat de jongere voor de duur van het verlof de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt.
|
||||
|
||||
**2.** Verlof als bedoeld in het eerste lid kan door het hoofd slechts eenmaal voor ten hoogste tien dagen per schooljaar worden verleend en kan geen betrekking hebben op de eerste twee lesweken van het schooljaar. Het verlof bedoeld in de eerste volzin kan aan partieel leerplichtigen slechts tot een evenredig deel van het genoemde aantal dagen worden verleend.
|
||||
**2.** Verlof als bedoeld in het eerste lid kan door het hoofd slechts eenmaal voor ten hoogste tien dagen per schooljaar worden verleend en kan geen betrekking hebben op de eerste twee lesweken van het schooljaar. Het verlof, bedoeld in de eerste volzin, kan aan de jongere die kwalificatieplichtig is slechts worden verleend tot een evenredig deel van het aantal dagen dat hij op grond van artikel 4c verplicht is onderwijs te volgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de partieel leerplichtige jongere niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.
|
||||
Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een beroep op vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden bedoeld in artikel 11 onder g kan slechts worden gedaan, indien het hoofd op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, indien het de leerplicht betreft, en op verzoek van de jongere, indien het de partiële leerplicht betreft, verlof heeft verleend, dat de jongere de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt.
|
||||
**1.** Een beroep op vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden bedoeld in artikel 11 onder g kan slechts worden gedaan, indien het hoofd op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen verlof heeft verleend, dat de jongere de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien geen verlof is gevraagd, kan het hoofd alsnog verlof verlenen, indien hem binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering de redenen daarvan worden medegedeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Het hoofd kan ten aanzien van dezelfde jongere wegens de in het eerste lid bedoelde omstandigheden voor ten hoogste tien dagen per schooljaar verlof als bedoeld in dat lid verlenen. Indien het verlof ten aanzien van dezelfde jongere wordt gevraagd voor meer dan tien dagen per schooljaar, besluit de ambtenaar van de woongemeente van de jongere, het hoofd gehoord.
|
||||
**3.** Het hoofd kan ten aanzien van dezelfde jongere wegens de in het eerste lid bedoelde omstandigheden voor ten hoogste tien dagen per schooljaar verlof als bedoeld in dat lid verlenen. Indien het verlof ten aanzien van dezelfde jongere wordt gevraagd voor meer dan tien dagen per schooljaar, besluit de ambtenaar van de woongemeente van de jongere, het hoofd gehoord. Het verlof, bedoeld in de eerste volzin, kan aan de jongere die kwalificatieplichtig is slechts worden verleend tot een evenredig deel van het aantal dagen dat hij op grond van artikel 4c verplicht is onderwijs te volgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,7 +268,7 @@ In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kunnen burgemeester en wethouders op
|
|||
|
||||
**2.** Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen deze ambtenaren in handen van de burgemeester de eed of de belofte af, waarvan het formulier bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Deze ambtenaren zijn bevoegd personen te horen, ook wanneer deze buiten hun ambtsgebied woon- of verblijfplaats hebben.
|
||||
**3.** Deze ambtenaren zijn bevoegd hun taak uit te oefenen ten aanzien van leerlingen die in Nederland woon- of verblijfplaats hebben.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -277,6 +279,8 @@ b. de wijze waarop de gevallen van schoolverzuim die ter kennis van de gemeente
|
|||
c. de wijze waarop de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken overleg plegen en samenwerken met hun ambtgenoten van de omliggende gemeenten;
|
||||
d. de aanwijzing van de diensten en instellingen waarmee de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken dienen samen te werken.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, zijn belast met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze wet, alsmede wijziging of intrekking daarvan, worden mede ter kennis gebracht van Onze minister en van de hoofden in de gemeenten die bij de regeling zijn aangesloten.
|
||||
|
|
@ -285,7 +289,7 @@ Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze w
|
|||
|
||||
**1.** De hoofden geven aan burgemeester en wethouders binnen zeven dagen kennis van de in- en afschrijving van leerlingen ten aanzien van wie deze wet van toepassing is. Een beslissing tot verwijdering van een leerling wordt terstond gemeld.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van een instelling geeft aan burgemeester en wethouders zodra hij daarvan in kennis is gesteld, bericht van een door de jongere gesloten leerovereenkomst als bedoeld in artikel 4*c*, eerste lid.
|
||||
**2.** Het hoofd van een instelling geeft aan burgemeester en wethouders zodra hij daarvan in kennis is gesteld, bericht van een door de jongere gesloten leerovereenkomst als bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b of deelname door de jongere aan een combinatie van leren en werken als bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**3.** De hoofden geven aan burgemeester en wethouders en aan de ambtenaar alle inlichtingen die deze in verband met de uitvoering van deze wet verlangen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,7 +297,7 @@ Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze w
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders controleren, of de jongeren die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven en nog leerplichtig of partieel leerplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling zijn ingeschreven.
|
||||
Burgemeester en wethouders controleren, of de jongeren die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven en nog leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling of deelnemer zijn ingeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,11 +313,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Indien blijkt, dat een leerplichtige of partieel leerplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven, zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, of indien een kennisgeving is ontvangen, als bedoeld in artikel 21, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in. Hij hoort de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen.
|
||||
**1.** Indien blijkt, dat een leerplichtige of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling of deelnemer is ingeschreven, zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, of indien een kennisgeving is ontvangen, als bedoeld in artikel 21, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in. Hij hoort de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen.
|
||||
|
||||
**2.** Blijkt aan de ambtenaar dat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen weigeren de jongere als leerling van een school onderscheidenlijk een instelling te laten inschrijven, zonder dat zij op grond van artikel 5, 5a of 15 van deze verplichting zijn vrijgesteld, of dat zij niet zorgen, dat de leerplichtige jongere de school geregeld bezoekt, zonder dat zij op grond van artikel 11 van deze verplichting zijn vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie.
|
||||
**2.** Blijkt aan de ambtenaar dat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen weigeren de jongere als leerling van een school onderscheidenlijk als deelnemer bij een instelling te laten inschrijven, zonder dat zij op grond van artikel 5, 5a of 15 van deze verplichting zijn vrijgesteld, of dat zij niet zorgen, dat de leerplichtige jongere de school of de jongere die kwalificatieplichtig is de school of instelling geregeld bezoekt, zonder dat zij op grond van artikel 11 van deze verplichting zijn vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie.
|
||||
|
||||
**3.** Blijkt aan de ambtenaar, dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de partieel leerplichtige jongere het onderwijs aan de school of aan de instelling niet geregeld volgt zonder dat de jongere op grond van artikel 11 van deze verplichting is vrijgesteld, dan hoort hij de jongere en tracht hem ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen. Indien blijkt dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, of de partieel leerplichtige jongere, weigert deze verplichtingen na te komen, zendt de ambtenaar proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie.
|
||||
**3.** Blijkt aan de ambtenaar, dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is het onderwijs aan de school of aan de instelling niet geregeld volgt zonder dat de jongere op grond van artikel 11 van deze verplichting is vrijgesteld, dan hoort hij de jongere en tracht hem ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen. Indien blijkt dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, of de jongere die kwalificatieplichtig is, weigert deze verplichtingen na te komen, zendt de ambtenaar proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen reeds eerder zijn veroordeeld wegens het niet nakomen van de verplichtingen, opgelegd in artikel 2, eerste lid, of artikel 4a, zendt de ambtenaar een afschrift van het proces-verbaal aan de raad voor de kinderbescherming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,7 +331,7 @@ Ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een j
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks vóór 1 oktober verslag uit aan de raad over het in het laatst afgesloten school- of cursusjaar in de gemeente gevoerde leerplichtbeleid.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks vóór 1 oktober verslag uit aan de raad over het in het laatst afgesloten school- of cursusjaar in de gemeente gevoerde beleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders doen jaarlijks een opgave aan Onze minister van de omvang en behandeling van het aan hen gemelde schoolverzuim in hun gemeente.
|
||||
|
||||
|
|
@ -337,9 +341,9 @@ Ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een j
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de in artikel 2, eerste lid, of artikel 4*a* opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
**1.** De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de in artikel 2, eerste lid, of artikel 4a opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de partieel leerplichtige jongere, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is.
|
||||
**2.** De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue