1987-04-01 | BWBR0002666 | Definitiebesluit Kernenergiewet

This commit is contained in:
Coornhert 1987-04-01 12:00:00 +00:00
parent 4feb757375
commit 85198eb4b2

View file

@ -0,0 +1,68 @@
---
titel: Definitiebesluit Kernenergiewet
bwb_id: BWBR0002666
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1970-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002666
citeertitel: Definitiebesluit Kernenergiewet
---
# Definitiebesluit Kernenergiewet
### Artikel 1
**1.** Het in artikel 1, eerste lid, onder *b*, van de Kernenergiewet (*Stb.* 1963, 82) bedoelde percentage van in splijtstoffen aanwezig uranium, plutonium of thorium is onderscheidenlijk een tiende, een tiende en drie, gerekend naar het gewicht.
**2.**
Ertsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *c*, van die wet zijn:
a. ertsen, andere dan monaziet, welke naar het gewicht gerekend tenminste een tiende procent uranium of drie procent thorium bevatten;
b. monaziet, dat naar het gewicht gerekend tenminste een tiende procent uranium of tien procent thorium bevat.
### Artikel 2
**1.**
Voor zover een krachtens de Kernenergiewet vastgestelde regeling dit artikel van toepassing verklaart, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens die regeling bepaalde verstaan onder:
a. onbestraalde splijtstoffen: splijtstoffen, die niet aan kunstmatige bestraling met neutronen blootgesteld zijn geweest;
b. natuurlijk uranium: uranium, waarin het massagehalte van de uraniumisotopen gelijk is aan dat, wat in de natuur wordt aangetroffen;
c. verarmd uranium: uranium, waarin het massagehalte van uranium-235 en van uranium-233 tezamen kleiner is dan het massagehalte van uranium-235 in natuurlijk uranium;
d. verrijkt uranium: uranium, waarin het massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen groter is dan het massagehalte van uranium-235 in natuurlijk uranium;
e. gehalte: massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen;
f. verrijkingsgraad: massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen in verrijkt uranium;
g. nuclide: atoomsoort, voor zover deze bepaald wordt door massagetal, atoomnummer en energietoestand van de kern;
h. atoomkernmutatie: overgang van een atoomkern van het ene nuclide in een atoomkern van een ander nuclide;
i. activiteit:
1e. indien het betreft de activiteit van een bepaald nuclide: het aantal spontane atoomkernmutaties in een hoeveelheid van dat nuclide in een ten opzichte van de halveringstijd kort tijdsinterval, gedeeld door de duur van dit interval;
2e. indien het betreft de activiteit van een stof: de som van de activiteiten van de nucliden, welke in de stof voorkomen;
j. 1e. curie (symbool Ci): eenheid van activiteit, ter grootte van 3,7 * 1010 atoomkernmutaties per seconde;
2e. becquerel (symbool Bq): eenheid van activiteit, ter grootte van 1 atoomkernmutatie per seconde;
k. geabsorbeerde dosis: hoeveelheid energie door ioniserende straling aan een hoeveelheid stof op een bepaalde plaats overgedragen, gedeeld door de massa van die hoeveelheid stof;
l. rad: eenheid van geabsorbeerde dosis, zijnde 10-2 joule per kilogram of 100 erg per gram;
m. kwaliteitsfactor: factor, welke op grond van overwegingen, verband houdende met de bescherming van personen tegen ioniserende straling, aan een stralingssoort wordt toegekend op grond van zijn biologische werkzaamheid;
n. dosisequivalent: produkt van de geabsorbeerde dosis en een of meer factoren (waaronder de kwaliteitsfactor), door welke de biologische werkzaamheid van de geabsorbeerde dosis tot uitdrukking wordt gebracht;
o. rem: eenheid van dosisequivalent, met dien verstande dat het dosisequivalent, uitgedrukt in deze eenheid, numeriek gelijk is aan de geabsorbeerde dosis in rad, vermenigvuldigd met de onder *n* bedoelde factoren;
p. sievert (symbool Sv): eenheid van dosisequivalent ter grootte van 100 rem;
q. effectief dosisequivalent: som van de gewogen gemiddelde dosisequivalenten in de verschillende organen of weefsels;
r. dosistempo: de geabsorbeerde dosis of het dosisequivalent in een tijdsinterval, gedeeld door de duur van dit interval;
s. besmetting: uit het oogpunt van stralingshygiëne ongewenste verontreiniging met splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen;
t. lozing in lucht: het in de lucht laten ontsnappen van gasvormige splijtstoffen of radioactieve stoffen dan wel van in de luchtstroom meegevoerde deeltjes splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen;
u. lozing in water: het lozen van vloeibare of in water opgeloste splijtstoffen of radioactieve stoffen dan wel van in de waterstroom meegevoerde deeltjes splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen.
**2.**
Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur:
a. stellen de waarde van de kwaliteitsfactor bedoeld in het eerste lid, onder *m*, vast;
b. geven aan op welke wijze de in het eerste lid, onder *n*, bedoelde andere factoren dan de kwaliteitsfactor en de waarde van deze factoren worden gekozen;
c. geven aan op welke wijze het effectief dosisequivalent bedoeld in het eerste lid, onder *q*, wordt berekend.
### Artikel 3
**1.** Dit besluit kan worden aangehaald als: Definitiebesluit Kernenergiewet.
**2.** Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.