2019-07-18 | BWBR0041522 | Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

This commit is contained in:
Coornhert 2019-07-18 12:00:00 +00:00
parent f1240b0e97
commit 84191dbfb1

View file

@ -88,7 +88,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning.
### Artikel 2.1.5
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk statenlid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk statenlid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend.
@ -105,7 +105,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
### Artikel 2.1.6
**1.** Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten van € 173,40 per maand.
**1.** Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten van € 173,40 per maand.
**2.** Een statenlid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de onkostenvergoeding naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
@ -160,7 +160,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 2.2.9, tweede lid, en
### Artikel 2.1.13
**1.** Artikel 2.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 2.1.1, vierde lid, dit statenlid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**1.** Artikel 2.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 2.1.1, vierde lid, dit statenlid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**2.** Artikel 2.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is.
@ -178,7 +178,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 2.2.9, tweede lid, en
**3.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
**4.** De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
**4.** De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de commissaris of de gedeputeerde vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
**5.** De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
@ -313,9 +313,9 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
**8.** De commissaris of de gedeputeerde betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de provincie.
**9.** Indien aan de commissaris of de gedeputeerde een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 2.2.9, eerste lid.
**9.** Indien aan de commissaris of de gedeputeerde een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid.
**10.** Voor zover de commissaris of de gedeputeerde gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 2.2.9, eerste lid.
**10.** Voor zover de commissaris of de gedeputeerde gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid.
**11.** Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.
@ -326,7 +326,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
De kosten die de commissaris of gedeputeerde maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van de provincie, op voorwaarde dat gedeputeerde staten van oordeel zijn dat:
a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; of
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; en
c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.
@ -347,7 +347,7 @@ De gedeputeerde aan wie in verband met zwangerschap en bevalling of ziekte op gr
### Artikel 2.2.14
Op degene die op grond van artikel 76 van de Provinciewet met de waarneming van het ambt van commissaris is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 2.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de commissaris, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 2.2.3, 2.2.17, 2.2.18 en 2.2.19.
Op degene die op grond van artikel 76 van de Provinciewet met de waarneming van het ambt van commissaris is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 2.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de commissaris, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 2.2.3, 2.2.7, derde lid, 2.2.17, 2.2.18 en 2.2.19.
### Artikel 2.2.15
@ -463,7 +463,7 @@ b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in ar
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 2.2.7, eerste en vierde lid;
d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder a;
e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 2.2.7, derde lid;
f. de vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer en de reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid;
f. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid;
g. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, tweede lid, en 2.2.10, zesde lid;
h. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid;
i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2;
@ -499,7 +499,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de provincie gemaakt voor de uitoe
### Artikel 2.4.4
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 2.1.11, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 2.1.11, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 3. Gemeenten
@ -534,18 +534,18 @@ De gemeenten worden ingedeeld in inwonersklassen aan de hand van de volgende tab
| 8 | 150.001 375.000 |
| 9 | 375.001 of meer |
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
### Artikel 3.3
**1.**
Een gemeente gaat voor de toepassing van artikel 3.2 in verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op:
Een gemeente gaat voor de toepassing van artikel 3.2 in verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op:
a. 1 januari van het volgende jaar, of
a. 1 januari van het volgende jaar, of
b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarin zij is betrokken.
**2.** Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is.
**2.** Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is.
**3.** Voor gemeenten waarvan het aantal inwoners ten gevolge van grenscorrecties of wijziging van de gemeentelijke indeling wijziging heeft ondergaan, vindt de overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling. Hierbij geldt het aantal inwoners, zoals dit voor de eerste maal na die datum met inachtneming van die grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt openbaar gemaakt.
@ -575,10 +575,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
| inwonersklasse | Vergoeding voor de werkzaamheden |
| --- | --- |
| 1 | € 250,82 |
| 2 | € 396,33 |
| 3 | € 617,77 |
| 4 | € 990,55 |
| 1 4 | € 990,55 |
| 5 | € 1.288,33 |
| 6 | € 1.507,54 |
| 7 | € 1.711,54 |
@ -617,7 +614,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
### Artikel 3.1.5
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend.
@ -634,7 +631,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
### Artikel 3.1.6
**1.** Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden kosten van € 173,17 per maand.
**1.** Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden kosten van € 173,17 per maand.
**2.** Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
@ -689,7 +686,7 @@ In het geval een raadslid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke a
**2.**
Indien een raadslid op grond van artikel 75, tweede lid, van de Gemeentewet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast:
Indien een raadslid op grond van artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast:
a. wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van de gemeente aangevuld tot het bedrag waarop de bezoldiging van de burgemeester ingevolge artikel 3.2.1, eerste lid, is vastgesteld, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 3.2.1, tiende, elfde, onderscheidenlijk twaalfde lid;
b. ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, en
@ -699,7 +696,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 3.2.9, tweede lid, en
### Artikel 3.1.13
**1.** Artikel 3.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door de gemeenteraad toepassing is gegeven aan artikel 3.1.1, vijfde lid, dit raadslid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**1.** Artikel 3.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door de gemeenteraad toepassing is gegeven aan artikel 3.1.1, vijfde lid, dit raadslid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**2.** Artikel 3.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is.
@ -747,23 +744,25 @@ De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse w
**4.** Indien een gemeente op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 wordt geplaatst, of in verband met wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester en van de wethouder aan de hand van de tabel in het eerste, onderscheidenlijk derde lid aangepast.
**5.** De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde burgemeester en wethouders.
**5.** De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde burgemeester en wethouders zolang zij niet zijn herbenoemd.
**6.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het eerste en derde lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
**6.** De afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.4, eerste of tweede lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op de laatste dag van dat tijdvak in functie zijnde burgemeester zolang hij niet is herbenoemd.
**7.** Wanneer de burgemeester of wethouder in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand.
**7.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het eerste en derde lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
**8.** De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het derde lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
**8.** Wanneer de burgemeester of wethouder in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand.
**9.** Indien een wethouder gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, onder a of b, van de Gemeentewet tevens raadslid is, vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1.
**9.** De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het derde lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
**10.** De burgemeester en de wethouder ontvangen een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
**10.** Indien een wethouder gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, onder a of b, van de Gemeentewet tevens raadslid is, vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1.
**11.** De burgemeester en wethouders ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
**11.** De burgemeesters en de wethouder ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
**12.** Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de burgemeester en de wethouder een uitkering op dezelfde voet.
**12.** De burgemeester en wethouders ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
**13.** De burgemeester ontvangt ter aanvulling van de eindejaarsuitkering, bedoeld in het elfde lid, jaarlijks een bedrag van € 450, met dien verstande dat, indien de eindejaarsuitkering over minder dan twaalf maanden is opgebouwd, dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd.
**13.** Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de burgemeester en de wethouder een uitkering op dezelfde voet.
**14.** De burgemeester ontvangt ter aanvulling van de eindejaarsuitkering, bedoeld in het twaalfde lid, jaarlijks een bedrag van € 450, met dien verstande dat, indien de eindejaarsuitkering over minder dan twaalf maanden is opgebouwd, dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd.
### Artikel 3.2.2
@ -808,7 +807,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
### Artikel 3.2.5
**1.** Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 10.000.
**1.** Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 10.000.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien op de datum van de benoeming van de burgemeester in die andere gemeente, die andere gemeente weliswaar in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, maar op dat moment op grond van artikel 3.4 in een hogere inwonersklasse is geplaatst.
@ -882,9 +881,9 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
**8.** De burgemeester of de wethouder betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de gemeente.
**9.** Indien aan de burgemeester of de wethouder een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 3.2.9, eerste lid.
**9.** Indien aan de burgemeester of de wethouder een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid.
**10.** Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 3.2.9, eerste lid.
**10.** Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid.
**11.** Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.
@ -895,7 +894,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
De kosten die de burgemeester of de wethouder maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van de gemeente, op voorwaarde dat het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat:
a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; en
c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de burgemeester van een gemeente die zal worden opgeheven op grond van een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling. In dat geval komen op voorstel van de commissaris de kosten voor loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten van de burgemeester ten laste van het Rijk, mits de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit naar het oordeel van Onze Minister in de rede ligt in verband met het vinden van een andere werkkring en mits is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c.
@ -912,13 +911,13 @@ c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking k
### Artikel 3.2.13
De wethouder aan wie in verband met haar zwangerschap en bevalling of ziekte grond van artikel 45, eerste lid, van de Gemeentewet verlof is verleend, ontvangt in afwijking van artikel 2.2.6, tweede lid, een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling.
De wethouder aan wie in verband met haar zwangerschap en bevalling of ziekte grond van artikel 45, eerste lid, van de Gemeentewet verlof is verleend, ontvangt in afwijking van artikel 3.2.6, tweede lid, een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling.
#### Paragraaf 3. Overige bepalingen
### Artikel 3.2.14
**1.** Op degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 3.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de burgemeester, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2.3, 3.2.5, 3.2.17, 3.2.18 en 3.2.19.
**1.** Op degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 3.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de burgemeester, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2.3, 3.2.5, 3.2.7, derde lid, 3.2.17, 3.2.18 en 3.2.19.
**2.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester is van een andere gemeente, kan in afwijking van artikel 3.2.16 de verhouding waarin de bezoldiging en de overige financiële aanspraken op grond van afdeling 3.2 ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
@ -965,7 +964,7 @@ Indien de burgemeester langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen
**1.** De burgemeester wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
**2.** Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, eervol ontslag verleend.
**2.** Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, eervol ontslag verleend.
**3.**
@ -1053,7 +1052,7 @@ b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in ar
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 3.2.7, eerste en vierde lid;
d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder a;
e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 3.2.7, derde lid;
f. de vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer en de reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid;
f. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid;
g. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 3.2.7, vijfde lid, 3.2.8, tweede lid, en 3.2.10, zesde lid;
h. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.11, eerste lid;
i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 3.3.2;
@ -1078,7 +1077,7 @@ Aan een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering van de commissie ten last
| 100.001 250.000 | € 129,58 |
| 250.001 of meer | € 164,28 |
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
### Artikel 3.4.2
@ -1100,7 +1099,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoef
### Artikel 3.4.4
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 3.1.11, 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3, 3.3.6, 3.3.7 en 3.3.8 van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 3.1.11, 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3, 3.3.4, 3.3.6, 3.3.7 en 3.3.8 van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 4. Waterschappen
@ -1151,7 +1150,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate
### Artikel 4.1.1
**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een vergoeding voor de werkzaamheden van € 492,68 per maand.
**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een vergoeding voor de werkzaamheden van € 492,68 per maand.
**2.** Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
@ -1183,7 +1182,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate
### Artikel 4.1.5
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand.
**2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend.
@ -1251,7 +1250,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikele
### Artikel 4.1.13
**1.** Artikel 4.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door het algemeen bestuur toepassing is gegeven aan artikel 4.1.1, vierde lid, dit lid van het algemeen bestuur een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**1.** Artikel 4.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door het algemeen bestuur toepassing is gegeven aan artikel 4.1.1, vierde lid, dit lid van het algemeen bestuur een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
**2.** Artikel 4.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is.
@ -1271,7 +1270,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikele
**4.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het tweede en derde lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
**5.** De voorzitter en een lid van het dagelijks bestuur ontvangen een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
**5.** De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
**6.** De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.
@ -1328,7 +1327,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
**1.** De voorzitter ontvangt een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van € 394,09 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
**2.** Het lid van het dagelijks bestuur ontvangt een vergoeding van € 362,56 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. Indien een lid van het dagelijks bestuur gedurende onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, ontvangt hij voor die tijd een vergoeding van € 394,09 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten.
**2.** Het lid van het dagelijks bestuur ontvangt een vergoeding van € 362,56 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. Indien een lid van het dagelijks bestuur gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, ontvangt hij voor die tijd een vergoeding van € 394,09 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten.
**3.** Wanneer de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de vergoeding, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voor die maand naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand genoten.
@ -1371,7 +1370,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt
**8.** De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigene bijdrage per maand aan het waterschap.
**9.** Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 4.2.9, eerste lid.
**9.** Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
**10.** Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
@ -1384,7 +1383,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt
De kosten die de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van het waterschap, op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van oordeel is dat:
a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, of
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, en
c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.
@ -1435,7 +1434,7 @@ Indien de voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zi
**1.** De voorzitter wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
**2.** Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend.
**2.** Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend.
**3.**
@ -1521,7 +1520,7 @@ Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f,
a. de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6;
b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10;
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid;
d. de vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer en de reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid;
d. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid;
e. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
f. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid;
g. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2;
@ -1557,23 +1556,23 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen het waterschap gemaakt voor de uit
### Artikel 4.4.4
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.3.6, 4.3.7 en 4.3.8 van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.3.6, 4.3.7 en 4.3.8 van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 5.1
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.1, eerste lid, en 2.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.1, eerste lid, en 2.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**2.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
**2.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
**3.** Artikel 9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de statenleden ten behoeve waarvan gedeputeerde staten op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit één of meer collectieve verzekeringen hebben afgesloten.
**4.** Artikel 8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing op de commissaris van de Koning die voor die datum is benoemd.
**5.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.1, eerste lid, en 3.4.1, eerste lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**5.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.1, eerste lid, en 3.4.1, eerste lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**6.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
**6.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
**7.** Artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de raadsleden ten behoeve waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden één of meer collectieve verzekeringen heeft afgesloten.
@ -1581,15 +1580,25 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3,
**9.** Artikel 14b van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de burgemeester aan wie voor die datum een aanvulling is toegekend als bedoeld in dat artikel 14b.
**10.** Ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 is ontslagen en vervolgens wordt benoemd in een andere gemeente, blijft artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing in plaats van artikel 3.2.5 van dit besluit.
**10.** Ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 is ontslagen en vervolgens wordt benoemd in een andere gemeente, blijft artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing in plaats van artikel 3.2.5 van dit besluit.
**11.** Ten aanzien van de burgemeester die voor 1 januari 2019 eervol is ontslagen of niet is herbenoemd en ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 eervol is ontslagen, blijft artikel 16, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing.
**11.** Ten aanzien van de burgemeester die voor 1 januari 2019 eervol is ontslagen of niet is herbenoemd en ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 eervol is ontslagen, blijft artikel 16, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing.
**12.** Artikel 31, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing op de burgemeester die voor die datum is benoemd.
**12.** Zolang een burgemeester niet is ontslagen of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 30, tweede en vierde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.
**13.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.1, eerste lid, en 4.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**13.** Artikel 31, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing op de burgemeester die voor die datum is benoemd.
**14.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.6, eerste lid, en 4.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
**14.** Zolang een wethouder niet is afgetreden of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 27a, tweede en vierde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.
**15.** Zolang een raads- of commissielid niet is afgetreden of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 7a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.
**16.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.1, eerste lid, en 4.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**17.** Ten aanzien van de leden van gedeputeerde staten die op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 2 in functie waren, blijven de regels die zijn gesteld bij of krachtens het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, zoals die op die dag luidden, van toepassing tot het tijdstip waarop deze leden op grond van artikel 41, eerste lid, van de Provinciewet aftreden.
**18.** Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur van de waterschappen die op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 in functie waren, blijven de regels die zijn gesteld bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Waterschapsbesluit, zoals die op die dag luidden, van toepassing tot het tijdstip waarop deze leden op grond van artikel 41, vierde lid, van de Waterschapswet aftreden.
**19.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.6, eerste lid, en 4.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
### Artikel 5.2
@ -1599,9 +1608,9 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3,
**3.** Het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning wordt ingetrokken.
**4.** Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden (Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken;
**4.** Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden (Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken;
**5.** Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin (Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken;
**5.** Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin (Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken;
**6.** Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt ingetrokken.
@ -1615,11 +1624,13 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3,
### Artikel 5.3
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
**2.** In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.
**2.** In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, derde lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid en 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, tweede lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid en 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020.
**4.** Artikel 3.1.9 werkt terug tot en met 29 maart 2018.
### Artikel 5.4