2021-06-08 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2021-06-08 12:00:00 +00:00
parent 4b7d9dcff7
commit 848a2c215a

View file

@ -218,11 +218,17 @@ b. studiefinanciering met ingang van:
### Artikel 2.3a
**1.** In afwijking van artikel 2.3, eerste en derde lid, kan een mbo-student voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die 30 jaren of ouder is maar nog niet de leeftijd van 55 jaren heeft bereikt.
**1.** In afwijking van artikel 2.3, eerste en derde lid, kan een mbo-student voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die 30 jaren of ouder is maar nog niet de maximumleeftijd heeft bereikt.
**2.** In afwijking van artikel 2.3, tweede en derde lid, kan een ho-student voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die nog niet de leeftijd van 55 jaren heeft bereikt.
**2.** In afwijking van artikel 2.3, tweede en derde lid, kan een ho-student voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die nog niet de maximumleeftijd heeft bereikt.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid behoudt een student bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaren zijn aanspraak, zolang hij zonder onderbreking levenlanglerenkrediet geniet.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid behoudt een student bij het bereiken van de maximumleeftijd zijn aanspraak, zolang hij zonder onderbreking levenlanglerenkrediet geniet.
**4.** De maximumleeftijd bedraagt 56 jaar.
**5.** De maximumleeftijd wordt telkens verhoogd met een volledig jaar met ingang van het studiejaar dat aanvangt in hetzelfde jaar als waarin de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet, cumulatief met een volledig jaar is verhoogd.
**6.** De verhoogde maximumleeftijd wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant en vervangt de maximumleeftijd, bedoeld in het vierde lid.
### Paragraaf 2.2. Beroepsonderwijs
@ -2145,22 +2151,6 @@ e. welke gegevens bij een aanvraag worden verstrekt.
De omvang van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 13.1, wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. Daarbij kan in ieder geval aan de hand van het aantal maanden studievertraging onderscheid worden gemaakt tussen verschillende groepen studenten.
### Artikel 13.2a
**1.** Een student kan in verband met de uitbraak van COVID-19 in aanmerking komen voor een extra reisvoorziening.
**2.**
Bij ministeriële regeling wordt in ieder geval vastgesteld:
a. onder welke voorwaarden en in welke gevallen een student voor de extra reisvoorziening in aanmerking komt;
b. wat de omvang van de extra reisvoorziening is;
c. in welke gevallen de extra reisvoorziening op aanvraag dan wel ambtshalve wordt toegekend.
**3.** In afwijking van artikel 3.21 kan de extra reisvoorziening met terugwerkende kracht en voor een periode in een eerder studiejaar worden toegekend, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen het reisrecht en de vergoeding als bedoeld in artikel 3.7, tweede of vierde lid.
**4.** Artikel 3.29 is niet van toepassing op de extra reisvoorziening, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 13.3
Dit hoofdstuk vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.