2021-11-27 | BWBR0036702 | Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
This commit is contained in:
parent
8cd6fa170f
commit
84392f2d25
1 changed files with 41 additions and 49 deletions
|
|
@ -73,6 +73,8 @@ b. verwerven van onroerende zaken die verband houden met werkzaamheden die behor
|
|||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde worden onder woongelegenheden, gebouwen en onroerende zaken mede verstaan hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Overige algemene bepalingen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Wooncoöperaties
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -441,6 +443,26 @@ c. onder een beding als bedoeld in het bepaalde bij en krachtens het eerste lid,
|
|||
|
||||
**3.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, wordt met ingang van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd met het percentage waarmee per gelijke datum het in artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag wordt gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De goedkeuring, bedoeld in artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, is niet vereist, voor zover het betrokken besluit van het bestuur betreft:
|
||||
|
|
@ -787,21 +809,7 @@ f. haar voornemens met betrekking tot de huisvesting van de categorieën van per
|
|||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
De goedkeuring, bedoeld in artikel 44c, van de wet, is niet vereist voor:
|
||||
|
||||
a. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel b, van de wet die niet behoren tot diensten van algemeen economisch belang, met uitzondering van werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van herstructurering;
|
||||
b. herstructurering, waarvan de gemiddelde investeringskosten per woning minder bedragen dan of gelijk zijn aan het in als bedoeld in artikel 3 Besluit vermindering verhuurderheffing 2014 laatstgenoemde bedrag;
|
||||
c. het verwerven van voor permanent verblijf bedoelde woongelegenheden en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden indien de toegelaten instelling daar contractueel toe gehouden is jegens een derde aan wie de toegelaten instelling deze eerder heeft vervreemd;
|
||||
d. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel h, van de wet;
|
||||
e. het verhuren van gebouwen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van de wet en van gebouwen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel g, van de wet, alsmede, voor zover daarmee verband houdende, de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel i, van de wet;
|
||||
f. de werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang, die bestaan uit het verwerven van onroerende zaken die verband houden met werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang van een andere toegelaten instelling en waarbij,
|
||||
|
||||
1°. per investering het bruto-vloeroppervlak van die onroerende zaken niet meer bedraagt dan 25% van het bruto-vloeroppervlak van alle van die investering deel uitmakende onroerende zaken, tot welk oppervlak mede behoort het vloeroppervlak van de bij die onroerende zaken behorende overdekte parkeervoorzieningen en de oppervlakte van de bij die onroerende zaken behorende overige parkeervoorzieningen, en,
|
||||
2°. de andere van de investering deel uitmakende onroerende zaken verband houden met werkzaamheden die behoren tot de diensten van algemeen economisch belang;
|
||||
g. het vervreemden van woongelegenheden als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, of gebouwen als bedoeld in onderdeel d of g, van de wet;
|
||||
h. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel j, van de wet;
|
||||
i. werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang die bestaan uit herstructurering die in hoofdzaak plaatsvindt op grond die voor 1 januari 2015 door de toegelaten instelling is verworven of aan de toegelaten instelling in erfpacht is uitgegeven;
|
||||
j. werkzaamheden waarvan Onze Minister op verzoek van de toegelaten instelling heeft vastgesteld dat, gelet op de aard en de omvang van de werkzaamheden, het evident is dat anderen dan toegelaten instellingen of samenwerkingsvennootschappen de werkzaamheden niet wensen te verrichten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -809,41 +817,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verklaring, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, onderdeel c, van de wet, houdt mede in dat de colleges, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
|
||||
|
||||
a. met de algemene bekendmaking, bedoeld in laatstgenoemd onderdeel, dezelfde inlichtingen over de in artikel 44c, eerste lid, aanhef, van de wet bedoelde voornemens hebben verstrekt aan alle ontvangers daarvan en
|
||||
b. wijzigingen van die voornemens of de voorwaarden waaronder zij zouden moeten worden uitgevoerd onverwijld, door middel van een algemene bekendmaking langs elektronische weg die voldoet aan onderdeel a, aan alle ontvangers, bedoeld in onderdeel a, hebben medegedeeld, en die ontvangers in de gelegenheid hebben gesteld aan die colleges kenbaar te maken of zij die voornemens in hun gewijzigde vorm wensen uit te voeren.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften of nadere voorschriften worden gegeven omtrent hetgeen een verklaring als bedoeld in artikel 44c, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de wet dient te omvatten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De toegelaten instelling trekt de financiële middelen voor de uitvoering van de voornemens, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, aanhef, van de wet, uitsluitend aan bij categorieën van instellingen als bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 13, eerste en tweede lid, en zonder gebruikmaking van de borgingsvoorziening. Zij kan uitsluitend op een andere wijze financiële middelen voor die uitvoering inzetten:
|
||||
|
||||
a. in geval van herstructurering of
|
||||
b. indien zij ten overstaan van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen gevolg kan geven aan de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** De toegelaten instelling stelt ten behoeve van toepassing van het eerste lid, tweede volzin, een voorziening in, ten laste waarvan zij een interne lening verstrekt, die aan de niet-daeb-tak ten goede komt. Op het rentepercentage van die lening is het bepaalde bij en krachtens artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De voorziening, bedoeld in het tweede lid, bevat uitsluitend de netto-opbrengsten van vervreemdingen op 1 januari 2012 of nadien van woongelegenheden als bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van de wet, verminderd met het per jaar aan die woongelegenheden toe te rekenen deel van de leningen, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdeel f, welk deel verhoudingsgewijs gelijk is aan het quotiënt van het totaalbedrag van die leningen en dat van de WOZ-waarde van die woongelegenheden, welke totaalbedragen blijken uit de voor dat jaar vastgestelde balans van de toegelaten instelling. De voorziening bevat die aldus verminderde netto-opbrengsten voorts uitsluitend, voor zover er een batig saldo over het betrokken jaar is uit de verhuur en de vervreemding van woongelegenheden als bedoeld in de eerste volzin, bepaald op grond van waardering van die woongelegenheden tegen de modelmatige marktwaarde. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarlijks aan de voorziening toe te voegen middelen.
|
||||
|
||||
**4.** Op de aflossing van de lening, bedoeld in het tweede lid, is artikel 70, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
Onze Minister onthoudt zijn goedkeuring op grond van artikel 44c, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de wet, indien blijkens de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, van dat artikel, naar het oordeel van Onze Minister niet aannemelijk is dat:
|
||||
|
||||
a. bij toepassing van artikel 44, eerste lid, tweede volzin, en tweede, derde en vierde lid, een rendement op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de wet, wordt behaald dat ten minste gelijk is aan een bij ministeriële regeling te bepalen rendement dat kan worden behaald bij toepassing van artikel 44, eerste lid, eerste volzin, en dat verschillend kan worden bepaald naar gelang de aard van die werkzaamheden;
|
||||
b. bij het verrichten van die werkzaamheden, ingevolge bij ministeriële regeling daaromtrent te geven voorschriften, voldoende financiële middelen beschikbaar zullen zijn om andere werkzaamheden van de toegelaten instelling die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang te kunnen verrichten of
|
||||
c. bij het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de wet, de financiële continuïteit van de toegelaten instelling voldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan zijn goedkeuring aan een voornemen als bedoeld in artikel 44c, eerste lid, aanhef, van de wet onthouden, indien de toegelaten instelling niet voldoet aan artikel 44.
|
||||
#### Paragraaf 5. Erfpacht
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Het gebied van de volkshuisvesting
|
||||
|
||||
|
|
@ -946,6 +930,10 @@ b. zal verbouwen tot onroerende zaken die verband houden met werkzaamheden op he
|
|||
|
||||
**4.** De werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel d, van de wet, en de werkzaamheden ten aanzien van welke Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het tweede lid, behoren alle tot de diensten van algemeen economisch belang.
|
||||
|
||||
### Artikel 49a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
De toegelaten instelling kan met betrekking tot ten hoogste 10% van het bruto-vloeroppervlak van haar gebouwen, bedoeld in artikel 49, eerste lid, overeenkomsten van huur en verhuur aangaan met anderen dan die, bedoeld in artikel 48, zesde lid, van de wet. Tot het bruto-vloeroppervlak, bedoeld in de eerste volzin, behoort mede het vloeroppervlak van de bij die gebouwen behorende overdekte parkeervoorzieningen en de oppervlakte van de bij die gebouwen behorende overige parkeervoorzieningen.
|
||||
|
|
@ -1156,6 +1144,10 @@ b. vreemdelingen die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde ti
|
|||
|
||||
**6.** Onze Minister beoordeelt jaarlijks voor 1 december of de toegelaten instelling in het aan die datum voorafgaande jaar dit artikel en artikel 56 heeft nageleefd of doen naleven, en verstrekt dat oordeel aan de toegelaten instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 54a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** De administratie van de toegelaten instelling of een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 54, derde lid, is zodanig, dat een juiste, volledige en tijdige vastlegging daarin is gewaarborgd van de gegevens met betrekking tot het huishoudinkomen. Die gegevens worden voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens artikel 46, tweede lid, van de wet voor een kalenderjaar niet langer daarin bewaard dan tot het tijdstip dat de compensatie over dat kalenderjaar voor werkzaamheden van de toegelaten instelling die behoren tot de diensten van algemeen economisch belang onherroepelijk is komen vast te staan.
|
||||
|
|
@ -1366,7 +1358,7 @@ kan Onze Minister de compensatie, uitsluitend terstond nadat hij heeft vastgeste
|
|||
|
||||
**1.** De toegelaten instellingen op welke artikel 49, eerste lid, eerste volzin, van de wet ingevolge de tweede volzin van dat lid niet van toepassing is, delen door middel van het opstellen van een kostenverdeelstaat jaarlijks hun baten en lasten toe aan werkzaamheden die behoren respectievelijk niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang. Daarbij maken zij inzichtelijk dat de compensatie uitsluitend ten goede is gekomen aan werkzaamheden die behoren tot de diensten van algemeen economisch belang.
|
||||
|
||||
**2.** Op toegelaten instellingen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 44, tweede, derde en vierde lid, 45, eerste lid, onderdeel a, zinsnede «en tweede, derde en vierde lid,», 66, 67, 69, vierde lid, 70 tot en met 78, 79, tweede lid, en 80, vierde lid, niet van toepassing.
|
||||
**2.** Op toegelaten instellingen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 13a, tweede, derde en vierde lid, 66, 67, 69, vierde lid, 70 tot en met 78, 79, tweede lid, en 80, vierde lid, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1411,7 +1403,7 @@ c. haar woongelegenheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen c en d,
|
|||
d. haar bestaande en geprojecteerde gebouwen, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel d, van de wet alsmede haar niet verhuurde gebouwen die laatstelijk waren verhuurd overeenkomstig dat artikel;
|
||||
e. haar onbebouwde grond, voor zover daarop ingevolge een bestemmingsplan woningbouw zal moeten plaatsvinden, en zij, blijkens het overzicht, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, onderdeel a, van de wet, voornemens is daarop binnen vijf jaar na het ingangstijdstip, bedoeld in artikel II, vierde lid, tweede of derde volzin, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, indien zij die grond op dat tijdstip in eigendom had, of binnen vijf jaar na het verwerven van die grond woongelegenheden te doen bouwen, van welke ten minste 90% zal behoren tot de woongelegenheden, bedoeld in onderdeel a;
|
||||
f. de door haar aangetrokken leningen met gebruikmaking van de borgingsvoorziening, of van borgstelling daarvan door overheden;
|
||||
g. de voorziening, bedoeld in artikel 44, tweede lid;
|
||||
g. de voorziening, bedoeld in artikel 13a, tweede lid;
|
||||
h. haar financieel waardeerbare rechten en verplichtingen uit hoofde van bedingen die betrekking hebben op een opvolgende vervreemding door de verkrijger van een woongelegenheid van de toegelaten instelling, indien die woongelegenheid op het tijdstip dat deze laatstelijk door de toegelaten instelling werd verhuurd, was aan te merken als een woongelegenheid als bedoeld in onderdeel a of c, en is vervreemd aan een natuurlijke persoon, en
|
||||
i. haar baten en lasten, naar de mate waarin zij betrekking hebben op activa of passiva als bedoeld in de onderdelen a tot en met h, of, voor zover die baten en lasten niet aldus aan activa of passiva kunnen worden gerelateerd, jaarlijks het deel van die baten en lasten dat verhoudingsgewijs gelijk is aan het aandeel van de onroerende zaken, bedoeld in de onderdelen a tot en met e, in het totaal van haar onroerende zaken, welk aandeel en totaal blijken uit haar laatstelijk vastgestelde balans.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1472,7 +1464,7 @@ b. voor zover die herstructurering bestaat uit werkzaamheden als bedoeld in arti
|
|||
|
||||
**1.** Overdrachten door de toegelaten instelling tussen haar daeb-tak en haar niet-daeb-tak van garanties of rechten van pand of hypotheek op zaken en daarmee verbonden rechten na het tijdstip waarop artikel I van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting in werking is getreden leiden op generlei wijze tot een wijziging voor derden in het kunnen inroepen van hun rechten jegens de toegelaten instelling.
|
||||
|
||||
**2.** De toegelaten instelling verschaft vanuit haar daeb-tak niet anderszins financiële middelen aan haar niet-daeb-tak dan door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 44, tweede lid, een interne startlening als bedoeld in artikel 70, eerste lid, of een interne lening als bedoeld in artikel 79, tweede lid, onderdeel a. Zij verschaft vanuit haar daeb-tak geen garanties aan haar niet-daeb-tak.
|
||||
**2.** De toegelaten instelling verschaft vanuit haar daeb-tak niet anderszins financiële middelen aan haar niet-daeb-tak dan door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, een interne startlening als bedoeld in artikel 70, eerste lid, of een interne lening als bedoeld in artikel 79, tweede lid, onderdeel a. Zij verschaft vanuit haar daeb-tak geen garanties aan haar niet-daeb-tak.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1508,7 +1500,7 @@ De administratie van de toegelaten instelling wordt met inachtneming van het bep
|
|||
Het verzoek om goedkeuring van de voorgenomen administratieve scheiding gaat in elk geval vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. het voorstel, bedoeld in artikel II, derde lid, tweede volzin, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, en een schriftelijke toelichting daarop;
|
||||
b. de gegevens over de beoogde toepassing van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 44, 70 en 71;
|
||||
b. de gegevens over de beoogde toepassing van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 13a, 70 en 71;
|
||||
c. de zienswijzen daarop van de personen en instanties, bedoeld in artikel 73, eerste lid, en, in geval van een negatieve zodanige zienswijze, een onderbouwde reactie daarop van de toegelaten instelling, dan wel, bij het uitgebleven zijn van een zienswijze, bescheiden waaruit blijkt dat zij om die zienswijze heeft gevraagd;
|
||||
d. de adviezen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op het overleg huurders verhuurder, en, in geval van een negatief zodanig advies, een onderbouwde reactie daarop van de toegelaten instelling, dan wel, bij het uitgebleven zijn van een advies, bescheiden waaruit blijkt dat zij om dat advies heeft gevraagd en
|
||||
e. de balans van de toegelaten instelling zoals zij die na de goedkeuring van die scheiding beoogt in te richten.
|
||||
|
|
@ -1561,7 +1553,7 @@ b. de zienswijze van een college als bedoeld in artikel 73, eerste lid, daartoe
|
|||
|
||||
In een geval als bedoeld in het eerste lid brengt de toegelaten instelling in haar niet-daeb-tak onder:
|
||||
|
||||
a. de betrokken woongelegenheden, tegen hun modelmatige marktwaarde, onder een gelijktijdige verrekening tussen haar niet-daeb-tak en haar daeb-tak waarmee een geldbedrag gemoeid is dat hetzij gelijk is aan die modelmatige marktwaarde, hetzij lager is dan die modelmatige marktwaarde, in welk geval zij voorts tegelijkertijd ten laste van de voorziening, bedoeld in artikel 44, tweede lid, een interne lening verstrekt welke aan de niet-daeb-tak ten goede komt, ter hoogte van het verschil tussen het verrekende bedrag en die modelmatige marktwaarde, welke lening een rentepercentage heeft dat gelijk is aan de op het tijdstip van verstrekking daarvan geldende rente op tienjarige staatsleningen, vermeerderd met een bij ministeriële regeling te bepalen percentage, en wordt afgelost onder overeenkomstige toepassing van artikel 10, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, en
|
||||
a. de betrokken woongelegenheden, tegen hun modelmatige marktwaarde, onder een gelijktijdige verrekening tussen haar niet-daeb-tak en haar daeb-tak waarmee een geldbedrag gemoeid is dat hetzij gelijk is aan die modelmatige marktwaarde, hetzij lager is dan die modelmatige marktwaarde, in welk geval zij voorts tegelijkertijd ten laste van de voorziening, bedoeld in artikel 13a, tweede lid, een interne lening verstrekt welke aan de niet-daeb-tak ten goede komt, ter hoogte van het verschil tussen het verrekende bedrag en die modelmatige marktwaarde, welke lening een rentepercentage heeft dat gelijk is aan de op het tijdstip van verstrekking daarvan geldende rente op tienjarige staatsleningen, vermeerderd met een bij ministeriële regeling te bepalen percentage, en wordt afgelost onder overeenkomstige toepassing van artikel 10, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, en
|
||||
b. de aan die woongelegenheden toe te rekenen gedeelten van de verplichtingen, baten en lasten, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen f, h en i.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
|
@ -2129,7 +2121,7 @@ b. de helft van het ingevolge de tweede volzin van het eerste lid begrote bedrag
|
|||
Onze Minister stelt de betrokken raden van commissarissen en besturen van dochtermaatschappijen op de hoogte van:
|
||||
|
||||
a. zijn voornemens om toepassing te geven aan artikel 19, vierde lid, 48, zevende lid, 61d, 61g, eerste, tweede of derde lid, 61h, eerste lid, 104a, eerste lid, 105, eerste lid, of 120b van de wet, alsmede zijn besluiten daartoe;
|
||||
b. zijn voornemens om een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, 27, eerste lid, 41b, eerste lid, 44c, eerste lid, 50b, eerste lid, of 53, tweede lid, eerste volzin, van de wet, of in artikel II, derde lid, eerste volzin, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, niet te verlenen, alsmede zijn besluiten daartoe;
|
||||
b. zijn voornemens om een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, 27, eerste lid, 41b, eerste lid, 50b, eerste lid, of 53, tweede lid, eerste volzin, van de wet, of in artikel II, derde lid, eerste volzin, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, niet te verlenen, alsmede zijn besluiten daartoe;
|
||||
c. zijn activiteiten en voorgenomen activiteiten jegens toegelaten instellingen ten aanzien van welke een situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet of 57, eerste lid, onderdeel a, van de wet van toepassing is;
|
||||
d. de saneringsplannen die hij heeft goedgekeurd;
|
||||
e. zijn oordeel over de stukken, bedoeld in artikel 38, eerste, tweede en derde lid, van de wet, indien daaruit kan worden opgemaakt dat hij van oordeel is dat de betrokken toegelaten instellingen schade aan het belang van de volkshuisvesting hebben berokkend, en
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue