2004-12-29 | BWBR0003642 | Wet voorkoming verontreiniging door schepen
This commit is contained in:
parent
38eefaa6a0
commit
856a579602
1 changed files with 26 additions and 10 deletions
|
|
@ -211,13 +211,29 @@ e. de verschuldigde vergoedingen voor de behandeling van de aanvraag en de afgif
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** In de gevallen als omschreven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, is de kapitein verplicht een voorval waarbij het schip is betrokken onverwijld te melden.
|
||||
**1.** De kapitein van een schip dat betrokken is bij een voorval meldt dat voorval onverwijld aan de bevoegde autoriteit van de dichtstbijzijnde kuststaat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het schip is verlaten of indien de in het eerste lid bedoelde melding onvolledig dan wel niet verkrijgbaar is, rust een gelijke verplichting, als bedoeld in het eerste lid, op de eigenaar van het schip. Met de eigenaar van een schip wordt gelijkgesteld de gebruiker van het schip, niet zijnde een reis- of tijdbevrachter.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld onder meer ten aanzien van de inhoud van de melding, alsmede de wijze waarop en de autoriteiten aan wie deze melding dient te geschieden.
|
||||
De kapitein van een schip met een bruto-tonnage van 300 of meer als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981, dat zich in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone bevindt, doet aan de bevoegde Nederlandse autoriteit onverwijld melding van:
|
||||
|
||||
**4.** De verplichting bedoeld in het eerste en tweede lid geldt ook ten aanzien van een buitenlands schip, indien het voorval plaatsvindt in de Nederlandse territoriale zee.
|
||||
a. ieder incident of ongeval, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, van de bij regeling van Onze Minister aangewezen richtlijn inzake communautaire monitoring- en informatiesystemen voor de zeescheepvaart;
|
||||
b. iedere situatie die tot verontreiniging van de in de aanhef bedoelde wateren en de Nederlandse kust kan leiden;
|
||||
c. iedere vlek van schadelijke stoffen die vallen onder de reikwijdte van de Bijlagen I, II en III van het Verdrag, in zee drijvende containers of stukgoederen die worden waargenomen, tenzij het een schip is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van die bij regeling van Onze Minister aangewezen richtlijn.
|
||||
|
||||
**3.** De verplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt niet indien die situatie reeds op grond van het eerste lid is gemeld aan de bevoegde Nederlandse autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** De exploitant, de kapitein en de eigenaar van gevaarlijke of schadelijke stoffen aan boord, verlenen aan de door Onze Minister aangewezen instantie, desgevraagd hun volledige medewerking om de gevolgen van een incident of ongeval als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zoveel mogelijk te beperken.
|
||||
|
||||
**5.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien het uitsluitend een lozing in zee betreft overeenkomstig de regels waaronder lozingen in zee zijn toegestaan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, tenzij het een lozing betreft die het gevolg is van schade aan het schip of aan de uitrusting of die noodzakelijk is om de veiligheid van het schip zeker te stellen of mensenlevens op zee te redden.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het schip is verlaten of indien de in het eerste lid bedoelde melding onvolledig dan wel niet verkrijgbaar is, rust een gelijke verplichting als bedoeld in het eerste lid op de eigenaar van het schip. Met de eigenaar van een schip wordt gelijkgesteld de gebruiker van het schip, niet zijnde een reis- of tijdbevrachter.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de inhoud van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede de wijze waarop en de bevoegde autoriteit aan wie deze melding in Nederland geschiedt.
|
||||
|
||||
**8.** Het eerste, vijfde, zesde en zevende lid zijn van toepassing op buitenlandse schepen, indien het voorval zich voordoet in de Nederlandse territoriale zee.
|
||||
|
||||
**9.** Het tweede, derde, vierde en zevende lid zijn eveneens van toepassing op buitenlandse schepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,10 +491,6 @@ b. voor die afgifte voldoende bijdragen zijn verschuldigd.
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Straf- en verbodsbepalingen en borgsom
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aan te wijzen bepalingen van een rechtstreeks in al zijn onderdelen verbindend besluit van een of meer van de instellingen van de Europese Unie alleen of gezamenlijk met betrekking tot de voorkoming van verontreiniging door schepen.
|
||||
|
|
@ -489,9 +501,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Een regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
De Nederlandse strafwet is van toepassing op ieder die zich in de Nederlandse exclusieve economische zone schuldig maakt aan overtreding van de bij of krachtens artikel 12, tweede j°. zevende lid, en vierde lid, gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Bij vermoeden van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, 6, tweede lid, 11, eerste en derde lid, 12, eerste en tweede lid, 12a, eerste, tweede, derde en vierde lid, 12b, eerste lid, 12c eerste lid, 12d, eerste lid, 13, 16, 17, 23, eerste en tweede lid, 35, derde lid en 35a, derde lid, en 36a, eerste lid, kan aan de kapitein bevel worden gegeven dat het schip een Nederlandse haven of binnenwater niet zal verlaten dan nadat op een bij dat bevel aan te wijzen plaats een daarbij te bepalen geldsom is gestort, waarop een terzake van dat strafbare feit op te leggen geldboete zal kunnen worden verhaald. Het bevel wordt zonodig met behulp van de sterke arm gehandhaafd.
|
||||
**1.** Bij vermoeden van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, 6, tweede lid, 11, eerste en derde lid, 12, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, 12a, eerste, tweede, derde en vierde lid, 12b, eerste lid, 12c eerste lid, 12d, eerste lid, 13, 16, 17, 23, eerste en tweede lid, 35, derde lid en 35a, derde lid, en 36a, eerste lid, kan aan de kapitein bevel worden gegeven dat het schip een Nederlandse haven of binnenwater niet zal verlaten dan nadat op een bij dat bevel aan te wijzen plaats een daarbij te bepalen geldsom is gestort, waarop een terzake van dat strafbare feit op te leggen geldboete zal kunnen worden verhaald. Het bevel wordt zonodig met behulp van de sterke arm gehandhaafd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -513,7 +529,7 @@ Indien in deze wet gestelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering v
|
|||
|
||||
**1.** Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt Ons gedaan door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover een algemene maatregel van bestuur bepalingen bevat krachtens de artikelen 1, onder h , 5, 6, 6a of 12 wordt de voordracht ten aanzien van die bepalingen Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.
|
||||
**2.** Voorzover een algemene maatregel van bestuur bepalingen bevat krachtens de artikelen 1, onder h , 5, 6 of 6a wordt de voordracht ten aanzien van die bepalingen Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue