2005-12-01 | BWBR0001969 | Warenwet
This commit is contained in:
parent
ba6aca28f3
commit
8320ba1ea1
1 changed files with 42 additions and 8 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Warenwet
|
|||
bwb_id: BWBR0001969
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-05-22'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-12-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001969
|
||||
citeertitel: Warenwet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ c. Onze Minister:
|
|||
2°. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor zover het te nemen besluit of te regelen onderwerp voor beroepsmatige toepassing bestemde technische voortbrengselen betreft of indien het te nemen besluit of te regelen onderwerp liften, schiethamers, containers, drukvaten van eenvoudige vorm of drukapparatuur en samenstellen daarvan dan wel explosieveilig materieel betreft;
|
||||
d. verhandelen: het te koop aanbieden, uitstallen, tentoonstellen, verkopen, afleveren of voorhanden of in voorraad hebben van een waar;
|
||||
e. bijlage: de bijlage, bedoeld in artikel 32b;
|
||||
f. overtreding: een handeling als omschreven in de bijlage, welke in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1a, 4 tot en met 7, 8 tot en met 11, 13 tot en met 20, 22, 26, 27, eerste lid, laatste volzin, 31, 32, 32c en 32k alsmede die welke in strijd zijn met artikel 14, eerste lid, van de verordening;
|
||||
f. overtreding: een handeling als omschreven in de bijlage, welke in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1a, 4 tot en met 7, 8 tot en met 11, 13 tot en met 20, 21b, 22, 26, 27, eerste lid, laatste volzin, 31, 32, 32c en 32k alsmede die welke in strijd zijn met artikel 14, eerste lid, van de verordening;
|
||||
g. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen;
|
||||
h. verordening: verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31).
|
||||
|
||||
|
|
@ -292,6 +292,12 @@ Onverminderd het bij of krachtens de voorgaande artikelen bepaalde is het verbod
|
|||
a. waren, niet zijnde eet en drinkwaren, te verhandelen waarvan degene die deze waren verhandelt, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij bij het gezien hun bestemming te verwachten gebruik bijzondere gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens, of indien het technische voortbrengselen betreft, tevens voor de veiligheid van zaken;
|
||||
b. eet- of drinkwaren, dan wel waren, behorende tot een hiertoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, te verhandelen, waarvan degene die de waren verhandelt, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hun samenstelling, uitvoering, hoedanigheid, eigenschappen of toestand in ernstige mate minder is dan wat in redelijkheid mag worden verlangd.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.** Waren die voldoen aan bij regeling van Onze Minister aangewezen normen, worden voor wat betreft de risico’s geregeld in die normen vermoed geen gevaren op te leveren als bedoeld in artikel 18, onder a.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst uitsluitend normen aan die Europese normen omzetten waarvan de referenties door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bekend zijn gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -330,9 +336,29 @@ b. waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, aan te prijzen met gebruikmaking van v
|
|||
|
||||
**1.** Indien waren naar het oordeel van Onze Minister gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens, of indien het technische voortbrengselen betreft, tevens gevaar opleveren voor de veiligheid van zaken, kan hij met het oog op de bescherming van die belangen degene die de waar of het voortbrengsel verhandelt of heeft verhandeld, gelasten om de houders dan wel de vermoedelijke houders van die waar onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid gelaste maatregelen.
|
||||
**2.** Indien waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, naar het oordeel van Onze Minister gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de consument, kan hij met het oog op de bescherming van die belangen degenen die de waar verhandelt of heeft verhandeld, gelasten al de noodzakelijke maatregelen te treffen om die waar bij de consument terug te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** Het niet uitvoeren van de door Onze Minister gelaste maatregelen als bedoeld in het eerste lid is een misdrijf.
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid gelaste maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.** Het niet uitvoeren van de door Onze Minister gelaste maatregelen als bedoeld in het eerste en tweede lid is een misdrijf.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de hem beschikbare informatie over de risico’s van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, betreffende de veiligheid of de gezondheid van de consument aan het publiek beschikbaar, onverminderd de beperkingen die daarbij voor controles en onderzoek noodzakelijk zijn. Indien de informatie veiligheidskenmerken van producten betreft die gelet op de omstandigheden openbaar moeten worden gemaakt om de gezondheid en de veiligheid van consumenten te beschermen, is artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald op welke wijze de informatie, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar wordt gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 21b
|
||||
|
||||
**1.** Degene die waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, voor zover die in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt, verhandelt of heeft verhandeld waarvan hij weet, of op grond van de hem ter beschikking staande gegevens beroepshalve behoort te weten, dat die waren een gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens, stelt Onze Minister daarvan onmiddellijk op de hoogte en deelt daarbij Onze Minister tevens mede welke maatregelen door hem zijn genomen ter bescherming van de genoemde belangen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de in het kader van de in het eerste lid genoemde verplichting te verstrekken informatie.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, voor zover die in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt, verhandelt of heeft verhandeld, verleent Onze Minister desgevraagd, en binnen het bestek van zijn activiteiten, medewerking bij de acties die ondernomen zijn om de risico’s van die waren te vermijden. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop die medewerking wordt verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 21c
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a, 21b, 32a, 32e, 32f, 32g of 32j kan bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van bij die maatregel aan te wijzen waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, voor zover die in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt, een andere minister dan Onze Minister of ander bestuursorgaan worden aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,6 +393,12 @@ b. de bij besluit van Onze Minister van Economische zaken, Onze Minister van Lan
|
|||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
**5.** De minister die op grond van artikel 21c bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, komt de bevoegdheid toe, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor zover het betreft de bij die maatregel aangewezen waren en voor zover die waren in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt. In het geval op grond van artikel 21c een ander bestuursorgaan is aangewezen, kan in afwijking van het eerste lid bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat door een andere minister dan Onze Minister ten aanzien van de waren, bedoeld in de eerste volzin, de onder dat bestuursorgaan ressorterende ambtenaren met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 21b worden belast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak, wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd.
|
||||
|
|
@ -529,13 +561,13 @@ De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 32g wordt opgeschort totda
|
|||
|
||||
### Artikel 32k
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan de verhandeling van bepaalde eet- en drinkwaren alsmede andere roerende zaken welke naar hun aard bestemd of geschikt zijn om in de particuliere sfeer te worden gebruikt, ten aanzien waarvan gerede aanwijzingen bestaan dat zij gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens, tijdelijk worden verboden totdat het onderzoek bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot deze waren is afgerond.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan de verhandeling van waren, ten aanzien waarvan gerede aanwijzingen bestaan dat zij gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens, tijdelijk worden verboden totdat het onderzoek bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot deze waren is afgerond.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan de bereiding, de vervaardiging, de behandeling, de bewerking, de verwerking, de verpakking of het vervoer van de in het eerste lid bedoelde waren tijdelijk worden verboden, zodat deze waren het onderzoek bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen ondergaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 32l
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan de inbeslagneming van de in artikel 32k bedoelde eet- en drinkwaren en andere roerende zaken gelasten.
|
||||
**1.** Onze Minister kan de inbeslagneming van de in artikel 32k bedoelde waren gelasten.
|
||||
|
||||
**2.** De ingevolge artikel 25 aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -543,9 +575,9 @@ De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 32g wordt opgeschort totda
|
|||
|
||||
### Artikel 32m
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan de vernietiging van gevaarlijk gebleken eet- en drinkwaren alsmede andere roerende zaken welke naar hun aard bestemd of geschikt zijn om in de particuliere sfeer te worden gebruikt, gelasten.
|
||||
**1.** Onze Minister kan de vernietiging van gevaarlijk gebleken waren, gelasten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst de ambtenaren aan welke bevoegd zijn tot de vernietiging van de in het eerste lid bedoelde eet- en drinkwaren en andere roerende zaken.
|
||||
**2.** Onze Minister wijst de ambtenaren aan welke bevoegd zijn tot de vernietiging van de in het eerste lid bedoelde waren.
|
||||
|
||||
### Artikel 32n
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,6 +605,8 @@ c. de behandeling van een aanvraag tot verlenging van een vergunning als bedoeld
|
|||
|
||||
**2.** Indien een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet regels inhoudt met betrekking tot produkten van de landbouw of de visserij wordt de voordracht Ons voorts gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, wordt een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 21c, Ons gedaan door Onze Minister in overleg met de betrokken andere minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van het functioneren van de krachtens artikel 7a aangewezen instellingen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue