2016-07-01 | BWBR0004043 | Toeslagenwet
This commit is contained in:
parent
4498cb5fb1
commit
85e171bde8
1 changed files with 87 additions and 15 deletions
|
|
@ -80,21 +80,21 @@ Vervallen
|
|||
Recht op toeslag heeft een gehuwde, die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 70,10.
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 70,68.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Behoudens het derde lid heeft voorts recht op toeslag een ongehuwde, die:
|
||||
Behoudens het derde lid hebben voorts recht op toeslag een ongehuwde die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en een ongehuwde, die niet met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan:
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 52,67;
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 41,50;
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 34,99;
|
||||
4°. indien hij 20 jaar is: € 29,20;
|
||||
5°. indien hij 19 jaar is: € 24,39
|
||||
6°. indien hij 18 jaar is: € 21,17.
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 53,01;
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 41,91;
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 35,28;
|
||||
4°. indien hij 20 jaar is: € 29,49;
|
||||
5°. indien hij 19 jaar is: € 24,71
|
||||
6°. indien hij 18 jaar is: € 21,32.
|
||||
|
||||
**3.** Geen recht op toeslag heeft de in het tweede lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,6 +104,35 @@ b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan:
|
|||
|
||||
**6.** Geen recht op toeslag heeft de gehuwde of ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Recht op toeslag heeft een ongehuwde die met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan:
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 34,24
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 27,40
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 22,90.
|
||||
|
||||
**8.** Het zevende lid is niet van toepassing op ongehuwden die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Tot de personen, bedoeld in het zevende lid, worden niet gerekend:
|
||||
|
||||
a. de persoon die de leeftijd 21 jaar nog niet heeft bereikt,
|
||||
b. de persoon, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de toeslaggerechtigde, die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de toeslaggerechtigde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als verhuurder, huurder, onderverhuurder, onderhuurder, kostgever of kostganger in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft,
|
||||
c. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft, mits hij de overeenkomst heeft met dezelfde persoon als met wie de toeslaggerechtigde een schriftelijke overeenkomst heeft, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger, en
|
||||
d. de persoon:
|
||||
|
||||
1°. die onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan bestaan en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die studiefinanciering;
|
||||
2°. die onderwijs volgt waarvoor aanspraak kan bestaan op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die tegemoetkoming;
|
||||
3°. die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt;
|
||||
4°. die een vergelijkbaar soort onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld onder 1° tot en met 3° volgt buiten Nederland, waarbij voor onder 1° en 2° geldt dat hij op enig moment tijdens dat onderwijs jonger dan 30 jaar is of in de maand van aanvang de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**10.** Op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de toeslaggerechtigde de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in het negende lid, onderdeel b of onderdeel c, over en toont hij de betaling van de commerciële prijs aan door het overleggen van de bewijzen van betaling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Vanaf 1990 heeft een gehuwde wiens echtgenoot is geboren na 31 december 1971 geen recht op toeslag, tenzij tot zijn huishouden een eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort dat jonger is dan 12 jaar.
|
||||
|
|
@ -116,7 +145,7 @@ Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld i
|
|||
|
||||
**1.** Geen recht op toeslag heeft de persoon, bedoeld in artikel 2, gedurende de periode dat hij niet in Nederland woont.
|
||||
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in artikel 2, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag, heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag, indien hij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, voldoet.
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in artikel 2, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag, heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag, indien hij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of zesde lid, voldoet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,10 +193,12 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 70,10 en het inkomen per dag.
|
||||
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 70,68 en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, zesde lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, zesde lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemde bedrag en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -175,7 +206,8 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee
|
|||
De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, voor:
|
||||
|
||||
a. de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan het minimumloon;
|
||||
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon.
|
||||
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon;
|
||||
c. de persoon, bedoeld in artikel 2, zesde lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 50% van het minimumloon.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de in het dagloon, vervolgdagloon of grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, begrepen vakantiebijslag niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -185,7 +217,7 @@ b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagl
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen treden voor de in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen in de plaats.
|
||||
**1.** De in de artikelen 2, 8 en 44f genoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen treden voor de in de artikelen 2, 8 en 44f genoemde bedragen in de plaats.
|
||||
|
||||
**2.** De gewijzigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, en de dag waarop de wijzigingen ingaan, worden door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -238,7 +270,9 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op toeslag, de hoogte van de toeslag, het geldend maken van het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
|
||||
**1.** Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op toeslag, de hoogte van de toeslag, het geldend maken van het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de meerderjarige persoon die in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft, als bedoeld in artikel 2, zesde lid, desgevraagd alle gegevens en inlichtingen over die voor de beoordeling van de aanspraak op toeslag van belang kunnen zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -708,11 +742,49 @@ Aan de persoon op wie artikel 4a van toepassing wordt als gevolg van de opzeggin
|
|||
|
||||
### Artikel 44f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8, derde lid, wordt voor de persoon, bedoeld in artikel 2, zesde lid, de toeslag zodanig vastgesteld dat deze gelijk is aan het verschil tussen
|
||||
|
||||
a. van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 48,30
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 38,32
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 32,12
|
||||
|
||||
en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
b. in 2017
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 43,59
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 34,66
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 28,89
|
||||
|
||||
en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
c. in 2018
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 38,95
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 30,99
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 25,73
|
||||
|
||||
en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 januari 2017.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel b, vervalt met ingang van 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
**4.** In artikel 9 wordt «de artikelen 2, 8 en 44f» met ingang van 1 januari 2019 vervangen door: de artikelen 2 en 8.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2019.
|
||||
|
||||
### Artikel 44g
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In afwijking van artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, bedraagt voor de persoon, bedoeld in artikel 2, zesde lid, de toeslag niet meer dan het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, indien:
|
||||
|
||||
a. van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend lager is dan 65% van het minimumloon;
|
||||
b. in 2017 het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend lager is dan 60% van het minimumloon;
|
||||
c. in 2018 het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend lager is dan 55% van het minimumloon.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue