2019-01-01 | BWBR0003237 | Besluit huurprijzen woonruimte
This commit is contained in:
parent
7d2c02c280
commit
8372aeccaa
1 changed files with 10 additions and 6 deletions
|
|
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Besluit huurprijzen woonruimte
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.** In dit besluit wordt onder het bestuur en de zittingsvoorzitters verstaan: het bestuur en de zittingsvoorzitters, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
|
||||
**1.** In dit besluit wordt onder de zittingsvoorzitters verstaan: de zittingsvoorzitters, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Onder woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een woonwagen of een combinatie van een standplaats en een woonwagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -33,18 +33,22 @@ Vervallen
|
|||
Het bedrag van de bij wijze van voorschot aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, en het bedrag van de vergoeding, bedoeld in dat lid, wordt vastgesteld op:
|
||||
|
||||
a. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een huurder is: € 25,
|
||||
b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 450, dan wel
|
||||
c. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is die op basis van de krachtens artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte verstrekte gegevens, aantoont dat hij een natuurlijke persoon is: € 25.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op € 100.
|
||||
dan wel
|
||||
b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 300.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de huurcommissie in drie achtereenvolgende kalenderjaren tweemaal onderscheidenlijk driemaal of meer op een verzoek als bedoeld in de artikelen 7: 249 en 7: 258, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek uitspraak heeft gedaan en daarbij, gelet op de strekking van het verzoekschrift, heeft geoordeeld dat de verhuurder de in het ongelijk gestelde partij is, wordt in het eerste lid, onderdeel b, voor € 300 gelezen € 700 onderscheidenlijk € 1.400.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op € 100.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op:
|
||||
|
||||
a. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een huurder is: € 25,
|
||||
b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 450, dan wel
|
||||
c. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is die op basis van de krachtens artikel 8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte verstrekte gegevens, aantoont dat hij een natuurlijke persoon is: € 25.
|
||||
|
||||
dan wel
|
||||
b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 300.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue