2012-10-01 | BWBR0001880 | Pandhuiswet 1910

This commit is contained in:
Coornhert 2012-10-01 12:00:00 +00:00
parent af5d5b2f09
commit 8540b1e471

View file

@ -24,15 +24,13 @@ citeertitel: Pandhuiswet 1910
### Artikel 2
**1.** In elke gemeente, waarin aan een gemeentelijke bank van leening genoegzame behoefte bestaat, wordt zoodanige bank opgericht.
**2.** Gedeputeerde Staten zijn bevoegd, burgemeester en wethouders gehoord, om zoo zij oordeelen, dat een gemeente nalatig is in het nakomen van de in het vorige lid bedoelde verplichting, de oprichting te bevelen.
In elke gemeente, waarin aan een gemeentelijke bank van leening genoegzame behoefte bestaat, wordt zoodanige bank opgericht.
### Artikel 3
**1.** Een gemeentelijke bank van leening wordt opgericht en opgeheven bij besluit van burgemeester en wethouders. Een besluit tot opheffing van een gemeentelijke bank van leening wordt onderworpen aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
**1.** Een gemeentelijke bank van leening wordt opgericht en opgeheven bij besluit van burgemeester en wethouders.
**2.** Burgemeester en wethouders stellen een reglement vast voor de gemeentelijke bank van leening. Het reglement en wijzigingen daarvan worden onderworpen aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
**2.** Burgemeester en wethouders stellen een reglement vast voor de gemeentelijke bank van leening.
### Artikel 4
@ -289,7 +287,7 @@ d. de dagen en de uren, gedurende welke de inrichting geopend is.
**1.**
Burgemeester en wethouders kunnen onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten bepalen:
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen:
a. eischen, waaraan localiteiten, waarin een bank van leening zal worden gehouden, moeten voldoen, alvorens de toelating, bedoeld in art. 13, kan worden verleend;
b. een model voor het register, bedoeld in art. 18;
@ -298,7 +296,7 @@ d. uren gedurende welke de banken van leening gesloten moeten zijn;
e. dat in de localiteiten of in het perceel, waarin een bank van leening gehouden wordt, zekere beroepen of bedrijven niet of niet zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders uitgeoefend mogen worden of zekere bezigheden niet of niet zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders mogen geschieden;
f. wat door den houder van een bank van leening moet worden gedaan ter wering van verspreiding van besmettelijke ziekten door panden.
**2.** Een besluit, vastgesteld ingevolge het vorige lid, wordt na de goedkeuring door Gedeputeerde Staten ter openbare kennis gebracht en aan de houders van banken van leening medegedeeld. De houders van banken van leening zijn van den tweeden dag af na den dag der mededeeling gehouden tot naleving van een besluit als bedoeld onder letter *c* en *d* van het vorige lid; tot naleving van een besluit, als bedoeld onder letter *b*, *e* en *f* zijn zij gehouden van den dertigsten dag af na den dag der mededeeling.
**2.** Een besluit, vastgesteld ingevolge het vorige lid, wordt ter openbare kennis gebracht en aan de houders van banken van leening medegedeeld. De houders van banken van leening zijn van den tweeden dag af na den dag der mededeeling gehouden tot naleving van een besluit als bedoeld onder letter *c* en *d* van het vorige lid; tot naleving van een besluit, als bedoeld onder letter *b*, *e* en *f* zijn zij gehouden van den dertigsten dag af na den dag der mededeeling.
### Artikel 38