From 8469c99baaffeda5e7e0fb2354954808aa16e121 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-10-01 | BWBR0017212 | Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden --- .../BWBR0017212/README.md | 6 +++--- 1 file changed, 3 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/wet-dna-onderzoek-bij-veroordeelden/BWBR0017212/README.md b/wet/wet-dna-onderzoek-bij-veroordeelden/BWBR0017212/README.md index b83dbd4c056..b6b2d597731 100644 --- a/wet/wet-dna-onderzoek-bij-veroordeelden/BWBR0017212/README.md +++ b/wet/wet-dna-onderzoek-bij-veroordeelden/BWBR0017212/README.md @@ -60,11 +60,11 @@ b. redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van zijn DNA-profi **2.** De aanhouding wordt verricht door een opsporingsambtenaar, die daartoe elke plaats kan betreden en doorzoeken. -**3.** De opsporingsambtenaar stelt de identiteit vast van de aangehouden persoon. +**3.** Celmateriaal wordt slechts van de aangehouden persoon afgenomen, nadat van hem een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering zijn genomen en verwerkt en de opsporingsambtenaar zijn identiteit heeft vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. -**4.** Indien de aangehouden persoon ontkent de persoon te zijn tegen wie het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, is gericht, of indien omtrent zijn identiteit twijfel bestaat, is de opsporingsambtenaar bevoegd voor de vaststelling van zijn identiteit naar zijn burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, zijn sociaal-fiscaalnummer te vragen. Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, is de opsporingsambtenaar tevens bevoegd de aangehouden persoon aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken. Het derde, vierde en vijfde lid van artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien de aangehouden persoon ontkent de persoon te zijn tegen wie het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, is gericht, of indien over zijn identiteit twijfel bestaat, is de opsporingsambtenaar bevoegd de aangehouden persoon, voor zover dat noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit, aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich meevoert te onderzoeken. Artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. -**5.** Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, kan de aangehouden persoon op bevel van de officier van justitie voor ten hoogste zes uren worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur 's morgens niet wordt meegerekend. Het bevel tot ophouding is schriftelijk en bevat de reden van ophouding. Het bevel wijst de aangehouden persoon, aan wie onverwijld een afschrift van het bevel wordt uitgereikt, zo duidelijk mogelijk aan. De officier van justitie kan ten aanzien van de opgehouden persoon maatregelen ter vaststelling van zijn identiteit bevelen. Als zodanige maatregelen worden aangemerkt de maatregelen genoemd in artikel 61a, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering. Indien noodzakelijk voor de vaststelling van de identiteit van de aangehouden persoon, kan de officier van justitie schriftelijk bevelen dat de termijn van zes uren eenmaal met ten hoogste zes uren wordt verlengd. +**5.** Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, kan de aangehouden persoon op bevel van de officier van justitie voor ten hoogste zes uren worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur 's morgens niet wordt meegerekend. Het bevel tot ophouding is schriftelijk en bevat de reden van ophouding. Het bevel wijst de aangehouden persoon, aan wie onverwijld een afschrift van het bevel wordt uitgereikt, zo duidelijk mogelijk aan. De officier van justitie kan ten aanzien van de opgehouden persoon maatregelen ter vaststelling van zijn identiteit bevelen. Als zodanige maatregelen worden aangemerkt de maatregelen, bedoeld in artikel 55c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Indien noodzakelijk voor de vaststelling van de identiteit van de aangehouden persoon, kan de officier van justitie schriftelijk bevelen dat de termijn van zes uren eenmaal met ten hoogste zes uren wordt verlengd. **6.** Het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, wordt zo spoedig mogelijk na de aanhouding van de veroordeelde ten uitvoer gelegd.