From 8492ef09cc33ef7318ca2c9e9f3415ed1d9319c5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2002-07-01=20|=20BWBR0006147=20|=20Trac=C3=A9we?= =?UTF-8?q?t?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md | 3 +-- 1 file changed, 1 insertion(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md b/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md index c57f423ad62..ae21d70da9f 100644 --- a/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md +++ b/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md @@ -202,8 +202,7 @@ Onze Minister zendt het ontwerp-tracébesluit, indien het hogere waarden bevat v a. de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen waarvoor een hogere waarde wordt bepaald; b. de ter plaatse bevoegde inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, die door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is aangewezen; c. de inspecteur van de volkshuisvesting; -d. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, indien het betrekking heeft op scholen; -e. de Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer, hoofd van het betrokken district van de Rijksverkeersinspectie, indien het betreft een tracé van een landelijke railweg. +d. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, indien het betrekking heeft op scholen. **3.** Onze Minister geeft met betrekking tot het ontwerp-tracébesluit toepassing aan de in paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure met inachtneming van de volgende volzinnen. Bij de procedure betrekt Onze Minister de besturen van de provincies, gemeenten en waterschappen op het gebied waarvan het ontwerp-tracébesluit betrekking heeft. Binnen een week na de datum van toezending, bedoeld in het eerste lid, legt Onze Minister het ontwerp-tracébesluit met de toelichting daarop ter inzage. Artikel 7, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Na de periode van vier weken, bedoeld in artikel 3:22, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht blijven de stukken ter inzage liggen op de door Onze Minister in overleg met de betrokken bestuursorganen te bepalen uren totdat Onze Minister een tracébesluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, heeft vastgesteld.