diff --git a/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md b/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md index 56190f91739..81b0c12cdbf 100644 --- a/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md +++ b/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md @@ -20,18 +20,23 @@ In deze verordening wordt verstaan onder: ### Artikel 2 -De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien de ondernemer bij de aanvraag een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie kan overleggen waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in de onderdelen a tot en met i gestelde voorwaarden, alsmede een verklaring als bedoeld in onderdeel j. +**1.** + +De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien de ondernemer bij de aanvraag een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf voldoet aan de in de onderdelen a. tot en met i. gestelde voorwaarden, alsmede een verklaring als bedoeld in het derde lid kan overleggen. a. Op het varkenshouderijbedrijf worden vrouwelijke varkens gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen; -b. Varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky bevat; -c. Bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b, tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens worden geen varkens afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis; -d. Op het varkenshouderijbedrijf is een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s; -e. De ondernemer van het varkenshouderijbedrijf leeft artikel 67, tweede lid, en artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s na; +b. Varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage l bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de Ziekte van Aujeszky bevat; +c. Bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b., tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens worden geen varkens afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis; +d. Op het varkenshouderijbedrijf is een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig; +e. De ondernemer van het varkenshouderijbedrijf verleent alle medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee de varkens zijn vervoerd; f. De ondernemer voldoet aan alle, de herkomst van de op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens betreffende, krachtens artikel 96 van de wet gestelde regels; g. Op het varkenshouderijbedrijf is een douche aanwezig, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het varkenshouderijbedrijf, waarvan bezoekers van het varkenshouderijbedrijf voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken; h. Het varkenshouderijbedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van het varkenshouderijbedrijf zonder de medewerking van de ondernemer niet mogelijk is; -i. De ondernemer legt de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vast; -j. De ondernemer overlegt bij de aanvraag en vervolgens eenmaal per maand een verklaring van een dierenarts waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky bevat, dan wel, in geval van leegstand, een verklaring van een geaccrediteerde keuringsinstantie dat de stallen van het varkenshouderijbedrijf ten tijde van de aanvraag leegstaan. +i. De ondernemer legt de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vast. + +**2.** De ondernemer overlegt tenminste eenmaal per jaar een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie aan de voorzitter. + +**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring van een dierenarts waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de Ziekte van Aujeszky bevat, dan wel, in geval van leegstand, een verklaring van een geaccrediteerde keuringsinstantie dat de stallen van het varkenshouderijbedrijf ten tijde van de aanvraag leegstaan. ### Artikel 3 @@ -39,17 +44,30 @@ De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf a ### Artikel 4 +**1.** + De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een C-bedrijf, indien: -a. het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, onderdelen d tot en met j, en -b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden. +a. de ondernemer bij aanvraag en volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d. tot en met i.; +b. de ondernemer een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid overlegt. + +**2.** De ondernemer overlegt tenminste eenmaal per jaar een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie aan de voorzitter. + +**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid, aan de voorzitter. ### Artikel 5 +**1.** + De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een E-bedrijf, indien: a. op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één A-bedrijf; -b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden. +b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderij voldoet aan artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d. tot en met i.; +c. de ondernemer een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid overlegt. + +**2.** De ondernemer overlegt tenminste eenmaal per jaar een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie aan de voorzitter. + +**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid, aan de voorzitter. ### Artikel 6 @@ -98,7 +116,7 @@ e. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbe ### Artikel 11 -Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 9 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijk lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren. +Indien na aanvang van het transport van varkens naar een lidstaat of een derde land, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e., van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 9 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren. ### Artikel 12 @@ -120,7 +138,7 @@ a. varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven; b. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster; c. varkens worden afgevoerd naar één E-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd. -**3.** De ondernemer die een A-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b. +**3.** De ondernemer die een A-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander adres voor de aanvoer van varkens kiezen ter vervanging van het adres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a., onderscheidenlijk b.. De ondernemer doet hiervan schriftelijk mededeling aan het meldingsbureau. ### Artikel 13 @@ -138,7 +156,7 @@ e. in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer **3.** Indien de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het B-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 9 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen. -**4.** De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b. +**4.** De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander adres voor de aanvoer van varkens kiezen ter vervanging van het adres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a., onderscheidenlijk b.. De ondernemer doet hiervan schriftelijk mededeling aan het meldingsbureau. **5.** Het afvoeren van varkens van een B-bedrijf overeenkomstig het tweede of derde lid is slechts toegestaan voor op het B-bedrijf geboren varkens met een gewicht van ten hoogste 35 kg. @@ -172,7 +190,7 @@ De opgave bevat de verdeling onder de betreffende C-bedrijven van het aantal afv **1.** In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een D-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van zestien weken slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste zes A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. -**2.** Indien op het D-bedrijf in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van aanvoer op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is het in afwijking van het eerste lid de exploitant van een D-bedrijf toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van vier maanden slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste twaalf A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. +**2.** Indien op het D-bedrijf in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van aanvoer op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is het in afwijking van het eerste lid de exploitant van een D-bedrijf toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van vier maanden te rekenen vanaf de eerste week van aanvoer slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste twaalf A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. ### Artikel 16 @@ -197,7 +215,7 @@ c. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster. In afwijking van artikel 9 is het de exploitant van een F-bedrijf toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover: a. het F-bedrijf de afvoermogelijkheden van het B-bedrijf waarvan het F-bedrijf de speenbiggen ontvangt overneemt; -b. in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van 4 maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; +b. in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; c. het terugleveren betreft aan het B-bedrijf waarvan de speenbiggen betrokken zijn. **3.** Indien de ondernemer die een F-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het F-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 9 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen. @@ -227,7 +245,7 @@ d. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemm **2.** Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de levering van varkens aan een D-bedrijf als bedoeld in artikel 13, derde lid, onderscheidenlijk een D-bedrijf als bedoeld in artikel 15, tweede lid, gaat de melding vergezeld van een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld rapport waaruit blijkt dat het D-bedrijf voldoet aan artikel 13, derde lid, dan wel artikel 15, tweede lid. Bij ontbreken van een rapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie geldt de melding als een melding ten behoeve van het vervoer van varkens, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 15 eerste lid. -**3.** Het transportdocument wordt door de ontvanger van de varkens op het varkenshouderijbedrijf bewaard tot zes maanden na de datum waarop de varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn ontvangen. +**3.** Een kopie van het transportdocument wordt door de ondernemer die de melding, als bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan, bewaard tot twee jaar na de datum waarop de varkens van het varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd. Het transportdocument wordt door de ontvanger van de varkens op het varkenshouderijbedrijf bewaard tot twee jaar na de datum waarop de varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn ontvangen. **4.** Indien de levering waarop de melding betrekking heeft niet plaats zal vinden, of niet heeft plaats gehad, doet de ondernemer daarvan onverwijld mededeling bij het meldingsbureau. Indien het aantal geleverde varkens afwijkt van het gemelde aantal, doet de ondernemer daarbij opgave van het feitelijk geleverde aantal varkens. @@ -243,9 +261,7 @@ d. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemm **1.** De ondernemer weigert de ontvangst van varkens indien bij de aanvoer een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt. -**2.** Een vervoerder weigert het vervoer van de varkens indien een transportdocument met betrekking tot dit vervoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. - -**3.** De exploitant van een verzamelcentrum weigert de ontvangst van varkens indien een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. +**2.** De exploitant van een verzamelcentrum weigert de ontvangst van varkens indien een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. ### Paragraaf 5. Toezicht @@ -273,18 +289,20 @@ Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtre ### Artikel 23 -**1.** De voorzitter kan, voor zover het belang van preventie en bestrijding van dierziekten zich daartegen niet verzet, namens het bestuur op schriftelijk verzoek van belanghebbende, ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 9. De voorzitter kan besluiten aan de ontheffing bijzondere voorwaarden te stellen. De ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter worden ingetrokken. +**1.** De voorzitter kan, voor zover het belang van preventie en bestrijding van dierziekten zich daartegen niet verzet, namens het bestuur op schriftelijk verzoek van belanghebbende, ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 9. Aan de ontheffing kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld. De ontheffing kan te allen tijde worden ingetrokken. **2.** Voor de verlening van een ontheffing is de aanvrager een retributie verschuldigd. -**3.** Het bestuur stelt bij besluit nadere voorwaarden aan het verlenen van ontheffingen of vrijstellingen. - -**4.** Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 12, eerste lid, onderdelen a en b, 13, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 14, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, en 15, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt. +**3.** Het bestuur stelt bij besluit nadere voorwaarden aan het verlenen van ontheffingen. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. ### Artikel 24 Het bestuur regelt bij verordening de wijze waarop de retributies, bedoeld in artikel 19, eerste lid en artikel 23, tweede lid, worden vastgesteld en opgelegd, alsmede de hoogte van de retributies. +### Artikel 24a + +Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 12, eerste lid, onderdelen a. en b., 13, eerste lid, onderdelen a. en b., en tweede lid, 14, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b., en 15, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt. + ### Paragraaf 8. Gegevensverwerking ### Artikel 25 @@ -318,5 +336,3 @@ Het bestuur regelt bij verordening de wijze waarop de retributies, bedoeld in ar ## Bijlage II. Aantallen te onderzoeken varkens op A-bedrijven en C-bedrijven en E-bedrijven als bedoeld in ## Bijlage III. Procedure en inhoud bedrijfsrapport voor aanvangscontrole en structurele controle als bedoeld in - -Model bedrijfsrapport voor aanvraag en structurele controle VVL-status Een varkenshouderijbedrijf overlegt aan het productschap bij aanvraag van een A-, C-, of E-status en vervolgens minimaal éénmaal per jaar een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld bedrijfsrapport waaruit blijkt dat het bedrijf getoetst is aan de gestelde voorwaarden welk zijn opgenomen in de onder A. weergegeven toetslijst.