2007-01-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand
This commit is contained in:
parent
bad9145f9e
commit
833788adcd
1 changed files with 47 additions and 39 deletions
|
|
@ -144,7 +144,7 @@ De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij verordening re
|
|||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 7.1, in de plaats van de betrokken colleges.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Rechten en plichten
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,34 +293,34 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
|
|||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 1 juli 2006: € 208,71;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 1 juli 2006: € 417,42;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 1 juli 2006: € 812,67.
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 1 januari 2007: € 213,72;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 1 januari 2007: € 427,44;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 1 januari 2007: € 832,15.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 1 juli 2006: € 450,29;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 1 juli 2006: € 659,00;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 1 juli 2006: € 1.054,25.
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 1 januari 2007: € 461,09;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 1 januari 2007: € 674,81;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 1 januari 2007: € 1.079,52.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 567,79 per 1 juli 2006: € 603,96;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 794,90 1 juli 2006: € 845,54;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 1 juli 2006: € 1.207,91.
|
||||
a. een alleenstaande: € 567,79 per 1 januari 2007: € 618,43;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 794,90 1 januari 2007: € 865,80;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 1 januari 2007: € 1.236,86.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 843,90 1 juli 2006: € 918,62;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 1 juli 2006: € 1.140,54;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 1 juli 2006: € 1.269,92;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 1 juli 2006: € 1.269,92.
|
||||
a. een alleenstaande: € 843,90 1 januari 2007: € 944,86;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 1 januari 2007: € 1.163,67;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 1 januari 2007: € 1.295,10;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 1 januari 2007: € 1.295,10.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -328,15 +328,15 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 2
|
|||
|
||||
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 1 juli 2006: € 268,96;
|
||||
b. gehuwden: € 382,43 per 1 juli 2006: € 418,37.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 1 januari 2007: € 275,42;
|
||||
b. gehuwden: € 382,43 per 1 januari 2007: € 428,41.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 51,00;
|
||||
b. voor gehuwden € 73,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 51,00 per 1 januari 2007: € 52,00;
|
||||
b. voor gehuwden € 73,00 per 1 januari 2007: € 75,00.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,7 +350,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec
|
|||
|
||||
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
|
||||
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 juli 2006: € 241,58 per kalendermaand.
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 januari 2007: € 247,37 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,13 +404,13 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan
|
|||
g. vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen als bedoeld in Hoofdstuk IIA van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
|
||||
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
|
||||
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
j. een eenmalige premie van ten hoogste € 1984,00 Per 1 juli 2006: € 2.066,00per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
j. een eenmalige premie van ten hoogste € 1984,00 Per 1 januari 2007: € 2.115,00per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
|
||||
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
|
||||
n. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voorzover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand;
|
||||
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 juli 2006: € 173,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben;
|
||||
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 januari 2007: € 177,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben en een financiële tegemoetkoming waarop personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet recht hebben;
|
||||
q. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening;
|
||||
r. een no-claimteruggave als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,8 +448,8 @@ b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
|
|||
|
||||
Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud waarnaar deze is berekend, met dien verstande dat het normbedrag voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 3.2 van die wet wordt gesteld op:
|
||||
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2006: € 289,55 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2006: € 520,14 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2007: € 294,50 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2007: € 529,03 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
**3.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -459,8 +459,8 @@ b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2006: € 520,14 pe
|
|||
|
||||
Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2006: € 17,15 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2006: € 34,30 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2007: € 17,35 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2007: € 34,70 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -478,7 +478,7 @@ Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
|
|||
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
|
||||
b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
|
||||
c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2006: € 43.700,00;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2007: € 44.300,00;
|
||||
e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;
|
||||
f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.
|
||||
|
||||
|
|
@ -486,9 +486,9 @@ f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.
|
|||
|
||||
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2006: € 5.180,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2006: € 10.360,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2006: € 10.360,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2007: € 5.245,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2007: € 10.490,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2007: € 10.490,00.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -505,7 +505,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2006: € 114,00 niet te boven gaan.
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2007: € 115,00 niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon van 65 jaar of ouder, behorend tot een bepaalde categorie, worden verleend, zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de hierna bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -534,7 +534,7 @@ a. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op
|
|||
b. voor wie bij de laatste arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is afgezien van het arbeidsdeskundig onderzoek, en;
|
||||
c. die voldoet aan het eerste lid, onderdelen a, b, voorzover het inkomsten uit arbeid betreft, c, en d.
|
||||
|
||||
**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2006: € 473,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2006: € 425,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2006: € 331,00 per jaar.
|
||||
**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2007: € 478,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2007: € 430,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2007: € 336,00 per jaar.
|
||||
|
||||
**6.** De artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 13, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 18, tweede en derde lid, 40, 46, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -701,8 +701,8 @@ In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel f, kan het college bijzondere
|
|||
|
||||
a. in de vorm van borgtocht, indien het verzoek van de belanghebbende tot verlening van een saneringskrediet is afgewezen vanwege diens beperkte mogelijkheden tot terugbetaling en de borgtocht noodzakelijk is om de krediettransactie alsnog doorgang te doen vinden door een:
|
||||
|
||||
1°. gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening;
|
||||
2°. kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, indien de gemeente niet is aangesloten bij een gemeentelijke kredietbank dan wel daarmee geen relatie onderhoudt;
|
||||
1°. gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
2°. een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, indien de gemeente niet is aangesloten bij een gemeentelijke kredietbank dan wel daarmee geen relatie onderhoudt;
|
||||
b. indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de in onderdeel a genoemde mogelijkheid geen uitkomst biedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
|
@ -724,11 +724,18 @@ b. voorzover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan
|
|||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Het college is bevoegd om bij wijze van voorschot bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bedoelde voorschot kan worden verleend zolang het college nog geen besluit inzake de verlening van bijstand heeft bekendgemaakt.
|
||||
Het college verleent uiterlijk binnen vier weken na de datum van aanvraag en vervolgens telkens uiterlijk na vier weken, bij wijze van voorschot algemene bijstand in de vorm van een renteloze geldlening, zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld. De eerste zin is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
**3.** Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.
|
||||
a. de belanghebbende de voor de vaststelling van het recht op algemene bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent;
|
||||
b. bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van het in het eerste lid bedoelde voorschot bedraagt in ieder geval 90% van de hoogte van de algemene bijstand, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het college is bevoegd om bij wijze van voorschot bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening.
|
||||
|
||||
**4.** Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
@ -859,7 +866,7 @@ e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, st
|
|||
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 vastgestelde vergoeding;
|
||||
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
|
||||
i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet inburgering;
|
||||
j. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de agrarische sector;
|
||||
k. Onze Minister van Justitie voorzover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
l. de instanties en personen die woonruimte verhuren;
|
||||
|
|
@ -926,7 +933,8 @@ c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet inko
|
|||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
|
||||
f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang.
|
||||
g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
h. de Informatie Beheer Groep voor de uitvoering van de Wet inburgering.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue