2020-02-01 | BWBR0035981 | Verordening op de advocatuur
This commit is contained in:
parent
5c79fdcbf1
commit
838b28300b
1 changed files with 86 additions and 42 deletions
|
|
@ -113,19 +113,16 @@ d. het uitwisselen van informatie en kennis ter bevordering van een uniforme uit
|
|||
|
||||
Een lid van de commissie cassatie is geen lid van of niet werkzaam bij:
|
||||
|
||||
a. de Hoge Raad;
|
||||
a. de Hoge Raad of
|
||||
b. het parket bij de Hoge Raad;
|
||||
c. de algemene raad;
|
||||
d. het college van afgevaardigden;
|
||||
e. het college van toezicht;
|
||||
f. de raden van de orde in het arrondissement;
|
||||
g. de raden van discipline;
|
||||
h. het hof van discipline;
|
||||
i. de raad van advies.
|
||||
c. een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten;
|
||||
d. een orgaan van de orde van advocaten in een arrondissement;
|
||||
e. de raden van discipline;
|
||||
f. het hof van discipline.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
De commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad de vakbekwaamheid te toetsen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen op grond van artikel 4.12, eerste lid, en de vakbekwaamheid te beoordelen van advocaten bij de Hoge Raad, op grond van artikel 4.14, eerste lid.
|
||||
Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, af te nemen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, af te nemen van advocaten bij de Hoge Raad.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -307,7 +304,7 @@ b. de indeling in categorieën, afhankelijk van de hoogte van het bruto-inkomen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.29
|
||||
|
||||
De advocaat is voor het afleggen van het examen, bedoeld in artikel 4.12, en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.14, een door de algemene raad vast te stellen vergoeding verschuldigd.
|
||||
De advocaat is voor het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, een door de algemene raad vast te stellen vergoeding verschuldigd binnen een door de algemene raad te bepalen termijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.2.3. Vacatiegelden en kostenvergoedingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -851,76 +848,115 @@ b. behaalt de advocaat binnen twaalf maanden op een voor zijn praktijk relevant
|
|||
|
||||
### Afdeling 4.2. Vakbekwaamheidseisen cassatie
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.2.1. Advocaat bij de Hoge Raad
|
||||
#### Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 4.7a
|
||||
|
||||
Een advocaat met de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig en naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.8
|
||||
|
||||
**1.** Een advocaat bij de Hoge Raad in burgerlijke zaken behaalt ten minste de helft van het aantal opleidingspunten dat hij jaarlijks op grond van artikel 4.4 dient te behalen op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek.
|
||||
**1.** De aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken is onvoorwaardelijk.
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de terreinen waarop de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden behaald.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken voorwaardelijk, indien aantekening op het tableau heeft plaatsgevonden na toepassing van artikel 4.9, achtste lid, en een advocaat niet in het bezit is van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, eerste volzin, dat de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Met de in artikel 4.11, achtste lid, tweede volzin, bedoelde kennisgeving van het bewijsstuk aan de secretaris van de algemene raad wordt van rechtswege het voorwaardelijke karakter aan de aantekening ontnomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.9
|
||||
|
||||
**1.** Een advocaat bij de Hoge Raad behandelt iedere drie jaar na het verkrijgen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ ten minste twaalf cassatiezaken waarvan er ten minste zes hebben geleid tot een beoordeling door de Hoge Raad. Hierbij worden niet meegerekend zaken waarin het cassatieberoep op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet-ontvankelijk is verklaard.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad kan aan een advocaat met de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, in geval van bijzondere omstandigheden. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling.
|
||||
De algemene raad geeft op verzoek van een onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, af, indien hij:
|
||||
|
||||
**3.** De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, wordt aangevraagd vóór het verstrijken van de periode van drie jaar, bedoeld in het eerste lid, en geldt uitsluitend voor de periode waarin de vrijstelling is aangevraagd.
|
||||
a. in de twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek ten minste tien opleidingspunten heeft behaald op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek; en
|
||||
b. met goed gevolg een mondeling examen heeft afgelegd, waardoor blijkt dat hij voldoende kennis heeft van de beginselen, uitgangspunten en regels van het burgerlijk procesrecht, in het bijzonder het appel- en cassatieprocesrecht, alsmede van onderdelen van het privaatrecht op een voor de praktijk van de advocaat relevant rechtsgebied.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de mate van toerekening van een zaak aan een advocaat bij meer dan één behandelend advocaat.
|
||||
**2.** De algemene raad kan vrijstelling verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, indien een advocaat voorafgaand aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet ingeschreven was als advocaat en aantoont bekwaamheid te hebben verworven die actueel is en evident gelijkwaardig is aan de in het eerste lid, onderdeel a, gestelde eisen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.2.2. Verklaring voor aantekening in burgerlijke zaken
|
||||
**3.** Artikel 4.4, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op het behalen van de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**4.** Het examen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt afgenomen nadat een advocaat heeft aangetoond te voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voor zover hij daarvoor geen vrijstelling heeft gekregen, en de voor het examen verschuldigde vergoeding heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het examen niet met goed gevolg is afgelegd, heeft een advocaat het recht op één herkansing.
|
||||
|
||||
**6.** De algemene raad stelt nadere regels over de inhoud en de stof van het examen en de wijze waarop het examen en de herkansing wordt aangevraagd en afgenomen.
|
||||
|
||||
**7.** De algemene raad beslist binnen dertien weken op het verzoek, bedoeld in het eerste lid. Deze termijn kan met ten hoogste vijf weken worden verlengd, indien een advocaat gebruik wil maken van een herkansing.
|
||||
|
||||
**8.** De algemene raad geeft van de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, kennis aan de secretaris van de algemene raad en de raad van de orde. Met de kennisgeving aan de secretaris van de algemene raad wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.10
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad geeft de verklaring af, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, indien de advocaat voldoet aan de eisen van artikel 4.11, eerste lid, of artikel 4.13.
|
||||
De algemene raad kan een verzoek als bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, afwijzen, indien het verzoek wordt ingediend binnen drie jaar:
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de wijze waarop de advocaat aantoont te voldoen aan de gestelde eisen.
|
||||
a. nadat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, al dan niet na herkansing, niet met goed gevolg is afgelegd; of
|
||||
b. na het doorhalen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken legt binnen drie jaar na het verkrijgen van de voorwaardelijke aantekening met goed gevolg een proeve van bekwaamheid af.
|
||||
|
||||
Een advocaat verkrijgt op zijn verzoek een verklaring van de algemene raad waarmee hij de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken kan aanvragen, indien hij:
|
||||
**2.** De algemene raad kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste twaalf maanden verlengen indien hij van oordeel is dat de advocaat als gevolg van bijzondere omstandigheden niet kan voldoen aan artikel 4.14, eerste lid. Indien de algemene raad de termijn verlengt, wordt het in artikel 4.14, eerste lid, bedoelde tijdvak verlengd met de in die beslissing opgenomen termijn. De algemene raad geeft van de beslissing tot verlenging kennis aan de raad van de orde.
|
||||
|
||||
a. in de twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek ten minste tien opleidingspunten heeft behaald op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek; en
|
||||
b. met goed gevolg een mondeling examen aflegt, waardoor blijkt dat hij voldoende kennis heeft van de beginselen, uitgangspunten en regels van het burgerlijk procesrecht, in het bijzonder het appel- en cassatieprocesrecht, alsmede van onderdelen van het privaatrecht op een voor de praktijk van de advocaat relevant rechtsgebied.
|
||||
**3.** De proeve van bekwaamheid omvat de bespreking van twee door de advocaat overgelegde cassatiedossiers en wordt afgenomen door de algemene raad.
|
||||
|
||||
**2.** De voorwaardelijke aantekening geldt voor een periode van drie jaar.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan vrijstelling verlenen van het eerste lid, onderdeel a, indien de advocaat voorafgaand aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet ingeschreven was als advocaat en aantoont bekwaamheid te hebben verworven die actueel is en evident gelijkwaardig is aan de in het eerste lid, onderdeel a, gestelde eisen.
|
||||
De proeve van bekwaamheid wordt in ieder geval geacht niet met goed gevolg te zijn afgelegd, indien de advocaat:
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan de periode, bedoeld in het tweede lid, met ten hoogste twaalf maanden verlengen in geval de advocaat als gevolg van bijzondere omstandigheden niet kan voldoen aan de verplichting bedoeld in artikel 4.9, eerste lid.
|
||||
a. niet de voor de proeve van bekwaamheid verschuldigde vergoeding heeft voldaan;
|
||||
b. niet aantoont te voldoen aan de artikelen 4.13, eerste lid, en 4.14, eerste of tweede lid;
|
||||
c. niet tijdig de ter bespreking vereiste cassatiedossiers heeft overgelegd of de voor hem vastgestelde gelegenheid voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid niet heeft gebruikt.
|
||||
|
||||
**5.** De advocaat die een onvoldoende resultaat heeft behaald voor de proeve van bekwaamheid kan niet eerder dan vijf jaren na doorhaling van de voorwaardelijke aantekening opnieuw het examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, afleggen.
|
||||
**5.** Indien de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg is afgelegd, heeft de advocaat recht op één herkansing.
|
||||
|
||||
**6.** De algemene raad stelt nadere regels over de inhoud van de proeve van bekwaamheid, de wijze waarop de proeve van bekwaamheid en de herkansing wordt afgenomen en de over te leggen cassatiedossiers.
|
||||
|
||||
**7.** De algemene raad beslist binnen dertien weken op een verzoek van een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken om de proeve van bekwaamheid af te leggen. Deze termijn kan met ten hoogste vijf weken worden verlengd, indien een advocaat gebruik wil maken van een herkansing.
|
||||
|
||||
**8.** Ten bewijze dat de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd, verstrekt de algemene raad een daarop betrekking hebbend bewijsstuk aan de advocaat. De algemene raad geeft van de afgifte van het bewijsstuk kennis aan de secretaris van de algemene raad.
|
||||
|
||||
**9.** De algemene raad maakt het resultaat van de proeve van bekwaamheid bekend aan de raad van de orde.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.2.2. Behouden hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 4.12
|
||||
|
||||
**1.** Het examen ter verkrijging van de verklaring, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, wordt namens de algemene raad afgenomen door ten minste twee leden van de commissie cassatie die deskundig zijn op het terrein van cassatie in burgerlijke zaken, nadat een advocaat heeft aangetoond te voldoen aan artikel 4.11, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** Het examen waarvoor een onvoldoende resultaat is behaald, mag ten hoogste eenmaal worden herkanst.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud en de stof van het examen en de wijze waarop het examen wordt aangevraagd en afgenomen.
|
||||
Een advocaat met de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig en naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.13
|
||||
|
||||
Een advocaat met de voorwaardelijke aantekening verkrijgt op zijn verzoek een verklaring van de algemene raad waarmee hij de onvoorwaardelijke aantekening 'advocaat bij de Hoge Raad' in burgerlijke zaken kan aanvragen, indien hij:
|
||||
**1.** Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken behaalt elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek.
|
||||
|
||||
a. aantoont te voldoen aan artikel 4.8, eerste lid;
|
||||
b. aantoont te voldoen aan artikel 4.9, eerste lid, voor zover hij daarvoor geen vrijstelling heeft gekregen; en
|
||||
c. met goed gevolg een proeve van bekwaamheid aflegt, waardoor blijkt dat hij beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen.
|
||||
**2.** De artikelen 4.4, derde tot en met zevende lid, en 4.5, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het behalen van de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de terreinen waarop de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden behaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.14
|
||||
|
||||
**1.** De proeve van bekwaamheid wordt namens de algemene raad afgenomen door ten minste twee leden van de commissie cassatie die deskundig zijn op het terrein van cassatie in burgerlijke zaken, nadat een advocaat heeft aangetoond te voldoen aan artikel 4.13, aanhef en onderdelen a en b, en omvat de bespreking van twee door de advocaat overgelegde cassatiedossiers.
|
||||
**1.** Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken behandelt iedere drie jaar na het verkrijgen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken ten minste twaalf cassatiezaken waarvan er ten minste zes hebben geleid tot een beoordeling door de Hoge Raad. Hierbij worden niet meegerekend zaken waarin het cassatieberoep op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet-ontvankelijk is verklaard.
|
||||
|
||||
**2.** De proeve van bekwaamheid waarvoor een onvoldoende resultaat is behaald, mag ten hoogste eenmaal worden herkanst.
|
||||
**2.** De algemene raad kan aan een advocaat met de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, in geval van bijzondere omstandigheden. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de proeve van bekwaamheid, de wijze waarop deze wordt aangevraagd en afgenomen en de over te leggen cassatiedossiers.
|
||||
**3.** De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk acht weken vóór het verstrijken van de periode van drie jaar, bedoeld in het eerste lid, aangevraagd en geldt uitsluitend voor de periode waarin de vrijstelling is aangevraagd. De algemene raad geeft van het verlenen van vrijstelling kennis aan de raad van de orde.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de mate van toerekening van een zaak aan een advocaat bij meer dan één behandelend advocaat.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.2.3. Verliezen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 4.15
|
||||
|
||||
**1.** De secretaris van de algemene raad haalt de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door, indien een advocaat gedurende een onafgebroken tijdvak van drie jaar met een voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken op het tableau ingeschreven heeft gestaan zonder dat het bewijsstuk kan worden overgelegd dat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, met goed gevolg is afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de algemene raad toepassing geeft aan artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengd met de in de beslissing, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin, opgenomen termijn.
|
||||
|
||||
**3.** De doorhaling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door middel van een beschikking van de algemene raad met ingang van een tijdstip dat, gelet op het belang van de rechtzoekende, ten minste één maand en ten hoogste drie maanden na de datum van de beschikking gelegen is. De algemene raad geeft van de beschikking kennis aan de raad van de orde.
|
||||
|
||||
**4.** De secretaris van de algemene raad geeft van de doorhaling binnen acht dagen kennis aan de algemene raad en de raad van de orde, onverminderd artikel 9j, tweede lid, tweede volzin, van de Advocatenwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.16
|
||||
|
||||
Indien de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door de secretaris van de algemene raad al dan niet op verzoek van de advocaat is doorgehaald, vervalt van rechtswege de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, en, indien van toepassing, het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren
|
||||
|
||||
|
|
@ -1585,7 +1621,7 @@ b. de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon, bedoeld in artikel 3.5, eer
|
|||
c. de vrijstelling van het onderwijs, bedoeld in artikel 3.18;
|
||||
d. de vrijstelling van het examen, bedoeld in artikel 3.20;
|
||||
e. de accreditatie van een opleiding, bedoeld in artikel 3.25;
|
||||
f. de vrijstelling van de opleidingspunten bij civiele cassatie, bedoeld in artikel 4.11, derde lid.
|
||||
f. de vrijstelling van de opleidingspunten bij civiele cassatie, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, en de vrijstelling van de praktijkeisen, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1642,6 +1678,14 @@ Besluiten genomen op grond van Stageverordening 2012 worden aangemerkt als beslu
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel.
|
||||
|
||||
### Afdeling 9.2a. Cassatie in burgerlijke zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 9.3a
|
||||
|
||||
**1.** Van een voor 1 februari 2020 afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet wordt door de algemene raad binnen twee weken na deze datum kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad. Met deze kennisgeving wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
|
||||
|
||||
**2.** Van een voor 1 februari 2020 plaatsgevonden voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken vervalt de beperkte geldigheidsduur van drie jaar als bedoeld in artikel 4.11, tweede en vierde lid, zoals dat luidde op 31 januari 2020.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue