2008-10-22 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
ae4ea15855
commit
85cf7e71dc
1 changed files with 13 additions and 10 deletions
|
|
@ -55,13 +55,13 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a
|
|||
|
||||
a. assistentopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, en
|
||||
c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
|
||||
c. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan de IB-Groep heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
|
||||
|
||||
**opleiding niveau 3 of 4**:
|
||||
|
||||
a. vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, en
|
||||
c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
|
||||
c. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan de IB-Groep heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
|
||||
|
||||
**ouder**: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
|
||||
|
||||
|
|
@ -384,7 +384,7 @@ b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5.
|
|||
|
||||
**1.** Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2004 minder bedraagt dan € 5 825,– en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner zijn de artikelen 5 en 8, vierde, zesde en zevende lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan € 8 129,26 en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner zijn de artikelen 5 en 8, vierde, zesde en zevende lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
|
|
@ -637,9 +637,8 @@ Wanneer de reisvoorziening geheel of gedeeltelijk wordt verstrekt in de vorm van
|
|||
|
||||
De studerende is verplicht zijn kaart in te leveren op een door de verstrekker van de kaart aan te geven wijze uiterlijk op de vijfde werkdag nadat:
|
||||
|
||||
a. zijn recht op studiefinanciering is beëindigd,
|
||||
b. de student een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, is verstrekt, of
|
||||
c. zijn recht op een kaart op grond van artikel 3.25 of op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld.
|
||||
a. zijn recht op studiefinanciering is beëindigd, of
|
||||
b. zijn recht op een kaart op grond van artikel 3.25 of op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld.
|
||||
|
||||
**2.** De studerende die een kaart die ten onrechte aan hem is toegekend, afhaalt, is verplicht deze kaart in te leveren voor de eerste dag waarop de kaart ten onrechte voor hem geldig is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -735,6 +734,10 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een
|
|||
|
||||
**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2008 € 819,24. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Op aanvraag kan een deelnemer als bedoeld in artikel 3.4, gedurende de periode, bedoeld in het vierde lid, tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4, derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Op aanvraag kan een deelnemer als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de periode bedoeld in het vierde lid, tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.8
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 4.7, eerste en tweede lid, wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in deze leden bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren. Indien artikel 4.12 is toegepast, wordt de uitkomst van de vorige volzin met 1 jaar vermeerderd.
|
||||
|
|
@ -853,9 +856,9 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
**4.** De basislening en de aanvullende lening kunnen gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. Het collegegeldkrediet kan gedurende de periode bedoeld in het eerste en derde lid worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Op aanvraag kan een studerende als bedoeld in artikel 3.4, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4, derde lid.
|
||||
**5.** Op aanvraag kan een student als bedoeld in artikel 3.4, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Op aanvraag kan een studerende als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.
|
||||
**6.** Op aanvraag kan een student als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1649,7 +1652,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.8
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 5.2, eerste lid, en 5.12 wordt de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat in het hoger onderwijs gedurende het studiejaar 2000–2001 en die niet over een eerder studiejaar voor het volgen van hoger onderwijs is toegekend, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, en uiterlijk in het jaar 2002 van rechtswege omgezet in een gift.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -1701,7 +1704,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.14
|
||||
|
||||
Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet op de studiefinanciering, ingesteld voor 1 september 2000, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 augustus 2000 geldende voorschriften van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue