diff --git a/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md b/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md index 1f0fde20c43..6e868215cb3 100644 --- a/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md +++ b/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md @@ -118,7 +118,9 @@ d. nachtdienst: een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen e. pauze: een periode van ten minste 15 achtereenvolgende minuten, waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid; f. Dienst Wegverkeer: de dienst, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994; g. consignatie: een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten; -h. toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, en als zodanig aangewezen op grond van artikel 8:1, eerste of tweede lid. +h. toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, en als zodanig aangewezen op grond van artikel 8:1, eerste of tweede lid; +i. Verordening (EG) nr. 561/2006: Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102); +j. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123). ## Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied @@ -651,7 +653,7 @@ Indien een werknemer arbeid verricht in een dienst waarop een regel, welke voort a. indien het een jeugdige werknemer betreft, dat hij tussen deze 2 diensten een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren, b. indien het een werknemer van 18 jaar of ouder betreft, dat hij tussen deze diensten een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd eenmaal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren, indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich brengen. -**5.** Bij de toepassing van dit artikel wordt verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEG L 102) in acht genomen. +**5.** Bij de toepassing van dit artikel wordt Verordening (EG) nr. 561/2006 in acht genomen. **6.** De werknemer die bij meer dan één werkgever arbeid verricht, verstrekt aan ieder van die werkgevers uit eigen beweging tijdig de voor de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen nodige inlichtingen betreffende zijn arbeid. @@ -976,17 +978,23 @@ Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes we Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: -a. Verordening (EEG) nr. 3820/85: Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEG L 370); -b. voertuig: een motorrijtuig en een trekker; -c. kenteken: het kenteken waaronder een voertuig in het buitenland is geregistreerd. +a. voertuig: een motorrijtuig en een trekker; +b. kenteken: het kenteken waaronder een voertuig in het buitenland is geregistreerd. -**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder «bestuurder», «motorrijtuig» en «trekker» hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel 3, onderscheidenlijk artikel 1, onderdeel 2, aanhef en onderdelen a en b, van Verordening (EEG) nr. 3820/85 (PbEG L 370). +**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder «motorrijtuig», «trekker» en «bestuurder», hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 561/2006. #### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 10:15 -In afwijking van de paragrafen 10.2 tot en met 10.4, met uitzondering van artikel 10:7 eerste en derde lid, kan deze paragraaf worden toegepast indien de overtreding heeft plaatsgevonden met of door middel van een voertuig waarvan aannemelijk is dat de houder van het kenteken geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft of dat de bestuurder van een voertuig in Nederland geen bekende woon- of verblijfplaats heeft. +**1.** + +In afwijking van de paragrafen 10.2 tot en met 10.4, met uitzondering van artikel 10:7, eerste en derde lid, kan deze paragraaf worden toegepast: + +a. indien de overtreding heeft plaatsgevonden met of door middel van een voertuig waarvan aannemelijk is dat de houder van het kenteken of de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, of +b. in geval van een in Nederland vastgestelde overtreding, begaan door een bestuurder van een motorrijtuig die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft danwel in opdracht van een niet in Nederland gevestigde werkgever, voor zover het betreft vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of het AETR-verdrag van toepassing is. + +**2.** In geval van vaststelling van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd indien voor die overtreding reeds een sanctie is opgelegd dan wel een procedure tot het opleggen van een sanctie is gestart. ### Artikel 10:16 @@ -1017,7 +1025,22 @@ De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders zijn bevoegd bij wijze van voorlopi ### Artikel 11:1 -De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op de Nederlander en de in Nederland gevestigde werkgever die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een overtreding van de regels, welke voortvloeien uit de op de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, en 5:12, tweede lid, berustende bepalingen, voor zover deze regels betrekking hebben op arbeid verricht door personen, werkzaam in of op motorrijtuigen. +**1.** + +De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op iedere bestuurder van een motorrijtuig ongeacht de woon- of verblijfplaats, alsmede iedere werkgever ongeacht de plaats van vestiging, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een overtreding van de regels, welke voortvloeien uit de op de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, en 5:12, tweede lid, berustende bepalingen, voor zover: + +a. deze regels betrekking hebben op arbeid verricht door personen, werkzaam in of op motorrijtuigen, en +b. het een economisch delict betreft als bedoeld in de Wet op de economische delicten. + +**2.** + +De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op de bestuurder van een motorrijtuig die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft alsmede op de niet in Nederland gevestigde werkgever, die zich schuldig maakt aan een overtreding buiten Nederland van de in het eerste lid bedoelde regels, indien: + +a. het vervoer betreft waarop verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel het AETR-verdrag van toepassing is; +b. de overtreding in Nederland wordt vastgesteld, en +c. het een economisch delict betreft als bedoeld in de Wet op de economische delicten. + +**3.** In geval van vaststelling van een overtreding als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt geen vervolging ingesteld indien voor de overtreding reeds een sanctie is opgelegd dan wel een procedure tot het opleggen van een sanctie is gestart. ### Paragraaf . Bijzondere aansprakelijkheid