diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md index 607e2289ec8..4354939bcbd 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md @@ -132,7 +132,7 @@ Als dienstbetrekking wordt voorts beschouwd de arbeidsverhouding van degene die ### Artikel 3a -Ingeval degene die ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan periodieke uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand verstrekt, bij het vaststellen van de hoogte van die uitkeringen rekening houdt met een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende uitkering of verstrekking in de zin van artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, niet zijnde een termijn van lijfrente, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt deze geacht die uit het familierecht voortvloeiende uitkering of verstrekking als loon in geld ingevolge de Wet werk en bijstand te verstrekken. +Ingeval degene die ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan periodieke uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren verstrekt, bij het vaststellen van de hoogte van die uitkeringen rekening houdt met een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende uitkering of verstrekking in de zin van artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, niet zijnde een termijn van lijfrente, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt deze geacht die uit het familierecht voortvloeiende uitkering of verstrekking als loon in geld ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren te verstrekken. ### Artikel 4 @@ -153,7 +153,7 @@ Vervallen Bij ministeriële regeling worden loonbelastingtabellen vastgesteld voor: a. uitvoerders van aangenomen werk, hun hulpen, degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2b of artikel 2c als dienstbetrekking wordt beschouwd en bij ministeriële regeling aangewezen sekswerkers wier arbeidsverhouding op grond van artikel 2g als dienstbetrekking wordt beschouwd; -b. degenen die uitkeringen ontvangen ingevolge de Wet werk en bijstand. +b. degenen die uitkeringen ontvangen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren. **2.** De belasting naar het belastbare loon dat wordt genoten door de in het eerste lid bedoelde werknemers, bedraagt het in de voor hen geldende loonbelastingtabel aangewezen percentage van het tabelloon, met dien verstande dat dit percentage wordt verhoogd tot 52 ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, van de wet, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten. @@ -447,7 +447,7 @@ c. uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, d. uitkeringen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en ingevolge de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet; e. uitkeringen ingevolge artikel 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten; f. uitkeringen ingevolge de Algemene Oorlogsongevallenregeling (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946 (nr. 48) en de beschikking van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van 5 november 1946, nr. 6 (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946, nr. 118), alsmede op deze uitkeringen betrekking hebbende toe- en bijslagen; -g. uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand alsmede de in artikel 3a bedoelde uit het familierecht voortvloeiende periodieke uitkeringen of verstrekkingen; +g. uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren alsmede de in artikel 3a bedoelde uit het familierecht voortvloeiende periodieke uitkeringen of verstrekkingen; h. uitkeringen ingevolge de Werkloosheidswet; i. uitkeringen uit de Stichting 1940-1945, de Stichting Friesland 1940-1945 en de Stichting Hulp voor nagelaten betrekkingen voor illegale strijders (Stichting Sneek 1940-1945); j. uitkeringen uit de Stichting Notarieel Pensioenfonds te 's-Gravenhage; @@ -469,7 +469,7 @@ Ten aanzien van de werknemer die niet in Nederland woont en die werkzaamheden ve ### Artikel 12 -Ten aanzien van de in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten ander dan uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23 van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon. +Ten aanzien van de in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten ander dan uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23 van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon. ## Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (