2020-03-01 | BWBR0010388 | Wet op het notarisambt
This commit is contained in:
parent
d1e3953de3
commit
842ca6b2ff
1 changed files with 12 additions and 10 deletions
|
|
@ -27,7 +27,7 @@ f. protocol: de minuten, notariële verklaringen, registers, afschriften, repert
|
|||
g. grosse: een in executoriale vorm uitgegeven afschrift of uittreksel van een notariële akte;
|
||||
h. deeltijd: de werktijd die korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat;
|
||||
i. de KNB: de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, bedoeld in artikel 60;
|
||||
j. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
j. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;
|
||||
k. verordening: een verordening als bedoeld in artikel 89;
|
||||
l. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,7 +117,7 @@ Voor de benoembaarheid tot notaris is vereist:
|
|||
|
||||
a. dat
|
||||
|
||||
1°. hem op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Bachelor op het gebied van het notarieel recht en tevens de graad Master op het gebied van het notarieel recht zijn verleend, of
|
||||
1°. hem op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Master op het gebied van het notarieel recht is verleend, of
|
||||
2°. hij het recht heeft verkregen om de titel meester te voeren op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het notarieel recht aan een universiteit of de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
b. dat hij:
|
||||
|
||||
|
|
@ -316,7 +316,7 @@ Notariële akten die uiterste wilsbeschikkingen inhouden, bevatten geen andere r
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De notaris is, voorzover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald, ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt tot geheimhouding verplicht. Dezelfde verplichting geldt voor de personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn voor al hetgeen waarvan zij kennis dragen uit hoofde van hun werkzaamheid.
|
||||
**1.** De notaris is, voorzover niet bij wet anders is bepaald, ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt tot geheimhouding verplicht. Dezelfde verplichting geldt voor de personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn voor al hetgeen waarvan zij kennis dragen uit hoofde van hun werkzaamheid.
|
||||
|
||||
**2.** De geheimhoudingsplicht van de notaris en van de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen blijft ook bestaan na beëindiging van het ambt of de betrekking waarin de werkzaamheid is verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -863,7 +863,7 @@ c. verklaringen van erfrecht indien het saldo van de boedel minder bedraagt dan
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 12 van de Archiefwet 1995 geldt dat de protocollen die ouder zijn dan vijfenzeventig jaar, met uitzondering van de akten betreffende uiterste willen, en die in een algemene bewaarplaats berusten, binnen een tijdvak van tien jaar naar de bij of krachtens die wet voor de bewaring daarvan aangewezen rijksarchiefbewaarplaats worden overgebracht. Akten betreffende uiterste willen die ouder zijn dan honderd jaar worden binnen een tijdvak van tien jaar naar de rijksarchiefbewaarplaats overgebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zijn gezamenlijk bevoegd over de overbrenging van protocollen uit algemene bewaarplaatsen naar de in die wet bedoelde rijksarchiefbewaarplaatsen nadere regels te stellen.
|
||||
**2.** Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn gezamenlijk bevoegd over de overbrenging van protocollen uit algemene bewaarplaatsen naar de in die wet bedoelde rijksarchiefbewaarplaatsen nadere regels te stellen.
|
||||
|
||||
## Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -885,9 +885,11 @@ De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie is een openbaar lichaam in de zin v
|
|||
|
||||
**2.** Op het verrichten van de kwaliteitstoetsen en de krachtens het eerste lid aangewezen personen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:14, 5:15, eerste en derde lid, 5:16, 5:17, 5:18 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Ten behoeve van het verrichten van de kwaliteitstoetsen door de aangewezen personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.
|
||||
**3.** Bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming kunnen worden verwerkt door de krachtens het eerste lid aangewezen deskundigen, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van kwaliteitstoetsen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende het verrichten van de kwaliteitstoetsen.
|
||||
**4.** Ten behoeve van het verrichten van de kwaliteitstoetsen door de aangewezen personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.
|
||||
|
||||
**5.** Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende het verrichten van de kwaliteitstoetsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
|
|
@ -1196,7 +1198,7 @@ c. de KNB.
|
|||
|
||||
**15.** Tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht, kan de klager binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen bij de kamer voor het notariaat. Hij dient gemotiveerd aan te geven met welke overwegingen van de voorzitter hij zich niet kan verenigen. Hij kan daarbij vragen over zijn verzet te worden gehoord.
|
||||
|
||||
**16.** Indien overeenkomstig het negende lid verzet is gedaan tegen de beslissing van de voorzitter, wijst deze een plaatsvervanger aan om hem bij de behandeling van het verzet te vervangen.
|
||||
**16.** Indien overeenkomstig het vijftiende lid verzet is gedaan tegen de beslissing van de voorzitter, wijst deze een plaatsvervanger aan om hem bij de behandeling van het verzet te vervangen.
|
||||
|
||||
**17.** Ten gevolge van het verzet vervalt de beslissing, tenzij de kamer voor het notariaat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1547,15 +1549,15 @@ Artikel 48 is uitsluitend van toepassing op verzoeken die worden gedaan na het t
|
|||
|
||||
**1.** De vereniging genaamd Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en gevestigd te 's-Gravenhage wordt van rechtswege ontbonden op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en wordt van rechtswege onder algemene titel opgevolgd door de KNB. Het bestuur van de KNB is bevoegd tot het nemen van alle maatregelen en beslissingen die uit de rechtsopvolging voortvloeien.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers van Justitie en van Economische Zaken stellen gedurende een periode van drie jaar na inwerkingtreding van de wet gezamenlijk jaarlijks bij ministeriële regeling tarieven of een tarievenstelsel vast ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt. Die regeling laat artikel 56 onverlet. Het is de notaris verboden aan de cliënt een honorarium in rekening te brengen dat niet in overeenstemming is met die ministeriële regeling. Artikel 54 is niet van toepassing gedurende die periode.
|
||||
**2.** Onze Ministers voor Rechtsbescherming en van Economische Zaken en Klimaat stellen gedurende een periode van drie jaar na inwerkingtreding van de wet gezamenlijk jaarlijks bij ministeriële regeling tarieven of een tarievenstelsel vast ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt. Die regeling laat artikel 56 onverlet. Het is de notaris verboden aan de cliënt een honorarium in rekening te brengen dat niet in overeenstemming is met die ministeriële regeling. Artikel 54 is niet van toepassing gedurende die periode.
|
||||
|
||||
**3.** De tarieven worden zodanig vastgesteld dat een geleidelijke overgang wordt bewerkstelligd naar een vrije tariefsvorming. Daarbij wordt rekening gehouden met de notariële tarieven voor ambtshandelingen, zoals deze laatstelijk hebben gegolden krachtens artikel 59 van de statuten van de voormalige vereniging Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken zo spoedig mogelijk na verloop van een periode van twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de gevolgen van de overgangsregeling van het tweede en derde lid betreffende de continuïteit en de toegankelijkheid van de notariële dienstverlening in die periode. In het verslag worden de in artikel 128 bedoelde rapporten over die periode verwerkt. Het verslag bevat tevens een conclusie met betrekking tot de vraag of er aanleiding is tot toepassing van artikel 54 na het einde van de overgangsregeling.
|
||||
**4.** Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat zo spoedig mogelijk na verloop van een periode van twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de gevolgen van de overgangsregeling van het tweede en derde lid betreffende de continuïteit en de toegankelijkheid van de notariële dienstverlening in die periode. In het verslag worden de in artikel 128 bedoelde rapporten over die periode verwerkt. Het verslag bevat tevens een conclusie met betrekking tot de vraag of er aanleiding is tot toepassing van artikel 54 na het einde van de overgangsregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister benoemt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken een commissie van drie leden, waarvan een onafhankelijke voorzitter deel uitmaakt. Deze commissie heeft tot taak om gedurende de overgangsperiode van artikel 127, tweede lid, ieder jaar aan Onze Ministers van Justitie en van Economische Zaken en aan de Staten-Generaal een rapport uit te brengen over de gevolgen van de wet, in het bijzonder met betrekking tot haar doeltreffendheid ter zake van de bedrijfsvoering van het notariaat, de kwaliteit van de notariële dienstverlening, de continuïteit en de toegankelijkheid van het notariaat en de ontwikkeling van de tarieven.
|
||||
**1.** Onze Minister benoemt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat een commissie van drie leden, waarvan een onafhankelijke voorzitter deel uitmaakt. Deze commissie heeft tot taak om gedurende de overgangsperiode van artikel 127, tweede lid, ieder jaar aan Onze Ministers voor Rechtsbescherming en van Economische Zaken en Klimaat en aan de Staten-Generaal een rapport uit te brengen over de gevolgen van de wet, in het bijzonder met betrekking tot haar doeltreffendheid ter zake van de bedrijfsvoering van het notariaat, de kwaliteit van de notariële dienstverlening, de continuïteit en de toegankelijkheid van het notariaat en de ontwikkeling van de tarieven.
|
||||
|
||||
**2.** De commissie stelt alle personen en organisaties die belang hebben bij of betrokken zijn bij de toepassing van de wet in de gelegenheid om haar gegevens te verschaffen en zich over de werking van de wet uit te spreken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue