diff --git a/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md b/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md index 39554fb2702..c2393ce81dc 100644 --- a/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md +++ b/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md @@ -30,7 +30,8 @@ h. vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: 1°. de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en 2°. de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen; i. netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder e; -j. EMU-saldo: het vorderingsaldo van de sector overheid op transactiebasis. Het EMU-saldo wordt berekend overeenkomstig het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de gemeenschap, ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap. +j. EMU-saldo: het vorderingsaldo van de sector overheid op transactiebasis. Het EMU-saldo wordt berekend overeenkomstig het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de gemeenschap, ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap; +k. niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft. **2.** In dit besluit wordt onder verbonden partij mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. @@ -622,7 +623,14 @@ b. voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel ### Artikel 53 -In de toelichting op de balans worden de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden. +In de toelichting op de balans wordt vermeld; + +a. de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden, en +b. indien de provincie of de gemeente financiële derivaten hanteert, per derivaat: + +1°. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten; +2°. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend, en +3°. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is. ### Artikel 54 @@ -928,11 +936,12 @@ c. drie leden werkzaam als financieel ambtenaar bij gemeenten; d. twee leden werkzaam bij een provincie; e. twee leden werkzaam bij of voor de waterschappen; f. twee leden werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; -g. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën; -h. één lid werkzaam bij het CBS; -i. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten; -j. één lid werkzaam als gemeentesecretaris; -k. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier. +g. een lid werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu; +h. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën; +i. één lid werkzaam bij het CBS; +j. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten; +k. één lid werkzaam als gemeentesecretaris; +l. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier. **4.** De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last. @@ -947,17 +956,18 @@ b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor é c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld in het derde lid onder d; d. de Unie van Waterschappen voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder e; e. Onze Minister voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder f; -f. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g; -g. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h; -h. het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder i; -i. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder j; -j. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid, onderdeel k. +f. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g; +g. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h; +h. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder i; +i. het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder j; +j. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k; +k. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid onder l. Bij het besluit tot benoeming houdt de voorzitter rekening met in de commissie noodzakelijke kennis en ervaring. **7.** In overleg met de commissie kan de voorzitter een adviseur aanstellen. -**8.** Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met j, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie. +**8.** Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met k, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie. ## Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen