2009-01-01 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet
This commit is contained in:
parent
858319de71
commit
85254e1d20
1 changed files with 70 additions and 42 deletions
|
|
@ -37,8 +37,7 @@ j. overheidswerknemer:
|
|||
2°. de beroepsmilitair in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, jonger dan 65 jaar;
|
||||
3°. degene die door de Koning in dienst is genomen om bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam te zijn en die uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau valt, jonger dan 65 jaar;
|
||||
k. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 106 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
l. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
|
||||
m. CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
l. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -497,13 +496,9 @@ c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden, kan, ook indien de
|
|||
|
||||
**1.** Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op uitkering bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag is gericht tot het UWV en wordt overeenkomstig artikel 28 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend bij de CWI. Na de overdracht van de aanvraag door de CWI aan het UWV ingevolge artikel 28, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld door het UWV.
|
||||
**2.** Op de toekenning en de beëindiging van een uitkering als bedoeld in artikel 18 of van een uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 zijn de artikelen 3:40 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan de bekendmaking van de beschikking geen behoefte bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** Op de toekenning en de beëindiging van een uitkering als bedoeld in artikel 18 of van een uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 zijn de artikelen 3:40 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan de bekendmaking van de beschikking geen behoefte bestaat.
|
||||
|
||||
**4.** Verzoekt de belanghebbende binnen een redelijke termijn echter om bekendmaking van de in het derde lid bedoelde beschikking, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een uitkering op grond van artikel 18, artikel 61 of artikel 61a, dan wel van uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het tweede lid, de aanvraag ingediend bij het UWV.
|
||||
**3.** Verzoekt de belanghebbende binnen een redelijke termijn echter om bekendmaking van de in het derde lid bedoelde beschikking, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -570,10 +565,10 @@ De werknemer is verplicht aan het UWV op zijn verzoek of onverwijld uit eigen be
|
|||
|
||||
De werknemer is verplicht:
|
||||
|
||||
a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij de CWI aangifte te doen van zijn werkloosheid;
|
||||
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid overeenkomstig artikel 28 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bij de CWI een aanvraag om een uitkering in te dienen;
|
||||
a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het UWV aangifte te doen van zijn werkloosheid;
|
||||
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het UWV een aanvraag om een uitkering in te dienen;
|
||||
c. de voorschriften op te volgen die het UWV ten behoeve van een doelmatige controle stelt;
|
||||
d. zich als werkzoekende bij de CWI te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
d. zich als werkzoekende bij het UWV te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
e. mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA;
|
||||
f. mee te werken aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen;
|
||||
g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur;
|
||||
|
|
@ -588,13 +583,9 @@ m. bij deelname aan een re-integratietraject de reden van het niet naleven van z
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het een aangifte van werkloosheid betreft als bedoeld in artikel 18 of artikel 61 dan wel aangifte van werkloosheid die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de aangifte gedaan bij het UWV.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat categorieën van aangiften van werkloosheid, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bij het UWV in plaats van de CWI worden gedaan.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen e en f, en de hoofdstukken VI en XA wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen e en f, en de hoofdstukken VI en XA wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
|
|
@ -606,7 +597,7 @@ De artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, en 26, eerste lid, onderdelen d tot en
|
|||
|
||||
**2.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, opgelegd, niet is nagekomen, weigert het UWV de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd of niet zou zijn ontstaan indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid, of 26, artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door het UWV, onderscheidenlijk de CWI daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het UWV, de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
**3.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid, of 26, artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet binnen de door het UWV daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het UWV, de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verzekerde, bedoeld in de Ziektewet, die gedurende de eerste dertien weken van zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een uitkering ontvangt op grond van deze wet een verplichting voortvloeiend uit artikel 45, eerste lid, van de Ziektewet niet is nagekomen, weigert het UWV de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -614,7 +605,7 @@ De artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, en 26, eerste lid, onderdelen d tot en
|
|||
|
||||
**6.** Een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of indien de werknemer zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, kan het UWV afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**7.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of indien de werknemer zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, kan het UWV afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**8.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -624,11 +615,11 @@ De artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, en 26, eerste lid, onderdelen d tot en
|
|||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer een verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet of artikel 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het UWV hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
|
||||
**1.** Indien de werknemer een verplichting als bedoeld in artikel 25 niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het UWV hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet of artikel 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, kan het UWV afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 25 niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, kan het UWV afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -720,7 +711,7 @@ Het UWV schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling, indien he
|
|||
|
||||
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
|
||||
b. recht op een lagere uitkering bestaat; of
|
||||
c. de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, 25 of 26 van deze wet of de artikelen 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet is nagekomen.
|
||||
c. de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, 25 of 26 opgelegd, niet is nagekomen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een reïntegratiebedrijf aan het UWV heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het UWV een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -962,9 +953,7 @@ Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door samentelling
|
|||
a. het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, waarover de werknemer over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen; en
|
||||
b. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het kalenderjaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998.
|
||||
|
||||
**5.** Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, indien volgens een beschikking als bedoeld in artikel 83i van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat kalenderjaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel a, wordt, indien over een kalenderjaar een beschikking als bedoeld in artikel 83i van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet is afgegeven, dat kalenderjaar in aanmerking genomen indien de werknemer aantoont daarin over 52 of meer dagen loon te hebben ontvangen. Artikel 42a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, indien volgens de informatie, bedoeld in artikel 33d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat kalenderjaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 42a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1284,22 +1273,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het UWV heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van:
|
||||
|
||||
a. werknemers, niet zijnde overheidswerknemers, die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk II,
|
||||
b. werknemers, niet zijnde overheidswerknemers, die kunnen aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van de CWI redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op werknemers als bedoeld in het eerste lid, indien het UWV met burgemeester en wethouders van een gemeente overeenkomen dat op die werknemers artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Het UWV laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt uitgevoerd, verrichten door een reïntegratiebedrijf.
|
||||
|
||||
**4.** Het UWV verstrekt aan het reïntegratiebedrijf gegevens voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het derde lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaalnummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door dat reïntegratiebedrijf wordt bevorderd. Dit reïntegratiebedrijf verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld voor de inhoud van de overeenkomst met het reïntegratiebedrijf, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 72a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1308,7 +1282,7 @@ b. werknemers, niet zijnde overheidswerknemers, die kunnen aantonen dat de diens
|
|||
De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van:
|
||||
|
||||
a. een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk II;
|
||||
b. een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van de CWI redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II.
|
||||
b. een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het UWV redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het ten behoeve van een persoon als bedoeld in het eerste lid sluiten van een individuele reïntegratieovereenkomst met een reïntegratiebedrijf.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1379,6 +1353,50 @@ e. deze toestemming tijdens de uitkeringsduur niet eerder aan de werknemer is ve
|
|||
|
||||
De werknemer, ten aanzien van wie artikel 75, 76, 76a, 77 of 77a wordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt.
|
||||
|
||||
### Artikel 78a
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag aan de werkgever die met een werknemer die langer dan 12 maanden recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II, die niet ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening aangaat of is aangegaan na de inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. De subsidie kan slechts worden verstrekt indien de werknemer op de eerste dag van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek betreft, verstrekt het UWV slechts subsidie indien de derde, in wiens opdracht de werknemer ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht de werknemer tenminste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het UWV op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**3.** Het UWV kan van de werknemer vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, indien het UWV van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het UWV verstrekt de subsidie slechts:
|
||||
|
||||
a. indien naar het oordeel van het UWV reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft;
|
||||
b. indien er naar het oordeel van het UWV een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden;
|
||||
c. indien ten behoeve van de werknemer in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel, of artikel 65i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden is verstrekt; en
|
||||
d. indien de werknemer in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a, artikel 65g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67e van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 59h van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft verricht.
|
||||
|
||||
**5.** Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**6.** De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van deze wet. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**7.** De subsidie kan voor maximaal twaalf maanden worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, ziekengeld ontvangt op grond van de Ziektewet wordt het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd met dit ziekengeld. In afwijking van de eerste zin wordt het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, niet verminderd met het ziekengeld dat wordt uitgekeerd op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, welke regels betrekking kunnen hebben op:
|
||||
|
||||
a. nadere subsidievoorwaarden; en
|
||||
b. een subsidieplafond.
|
||||
|
||||
**11.** Voor het bepalen van het tijdvak van 12 maanden, bedoeld in het eerste lid, worden perioden meegeteld waarin ten hoogste gedurende vier weken geen recht op uitkering bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 78b
|
||||
|
||||
Artikel 78a is van overeenkomstige toepassing op de persoon die recht heeft op een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten. De leeftijdsgrens, bedoeld in artikel 78a, eerste lid, is niet van toepassing op deze persoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 78c
|
||||
|
||||
Het UWV kan de werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II, en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. Artikel 10a, tweede tot en met tiende lid, van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Verhaal
|
||||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
|
@ -1832,6 +1850,16 @@ Wijzigt deze wet.
|
|||
|
||||
Hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de Wet van 6 december 2007 tot wijziging van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet teneinde enkele vereenvoudigingen te realiseren en uitkering bij overlijden toe te voegen (Stb. 2007, 545) blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste dag van de periode, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, is gelegen op of voor die dag doch op of na 1 oktober 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 130u
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 78a vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 78b vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 130v
|
||||
|
||||
De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, op grond van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van deze wet en geen recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 78a.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue