2020-07-01 | BWBR0043672 | Besluit noodmaatregelen coronacrisis
This commit is contained in:
parent
b688714d20
commit
85013f8820
1 changed files with 22 additions and 27 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit noodmaatregelen coronacrisis
|
|||
bwb_id: BWBR0043672
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-06-19'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-07-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0043672
|
||||
citeertitel: Besluit noodmaatregelen coronacrisis
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -58,12 +58,15 @@ De goedkeuringen zien op de volgende onderwerpen:
|
|||
− Btw-tarief bij online aanbieden van sportlessen;
|
||||
− Btw-tarief bij levering van mondkapjes;
|
||||
− Heffing over Duitse netto-uitkeringen;
|
||||
− Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s.
|
||||
− Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s;
|
||||
– Uitstel termijnen Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.
|
||||
|
||||
De goedkeuringen zijn gebaseerd op een redelijke wetstoepassing gegeven de bijzondere omstandigheden veroorzaakt door de coronacrisis en waar nodig op de artikelen 62 tot en met 64 Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
|
||||
De beleidsmaatregelen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken.
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 26 juni 2020, nr. 2020-13425. De wijziging betrof de toevoeging van de goedkeuring uitstel te verlenen aan termijnen in de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.
|
||||
|
||||
## 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
|
||||
|
||||
- *AWR:*
|
||||
|
|
@ -167,28 +170,6 @@ Het is mogelijk dat voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode a
|
|||
|
||||
Ik keur goed dat verzoeken om teruggaaf, als bedoeld in de artikelen 67, 68, 69, 70 en 70a Wbm, kunnen worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. Deze goedkeuring geldt voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode april 2020 tot en met september 2020 waarbij de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, in een aanvullende factuur (of facturen) in rekening zijn gebracht en die factuur (of facturen) bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd. (In die gevallen heeft de leverancier gebruik gemaakt van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit).
|
||||
|
||||
### 2.6. Oninbare vorderingen bij toepassing
|
||||
|
||||
Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. De in een tijdvak verschuldigd geworden EB en ODE moet op aangifte worden voldaan en binnen 1 maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte zijn betaald.
|
||||
|
||||
In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020 tot en met september 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal.
|
||||
|
||||
Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op voor de klanten van de energieleveranciers.
|
||||
|
||||
Als onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit wordt toegepast, dan bestaat de kans dat de oorspronkelijke factuur wel nog (gedeeltelijk) kan worden betaald, maar de aanvullende factuur niet meer of slechts gedeeltelijk.
|
||||
|
||||
Op basis van de bestaande regelgeving kan de energieleverancier op zijn maandelijkse aangifte EB/ODE een vermindering toepassen op de verschuldigde EB en ODE, voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen (zgn. oninbare vorderingen). Voor de btw geldt eenzelfde regeling. Voor zover de voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen) voor de EB en ODE, en de btw hierover, oninbaar blijken, kunnen de bestaande regelingen van artikel 92 Wbm en artikel 29 Wet OB worden toegepast. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om onderdeel 2 zodanig aan te vullen dat bij het toepassen van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 in het geval van oninbare vorderingen ontvangen bedragen volgtijdig mogen worden toegerekend aan voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen). Dit geldt ook voor de situaties waarbij een aanvullende factuur in 2021 wordt uitgereikt. Daarom keur ik het volgende goed.
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.1 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
|
||||
|
||||
• eerst volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.1, voorwaarde c, bedoelde voorschotten, en de in onderdeel 2.1, voorwaarde d, bedoelde eindfacturen, en
|
||||
• vervolgens volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.1, voorwaarde e, bedoelde aanvullende factuur (of facturen), dan wel aan de in 2021 alsnog uitgereikte aanvullende factuur (of facturen) indien sprake is van de situatie als bedoeld in onderdeel 2.1, voorwaarde f.
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.2 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
|
||||
|
||||
• eerst volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.2, voorwaarde b, bedoelde facturen, en
|
||||
• vervolgens volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.2, voorwaarde c, bedoelde aanvullende factuur (of facturen), dan wel aan de in 2021 alsnog uitgereikte aanvullende factuur (of facturen) indien sprake is van de situatie als bedoeld in onderdeel 2.2, voorwaarde d.
|
||||
|
||||
## 3. Invordering
|
||||
|
||||
### 3.1. Uitstel van betaling van belastingschulden
|
||||
|
|
@ -561,13 +542,27 @@ Voor de goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden:
|
|||
a. Als het bestuur van de ANBI van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de instelling binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging op de website publiceren.
|
||||
b. Uit het bestuursbesluit moet blijken waarom de financiële gegevens niet binnen de termijn van zes maanden kunnen worden gepubliceerd.
|
||||
|
||||
## 13. Ingetrokken regeling
|
||||
## 13. Uitstel termijnen
|
||||
|
||||
Met de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies is Richtlijn (EU) 2018/8221Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (PbEU 2018, L 139). in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Op basis hiervan geldt vanaf 1 juli 2020 een meldingsplicht voor zulke constructies. Vanwege de belemmeringen die door de COVID-19-pandemie worden veroorzaakt en de genomen maatregelen om het virus te helpen indammen is op Europees niveau geoordeeld dat tijdige naleving van deze verplichting niet goed mogelijk is. Daarom wordt in Richtlijn (EU) 2020/8762Richtlijn (EU) 2020/876 van de Raad van 24 juni 2020 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU om te voorzien in de dringende behoefte aan uitstel van bepaalde termijnen voor de verstrekking en uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied vanwege de COVID-19-pandemie (PbEU 2020, L 204). van de Raad van 24 juni 2020 lidstaten de mogelijkheid geboden over te gaan tot uitstel voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Met het oog hierop en om een meer uniforme uitvoering tussen de lidstaten te waarborgen, keur ik het volgende goed.
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat:
|
||||
|
||||
a) in artikel III, onderdeel a, van de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies “31 augustus 2020” gelezen wordt als ‘28 februari 2021’;
|
||||
b) in artikel III, onderdeel b, van de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies ‘vanaf het ogenblik dat die eerste stap is gezet’ gelezen wordt als ‘vanaf het ogenblik dat die eerste stap is gezet of, indien de eerste stap is gezet tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020, uiterlijk binnen dertig dagen te rekenen vanaf 1 januari 2021’;
|
||||
c) de in artikel 3b, tweede en vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen bedoelde termijn van dertig dagen voor het verstrekken van de in die leden bedoelde gegevens en inlichtingen op 1 januari 2021 ingaat indien de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020 voor implementatie beschikbaar is gesteld of gereed is voor implementatie of als de eerste stap van de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie in die periode is gezet;
|
||||
d) het periodieke verslag, bedoeld in artikel 3b, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, uiterlijk op 30 april 2021 door de intermediair, bedoeld in artikel 3b, eerste lid, van dat besluit, voor het eerst wordt verstrekt; en
|
||||
e) de in artikel 3b, vierde lid, van het Uitvoeringbesluit internationale bijstandsverlenging bij de heffing van belastingen bedoelde termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de dag dat de intermediair, bedoeld in dat lid, tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020 rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies heeft verstrekt met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, op 1 januari 2021 ingaat.
|
||||
|
||||
Vanwege bovenstaande goedkeuring zal het vanaf 1 januari 2021 mogelijk zijn om meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te melden aan de Belastingdienst.
|
||||
|
||||
## 14. Ingetrokken regeling
|
||||
|
||||
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
|
||||
|
||||
– het besluit van 6 mei 2020, nr. 2020-9594 (Stcrt. 2020, 26066) (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 mei 2020, nr. 2020-10789 (Stcrt. 2020, 28349)), met uitzondering van onderdeel 3.2 van dat besluit. Gelet op de artikelen 4, onderdelen A en B, en 8 van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over een tijdelijke voorziening voor de betekening van exploten op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en wijziging van de Loodsenwet, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Luchtvaartwet BES in verband met de uitbraak van COVID-19 (Verzamelspoedwet COVID-19) (Kamerstukken 35 457), vervalt onderdeel 3.2 van dat besluit met terugwerkende kracht tot en met 1 juni 2020 op de dag dat de Verzamelspoedwet COVID-19 in werking treedt.
|
||||
|
||||
## 14. Inwerkingtreding en vervaldatum
|
||||
## 15. Inwerkingtreding en vervaldatum
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2020 met dien verstande dat onderdeel 2 terugwerkt tot 1 april 2020, onderdelen 9a en 9b terugwerken tot 16 maart 2020, onderdeel 9c terugwerkt tot 25 mei 2020 en onderdeel 10 terugwerkt tot 11 maart 2020.
|
||||
|
||||
|
|
@ -575,7 +570,7 @@ De onderdelen 3.1, 3.3, 4, 5, 7.1, 7.2, 7.3, 9a en 9c vervallen met ingang van 1
|
|||
|
||||
De onderdelen 6.3 en 10 vervallen met ingang van 1 januari 2021.
|
||||
|
||||
## 15. Citeertitel
|
||||
## 16. Citeertitel
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit noodmaatregelen coronacrisis.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue