From 83667dd7182ffb6ec5bd2f401f2335e4b1a5a7f9 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-01-01 | BWBR0009019 | Besluit identificatie en registratie van dieren --- .../BWBR0009019/README.md | 50 ++++++++----------- 1 file changed, 20 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-identificatie-en-registratie-van-dieren/BWBR0009019/README.md b/amvb/besluit-identificatie-en-registratie-van-dieren/BWBR0009019/README.md index e90732bb8cb..ae8a0cf9bb2 100644 --- a/amvb/besluit-identificatie-en-registratie-van-dieren/BWBR0009019/README.md +++ b/amvb/besluit-identificatie-en-registratie-van-dieren/BWBR0009019/README.md @@ -19,57 +19,47 @@ citeertitel: Besluit identificatie en registratie van dieren In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; -b. richtlijn 92/102/EEG: richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PbEG L 355); +b. richtlijn 2008/71/EG: richtlijn 2008/71/EG van de Raad van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en de registratie van varkens (PbEU 2008, L 213); c. verordening 1760/2000: verordening (EG) nr.1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juli 2000 (PbEG L 204) tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad van de Europese Unie; -d. richtlijn 90/426/EEG: richtlijn nr. 90/426/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 224); +d. richtlijn 2009/156/EG: richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEU 2010, L 192); e. richtlijn 90/427/EEG: richtlijn nr. 90/427/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen (PbEG L 224); f. eenhoevige dieren: paardachtigen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 90/426/EEG; -g. dieren: eenhoevige dieren en dieren van de in artikel 1 van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121) en in artikel 1 van richtlijn nr. 91/68/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991, inzake veterinairrechtelijke voorschriften op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46) bedoelde soorten. +g. verordening 21/2004: verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG (PbEU 2004, L 5). **2.** -In zoverre in afwijking van artikel 1, eerste lid, van de wet wordt voor de toepassing dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen onder houder verstaan: +Dit hoofdstuk is van toepassing op: -a. houder als bedoeld in artikel 2, derde gedachtenstreepje, van verordening 1760/2000, voor zover dit begrip betrekking heeft op diersoorten waarop deze verordeningen van toepassing zijn; -b. houder als bedoeld in artikel 2, onderdeel c van richtlijn 92/102/EEG, voorzover dit begrip betrekking heeft op andere diersoorten dan eenhoevige dieren en de in onderdeel a bedoelde diersoorten. +a. eenhoevige dieren; +b. dieren van de in artikel 1 van richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG 1964, L 121) bedoelde soorten; +c. dieren van de in artikel 1 van richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG 1991, L 46) bedoelde soorten; +d. kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels. **3.** Dit besluit berust mede op de artikelen 34 en 37 van de Meststoffenwet en op artikel 12.29, aanhef en onder e en f, van de Wet milieubeheer. ### Artikel 2 -**1.** Ter uitvoering van titel I van verordening 1760/2000, richtlijn 92/102/EEG, artikel 4, vierde lid, van richtlijn 90/426/EEG, en artikel 8, eerste lid van richtlijn 90/427/EEG wordt medewerking gevorderd van het bestuur van het Productschap Vee en Vlees. - -**2.** - -De in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden en het overeenkomstig het krachtens artikel 3 bepaalde bij verordening stellen van regels, inzake: - -a. de identificatie en registratie van runderen ter uitvoering van de artikelen 1, 3, 4, 5, 6 en 7 van verordening 1760/2000 en van de door de Europese Commissie op grond van artikel 10 van deze verordening vastgestelde uitvoeringsbepalingen, alsmede voor zover van toepassing ter uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, 7 en 8 van richtlijn 92/102/EEG en van de door de Europese Commissie op grond van deze richtlijn vastgestelde uitvoeringsbepalingen; -b. de identificatie en registratie van varkens, schapen en geiten ter uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, 7 en 8 van richtlijn 92/102/EEG en van de door de Europese Commissie op grond van deze richtlijn vastgestelde uitvoeringsbepalingen; -c. de registratie van bedrijven ter uitvoering van artikel 3, eerste lid, van richtlijn 92/102/EEG; -d. de identificatie en registratie van eenhoevige dieren ter uitvoering van artikel 4, vierde lid, van richtlijn 90/426/EEG, van artikel 8, eerste lid van richtlijn 90/427/EEG en van de door de Europese Commissie op grond van deze richtlijnen vastgestelde uitvoeringsbepalingen, voor zover deze betrekking hebben op het vaststellen van een identificatiemethode; -e. de registratie van houders van eenhoevige dieren met het oog op het toezicht op de naleving van de in onderdeel d bedoelde bepalingen. - -**3.** De in het eerste lid bedoelde medewerking kan mede bestaan uit het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden en het bij verordening stellen van regels, inzake het voorzien zijn van eenhoevige dieren van merken of kentekenen. - -**4.** De in het tweede en derde lid bedoelde regels zijn verbindend voor alle daarbij te onderscheiden categorieën van houders van dieren. - -**5.** De in het tweede en derde lid bedoelde regels kunnen een verbod inhouden om dieren te houden, te verhandelen, te vervoeren, aan te voeren of af te voeren, tenzij is voldaan aan titel I van verordening 1760/2000 en aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde. - -**6.** Bij verordening als bedoeld in het tweede en derde lid, kan de bevoegdheid tot het vaststellen van nadere voorschriften omtrent bij deze verordening daartoe uitdrukkelijk aangewezen onderwerpen worden overgedragen aan een ander orgaan van het Productschap Vee en Vlees. De krachtens de verordening vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiten, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. - -**7.** Onze Minister kan met betrekking tot het verlenen van de in het eerste lid bedoelde medewerking beleidsregels stellen. +Vervallen ### Artikel 3 -**1.** Onze Minister kan ter uitvoering van titel I van verordening 1760/2000, richtlijn 92/102/EEG, artikel 4, vierde lid, van richtlijn 90/426/EEG, en artikel 8, eerste lid van richtlijn 90/427/EEG, alsmede met het oog op het toezicht op de naleving hiervan, regels stellen. +**1.** Onze Minister kan ter uitvoering van titel I van verordening 1760/2000, verordening 21/2004, richtlijn 2008/71/EG, artikel 4, vierde lid, van richtlijn 2009/156/EG, en artikel 8, eerste lid van richtlijn 90/427/EEG, alsmede met het oog op het toezicht op de naleving hiervan, regels stellen. **2.** Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister ter uitvoering van krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde verplichtingen inzake de algemene gezondheidstoestand of van het welzijn van dieren, ter voorkoming van de verspreiding van smetstof of van de aanwezigheid van schadelijke stoffen in dieren en producten van dierlijke oorsprong dan wel ter bescherming van de veiligheid van mens of dier, regels stellen omtrent de identificatie en registratie van dieren alsmede van levende dierlijke producten. -**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde regels kunnen voor de hierin te onderscheiden categorieën van houders van dieren of levende dierlijke producten en voor dieren behorend tot of levende dierlijke producten afkomstig van de hierin te onderscheiden diersoorten verschillend vastgesteld worden en kunnen een verbod inhouden om dieren of levende dierlijke producten te houden, te verhandelen, te vervoeren, aan te voeren of af te voeren, tenzij is voldaan aan titel I van verordening 1760/2000 en aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde. +**3.** + +Onze Minister stelt ten behoeve van de algehele gezondheidstoestand of van het welzijn van dieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel d, ter voorkoming van de verspreiding van smetstof of van de aanwezigheid van schadelijke stoffen in dieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel d, en producten daarvan, en ter bescherming van de veiligheid van mens of dier, regels over: + +a. de registratie van degene die de dieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel d, alsmede levende producten daarvan onder zich heeft, waaronder in ieder geval over het moment van registratie en de wijze waarop registratie plaatsvindt; +b. de identificatie van de dieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel d, alsmede levende producten daarvan, waaronder in ieder geval over de wijze waarop identificatie plaatsvindt; +c. de registratie van de dieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel d, alsmede levende producten daarvan, waaronder in ieder geval over de aanwezigheid van op een locatie aanwezige dieren en producten daarvan, de toevoeging en afvoer van dieren en producten daarvan, het moment van registratie en de wijze waarop registratie plaatsvindt. + +**4.** De in het eerste tot en met derde lid bedoelde regels kunnen voor de hierin te onderscheiden categorieën van houders van dieren of levende dierlijke producten en voor dieren behorend tot of levende dierlijke producten afkomstig van de hierin te onderscheiden diersoorten verschillend vastgesteld worden en kunnen een verbod inhouden om dieren of levende dierlijke producten te houden, te verhandelen, te vervoeren, aan te voeren of af te voeren, tenzij is voldaan aan titel I van verordening 1760/2000, verordening 21/2004 en aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde. ### Artikel 4 -Een wijziging van een of meer onderdelen van richtlijn 92/102/EEG, richtlijn 90/426/EEG en richtlijn 90/427/EEG gaat voor de toepassing van de artikelen van dit besluit, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. +Een wijziging van een of meer onderdelen van richtlijn 2008/71/EG, richtlijn 2009/156/EG en richtlijn 90/427/EEG gaat voor de toepassing van de artikelen van dit besluit, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. ## Hoofdstuk 2. Identificatie en registratie van honden