From 85f6256df78aca8414ec5acb3f794a4aa5f8086f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 28 Aug 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-08-28 | BWBR0008114 | Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk --- .../BWBR0008114/README.md | 23 +++---------------- 1 file changed, 3 insertions(+), 20 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md index f04e34e6093..7aefe5fbe13 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md @@ -45,7 +45,7 @@ c. die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer d. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement; e. in een aangehouden betrekking. -Bij de bepaling van diensttijd wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995 mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld is artikel D2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan. +Bij de bepaling van diensttijd wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995 mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld in artikel D2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan. Indien en voor zover diensttijd bij de berekening van de bovenwettelijke uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen, anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt vergolden, worden de duur en het bedrag van de bovenwettelijke uitkering met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan herberekend, waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten; h. minimumloon: het minimumloon bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; @@ -94,29 +94,12 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va **1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens de Werkloosheidswet recht heeft op een uitkering, wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de Ziektewet, wordt die uitkering krachtens de Ziektewet aangevuld tot de percentages van het dagloon bedoeld in artikel 4, met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover betrokkene recht op een aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 3, heeft gehad. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering krachtens de Ziektewet die betrokkene in verband met haar bevalling heeft gedurende zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van die bevalling of, indien eerder gelegen tot en met de werkelijke datum van de bevalling, aangevuld tot 100% van het voor haar geldende dagloon. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering krachtens de Ziektewet die betrokkene in verband met haar bevalling heeft gedurende zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Ziektewet, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van die bevalling of, indien eerder gelegen tot en met de werkelijke datum van de bevalling, aangevuld tot 100% van het voor haar geldende dagloon. **3.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode, waarin de Ziektewet op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Ziektewet op hem van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering bedoeld in artikel 4 van dit besluit. **4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. -### Artikel 5a - -**1.** - -De uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg die betrokkene heeft, wordt - -a. in verband met haar zwangerschap en bevalling gedurende ten minste 16 weken aangevuld tot 100% van het voor haar geldende dagloon, en wel voor de periode - -1°. die aanvangt zes weken voor de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Indien de betrokkene dat wenst, vangt het recht op uitkering in verband met zwangerschap aan op een later tijdstip, doch uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijk datum van bevalling; en -2°. die aanvangt op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken of zoveel meer als het aantal dagen dat de uitkering in verband met zwangerschap minder dan zes weken heeft geduurd; of -b. in verband met adoptie gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon; of -c. in verband met het opnemen van een pleegkind gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming van het pleegkind een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. - -**2.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode, waarin de Wet arbeid en zorg, op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Wet arbeid en zorg op hem of haar van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering bedoeld in artikel 4 van dit besluit. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. - ### Artikel 6 **1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden. @@ -236,7 +219,7 @@ Onze Minister is belast met de uitvoering van dit besluit. Ontslaguitkeringen die zijn toegekend krachtens het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966 en de Regeling wachtgeld en uitkering bij privatisering, zoals die luidden op 31 december 2002, blijven uitsluitend gehandhaafd voor wat betreft: a. de hoogte en de duur; -b. de anticumulatie mits er in de zes maanden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit gedurende ten minste drie maanden neveninkomsten uit arbeid of bedrijf zijn genoten. De anticumulatie blijft alsdan gehandhaafd gedurende ten hoogste tien jaar dan wel gedurende ten hoogste 15 jaar indien betrokkene op de datum voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit 50 jaar of ouder is. +b. de anticumulatie, mits er in de zes maanden voorafgaand aan 31 december 2002 gedurende ten minste drie maanden neveninkomsten uit arbeid of bedrijf zijn genoten. De anticumulatie blijft alsdan gehandhaafd gedurende ten hoogste tien jaar dan wel gedurende ten hoogste 15 jaar indien betrokkene op 31 december 2002 50 jaar of ouder is. ### Artikel 22a