From 843988b9d16a993a7212bc0e667d88ff04ddc12d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-10-01 | BWBR0004259 | Bekostigingsbesluit WEC --- .../BWBR0004259/README.md | 59 ++++++++++++------- 1 file changed, 37 insertions(+), 22 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md index ce4b5f3f70a..1288a82232d 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md @@ -174,9 +174,13 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en **3.** De directeur doet in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, indien hem bekend is op welke andere school, school voor ander onderwijs of instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel *c*, van de Leerplichtwet 1969 de leerling was ingeschreven buiten de in het eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde periode, dan wel in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, indien hem bekend is op welke instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel *c*, van de Leerplichtwet 1969 de leerling was ingeschreven, onder vermelding van de datum van inschrijving op zijn school, binnen 1 week schriftelijk mededeling van de inschrijving aan de directeur, rector of centrale directie van de school, de school voor ander onderwijs of de instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel *c*, van de Leerplichtwet 1969 waarop de leerling voordien was ingeschreven. +**4.** De directeur schrijft de leerling in met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het eerst bezoekt. + +**5.** In afwijking van het vierde lid, schrijft de directeur een leerling die de school voor het eerst bezoekt op de eerste schooldag van het schooljaar, in met ingang van 1 augustus van dat schooljaar, behoudens wanneer de leerling op 1 augustus de leeftijd van 4 jaar nog niet heeft bereikt. + ### Artikel 7 -**1.** De directeur van een school op wiens school de leerling staat ingeschreven, schrijft de leerling, indien deze de school verlaat, uit met ingang van de dag volgende op de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht en verstrekt de leerling een bewijs van uitschrijving. +**1.** De directeur van een school op wiens school de leerling staat ingeschreven, schrijft de leerling, indien deze de school verlaat, uit met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht en verstrekt de leerling een bewijs van uitschrijving. De directeur schrijft de leerling die wordt uitgeschreven na de school op de laatste schooldag van het schooljaar te hebben bezocht, uit met ingang van 31 juli van dat schooljaar. **2.** Indien de directeur van een school op wiens school de leerling staat ingeschreven binnen 4 weken na de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht een mededeling ontvangt van de directeur, rector of centrale directie van een school of een school voor ander onderwijs, van de inschrijving van de leerling op diens school, wijzigt de directeur de datum van uitschrijving, bedoeld in het eerste lid, alsnog in de datum van de dag voorafgaande aan de inschrijving op de andere school of de school voor ander onderwijs. @@ -188,7 +192,7 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en ### Artikel 9 -**1.** Voor de toepassing van het bepaalde in de wet worden, onverminderd het bepaalde in artikel 7, en artikel 10, vijfde lid, de leerlingen op een school meegeteld die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort en die op een teldatum op die school staan ingeschreven, tenzij zij vanaf het begin van het schooljaar tot de teldatum meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden hebben verzuimd. +**1.** Voor de toepassing van het bepaalde in de wet worden, onverminderd het bepaalde in artikel 7, de leerlingen op een school meegeteld die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort en die op een teldatum op die school staan ingeschreven, tenzij zij vanaf het begin van het schooljaar tot de teldatum meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden hebben verzuimd. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van de leerplichtige leerling als geldige reden aangemerkt een vrijstelling van geregeld schoolbezoek als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 (*Stb.* 1971, 406). Ten aanzien van de niet-leerplichtige leerling worden als geldige reden aangemerkt dezelfde gronden als die welke leiden tot een vrijstelling als bedoeld in de vorige volzin. @@ -198,17 +202,11 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en ### Artikel 10 -**1.** Binnen 2 weken na een teldatum zendt het bevoegd gezag van een school aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders, een opgave van het aantal leerlingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9. De opgave, bedoeld in de eerste volzin dient onderverdeeld te zijn in leerlingen, bedoeld in de begripsomschrijving van leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. Indien de school een nevenvestiging heeft, wordt de opgave tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. +**1.** Met het oog op de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 12a, eerste lid, en 29, eerste lid, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks een overzicht toekomen van de hem ter beschikking staande gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging in aanmerking wordt genomen. Het overzicht wordt gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, toegezonden. -**2.** Indien een school, niet zijnde een instelling, aanspraak wil maken op de bekostiging bedoeld in artikel 37, doet het bevoegd gezag binnen 2 weken na 16 januari mededeling van het aantal leerlingen op 16 januari aan Onze Minister, de inspecteur, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. +**2.** Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, is onderverdeeld in leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. -**3.** Gelijktijdig met de verstrekking, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, zendt het bevoegd gezag van een school waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet, een opgave van het aantal ambulant begeleide leerlingen. De opgave, bedoeld in de eerste volzin, wordt onderverdeeld in ambulant begeleide leerlingen op een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. - -**4.** Indien de datum, genoemd in het eerste of tweede lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven. - -**5.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. - -**6.** Indien als gevolg van de wijzigingen op grond van artikel 7 een wijziging optreedt in de in het eerste lid bedoelde opgave, doet het bevoegd gezag van de school waarvan de leerling is respectievelijk leerlingen zijn uitgeschreven, binnen 6 weken na de teldatum daarvan mededeling aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. +**3.** Indien de school een nevenvestiging heeft, is het overzicht, bedoeld in het eerste lid, tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. #### Afdeling 3. Verstrekken overige gegevens @@ -256,9 +254,9 @@ Vervallen ### Artikel 12a -**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de bekostiging voor dat jaar voor de scholen vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet. +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de bekostiging voor dat jaar voor de scholen vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164a, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op de daarop volgende 1 december zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 164b van de wet, dan wel de leerlingen van wie opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid. -**2.** Indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is en indien het bevoegd gezag het aantal leerlingen op 16 januari van het bekostigingsjaar voor 1 februari van dat jaar heeft gemeld, stelt Onze Minister voor 1 mei de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar nader vast. +**2.** Indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is en indien van de leerlingen die op 16 januari van het bekostigingsjaar op de school staan ingeschreven het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op 16 februari van dat jaar zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 164b van de wet, dan wel van deze leerlingen opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid, stelt Onze Minister voor 1 mei de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar nader vast. **3.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. @@ -396,7 +394,7 @@ Vervallen ### Artikel 29 -**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 131, eerste en derde lid, van de wet vast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar. +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 131, eerste en derde lid, van de wet vast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164a, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 164b van de wet, dan wel de leerlingen van wie opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar. **2.** Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in artikel 38, vast binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens ten behoeve van de berekening van deze bekostiging. @@ -467,10 +465,13 @@ Vervallen **1.** -Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wordt aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen +Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wordt aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien: -a. het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar, en -b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar onderscheidenlijk het aantal leerlingen op de teldatum die op grond van artikel 118, tweede lid, van de wet van toepassing is, gelijk is aan of groter is dan de helft van de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is. +a. het verschil tussen + +1°. het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar, en +2°. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar onderscheidenlijk het aantal leerlingen op de teldatum die op grond van artikel 118, tweede lid, van de wet van toepassing is, gelijk is aan of groter is dan de helft van de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is, en +b. het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164a, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens van de leerlingen die op 16 januari van het schooljaar op de school staan ingeschreven, uiterlijk 16 februari van het schooljaar zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 178b van de wet, dan wel van deze leerlingen opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid. **2.** @@ -566,13 +567,11 @@ Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort ### Artikel 41 -**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor personeelskosten voor scholen, niet zijnde instellingen, ten behoeve van de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt per leerling een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. +**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor personeelskosten ten behoeve van de bestrijding van onderwijsachterstanden voor scholen, niet zijnde instellingen, met een aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de teldatum boven het aantal van 4, wordt per leerling boven het aantal van 4 een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. -**2.** Voor een school met een aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de teldatum boven het aantal van 4, wordt per leerling boven het aantal van 4 een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. +**2.** Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie per leerling 0,0385 formatieplaats. -**3.** Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie per leerling 0,0385 formatieplaats. - -**4.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. +**3.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. ### Artikel 42 @@ -694,6 +693,22 @@ Tot 1 januari 1989 wordt artikel 42, eerste lid onderdeel c, vervangen door: c. een verklaring van een accountant van de juistheid van de gegevens waarop de vergoedingsbedragen worden gebaseerd. +### Artikel 58a + +**1.** Indien Onze Minister van oordeel is dat een bevoegd gezag voor een of meer van zijn scholen als gevolg van factoren buiten de invloedssfeer van de school niet in staat is om de leerlinggegevens te leveren op de in artikel 164a van de wet bedoelde wijze, kan hij bepalen dat in de periode tot 1 augustus volgend op de datum van inwerkingtreding van dit artikel de levering van gegevens over het aantal leerlingen van de desbetreffende school of scholen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 12a, eerste en tweede lid, 29, eerste lid en 37, eerste lid, plaatsvindt op de in het vierde tot en met zevende lid bedoelde wijze. + +**2.** De verplichting van het bevoegd gezag tot levering van de gegevens over het aantal leerlingen op de in het vierde tot en met zevende lid bedoelde wijze vervalt zodra Onze Minister heeft bepaald dat het bevoegd gezag heeft aangetoond in staat te zijn de leerlinggegevens te leveren op de in artikel 164a van de wet bedoelde wijze. + +**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn op de levering van gegevens over het aantal leerlingen in een of meer schooljaren vanaf 1 augustus volgend op de datum van inwerkingtreding van dit artikel. + +**4.** Indien het eerste lid van toepassing is, doet het bevoegd gezag ten behoeve van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 12a, eerste en tweede lid, 29, eerste lid, en 37, eerste lid, voor de vijftiende dag van elke maand aan Onze Minister een opgave van het aantal leerlingen van de school op de eerste dag van die maand toekomen overeenkomstig het vijfde tot en met zevende lid. + +**5.** De opgave, bedoeld in het vierde lid, is onderverdeeld in leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. + +**6.** Indien de school een nevenvestiging heeft, is de opgave, bedoeld in het vierde lid, tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. + +**7.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het vierde lid, wordt gedaan. + ### Artikel 59 Het Bekostigingsbesluit ISOVSO (*Stb.* 1985,728) wordt ingetrokken.