2012-04-01 | BWBR0015007 | Spoorwegwet
This commit is contained in:
parent
4a364a51d9
commit
83d3fdc19c
1 changed files with 248 additions and 146 deletions
|
|
@ -28,11 +28,19 @@ i. keuringsinstantie: instantie aangewezen op grond van artikel 93;
|
|||
j. veiligheidsfunctie: functie van bestuurder van een spoorvoertuig of een andere, bij algemene maatregel van bestuur omschreven, functie binnen het spoorwegverkeerssysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer;
|
||||
k. richtlijn 91/440/EEG: richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237);
|
||||
l. richtlijn 95/18/EG: richtlijn nr. 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG L 143);
|
||||
m. richtlijn 2001/14/EG: richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PbEG L 75);
|
||||
n. richtlijn 96/48/EG: richtlijn nr. 96/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem (PbEG L 235);
|
||||
o. richtlijn 2001/16/EG: richtlijn nr. 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEG L 110);
|
||||
p. Verdrag: Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Trb. 1980, 160), zoals gewijzigd ingevolge het op 20 december 1990 te Bern tot stand gekomen Protocol 1990 houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Trb. 1997, 19) en het op 3 juni 1999 te Vilnius tot stand gekomen Protocol 1999 inzake de herziening van het Verdrag betreffende het Internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Trb. 2000, 70);
|
||||
q. raad van bestuur NMa: raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet.
|
||||
m. richtlijn 2001/14/EG: richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75);
|
||||
n. richtlijn 2004/49/EG: richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEU L 220);
|
||||
o. richtlijn 2007/59/EG: richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU L 315);
|
||||
p. richtlijn 2008/57/EG: richtlijn nr. 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU L 191);
|
||||
q. aangemelde instantie: aangemelde instantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
r. bevoegdheidsbewijs: bevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3, onderdeel j van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
s. interoperabiliteitsonderdeel: interoperabiliteitsonderdeel als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
t. machinistenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
u. subsysteem: subsysteem van structurele aard als bedoeld in bijlage II van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
v. technische specificatie inzake interoperabiliteit: technische specificatie inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
w. verbetering: verbetering als bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
x. vernieuwing: vernieuwing als bedoeld in artikel 2, onderdeel n, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
y. raad van bestuur NMa: raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,6 +110,10 @@ i. energievoorziening.
|
|||
|
||||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De krachtens het eerste lid te stellen regels ten aanzien van een onderwerp waarin ook door een besluit van een of meer instellingen van de Europese Unie is voorzien, mogen niet in strijd zijn met dat besluit.
|
||||
|
||||
**4.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan worden bepaald dat Onze Minister bevoegd is op aanvraag van de beheerder ontheffing verlenen van die regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd de krachtens artikel 6 gestelde regels zijn hoofdspoorwegen waar een snelheid van meer dan 40 kilometer per uur is toegestaan, voorzien van een bij ministeriële regeling te omschrijven systeem van beveiliging.
|
||||
|
|
@ -114,77 +126,82 @@ i. energievoorziening.
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd de krachtens artikel 6 gestelde regels voldoet hoofdspoorweginfrastructuur waarover internationaal verkeer plaatsvindt aan de toepasselijke voorschriften van de richtlijnen 2001/16/EG en 96/48/EG of van het Verdrag.
|
||||
**1.** Het is een beheerder verboden een nieuwe hoofdspoorweg in dienst te stellen zonder dat Onze Minister daarvoor een vergunning voor indienststelling heeft verleend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde infrastructuur wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften:
|
||||
Onze Minister verleent de vergunning voor indienststelling indien de desbetreffende subsystemen:
|
||||
|
||||
a. van richtlijn 2001/16/EG, indien ter zake een geldige EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 16 van die richtlijn is afgegeven;
|
||||
b. van richtlijn 96/48/EG, indien ter zake een geldige EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 16 van die richtlijn is afgegeven;
|
||||
c. van het Verdrag, indien ter zake een geldig goedkeuringscertificaat als bedoeld in bijlage G van het Verdrag is afgegeven.
|
||||
a. voldoen aan de daarvoor geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit;
|
||||
b. voldoen aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister, met inachtneming artikel 17 van richtlijn 2008/57/EG, voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitvoering van de essentiële eisen van die richtlijn;
|
||||
c. voldoen aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister op grond van een technische specificatie inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, voor de subsystemen zijn aangewezen ter verificatie van de interoperabiliteit;
|
||||
d. voldoen aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vastgestelde regels, die bij regeling van Onze Minister voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitwerking van de in een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, opgenomen open punten;
|
||||
e. voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 9 van richtlijn 2008/57/EG, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten.
|
||||
|
||||
**4.** Het voldoen aan de specificaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, blijkt uit een geldig afgegeven EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**5.** Het voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan op aanvraag onder bij ministeriële regeling te geven voorwaarden en beperkingen, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen a of b, wordt afgegeven indien:
|
||||
Het is een beheerder verboden een vernieuwing of verbetering bij hoofdspoorweginfrastructuur in dienst te stellen zonder:
|
||||
|
||||
a. de spoorweginfrastructuur voldoet aan de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 2001/16/EG, respectievelijk artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 96/48/EG;
|
||||
b. ten aanzien van de spoorweginfrastructuur een conformiteitsverklaring als bedoeld in richtlijn 2001/16/EG, bijlage VI, punt 3, respectievelijk in richtlijn 96/48/EG, bijlage VI, punt 3, is afgegeven door een keuringsinstantie.
|
||||
a. voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en
|
||||
b. een vergunning dan wel nieuwe vergunning voor indienststelling, indien Onze Minister die krachtens het derde lid heeft geëist.
|
||||
|
||||
**2.** Een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel c, wordt afgegeven indien de spoorweginfrastructuur voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
**2.** Degene die de verbetering of vernieuwing bij hoofdspoorweginfrastructuur aanbesteedt, dient bij Onze Minister een informatiedossier in waarin het project beschreven wordt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling, indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing of de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem dat noodzakelijk maakt of maken.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 8, tweede, derde en zesde lid en het krachtens artikel 8, zesde lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan op aanvraag op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten.
|
||||
|
||||
**6.** Het voldoen van het verbeterde of vernieuwde subsysteem aan de krachtens het vierde lid geldende eisen blijkt uit de toetsing van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is verboden de ingevolge richtlijnen 2001/16/EG of 96/48/EG dan wel het Verdrag als zodanig aangemerkte onderdelen van hoofdspoorweginfrastructuur als zodanig in de handel te brengen indien ten aanzien daarvan niet zijn afgegeven:
|
||||
|
||||
a. geldige EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 2001/16/EG;
|
||||
b. geldige EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 96/48/EG of
|
||||
c. geldige goedkeuringscertificaten als bedoeld in bijlage G van het Verdrag.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde verbod geldt niet ten aanzien van niet door de desbetreffende richtlijnen bestreken toepassing van deze onderdelen.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die deze onderdelen gebruikt, zorgt dat deze onderdelen binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming, en dat zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een EG-verklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b, wordt afgegeven indien:
|
||||
|
||||
a. de desbetreffende onderdelen voldoen aan de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 2001/16/EG, respectievelijk artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 96/48/EG;
|
||||
b. de toetsing van onderdeel a is uitgevoerd door een keuringsinstantie, respectievelijk door een keuringsinstantie voorzover de technische specificaties dat vereisen.
|
||||
|
||||
**2.** Een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, wordt afgegeven indien de desbetreffende onderdelen voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onderdelen andere EG-richtlijnen bestaan ten aanzien van andere aspecten dan geregeld in bedoelde technische specificaties, vermelden de verklaringen, bedoeld in dat lid, tevens of de onderdelen aan die andere EG-richtlijnen voldoen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de aanvraag, afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b, EG-verklaringen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en goedkeuringscertificaten als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c, en 10, eerste lid, onderdeel c, alsmede over het registreren of bewaren van gegevens of documenten over de aanvraag en afgifte.
|
||||
**1.** Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**2.** Met de in het eerste lid bedoelde EG-keuringsverklaringen en EG-verklaringen worden gelijkgesteld zodanige verklaringen afgegeven met inachtneming van de richtlijnen 2001/16/EG of 96/48/EG door de bevoegde instantie van een andere lidstaat.
|
||||
**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Met de in het eerste lid bedoelde goedkeuringscertificaten worden gelijkgesteld zodanige certificaten afgegeven met inachtneming van het Verdrag door de bevoegde instantie van een andere staat die partij is bij het Verdrag.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vierde lid en de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening en regels over de aanvraag van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en van de vergunning of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 9, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registeren of bewaren van gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vierde lid;
|
||||
b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of artikel 9, zesde lid, en
|
||||
c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 9, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen a of b, af te geven indien niet is voldaan aan artikel 9, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden een EG-verklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b, af te geven indien niet is voldaan aan artikel 11, eerste of derde lid.
|
||||
Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, af te geven indien de desbetreffende subsystemen niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie voldoen aan artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De fabrikant van onderdelen van hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 10, eerste lid, en zijn in Nederland gevestigde gemachtigde, die in strijd met artikel 13, tweede lid, een EG-verklaring als daar bedoeld hebben afgegeven, zijn verplicht op eerste vordering van Onze Minister en binnen een door deze te stellen termijn het verzuim te herstellen. Zij zijn verplicht de daarbij door Onze Minister gegeven aanwijzingen op te volgen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan het eerste lid, neemt Onze Minister met toepassing van artikel 12 van richtlijn 2001/16/EG of van richtlijn 96/48/EG maatregelen om het in de handel brengen van het betrokken onderdeel te beperken, te verbieden of het uit de handel te doen nemen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister vaststelt dat een onderdeel van hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 10, eerste lid, ondanks het feit dat ten aanzien daarvan een EG-verklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b, is afgegeven en ondanks het feit dat dit onderdeel overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt, de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 96/48/EG of van richtlijn 2001/16/EG in gevaar brengt, neemt hij met toepassing van de artikelen 12 van deze richtlijnen maatregelen om het toepassingsgebied van dit onderdeel te beperken, het gebruik ervan te verbieden of het uit de handel te doen nemen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Beheer van hoofdspoorwegen
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,11 +223,33 @@ c. het leiden van het verkeer over de infrastructuur.
|
|||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2004/49/EG.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidszorgsysteem dat:
|
||||
|
||||
a. voldoet aan artikel 9, tweede lid, en bijlage III van richtlijn 2004/49/EG,
|
||||
|
||||
en
|
||||
b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur mogelijk maakt.
|
||||
|
||||
**3.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidszorgsysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder:
|
||||
|
||||
a. regels ten aanzien van de aanvraag van een veiligheidsvergunning, en
|
||||
b. nadere regels ten aanzien het veiligheidszorgsysteem.
|
||||
|
||||
### Artikel 16b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een beheerder houdt een register van infrastructuurvoorzieningen dat voldoet aan artikel 35 van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**2.** Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan artikel 9, vierde lid, van richtlijn 2004/49/EG en zendt dat verslag voor 1 juli aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -232,11 +271,15 @@ a. door de beheerder te berekenen tarieven voor diensten aan derden;
|
|||
b. het verstrekken van gegevens aan Onze Minister ten behoeve van:
|
||||
|
||||
1°. het toezicht op de naleving van de concessie;
|
||||
2°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge de artikelen 116, 118 en 122 van de Wet geluidhinder ter uitvoering van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
|
||||
3°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge artikel 12.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
2°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge de artikelen 116, 118 en 122 van de Wet geluidhinder ter uitvoering van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
|
||||
3°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge artikel 12.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
c. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere werkzaamheden, en
|
||||
d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden als bedoeld in artikel 57 en, voorzover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 9, derde lid, heeft verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een concessie geheel of gedeeltelijk intrekken indien de beheerder de concessie of een voor de beheerder geldend wettelijk voorschrift niet naleeft.
|
||||
|
|
@ -462,156 +505,222 @@ a. de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een veilighei
|
|||
b. de aan een veiligheidsattest en een proefattest te verbinden voorschriften en beperkingen;
|
||||
c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidszorgsysteem zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gebruik, compatibiliteit en interoperabiliteit van spoorvoertuigen
|
||||
### Paragraaf 4. Gebruik, compatibiliteit en interoperabiliteit van spoorvoertuigen en interoperabiliteitsonderdelen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om, anders dan voor het testen, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken, met een spoorvoertuig waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling als bedoeld in het derde lid respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in het vijfde lid heeft verleend.
|
||||
|
||||
Het is verboden over een hoofdspoorweg te rijden met een spoorvoertuig:
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van artikel 21 van richtlijn 2008/57/EG, aangewezen spoorvoertuigen.
|
||||
|
||||
a. waarvoor geen geldige EG-keuringsverklaring of geldig goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 37 is afgegeven;
|
||||
b. dat niet voldoet aan de toepasselijke technische specificaties of eisen, bedoeld in artikel 47;
|
||||
c. dat storingen, buitensporige slijtage of schade aan de desbetreffende spoorweginfrastructuur kan veroorzaken;
|
||||
d. dat niet beschikt over de eigenschappen die noodzakelijk zijn om veilig gebruik te kunnen maken van de desbetreffende spoorweginfrastructuur.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**2.** Met een EG-keuringsverklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een zodanige verklaring afgegeven met inachtneming van richtlijn 2001/16/EG onderscheidenlijk 96/48/EG door de bevoegde instantie van een andere lidstaat.
|
||||
Onze Minister verleent, na de beheerder te hebben gehoord, een vergunning voor indienststelling, indien:
|
||||
|
||||
**3.** Met een goedkeuringscertificaat als bedoeld in het eerste lid, voorzover afgegeven op basis van het Verdrag wordt gelijkgesteld een zodanig certificaat afgegeven met inachtneming van het Verdrag door de bevoegde instantie van een andere staat die partij is bij het Verdrag.
|
||||
a. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de daarvoor geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit;
|
||||
b. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van artikel 17 van richtlijn 2008/57/EG vastgestelde, voor dat subsysteem geldende voorschriften ter uitvoering van de essentiële eisen van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
c. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de, bij regeling van Onze Minister daarvoor gegeven voorschriften ter uitwerking van de in een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, opgenomen open punten, anders dan ten behoeve van de verenigbaarheid van een spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur;
|
||||
d. elk subsysteem voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtlijn 2008/57/EG, en
|
||||
e. het spoorvoertuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften ten behoeve van de verenigbaarheid van een spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur.
|
||||
|
||||
**4.** Tot het bewijs dat een spoorvoertuig is gecontroleerd op het voldoen aan de regels, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, is een geldig inzetcertificaat vereist, afgegeven door Onze Minister, de beheerder gehoord.
|
||||
**4.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming artikel 9 van richtlijn 2008/57/EG, een voor een subsysteem geldende technische specificatie inzake interoperabiliteit buiten toepassing laten.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister, de beheerder gehoord, kan het certificaat, bedoeld in het vierde lid, wijzigen of intrekken indien niet langer aan de regels, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, wordt voldaan.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**6.** Het certificaat, bedoeld in het vierde lid, kan onder voorschriften of beperkingen worden afgegeven.
|
||||
Onze Minister verleent na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een spoorvoertuig indien:
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van spoorvoertuigen worden aangewezen, waarop het vierde lid niet van toepassing is.
|
||||
a. het spoorvoertuig reeds in een andere staat is toegelaten;
|
||||
b. een subsysteem van het spoorvoertuig dat is voorzien van een geldige EG-keuringsverklaring voldoet aan de in de voor een of meer voor het subsysteem geldende TSI’s opgenomen voorschriften voor de voor Nederland geldende specifieke gevallen;
|
||||
c. hij voor een subsysteem van het spoorvoertuig zonder geldige EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG geen belangrijk veiligheidsrisico aantoont, en
|
||||
d. het spoorvoertuig voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**6.** Het voldoen aan de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, blijkt uit een geldige EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**7.** Het voldoen aan de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen c en e, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister kan aan de vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling ten behoeve van de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur voorschriften en beperkingen verbinden.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen c en e.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister kan op aanvraag met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, onder daartoe bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden en beperkingen, ontheffing verlenen van het derde lid, onderdelen a en b, en van het vijfde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig dat niet in het register, bedoeld in het tweede lid, dan wel in het register van een andere staat is ingeschreven.
|
||||
|
||||
Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt afgegeven indien:
|
||||
**2.** Onze Minister houdt het register, bedoeld in artikel 33 van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
a. het spoorvoertuig dan wel de uitrusting daarvan voldoet aan de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 2001/16/EG, respectievelijk artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 96/48/EG en
|
||||
b. ten aanzien van het spoorvoertuig of de uitrusting daarvan een conformiteitsverklaring als bedoeld in richtlijn 2001/16/EG, bijlage VI, punt 3, respectievelijk in richtlijn 96/48/EG, bijlage VI, punt 3, is afgegeven door een keuringsinstantie.
|
||||
**3.** Onze Minister draagt op aanvraag zorg voor de inschrijving van spoorvoertuigen in het register, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt afgegeven, indien het spoorvoertuig of de uitrusting daarvan voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
**4.** De aanvrager voegt bij de aanvraag voor de inschrijving de bij regeling van Onze Minister bepaalde gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** De houder meldt de wijzigingen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het vierde lid, die na de inschrijving optreden, binnen twee weken aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kent aan een in te schrijven spoorvoertuig dat niet volledig in een register van een andere staat is ingeschreven een Europees voertuignummer toe. De houder brengt het toegekende voertuignummer aan op het spoorvoertuig.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Onze Minister schrapt de inschrijving van een spoorvoertuig:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de houder;
|
||||
b. indien het spoorvoertuig definitief buiten gebruik wordt gesteld, of
|
||||
c. in andere bij regeling van Onze Minister aangegeven gevallen.
|
||||
|
||||
**8.** De houder van een spoorvoertuig is degene die als houder in het register, bedoeld in het tweede lid, is ingeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning voor indienststelling of een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type indien hij voor een spoorvoertuig van dat type een dergelijke vergunning heeft verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister verleent in afwijking van artikel 36, derde en vijfde lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type intrekken,indien het type niet langer voldoet aan de krachtens artikel 36 geldende eisen.
|
||||
|
||||
**4.** De overeenstemming met een type blijkt uit een verklaring van overeenstemming die voldoet aan de daartoe bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van het spoorvoertuig waarvoor een vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling van het type is verleend, met dat type.
|
||||
|
||||
### Artikel 37b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is een spoorwegonderneming verboden om met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken zonder:
|
||||
|
||||
a. voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en
|
||||
b. een vergunning dan wel nieuwe vergunning voor indienststelling, indien Onze Minister die krachtens het derde lid, heeft geëist.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die de verbetering of vernieuwing bij een spoorvoertuig aanbesteedt dient bij Onze Minister een informatiedossier in, waarin het project beschreven wordt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing, de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem of de gevolgen voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maakt of maken.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 36, derde, vierde en tiende lid, en het krachtens tiende lid van dat artikel bepaalde zijn van toepassing, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan op aanvraag, op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG en met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer voor het betrokken subsysteem vastgestelde technische specificaties inzake interoperabiliteit buiten toepassing laten.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, indien het spoorvoertuig niet volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, een aanvullende vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien de gevolgen van de de verbetering of vernieuwing voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maken.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 36, vijfde lid, is van toepassing, met dien verstande dat het slechts toepassing vindt op de verbetering of vernieuwing.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Het is verboden van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat niet volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, zonder:
|
||||
|
||||
a. zonder voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en
|
||||
b. een aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien Onze Minister die krachtens het zesde lid heeft geëist.
|
||||
|
||||
**9.** Het voldoen van de verbetering of vernieuwing bij een spoorvoertuig aan artikel 36, derde lid, onderdelen a tot en met c en e, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels of nadere regels gesteld over:
|
||||
**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
a. de compatibiliteit van spoorvoertuigen met de spoorweginfrastructuur, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen c en d;
|
||||
b. de aanvraag, afgifte, wijziging, intrekking, vorm of inhoud van de EG-keuringsverklaringen, de goedkeuringscertificaten en de inzetcertificaten, bedoeld in artikel 36, en de aan die certificaten te verbinden voorschriften of beperkingen, alsmede over het registreren of bewaren van gegevens of documenten over de aanvraag, afgifte, wijziging of intrekking;
|
||||
c. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van spoorvoertuigen of uitrusting daarvan, waarvoor een goedkeuring van het type is verleend, met het goedgekeurde type.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in artikel 36, zesde lid, en over het informatiedossier, bedoeld in artikel 37b, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen in het belang van de veiligheid of de interoperabiliteit van het verkeer over hoofdspoorwegen aanvullende technische specificaties worden gesteld op de technische specificaties, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verlening en de aanvraag van:
|
||||
|
||||
a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, derde lid;
|
||||
b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registreren of bewaren van gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 36, zesde lid;
|
||||
b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 36, zevende lid, of van de verklaring, bedoeld in artikel 37b, negende lid;
|
||||
c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld artikel 37b, derde lid, en
|
||||
d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het is verboden een interoperabiliteitsonderdeel voor het gebruik binnen het spoorwegsysteem in de handel te brengen, indien ten aanzien daarvan niet een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, is afgegeven.
|
||||
|
||||
Het is verboden de ingevolge richtlijnen 2001/16/EG of 96/48/EG dan wel het Verdrag dan wel krachtens deze wet als zodanig aangewezen onderdelen van spoorvoertuigen of uitrusting daarvan als zodanig in de handel te brengen of te gebruiken, indien ten aanzien daarvan niet zijn afgegeven:
|
||||
|
||||
a. geldige EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 2001/16/EG;
|
||||
b. geldige EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 96/48/EG of
|
||||
c. geldige goedkeuringscertificaten.
|
||||
|
||||
**2.** Met een EG-verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, wordt gelijkgesteld een zodanige verklaring afgegeven met inachtneming van richtlijn 2001/16/EG onderscheidenlijk 96/48/EG door de bevoegde instantie van een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
**3.** Met een goedkeuringscertificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voorzover afgegeven op basis van het Verdrag wordt gelijkgesteld een zodanig certificaat afgegeven met inachtneming van het Verdrag door de bevoegde instantie van een andere staat die partij is bij het Verdrag.
|
||||
**2.** Degene die de interoperabiliteitsonderdelen gebruikt zorgt dat deze binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming, en dat zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een EG-verklaring als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen a of b, wordt afgegeven indien:
|
||||
Een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, wordt afgegeven:
|
||||
|
||||
a. de desbetreffende onderdelen voldoen aan de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 2001/16/EG, respectievelijk artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 96/48/EG;
|
||||
b. de toetsing van onderdeel a is uitgevoerd door een keuringsinstantie, respectievelijk door een keuringsinstantie voorzover de technische specificaties dit vereisen.
|
||||
a. indien de interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan de daaraan in de toepasselijke technische specificatie inzake interoperabiliteit gestelde eisen, en
|
||||
b. indien de conformiteit of geschiktheid voor gebruik blijkt uit een toetsing van een aangemelde instantie, indien een toepasselijke specificatie inzake interoperabiliteit een dergelijke toetsing voorschrijft.
|
||||
|
||||
**2.** Een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel c, wordt afgegeven indien de desbetreffende onderdelen voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onderdelen, andere EG-richtlijnen bestaan ten aanzien van andere aspecten dan geregeld in bedoelde technische specificaties, vermelden de verklaringen, bedoeld in dat lid, tevens of deze onderdelen aan die andere EG-richtlijnen voldoen.
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onderdelen, andere EG-richtlijnen bestaan ten aanzien van andere aspecten dan geregeld in bedoelde technische specificaties, vermelden de verklaringen, bedoeld in dat lid, tevens of deze onderdelen aan die andere EG-richtlijnen voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG voldoet aan bijlage IV van die richtlijn.
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels of nadere regels gesteld over:
|
||||
**2.** De afgifte van een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, geschiedt in overeenstemming met artikel 13 en bijlage IV van die richtlijn.
|
||||
|
||||
a. de aanvraag, afgifte, vorm en inhoud van de EG-verklaringen en de goedkeuringscertificaten, bedoeld in artikel 39, alsmede over het registreren of bewaren van gegevens of documenten over de aanvraag en afgifte;
|
||||
b. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van als zodanig aangewezen onderdelen van spoorvoertuigen of uitrusting daarvan, waarvoor een goedkeuring van het type is verleend, met het goedgekeurde type.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen in het belang van de veiligheid of de interoperabiliteit van het verkeer over de hoofdspoorwegen aanvullende technische specificaties worden gesteld op de technische specificaties, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. vorm en inhoud van de EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, alsmede over het registreren of bewaren van gegevens of documenten over de afgifte, en
|
||||
b. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van interoperabiliteitsonderdelen waarvoor goedkeuring van het type is verleend, met het goedgekeurde type.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, eerste lid, af te geven indien niet is voldaan aan artikel 37.
|
||||
**1.** Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, af te geven indien niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie is voldaan aan artikel 36, derde lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden een EG-verklaring als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen a of b, af te geven indien niet is voldaan aan artikel 40, eerste en derde lid.
|
||||
**2.** Het is verboden een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, voor een interoperabiliteitsonderdeel af te geven, indien niet voldaan is aan artikel 40, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** De fabrikant van onderdelen van spoorvoertuigen of uitrusting daarvan als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen a of b, en zijn in Nederland gevestigde gemachtigde die in strijd met artikel 42, tweede lid, een EG-verklaring als daar bedoeld voor die onderdelen hebben afgegeven, zijn verplicht op eerste vordering van Onze Minister en binnen een door deze te stellen termijn het verzuim te herstellen. Zij zijn verplicht de daarbij door Onze Minister gegeven aanwijzingen op te volgen.
|
||||
**1.** De fabrikant van interoperabiliteitsonderdelen en zijn in Nederland gevestigde gemachtigde die in strijd met artikel 42, tweede lid, een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG voor een interoperabiliteitsonderdeel hebben afgegeven, zijn verplicht op eerste vordering van Onze Minister en binnen een door hem te stellen termijn het verzuim te herstellen. Zij zijn verplicht de daarbij door Onze Minister te geven aanwijzingen op te volgen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan het eerste lid, neemt Onze Minister met toepassing van artikel 12 van richtlijn 2001/16/EG of van richtlijn 96/48/EG maatregelen om het in de handel brengen van het betrokken onderdeel te beperken, te verbieden of het uit de handel te doen nemen.
|
||||
**2.** Indien de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan het eerste lid neemt Onze Minister met toepassing van artikel 14 van richtlijn 2008/57/EG maatregelen, om het in de handel brengen van het betrokken interoperabiliteitsonderdeel te beperken of te verbieden dan wel het uit de handel te doen nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister vaststelt dat een onderdeel van een spoorvoertuig of uitrusting daarvan als bedoeld in artikel 39, eerste lid, ondanks het feit dat ten aanzien daarvan een EG-verklaring als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen a of b, is afgegeven en ondanks het feit dat dit onderdeel overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt, de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 96/48/EG of van richtlijn 2001/16/EG in gevaar brengt, neemt hij met toepassing van de artikelen 12 van deze richtlijnen maatregelen om het toepassingsgebied van dit onderdeel te beperken, het gebruik ervan te verbieden of het uit de handel te doen nemen.
|
||||
Indien Onze Minister vaststelt dat een interoperabiliteitsonderdeel, ondanks het feit dat ten aanzien daarvan een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG is afgegeven en ondanks het feit dat het onderdeel overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt, de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 2008/57/EG in gevaar brengt, neemt hij met toepassing van artikel 14 van die richtlijn maatregelen om het toepassingsgebied van dit onderdeel te beperken, het gebruik ervan te verbieden of het uit de handel te doen nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
De spoorwegonderneming die een krachtens deze wet goedgekeurd spoorvoertuig gebruikt, doet overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels onverwijld mededeling van:
|
||||
|
||||
a. een ernstige beschadiging van het spoorvoertuig, zodanig dat het spoorvoertuig niet op eenvoudige wijze in een toestand kan worden gebracht, dat het rijdend vervoerd kan worden zonder de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorweg in gevaar te brengen;
|
||||
b. wijzigingen in constructie, inrichting of uitrusting van het spoorvoertuig ten opzichte van de feitelijke situatie bij de goedkeuring;
|
||||
c. de wijziging van eigenaar of houder van dat voertuig of de definitieve buitengebruikstelling daarvan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister, de beheerder gehoord, kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 36, eerste lid.
|
||||
**1.** Voor elk spoorvoertuig waaraan Onze Minister een voertuignummer als bedoeld in artikel 37, zesde lid, heeft toegekend, is er een met het onderhoud belaste entiteit.
|
||||
|
||||
**2.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden in het belang van een veilig en ongestoord gebruik van hoofdspoorwegen.
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor bij ministeriële regeling met inachtneming van artikel 2 van richtlijn 2004/49/EG aangewezen spoorvoertuigen.
|
||||
|
||||
**3.** Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, is verboden.
|
||||
**3.** De met het onderhoud belaste entiteit kan een spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/440/EG of de houder van het spoorvoertuig zijn.
|
||||
|
||||
**4.** De houder beschikt over een geldig onderhoudscertificaat indien hij de met onderhoud belaste entiteit is van een of meer goederenwagens en geen spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/440/EG.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister verleent op aanvraag een onderhoudscertificaat indien de houder voldoet aan de daartoe bij regeling van Onze Minister met inachtneming van artikel 14bis van richtlijn 2004/49/EG vastgestelde eisen.
|
||||
|
||||
**6.** Een door een daartoe bevoegde instantie met inachtneming van artikel 14bis van richtlijn 2004/49/EG verleende certificering wordt met een onderhoudscertificaat als bedoeld in het vierde lid gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** De met het onderhoud belaste entiteit draagt er zorg voor dat het spoorvoertuig in veilige staat is en overeenkomstig de bepalingen in de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit wordt onderhouden.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan wordt aan het zevende lid.
|
||||
|
||||
**9.** De met het onderhoud belaste entiteit is degene die als zodanig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De spoorwegonderneming of de houder dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
De spoorwegonderneming of de houder van een spoorvoertuig draagt er zorg voor dat de door hen gebruikte spoorvoertuigen, de uitrusting en de als zodanig aangewezen onderdelen daarvan tijdens het gebruik in het verkeer over de hoofdspoorwegen bij voortduring blijven voldoen aan:
|
||||
**2.** Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan is aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
a. de toepasselijke technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 2000/16/EG, respectievelijk artikel 2, onderdeel g, van richtlijn 96/48/EG;
|
||||
b. de eisen, bedoeld in de artikelen 37, tweede lid, 38, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, 40, tweede lid, of 41, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder houder van een spoorvoertuig verstaan degene die als eigenaar of anderszins beschikkingsbevoegde dit voertuig duurzaam als transportmiddel exploiteert.
|
||||
**3.** Het is verboden om met een spoorvoertuig dat niet overeenkomstig de essentiële eisen van richtlijn 2008/57/EG is geëxploiteerd en onderhouden, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden onderhoud en herstel van spoorvoertuigen die van hoofdspoorwegen gebruik maken te laten uitvoeren door anderen dan daartoe door Onze Minister erkende natuurlijke personen of rechtspersonen.
|
||||
**1.** Het is verboden onderhoud en herstel van spoorvoertuigen die beschikken over een volledige inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid te laten uitvoeren door anderen dan daartoe door Onze Minister erkende natuurlijke personen of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Een erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
||||
Een erkenning wordt op aanvraag verleend indien:
|
||||
**3.** Met een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een erkenning, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welke erkenning is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van de rechtspersoon beschikken over een met het oog op de erkenning verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel voldoen aan gelijkwaardige eisen van betrouwbaarheid;
|
||||
b. de natuurlijke persoon of de bestuurders van de rechtspersoon aantonen dat de onderhouds- en herstelwerkzaamheden met de grootste beroepsintegriteit en vakbekwaamheid worden uitgevoerd en
|
||||
c. wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen of nadere eisen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De eisen of nadere eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kunnen onder meer betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
|
|
@ -619,11 +728,11 @@ a. de voor het onderhoud of herstel beschikbare ruimte en de gebruikte apparatuu
|
|||
b. de deskundigheid van de met het onderhoud of herstel belaste personen en
|
||||
c. het proces dat bij het onderhoud of herstel wordt toegepast.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan de erkenning, bedoeld in het tweede lid, onder beperkingen verlenen en daaraan voorschriften verbinden met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden.
|
||||
**5.** Onze Minister kan de erkenning, bedoeld in het tweede lid, onder beperkingen verlenen en daaraan voorschriften verbinden met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het onderhoud alsmede over de aanvraag en het verlenen van een erkenning.
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het onderhoud alsmede over de aanvraag en het verlenen van een erkenning.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Onze Minister trekt een erkenning in:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1018,7 +1127,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
|
|||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 33, zevende lid, 36, eerste lid, 53, en 96, tweede lid.
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 33, zevende lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, 53, en 96, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1036,8 +1145,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Voor de overtredingen gelden de volgende vaste bedragen van de bestuurlijke boete:
|
||||
|
||||
a. voor overtreding van de artikelen 36, eerste lid, en 53: € 10 000;
|
||||
b. voor overtreding van artikel 96, eerste lid: € 50 000.
|
||||
a. voor overtreding van de artikelen 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, en 53: € 10.000;
|
||||
b. voor overtreding van de artikelen 33, zevende lid, 96, tweede lid: € 50.000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1085,7 +1194,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 4, vierde lid, 19, 21, 22, eerste lid, onderdelen c en d, en 51, derde lid, alsmede overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, 65, eerste lid, en 94 vastgestelde voorschriften, voorzover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 4, vierde lid, 19, 21, 22, eerste lid, onderdelen c en d, en 51, vierde lid, alsmede overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, 65, eerste lid, en 94 vastgestelde voorschriften, voorzover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van de artikelen 3, 22, eerste lid, onderdelen a en b, en 65, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1137,7 +1246,7 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen
|
|||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat of ander document.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de krachtens het eerste lid vastgestelde tarieven wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de vergoedingen voor het betrokken bestuursorgaan niet uitgaan boven de geraamde lasten van het betrokken bestuursorgaan ter zake van de behandelingen van de aanvragen en het verstrekken van de besluiten en documenten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1145,9 +1254,7 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen
|
|||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
**1.** Een wijziging van richtlijn 91/440/EEG, richtlijn 95/18/EG, richtlijn 2001/14/EG, richtlijn 96/48/EG en richtlijn 2001/16/EG gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan met inachtneming van artikel 7 van richtlijn 96/48/EG dan wel van richtlijn 2001/16/EG een technische specificatie inzake interoperabiliteit geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren.
|
||||
Een wijziging van richtlijn 91/440/EEG, richtlijn 95/18/EG, richtlijn 2001/14/EG, richtlijn 2004/49/EG, richtlijn 2007/59/EG en van richtlijn 2008/57/EG gaat voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Aanwijzing van keuringsinstanties
|
||||
|
||||
|
|
@ -1155,23 +1262,20 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister wijst de instanties aan die zijn belast met:
|
||||
Onze Minister wijst op aanvraag aan:
|
||||
|
||||
a. de beoordeling van de conformiteit of van de geschiktheid voor gebruik als bedoeld in de artikelen 13 van de richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG en de afgifte van de bijbehorende EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in de artikelen 10 van deze richtlijnen;
|
||||
b. de goedkeuring als bedoeld in de artikelen 18 van de richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG en de afgifte van de bijbehorende EG-keuringsverklaringen als bedoeld in de artikelen 16 van deze richtlijnen;
|
||||
c. de afgifte van goedkeuringscertificaten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel c;
|
||||
d. de afgifte van goedkeuringscertificaten als bedoeld in artikel 36, eerste lid;
|
||||
e. het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
a. aangemelde instanties;
|
||||
b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, artikel 9, zesde lid, artikel 36, zevende lid, en artikel 37b, negende lid.
|
||||
|
||||
**2.** De instanties, de directeur en het personeel daarvan voldoen ten minste aan de toepasselijke eisen, neergelegd in bijlage VII van richtlijn 96/48/EG, respectievelijk richtlijn 2001/16/EG, en aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
|
||||
**2.** De instanties, de directeur en het personeel daarvan voldoen ten minste aan de toepasselijke eisen, neergelegd in bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG, en aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**4.** De instanties verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van de toepasselijke bepalingen in bijlage VI van richtlijn 96/48/EG respectievelijk richtlijn 2001/16/EG en het Besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220).
|
||||
**4.** De instanties verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van de toepasselijke bepalingen in bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG en het Besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220).
|
||||
|
||||
**5.** De instanties stellen na elk onderzoek een onderzoekscertificaat op, in voorkomend geval met vermelding van de geldigheidsduur en van de voorwaarden waaronder het geldig is.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan de toepasselijke eisen van bijlage VII van de desbetreffende richtlijn. Onze Minister kan de aanwijzing intrekken, indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan bijlage VI van de desbetreffende richtlijn of de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**6.** Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan de toepasselijke eisen van bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. Onze Minister kan de aanwijzing intrekken, indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG of de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister doet mededeling van een aanwijzing of van een intrekking van een aanwijzing door kennisgeving in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1319,9 +1423,7 @@ Hoofdspoorweginfrastructuur die in overeenstemming met de daarvoor geldende voor
|
|||
|
||||
### Artikel 122
|
||||
|
||||
**1.** Een spoorvoertuig dat in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop artikel 36 in werking treedt, kan worden gebruikt op de hoofdspoorweg, wordt met ingang van de dag waarop dat artikel in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met de onderdelen a en b van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 39, eerste lid, is niet van toepassing op spoorvoertuigen en uitrusting daarvan die voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel in gebruik zijn genomen.
|
||||
Een spoorvoertuig dat in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop artikel 36 in werking treedt, kan worden gebruikt op de hoofdspoorweg, wordt met ingang van de dag waarop dat artikel in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met de onderdelen a en b van dat artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue