diff --git a/wet/scheepvaartverkeerswet/BWBR0004364/README.md b/wet/scheepvaartverkeerswet/BWBR0004364/README.md index 416ef754081..4cd08e98f53 100644 --- a/wet/scheepvaartverkeerswet/BWBR0004364/README.md +++ b/wet/scheepvaartverkeerswet/BWBR0004364/README.md @@ -34,14 +34,15 @@ h. bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke 2°. een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag op een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg; i. verkeersbegeleiding: het door middel van een samenstel van personele en infrastructurele voorzieningen op stelselmatige en interactieve wijze bewerkstelligen en onderhouden van een veilig en vlot scheepvaartverkeer; j. verkeersinformatie: een door een daartoe bevoegd persoon gegeven inlichting aan een of meerdere verkeersdeelnemers dan wel aan anderen met betrekking tot een scheepvaartweg of een gedeelte daarvan dan wel het scheepvaartverkeer of afzonderlijke schepen daarop, waarbij deze inlichting mede kan bestaan uit vaarweginformatie en tactische verkeersinformatie; -k. Scheldereglement: het reglement ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839, en van Hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842 betreffende het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht (*Stb.* 1843, 45); +k. Scheldereglement: het reglement ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839, en van Hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842 betreffende het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht (Trb. 1995, 48) zoals deze sedertdien is gewijzigd; l. verkeersaanwijzing: een door een daartoe bevoegd persoon aan een of meerdere verkeersdeelnemers gegeven gebod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen of opgelegd verbod van een bepaald resultaat in het verkeersgedrag; m. Herziene Rijnvaartakte: de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte, met bijlagen en slotprotocol, (*Trb.* 1955, 161), zoals deze sedertdien is gewijzigd; n. Nederlandse zeeschepen: zeeschepen die onder de Nederlandse vlag varen, met uitzondering van zeeschepen die het recht daartoe ontlenen aan de regels die in de Nederlandse Antillen of in Aruba terzake gelden; o. verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens; p. River Information Services: de geharmoniseerde informatiediensten ter ondersteuning van het verkeers- en vervoersmanagement voor de binnenvaart, met inbegrip van de technisch haalbare koppelingen met andere vervoerswijzen dan wel met commerciële activiteiten, niet zijnde interne commerciële activiteiten tussen betrokken bedrijven; q. vaarweginformatie: geografische, hydrologische en administratieve informatie over de scheepvaartweg; -r. tactische verkeersinformatie: informatie waarop onmiddellijke navigatiebeslissingen in de actuele verkeerssituatie en de nabije geografische omgeving zijn gebaseerd. +r. tactische verkeersinformatie: informatie waarop onmiddellijke navigatiebeslissingen in de actuele verkeerssituatie en de nabije geografische omgeving zijn gebaseerd; +s. verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer: het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312). **2.** @@ -212,6 +213,8 @@ b. zeeschepen indien de kapitein of een aan boord zijnde stuurman tijdens de vaa ### Artikel 11 +**1.** + In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen omstandigheden of gevallen en op een in die maatregel aan te geven wijze kan door Onze Minister of een in die maatregel aangewezen ander gezag a. de kapitein die op grond van artikel 10, tweede lid, van de loodsplicht is vrijgesteld, niettemin worden verplicht om tijdens de vaart van het zeeschip op een in de bijlage van deze wet aangegeven scheepvaartweg gebruik te maken van de diensten van een loods; @@ -221,6 +224,8 @@ c. de kapitein worden verplicht ten behoeve van het loodsen aanwijzingen op te v 1°. het gebruik van meer dan één loods; en 2°. het gebruik maken van de diensten van een loods aan boord van het zeeschip, dan wel vanaf de wal of vanaf een ander schip. +**2.** De maatregel, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op scheepvaartwegen waarop bij of krachtens hoofdstuk III van het Scheldereglement een loodsplicht geldt. + ### Artikel 12 **1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voor kapiteins verplichtingen ten behoeve van het loodsen geregeld. @@ -256,9 +261,9 @@ Het bepaalde in deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ### Artikel 15 -**1.** De kapitein op wie een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11 rust, dan wel de eigenaar of rompbevrachter van het desbetreffende schip, is gehouden loodsgeld te betalen. +**1.** De kapitein op wie een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11, eerste lid, rust, dan wel de eigenaar of rompbevrachter van het desbetreffende schip of de persoon die gezagvoerder is van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Scheldereglement, is gehouden loodsgeld te betalen. -**2.** De kapitein die tijdens de vaart op een scheepvaartweg gebruik maakt van de diensten van een loods zonder dat daartoe op hem een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11 rust, dan wel de eigenaar of rompbevrachter van het desbetreffende schip, is gehouden daarvoor loodsgeld te betalen. +**2.** De kapitein die tijdens de vaart op een scheepvaartweg gebruik maakt van de diensten van een loods zonder dat daartoe op hem een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11, eerste lid, rust, dan wel de eigenaar of rompbevrachter van het desbetreffende schip, is gehouden daarvoor loodsgeld te betalen. **3.** Degene die gehouden is loodsgeld te betalen, kan door de organisatie waaraan het loodsgeld is verschuldigd, worden verplicht tot het stellen van zekerheid met betrekking tot de voldoening van het loodsgeld en tot het verschaffen van de in verband met de bepaling van het toepasselijke tarief benodigde informatie. @@ -375,6 +380,10 @@ b. op alle niet-Nederlandse wateren die met de volle zee in verbinding staan en Bij de toepassing van de artikelen 19 tot en met 21 wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet, indien verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties voor zover deze het Koninkrijk binden daartoe nopen. +### Artikel 23a + +Behoeft een burgemeester in geval van een ramp of een zwaar ongeval als bedoeld in de Wet rampen en zware ongevallen of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand van de Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit, genoemd in artikel 6 van het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer, dan dient hij daartoe met toepassing van artikel 17 van die wet een verzoek in. Onze Minister verzoekt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit om bijstand. + ## Hoofdstuk 6. Dwangbepalingen ### Artikel 24 @@ -469,7 +478,7 @@ b. een schip met een lengte van minder dan 5 meter dat uitsluitend door middel v ### Artikel 30 -**1.** Het is verboden om, zonder daartoe bevoegd te zijn, een krachtens artikel 4, eerste lid onderdeel *b*, vastgesteld verkeersteken aan te brengen of te doen aanbrengen dan wel te verwijderen of te doen verwijderen. +**1.** Het is verboden om, zonder daartoe bevoegd te zijn, een krachtens artikel 4, eerste lid, onderdeel b, of een krachtens het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer vastgesteld verkeersteken aan te brengen of te doen aanbrengen dan wel te verwijderen of te doen verwijderen. **2.** Het is verboden om een voorwerp van welke aard ook, dat het scheepvaartverkeer op een scheepvaartweg in verwarring zou kunnen brengen, daarlangs, daarin of daarboven aan te brengen, te doen aanbrengen of te houden. @@ -485,7 +494,7 @@ b. een schip met een lengte van minder dan 5 meter dat uitsluitend door middel v Overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 4 en van de voorschriften verbonden aan een besluit, genomen krachtens artikel 7, eerste lid of met overeenkomstige toepassing daarvan krachtens artikel 8, wordt gestraft met: -a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee, de Westerschelde, de Rotterdamse Waterweg, het Noordzeekanaal of de Eems-Dollard, +a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee, voor zover het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer niet van toepassing is, de Rotterdamse waterweg, het Noordzeekanaal of de Eems-Dollard, b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg; c. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, indien de overtreding betrekking heeft op het ontvangen, bewaren of verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door organisaties of personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer. @@ -509,6 +518,31 @@ c. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, i **14.** De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder die een krachtens het achtste lid strafbaar gesteld feit heeft begaan. +### Artikel 31a + +**1.** Overtreding van artikel 9, eerste lid, van het Scheldereglement met een zeeschip, een Scheldevaarder of een schip als bedoeld in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie. + +**2.** Niet-nakoming van de voorschriften verbonden aan een ontheffing, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Scheldereglement, van een verplichting opgelegd krachtens artikel 11 van het Scheldereglement, alsmede overtreding van de regels gesteld bij en krachtens de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, van het Scheldereglement, wordt gestraft met hechtenis van twee maanden of een geldboete van de derde categorie. + +**3.** + +Overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer wordt gestraft met: + +a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde; +b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is; +c. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding betrekking heeft op het ontvangen, bewaren of verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer, + +een en ander voorzover overtreding van de desbetreffende regel bij regeling van Onze Minister als een strafbaar feit is aangemerkt. + +**4.** + +Niet-nakoming van een krachtens het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer gegeven gebod of verbod, vervat in een verkeersteken of een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, in de zin van dat verdrag, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling of ontheffing van een verkeersteken of bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven verkeersaanwijzing, wordt gestraft met: + +a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde; +b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is. + +**5.** De bij of krachtens dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. + ### Artikel 32 **1.** Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten en van de in de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gestelde feiten, voor zover deze laatste de overtreding betreffen van bepalingen die krachtens deze wet zijn vastgesteld, zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. @@ -534,8 +568,9 @@ Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvord Indien een persoon er van wordt verdacht dat hij, terwijl hij een zeeschip of samenstel van zeeschepen voerde, a. een in artikel 31, eerste of tweede lid, bedoeld strafbaar feit heeft begaan, -b. een in artikel 31, vierde, vijfde of zesde lid, bedoeld strafbaar feit heeft begaan,waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan, of -c. een in artikel 32 van de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gesteld feit heeft begaan, waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan, voorzover dit feit de overtreding betreft van een bepaling die krachtens deze wet is vastgesteld, +b. een in artikel 31, vierde, vijfde of zesde lid, bedoeld strafbaar feit heeft begaan,waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan, +c. een in artikel 32 van de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gesteld feit heeft begaan, waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan, voorzover dit feit de overtreding betreft van een bepaling die krachtens deze wet is vastgesteld, of +d. een in artikel 31a bedoeld strafbaar feit heeft begaan, waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan, en indien redelijkerwijze moet worden gevreesd dat de betrokkene zich zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een hem opgelegde straf, is de officier van justitie bevoegd de in het tweede lid bedoelde maatregelen te nemen. @@ -553,7 +588,7 @@ en indien redelijkerwijze moet worden gevreesd dat de betrokkene zich zal onttre **8.** Zodra het in de strafzaak gewezen vonnis onherroepelijk is geworden, wordt de zekerheidstelling bedoeld in het tweede lid beëindigd, nadat een bij dat vonnis opgelegde geldboete, vermeerderd met de kosten van de vasthouding, is betaald onderscheidenlijk daarop in mindering is gebracht. Tot dat tijdstip en te rekenen vanaf de dag dat de zekerheid is gesteld wordt bij gederfde rente over de tot zekerheid gestelde geldsom die gederfde rente vergoed tot een maximum van het percentage dat is vastgesteld krachtens het bepaalde in artikel 9, derde lid, van de Wet op de consignatie van gelden (*Stb.* 1980, 473). -**9.** Met betrekking tot dit artikel is artikel 1, vijfde lid, onder *b*, niet van toepassing. +**9.** Met betrekking tot dit artikel is artikel 1, vijfde lid, onder b, niet van toepassing. ## Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen @@ -667,7 +702,7 @@ Het koninklijk besluit van 30 juni 1983 (*Stb.* 389), houdende het van kracht zi ### Artikel 52 -**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel *a*, 9, tweede lid, 10, tweede en derde lid, 11, 16*a*, wordt gelijktijdig in de *Staatscourant* bekend gemaakt en aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. +**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, 9, tweede lid, 10, tweede en derde lid, 11, eerste lid, 16a, wordt gelijktijdig in de *Staatscourant* bekend gemaakt en aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. **2.** Gedurende 30 dagen vanaf de dag waarop de bekendmaking is geschied, kan een ieder met betrekking tot het ontwerp zijn zienswijze naar voren brengen bij Onze Minister. @@ -685,4 +720,6 @@ Het koninklijk besluit van 30 juni 1983 (*Stb.* 389), houdende het van kracht zi Deze wet kan worden aangehaald als: Scheepvaartverkeerswet. -## Bijlage . bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet +## Bijlage . bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in + +De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende: