2007-08-01 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
This commit is contained in:
parent
ee8b293bc2
commit
8573779033
1 changed files with 157 additions and 119 deletions
|
|
@ -60,9 +60,11 @@ examinator: degene die is belast met het afnemen van het examen in een vak;
|
|||
|
||||
examencommissie v.a.v.o.: de in artikel 7.4.11, tweede lid, juncto artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde examencommissie voor een opleiding v.a.v.o.;
|
||||
|
||||
vakken: vakken, deelvakken, intrasectorale programma's en andere programma-onderdelen;
|
||||
leerweg: de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet en de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet;
|
||||
|
||||
de vakken behorende tot de beeldende vorming: tekenen, handvaardigheid (handenarbeid), handvaardigheid (textiele werkvormen), fotografie, film, audio-visuele vorming;
|
||||
vakken: vakken, intrasectorale programma's en andere programma-onderdelen;
|
||||
|
||||
de vakken behorende tot de beeldende vorming: tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, fotografie, film, audio-visuele vorming;
|
||||
|
||||
kunstvakken: de vakken behorende tot de beeldende vorming, alsmede muziek, dans en drama;
|
||||
|
||||
|
|
@ -78,9 +80,9 @@ toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een pr
|
|||
|
||||
eindexamen: een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken;
|
||||
|
||||
eindexamen v.m.b.o.: een eindexamen dat leidt tot een diploma v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet, de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet of de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet;
|
||||
eindexamen v.m.b.o.: een eindexamen dat leidt tot een diploma v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg de basisberoepsgerichte leerweg de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg;
|
||||
|
||||
deeleindexamen: een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken;
|
||||
deeleindexamen: een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
|
||||
staatsexamencommissie: een commissie als bedoeld in artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
|
||||
|
|
@ -116,13 +118,13 @@ examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen.
|
|||
|
||||
**2.** Het schoolexamen v.w.o. en h.a.v.o. omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
|
||||
|
||||
**3.** Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste twee vakken, twee deelvakken of een vak en een deelvak. Deze vakken en deelvakken behoren tot het desbetreffende profieldeel, met dien verstande dat indien het betreft het profiel cultuur en maatschappij, tot deze vakken en deelvakken tevens worden gerekend Nederlandse taal en letterkunde en Engelse taal en letterkunde uit het gemeenschappelijk deel.
|
||||
**3.** Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor v.w.o. en 320 uur of meer voor h.a.v.o.
|
||||
|
||||
**4.** Het schoolexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, en de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet, omvat mede een sectorwerkstuk. De tweede volzin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Het sectorwerkstuk heeft betrekking op een thema uit de sector waarin de leerling het onderwijs volgt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op vrijstelling aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
|
||||
**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -137,11 +139,9 @@ Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een
|
|||
|
||||
**3.** Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.
|
||||
|
||||
De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.
|
||||
|
||||
In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
|
||||
**5.** In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -155,11 +155,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Onze Minister stelt, behalve voor door het bevoegd gezag vast te stellen vakken die onderdeel zijn van het eindexamen, voor elk van de onderwijssoorten examenprogramma’s vast, waarin zijn opgenomen:
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van de examenstof voor ieder eindexamenvak,
|
||||
b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke examenstof het schoolexamen zich uitstrekt, en
|
||||
c. het aantal en de tijdsduur van de toetsen van het centraal examen.
|
||||
|
||||
Tevens kunnen in een examenprogramma zijn opgenomen voorschriften betreffende de aard, de omvang, het aantal, de beoordeling en de weging van de onderdelen van het schoolexamen.
|
||||
a. een omschrijving van de examenstof voor ieder eindexamenvak, en
|
||||
b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke examenstof het schoolexamen zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Een examenprogramma wordt vastgesteld per vak of per groep van vakken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,39 +176,38 @@ Tevens kunnen in een examenprogramma zijn opgenomen voorschriften betreffende de
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
|
||||
Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
|
||||
|
||||
a. vrijgesteld van het examen in een algemeen vak van de theoretische leerweg in het v.m.b.o. op grond van het examen v.w.o., h.a.v.o. of v.m.b.o., indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald,
|
||||
b. vrijgesteld van het examen in een vak in het h.a.v.o. op grond van een examen v.w.o. of h.a.v.o., indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
|
||||
c. vrijgesteld van het examen in een vak in het v.w.o. op grond van een examen v.w.o., indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
|
||||
d. vrijgesteld van het examen in een vak van het v.w.o. of h.a.v.o. op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in de Nederlandse Antillen of in Aruba, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
|
||||
e. vrijgesteld van het profielwerkstuk of sectorwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk respectievelijk sectorwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op twee vakken uit het desbetreffende profieldeel respectievelijk op een thema uit de desbetreffende sector, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
|
||||
e. vrijgesteld van het profielwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald,
|
||||
f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit die sector, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met c, is de kandidaat die het eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. aflegt, vrijgesteld van het onderdeel letterkunde van elke moderne taal, indien de kandidaat bij een eerder afgelegd examen, voor letterkunde een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald.
|
||||
**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49 om te slagen voor het eindexamen.
|
||||
|
||||
**4.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met e, en derde lid, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49 om te slagen voor het eindexamen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 9 kan de staatsexamencommissie op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, vrijstelling verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De vrijstelling kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door de staatsexamencommissie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de staatsexamencommissie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 9 kan de staatsexamencommissie op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door de staatsexamencommissie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de staatsexamencommissie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken
|
||||
|
||||
**3.** Tot de in het eerste lid bedoelde diploma's, getuigschriften en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat en die betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lid-staat van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de staatsexamencommissie de gevraagde vrijstelling verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van vrijstelling, en zendt zij aan de inspectie alsmede de Informatie Beheer Groep een afschrift daarvan.
|
||||
**4.** Indien de staatsexamencommissie de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt zij aan de inspectie alsmede de Informatie Beheer Groep een afschrift daarvan.
|
||||
|
||||
**5.** Het bewijs van vrijstelling vermeldt de gronden van de vrijstelling, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de vrijstelling berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken.
|
||||
**5.** Het bewijs van ontheffing vermeldt de gronden van de ontheffing, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de ontheffing berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister stelt het model van het bewijs van vrijstelling vast.
|
||||
**6.** Onze Minister stelt het model van het bewijs van ontheffing vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij de staatsexamencommissie, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift of andere bewijsstuk waarop het verzoek om vrijstelling berust.
|
||||
Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij de staatsexamencommissie, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift of andere bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,26 +215,27 @@ Een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingedie
|
|||
|
||||
Het eindexamen v.w.o. (atheneum) omvat:
|
||||
|
||||
a. de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*b*, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met dien verstande dat voor de bepaling van de eindcijfers de onderdelen letterkunde van alle afzonderlijke moderne talen in het profiel tezamen als vak van het gemeenschappelijk deel worden aangemerkt,
|
||||
b. de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen, genoemd in artikel 26*b*, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, en
|
||||
c. vakken, deelvakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*b*, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., die tezamen overeenkomen met een normatieve studielast van ten minste 280 uren zoals geldend voor de scholen voor v.w.o., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voorzover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
|
||||
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
|
||||
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en
|
||||
c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor v.w.o., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien voor de kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van meer dan 1840 uren, wordt het in het eerste lid, onderdeel *c*, genoemde getal van 280 uren met het meerdere verlaagd.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.w.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.w.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel voor welke hij werd vrijgesteld van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26*e*, eerste tot en met derde lid, of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1 en lichamelijke opvoeding 1 van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen, geschiedenis en maatschappijleer.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma h.a.v.o., en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen worden vrijgesteld van de deelvakken Franse taal en letterkunde 1 of Duitse taal en letterkunde 1 van het gemeenschappelijk deel of van beide, in de volgende gevallen:
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de taal, genoemd in artikel 26b, eerste lid onder c, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. de kandidaat heeft eerder in Nederland onderwijs op een school voor voortgezet onderwijs gevolgd en werd daarbij vrijgesteld van het volgen van onderwijs in een tweede moderne taal op grond van artikel 11*e*, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of van het volgen van onderwijs in Franse taal en letterkunde of Duitse taal en letterkunde of beide, op grond van artikel 21, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. of artikel 26*e*, derde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of van het volgen van onderwijs in moderne taal en letterkunde 1 op grond van artikel 26*e*, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of
|
||||
b. de kandidaat heeft voordien buiten Nederland onderwijs gevolgd en daarbij geen of te weinig onderwijs in het overeenkomstige vak gevolgd.
|
||||
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal,
|
||||
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal, of
|
||||
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
|
||||
|
||||
**7.** De inspectie kan in bijzondere gevallen goedkeuren dat de in het zesde lid bedoelde vrijstelling wordt verleend aan een kandidaat die niet voldoet aan de in dat lid onder *a* of *b* genoemde voorwaarde.
|
||||
**7.** Bij ontheffing op grond van het zesde lid wordt de taal vervangen door een van de vakken, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, naar keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -246,28 +243,17 @@ b. de kandidaat heeft voordien buiten Nederland onderwijs gevolgd en daarbij gee
|
|||
|
||||
Het eindexamen v.w.o. (gymnasium) omvat:
|
||||
|
||||
a. de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*b*, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met inachtneming van artikel 26*b*, achtste lid, eerste volzin, en met dien verstande dat voor de bepaling van de eindcijfers de onderdelen letterkunde van alle afzonderlijke moderne talen in het profiel tezamen als vak van het gemeenschappelijk deel worden aangemerkt,
|
||||
b. de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen, genoemd in artikel 26*b*, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, en
|
||||
c. vakken, deelvakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*b*, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., die tezamen overeenkomen met een normatieve studielast van ten minste 760 uren zoals geldend voor de scholen voor v.w.o., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voorzover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend. Het eindexamen kan in het vrije deel ook omvatten, culturele en kunstzinnige vorming 1.
|
||||
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
|
||||
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en
|
||||
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor v.w.o., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Het eindexamen v.w.o. (gymnasium) omvat in elk geval het vak Latijnse taal en letterkunde of het vak Griekse taal en letterkunde. Het kan beide vakken omvatten.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.w.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
|
||||
**3.** Indien voor de kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van meer dan 1840 uren, wordt het in het eerste lid, onderdeel *c*, genoemde getal van 760 uren met het meerdere verlaagd.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.w.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel voor welke hij werd vrijgesteld van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26*e*, eerste tot en met derde lid, of vijfde lid van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en die in het bezit is van het diploma h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het deelvak lichamelijke opvoeding 1 van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en die in het bezit is van het diploma h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen, geschiedenis en maatschappijleer.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen worden vrijgesteld van de deelvakken Franse taal en letterkunde 1 of Duitse taal en letterkunde 1 van het gemeenschappelijk deel, of van beide, in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. de kandidaat heeft eerder in Nederland onderwijs op een school voor voortgezet onderwijs gevolgd en werd daarbij vrijgesteld van het volgen van onderwijs in een tweede moderne taal op grond van artikel 11*e*, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of van het volgen van onderwijs in Franse taal en letterkunde of Duitse taal en letterkunde of beide, op grond van artikel 21, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. of artikel 26*e*, derde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of van het volgen van onderwijs in moderne taal en letterkunde 1 op grond van artikel 26*e*, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of
|
||||
b. de kandidaat heeft voordien buiten Nederland onderwijs gevolgd en daarbij geen of te weinig onderwijs in het overeenkomstige vak gevolgd.
|
||||
|
||||
**8.** De inspectie kan in bijzondere gevallen goedkeuren dat de in het zevende lid bedoelde vrijstelling wordt verleend aan een kandidaat die niet voldoet aan de in dat lid onder *a* of *b* genoemde voorwaarde.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma h.a.v.o., en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -275,24 +261,15 @@ b. de kandidaat heeft voordien buiten Nederland onderwijs gevolgd en daarbij gee
|
|||
|
||||
Het eindexamen h.a.v.o. omvat:
|
||||
|
||||
a. de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*c*, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met dien verstande dat voor de bepaling van de eindcijfers de onderdelen letterkunde van alle afzonderlijke moderne talen in het profiel tezamen als vak van het gemeenschappelijk deel worden aangemerkt,
|
||||
b. de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen, genoemd in artikel 26*c*, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, en
|
||||
c. vakken, deelvakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26*c*, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., die tezamen overeenkomen met een normatieve studielast van ten minste 200 uren zoals geldend voor de scholen voor h.a.v.o., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voorzover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
|
||||
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
|
||||
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en
|
||||
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien voor de kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van meer dan 1160 uren, wordt het in het eerste lid, onderdeel *c*, genoemde getal van 200 uren met het meerdere verlaagd.
|
||||
**2.** Ingeval van toepassing van artikel 14, achtste lid, van de wet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel voor welke hij werd vrijgesteld van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26*e*, eerste, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken van het gemeenschappelijk deel waarvoor ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1 en lichamelijke opvoeding 1 van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs op zijn verzoek bij het eindexamen worden vrijgesteld van het deelvak moderne taal en letterkunde 1 van het gemeenschappelijk deel in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. de kandidaat heeft eerder in Nederland onderwijs op een school voor voortgezet onderwijs gevolgd en werd daarbij vrijgesteld van het volgen van onderwijs in een tweede moderne taal op grond van artikel 11*e*, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of van het volgen van onderwijs in Franse taal en letterkunde en Duitse taal en letterkunde op grond van artikel 21, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of van het volgen van onderwijs in moderne taal en letterkunde 1 op grond van artikel 26*e*, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., of
|
||||
b. de kandidaat heeft voordien buiten Nederland onderwijs gevolgd en daarbij geen of te weinig onderwijs in het overeenkomstige vak gevolgd.
|
||||
|
||||
**6.** De inspectie kan in bijzondere gevallen goedkeuren dat de in het vijfde lid bedoelde vrijstelling wordt verleend aan een kandidaat die niet voldoet aan de in dat lid onder *a* of *b* genoemde voorwaarde.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -340,13 +317,13 @@ a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, va
|
|||
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, en
|
||||
c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, en onderdeel c voor zover het betreft de Friese taal, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen worden vrijgesteld van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen een vak omvatten als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -360,7 +337,7 @@ a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid
|
|||
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
|
||||
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, het vak Nederlandse taal en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -465,17 +442,25 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag bepaalt het tijdstip waarop het schoolexamen aanvangt. Het schoolexamen wordt afgesloten voor de aanvang van het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 37. Het bevoegd gezag kan in afwijking van de tweede volzin een kandidaat die ten gevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen niet heeft kunnen afsluiten voor de aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak af te sluiten vóór het centraal examen in dat vak, doch na de aanvang van het eerste tijdvak. In afwijking van de tweede volzin geldt voor het v.m.b.o. dat het schoolexamen voor de vakken waarin geen centraal examen wordt afgelegd en, voor zover van toepassing, het sectorwerkstuk uiterlijk moeten zijn afgesloten op een datum gelegen na de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen, doch uiterlijk een week voordat de uitslag wordt vastgesteld. Het bevoegd gezag dat afwijkt van de tweede volzin, zendt de met het schoolexamen en het sectorwerkstuk behaalde resultaten zo spoedig mogelijk aan de inspectie, tenzij het bevoegd gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag bepaalt het tijdstip waarop het schoolexamen aanvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Het schoolexamen v.w.o. in de deelvakken Franse taal en letterkunde 1 en Duitse taal en letterkunde 1 wordt afgesloten in het zesde leerjaar.
|
||||
**2.** Het schoolexamen wordt afgesloten voor de aanvang van het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 37.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag kan in afwijking van het tweede lid een kandidaat die ten gevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen niet heeft kunnen afsluiten voor de aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak af te sluiten vóór het centraal examen in dat vak, doch na de aanvang van het eerste tijdvak.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid geldt voor het v.m.b.o. dat het schoolexamen voor de vakken waarin geen centraal examen wordt afgelegd en, voor zover van toepassing, het sectorwerkstuk uiterlijk moeten zijn afgesloten op een datum gelegen na de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen, doch uiterlijk een week voordat de uitslag van het centraal examen wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het tweede lid geldt voor het h.a.v.o. en het v.w.o. dat de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, moeten zijn afgesloten uiterlijk een week voordat de uitslag van het centraal examen wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het bevoegd gezag gebruikmaakt van de afwijkingsbevoegdheid in het tweede lid, zendt het de resultaten die zijn behaald met het schoolexamen en het sectorwerkstuk zo spoedig mogelijk aan de inspectie, tenzij het bevoegd gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Voor de aanvang van het centraal examen maakt de directeur aan de kandidaat bekend, voorzover van toepassing:
|
||||
|
||||
a. welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen,
|
||||
a. welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen,
|
||||
b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en
|
||||
c. de beoordeling van het profielwerkstuk of het sectorwerkstuk.
|
||||
c. de beoordeling van het sectorwerkstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,9 +472,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het deelvak culturele en kunstzinnige vorming 1 en het deelvak lichamelijke opvoeding 1 uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende deelvakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op het sectorwerkstuk. Het sectorwerkstuk wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren die de kandidaat hebben begeleid bij de totstandkoming van het sectorwerkstuk.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het sectorwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het sectorwerkstuk wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren die de kandidaat hebben begeleid bij de totstandkoming van het sectorwerkstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
|
|
@ -529,10 +514,20 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
|
|||
|
||||
**3.** Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door de staatsexamencommissie.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het eindexamen in het tweede tijdvak eveneens wordt afgenomen door de staatsexamencommissie.
|
||||
**4.** Onze Minister kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak eveneens wordt afgenomen door de staatsexamencommissie.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van het derde of vierde lid, leveren de kandidaten de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. De voorzitter van de staatsexamencommissie bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 37, tweede lid, kan het bevoegd gezag een leerling uit het voorlaatste leerjaar toelaten tot het centraal examen in één of meer vakken, niet zijnde alle vakken van het eindexamen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 49, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste leerjaar afgenomen door de staatsexamencommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De directeur deelt jaarlijks voor 1 november aan de Informatie Beheer Groep mede hoeveel kandidaten in elk vak aan het centraal examen in het eerste tijdvak zullen deelnemen.
|
||||
|
|
@ -552,6 +547,8 @@ Onze Minister stelt een centrale examencommissie vaststelling opgaven in. Deze c
|
|||
a. het vaststellen van de dagen en uren waarop de centrale examens in de verschillende tijdvakken aanvangen en waarop de toetsen van het centraal examen worden gehouden;
|
||||
b. het tot stand brengen van de opgaven van de centrale examens;
|
||||
c. het vaststellen van de opgaven van de centrale examens;
|
||||
c1. het vaststellen van het aantal en de tijdsduur van de toetsen van het centraal examen;
|
||||
c2. het vaststellen van de wijze waarop de centrale examens worden afgenomen;
|
||||
d. het tot stand brengen van de beoordelingsnormen voor de centrale examens;
|
||||
e. het vaststellen van de beoordelingsnormen voor de centrale examens;
|
||||
f. het geven van regels voor het bepalen van een score, voortvloeiend uit de beoordeling;
|
||||
|
|
@ -591,8 +588,6 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan bepalen dat in verband met de aard van de opgaven, ter vermijding van overbelasting van de gecommitteerden dan wel ter versnelling van de examenprocedure wordt afgeweken van het eerste tot en met vierde lid en van artikel 42.
|
||||
|
||||
### Artikel 41a
|
||||
|
||||
**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het praktisch gedeelte van het centraal examen van een eindexamen v.m.b.o., de examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de praktijkopgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door de in artikel 39 bedoelde commissie gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel f. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
|
||||
|
|
@ -603,7 +598,7 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
|||
|
||||
**1.** De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan stellen zij de score vast op het rekenkundig gemiddelde van de twee scores, in voorkomend geval afgerond op het naasthogere gehele getal.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de in het eerste lid bedoelde score en met inachtneming van artikel 39, eerste lid, onderdeel g.
|
||||
**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel g.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
|
|
@ -617,7 +612,7 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Indien een kandidaat om een geldige reden ter beoordeling van de directeur is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen op ten hoogste twee toetsen te voltooien. Indien artikel 37, vierde lid, toepassing vindt, wordt gelegenheid gegeven het centraal examen op meer dan twee toetsen te voltooien, afhankelijk van de feitelijke mogelijkheden.
|
||||
**1.** Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -641,7 +636,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De directeur en de secretaris van het eindexamen stellen in geval van een eindexamen de uitslag vast met inachtneming van artikel 49.
|
||||
**1.** De directeur en de secretaris van het eindexamen stellen in geval van een eindexamen de uitslag vast met inachtneming van artikel 49, en voor zover van toepassing artikel 52a.
|
||||
|
||||
**2.** De uitslag luidt «geslaagd voor het eindexamen» of «afgewezen voor het eindexamen».
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,14 +646,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Met het afleggen van het eindexamen in enig jaar aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs wordt gelijkgesteld het in dat jaar afleggen van examen in een of meer vakken aan die instelling met het oogmerk, in dat jaar het diploma te behalen door de combinatie met het overleggen door de desbetreffende kandidaat aan de examencommissie v.a.v.o. van:
|
||||
|
||||
a. een in artikel 52, eerste lid, bedoelde cijferlijst van een school die is uitgereikt in een eerder jaar;
|
||||
a. een in artikel 52, eerste lid, of artikel 52a, bedoelde cijferlijst van een school die is uitgereikt in een eerder jaar;
|
||||
b. een in artikel 52, eerste lid, bedoelde cijferlijst, of een in artikel 53, tweede lid, bedoeld certificaat, afgegeven door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
c. een cijferlijst als bedoeld in artikel 30, eerste of tweede lid, of artikel 31, eerste lid, van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000;
|
||||
d. een of meer bewijzen van vrijstelling als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van dit besluit, of als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000.
|
||||
d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van dit besluit, of als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000.
|
||||
|
||||
**5.** Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Vrijstellingsbewijzen worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
|
||||
**5.** Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
|
||||
|
||||
**6.** De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24 of 25, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000.
|
||||
**6.** De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24 of 25, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000.
|
||||
|
||||
**7.** De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12,13, 22, 23, 24 of 25 voorgeschreven vakken omvat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -674,23 +669,39 @@ a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald e
|
|||
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of
|
||||
c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger.
|
||||
|
||||
**1a.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel en in de gemengde en de theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» is behaald.
|
||||
**3.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel en in de gemengde en de theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» is behaald.
|
||||
|
||||
**2a.** In afwijking van het eerste en tweede lid, is de kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft gelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, geslaagd indien hij zowel voor het vak Nederlandse taal als voor het beroepsgerichte programma het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald. Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste lid, lid 1a en het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en derde lid, is de kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, geslaagd indien hij zowel voor het vak Nederlandse taal als voor het beroepsgerichte programma het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald. Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De kandidaat die eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. heeft afgelegd, is geslaagd indien hij:
|
||||
De kandidaat die eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. heeft afgelegd, is geslaagd:
|
||||
|
||||
a. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
|
||||
b. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 of 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, dan wel
|
||||
c. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, met dien verstande dat van deze vakken waarvoor als eindcijfer 4 of 5 is behaald, niet meer dan één vak het profieldeel betreft.
|
||||
a. indien hij:
|
||||
|
||||
**4.** In aanvulling op het derde lid geldt dat het profielwerkstuk, en bij scholen voor v.w.o. en h.a.v.o. bovendien de deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1 en lichamelijke opvoeding 1 van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, moeten zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed».
|
||||
1°. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
|
||||
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
|
||||
3°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
|
||||
4°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt,
|
||||
b. indien geen van de eindcijfers van onderdelen, genoemd in het zesde lid, lager is dan 4, en
|
||||
c. indien de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed».
|
||||
|
||||
**5.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag is vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan iedere kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt.
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij de uitslagbepaling volgens het vijfde lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor v.w.o. ook algemene natuurwetenschappen. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
|
||||
|
||||
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur,
|
||||
b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur,
|
||||
c. algemene natuurwetenschappen in het h.a.v.o.,
|
||||
d. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de tweede volzin van het zesde lid, wordt in het examenreglement, bedoeld in artikel 31, vermeld welk onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd.
|
||||
|
||||
**8.** De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het zesde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
|
||||
|
||||
**9.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag is vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan iedere kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
|
|
@ -698,15 +709,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het schriftelijk gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het v.m.b.o., dit recht eveneens bestaat voor het praktisch gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het praktisch gedeelte van het centraal examen bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van een of meer onderdelen daarvan.
|
||||
**1.** De kandidaat heeft voor één vak van het eindexamen waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, negende lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het schriftelijk gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het v.m.b.o., dit recht eveneens bestaat voor het praktisch gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het praktisch gedeelte van het centraal examen bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van een of meer onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** De kandidaat stelt de directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht.
|
||||
|
||||
**3.** Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde centraal examen geldt als definitief cijfer voor het centraal examen.
|
||||
|
||||
**4.** Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 48 en wordt deze schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
|
||||
**4.** Na afloop van de herkansing in het laatste leerjaar wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 48 en wordt deze schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vakken waarin in een examenjaar deeleindexamen is afgelegd. De kandidaat die in een examenjaar zowel eindexamen als een of meer deeleindexamens aflegt, oefent het in het eerste lid bedoelde recht per examenjaar ten hoogste eenmaal uit.
|
||||
**5.** Na afloop van een herkansing in het voorlaatste leerjaar wordt het eindcijfer schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vakken waarin in een examenjaar deeleindexamen is afgelegd. De kandidaat die in een examenjaar zowel eindexamen als een of meer deeleindexamens aflegt, oefent het in het eerste lid bedoelde recht per examenjaar ten hoogste eenmaal uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
@ -715,27 +728,52 @@ Vervallen
|
|||
De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke kandidaat die eindexamen heeft afgelegd, een cijferlijst uit waarop voor zover van toepassing zijn vermeld:
|
||||
|
||||
a. de cijfers voor het schoolexamen en de cijfers voor het centraal examen,
|
||||
b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk,
|
||||
c. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk,
|
||||
d. de beoordeling van de deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1 en lichamelijke opvoeding 1 in v.w.o. en h.a.v.o.,
|
||||
b. voor v.w.o. en h.a.v.o. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk,
|
||||
c. voor v.m.b.o. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk,
|
||||
d. de beoordeling van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding in v.w.o. en h.a.v.o.,
|
||||
e. de beoordeling van het kunstvak en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van de leerweg in m.a.v.o. en v.b.o.,
|
||||
f. volgens welke differentiatie als bedoeld in artikel 7, derde lid, is geëxamineerd,
|
||||
g. de eindcijfers voor de examenvakken, alsmede
|
||||
f. volgens welke differentiatie, bedoeld in artikel 7, derde lid, is geëxamineerd,
|
||||
g. de eindcijfers voor de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 49, vierde lid, en
|
||||
h. de uitslag van het eindexamen.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van de staatsexamencommissie, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het dipoma v.m.b.o. is de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken.
|
||||
**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van de staatsexamencommissie, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het dipoma v.m.b.o. is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een kandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen, worden de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt het model van de cijferlijst vast.
|
||||
|
||||
**5.** De deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1, lichamelijke opvoeding 1, het vak lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel, waarvoor de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ingevolge artikel 11, vierde lid, artikel 12, vijfde lid, artikel 13, vierde lid, of artikel 22, vierde lid, is vrijgesteld, worden niet vermeld op de cijferlijst. Andere vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld bij het examen, worden zonder vermelding van een cijfer vermeld op de cijferlijst, behalve in geval van vrijstellingen als bedoeld in artikel 9 van dit besluit en 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, die wel leiden tot vermelding van een cijfer.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend bij het eindexamen geldt het volgende:
|
||||
|
||||
a. indien het betreft het eindexamen v.w.o. of het eindexamen h.a.v.o.:
|
||||
|
||||
1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
2°. de vakken algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma h.a.v.o., worden niet vermeld op de cijferlijst;
|
||||
3°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
|
||||
4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen h.a.v.o. waarvan deze v.w.o.-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
|
||||
5°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer;
|
||||
b. indien het betreft het eindexamen v.m.b.o.:
|
||||
|
||||
1°. de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
2°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
|
||||
3°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.
|
||||
|
||||
**6.** De directeur en de secretaris van het eindexamen tekenen de diploma's en de cijferlijsten.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de kandidaat in een bepaald jaar is geslaagd voor het eindexamen, draagt de directeur er op verzoek van de kandidaat zorg voor dat de behaalde cijfers voor de vakken waarin in datzelfde jaar deeleindexamen of deelstaatsexamen is afgelegd, worden vermeld op de cijferlijst.
|
||||
|
||||
**8.** De directeur reikt aan de kandidaat van een school voor m.a.v.o. of een scholengemeenschap die in elk geval een school voor m.a.v.o. omvat, die met goed gevolg het examen v.m.b.o. in de gemengde leerweg heeft afgelegd en bovendien examen heeft afgelegd in het algemeen vak en met het meetellen van dat vak voldoet aan artikel 49 voor zover het betreft de theoretische leerweg, op diens verzoek het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg uit.
|
||||
**8.** De directeur van een school voor m.a.v.o. of een scholengemeenschap die in elk geval een school voor m.a.v.o. omvat, reikt op verzoek van de kandidaat die met goed gevolg het examen v.m.b.o. in de gemengde leerweg aan die school heeft afgelegd en bovendien examen heeft afgelegd in een algemeen vak en met het meetellen van dat vak voldoet aan artikel 49 voor zover het betreft de uitslag van het eindexamen v.m.b.o. in de theoretische leerweg, het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 52a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de kandidaat een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in één of meer vakken heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien, verstrekt de directeur hem een voorlopige cijferlijst.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorlopige cijferlijst worden het vak of de vakken waarin de kandidaat centraal examen heeft afgelegd vermeld, alsmede het cijfer van het schoolexamen, het cijfer van het centraal examen en het eindcijfer, met de aantekening of gebruik is gemaakt van de herkansingsmogelijkheid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de kandidaat een afsluitend schoolexamen heeft afgelegd wordt de beoordeling of het cijfer daarvan vermeld op de voorlopige cijferlijst.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt het model van de voorlopige cijferlijst vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
@ -744,17 +782,17 @@ h. de uitslag van het eindexamen.
|
|||
De examencommissie v.a.v.o. reikt aan de kandidaat die deeleindexamen heeft afgelegd aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, een cijferlijst uit waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing:
|
||||
|
||||
a. de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen,
|
||||
b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk,
|
||||
c. het thema alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, en
|
||||
d. de eindcijfers voor de examenvakken.
|
||||
b. voor het v.w.o. en h.a.v.o. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk,
|
||||
c. voor het v.m.b.o. het thema alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, en
|
||||
d. de eindcijfers voor de examenvakken met inbegrip van het cijfer, bepaald op grond van artikel 49, vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De examencommissie v.a.v.o. reikt aan de in het eerste lid bedoelde kandidaat, alsmede aan de kandidaat aan wie op grond van de definitieve uitslag niet op grond van 52, tweede lid, een diploma kan worden uitgereikt, een certificaat uit, waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing:
|
||||
|
||||
a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
|
||||
b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende», en
|
||||
c. het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende».
|
||||
b. voor het v.w.o. en h.a.v.o. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, en
|
||||
c. voor het v.m.b.o. het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende».
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -767,7 +805,7 @@ b. het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «vol
|
|||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
**1.** Duplicaten van afgegeven diploma's, certificaten, vrijstellingsbewijzen en cijferlijsten worden niet verstrekt.
|
||||
**1.** Duplicaten van afgegeven diploma's, certificaten, bewijzen van ontheffing en cijferlijsten worden niet verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Een schriftelijke verklaring dat een in het eerste lid bedoeld document is afgegeven, welke verklaring dezelfde waarde heeft als dat document zelf, kan uitsluitend door de Informatie Beheer Groep worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -789,7 +827,7 @@ c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de
|
|||
|
||||
Het bevoegd gezag kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal afwijken van de voorschriften gegeven bij of krachtens dit besluit, ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. De in de eerste volzin bedoelde afwijking kan betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het vak Nederlandse taal en letterkunde;
|
||||
a. het vak Nederlandse taal en literatuur;
|
||||
b. het vak Nederlandse taal;
|
||||
c. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -801,11 +839,11 @@ c. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende be
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de definitieve uitslag stuurt het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep en aan de inspectie een lijst waarop voor alle kandidaten zijn vermeld:
|
||||
Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers in het voorlaatste leerjaar, voor zover van toepassing, en na de vaststelling van de definitieve uitslag stuurt het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep en aan de inspectie een lijst waarop voor de kandidaten voor zover van toepassing zijn vermeld:
|
||||
|
||||
a. het profiel of de profielen danwel de leerweg waarop het examen betrekking heeft;
|
||||
b. de vakken waarin examen is afgelegd;
|
||||
c. de cijfers van het schoolexamenalsmede in voorkomend geval, de beoordeling van het profielwerkstuk of sectorwerkstuk, en de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft respectievelijk het thema van het sectorwerkstuk;
|
||||
c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het sectorwerkstuk;
|
||||
d. de cijfers van het centraal examen;
|
||||
e. de eindcijfers;
|
||||
f. de uitslag van het eindexamen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue