2025-01-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0fbbfab814
commit 83890fffa5

View file

@ -11791,6 +11791,8 @@ f. gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling: de voorwaarden te wijzig
**3.** Indien het proefverlof van een ter beschikking gestelde ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft voortgeduurd, zonder dat in deze periode de terbeschikkingstelling is verlengd, kan de rechter de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigen.
**4.** Bij toepassing van het eerste lid, onder f, of het tweede lid wordt het slachtoffer, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
### Artikel 6:6:10a
**1.** Indien de ter beschikking gestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de rechter-commissaris op vordering van het openbaar ministerie een bevel tot tijdelijke opname van de ter beschikking gestelde geven voor de duur van maximaal zeven weken in een door de rechter aangewezen instelling.
@ -11856,9 +11858,11 @@ b. een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke ges
**3.** De rechter hoort de ter beschikking gestelde en zijn raadsman, alvorens te beslissen. Indien de ter beschikking gestelde niet in staat is voor het onderzoek te verschijnen, zal een van de rechters vergezeld door de griffier hem op zijn verblijfplaats horen. Indien de ter beschikking gestelde zich ophoudt in een ander arrondissement, kan de rechter het gehoor overdragen aan een rechter in dat arrondissement.
**4.** Indien zich na de indiening van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de rechter niet binnen een redelijke termijn kan voldoen aan de voorgeschreven hoorplicht, wordt op de vordering tot verlenging besloten binnen twee maanden nadat het beletsel om aan de hoorplicht te voldoen, is weggevallen.
**4.** Indien de rechter in geval van verlenging van de terbeschikkingstelling voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt, wordt het slachtoffer, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen, voor zover gedurende het onderzoek de voorwaarden waaronder de beëindiging van de verpleging van overheidswege kan plaatsvinden inhoudelijk worden besproken. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
**5.** Indien de rechter in geval van verlenging van de terbeschikkingstelling voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en hij het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden, kan hij met gelijktijdige verlenging van de verpleging zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.
**5.** Indien zich na de indiening van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de rechter niet binnen een redelijke termijn kan voldoen aan de voorgeschreven hoorplicht, wordt op de vordering tot verlenging besloten binnen twee maanden nadat het beletsel om aan de hoorplicht te voldoen, is weggevallen.
**6.** Indien de rechter in geval van verlenging van de terbeschikkingstelling voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en hij het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden, kan hij met gelijktijdige verlenging van de verpleging zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.
**6.** Indien de rechter toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg overweegt en hij het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou geschieden, kan hij zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.
@ -11919,7 +11923,7 @@ c. de opdracht aan een reclasseringsinstelling om toezicht te houden op de nalev
**2.** De verlenging van de proeftijd, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt bij voorwaarden bij een veroordeling tot een straf of maatregel waarvan de rechter heeft bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, ten hoogste de termijn die maximaal aan de proeftijd kan worden verbonden en ten hoogste eenmaal één jaar indien de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen zijn toegepast.
**3.** Het eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing op de looptijd van voorwaarden gesteld bij een terbeschikkingstelling onder voorwaarden en een terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging van bevel tot verpleging.
**3.** Het eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing op de looptijd van voorwaarden gesteld bij een terbeschikkingstelling onder voorwaarden en een terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging van bevel tot verpleging. Het slachtoffer, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, wordt in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
**4.** In het geval, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechter de voorwaarden zo nodig opnieuw vaststellen in de zes maanden voorafgaand aan het ontslag uit detentie. Artikel 38, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
@ -12209,7 +12213,7 @@ c. indien de veroordeelde zich niet heeft gedragen naar de aanwijzingen bedoeld
**4.** De rechter bepaalt de duur van een terugplaatsing als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. Deze duur kan de duur van de voorwaardelijke beëindiging niet overschrijden en bedraagt ten hoogste een jaar. Bij herhaalde terugplaatsing kan de totale duur van de terugplaatsingen de maximale duur van een jaar niet overstijgen. Een terugplaatsing kan maximaal twee keer worden toegepast.
**5.** Indien de rechter bijzondere voorwaarden stelt, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd.
**5.** Indien de rechter bijzondere voorwaarden stelt, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd. Het slachtoffer, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, wordt in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
**6.** De rechter die voorwaarden heeft gesteld in het verband van een voorwaardelijk opgelegde maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, kan op vordering van het openbaar ministerie, indien een gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, alsnog de tenuitvoerlegging van de maatregel bevelen.
@ -12289,7 +12293,11 @@ b. de beslissing ter zake van verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van
c. de beslissing ter zake van tijdelijke opneming in een justitiële jeugdinrichting;
d. de beslissing ter zake van verlenging van de termijn van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige.
**2.**
**2.** Door vernummering vervallen.
**3.** Indien de rechter een beslissing, bedoeld in het eerste lid, onder b, overweegt, wordt het slachtoffer bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen, voor zover gedurende het onderzoek de voorwaarden waaronder een verlenging of beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting van jeugdigen kan worden opgelegd inhoudelijk worden besproken. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
**3.**
Het openbaar ministerie en de veroordeelde kunnen beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen:
@ -12297,7 +12305,7 @@ a. de beslissingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d;
b. de beslissing ter zake van terugplaatsing in een inrichting;
c. de beslissing ter zake van omzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in de maatregel tot terbeschikkingstelling.
**3.** De artikelen artikel 6:6:11, vierde lid, en 6:6:15 tot en met 6:6:17 zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De artikelen artikel 6:6:11, vierde lid, en 6:6:15 tot en met 6:6:17 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 7