From 85c50063b7a18675c729e4bf93759f5836e9d2d1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit --- .../BWBR0011919/README.md | 14 +++++++------- 1 file changed, 7 insertions(+), 7 deletions(-) diff --git a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md index 1daf3d538b3..f0475000d49 100644 --- a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md +++ b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md @@ -196,8 +196,8 @@ Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt a. € 16 948,69 Per 1 juli 2005: € 18 925bij een eenpersoonshuishouden; b. € 22 711,70 Per 1 juli 2005: € 25 375bij een tweepersoonshuishouden; -c. € 15 042,81Per 1 juli 2005: € 16 825 bij een eenpersoonsouderenhuishouden; -d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925bij een tweepersoonsouderenhuishouden. +c. € 15 042,81Per 1 juli 2005: € 16 825, vermeerderd met de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar,bij een eenpersoonsouderenhuishouden; +d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925, vermeerderd met twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, bij een tweepersoonsouderenhuishouden. **2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41. @@ -235,8 +235,8 @@ b. het rekeninkomen ten minste gelijk is aan: 1 ^e. voor een eenpersoonshuishouden: de naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, of een daarmee, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag; 2 ^e. voor een tweepersoonshuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, of een daarmee, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag; -3 ^e. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1675, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag; -4 ^e. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 1050, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag. +3 ^e. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1675, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag; +4 ^e. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1050, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag. **2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de eigenaar-bewoner in de aanvraag aannemelijk maakt dat op het tijdstip van indiening daarvan wordt voldaan aan het eerste lid, onder b. @@ -416,8 +416,8 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het peil a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand; b. voor een tweepersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand; -c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1675; -d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 1050. +c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1675; +d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1050. ### Artikel 29 @@ -654,7 +654,7 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel De bedragen en factoren worden als volgt afgerond: a. de minimum normlasten en de maximale ewb, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten; -b. het maximaal toegestaan inkomen en het maximaal toegestaan vermogen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25; +b. het maximaal toegestaan inkomen, bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de vermeerderingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen c en d, het maximaal toegestaan vermogen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25;. c. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen. **6.** De overeenkomstig het eerste tot en met vijfde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de Staatscourant bekendgemaakt.