2025-01-01 | BWBR0037431 | Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, Algemene wet inzake rijksbelastingen, commanditaire vennootschap; het toestemmingsvereiste
This commit is contained in:
parent
7fac4ae4cf
commit
864d69cfe0
1 changed files with 5 additions and 1 deletions
|
|
@ -20,6 +20,8 @@ De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
|
|||
|
||||
Dit besluit geeft een nadere invulling aan het toestemmingsvereiste bij commanditaire vennootschappen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Onderdeel 2 gaat in op dit toestemmingsvereiste. Op grond hiervan kan onderscheid worden gemaakt tussen de fiscaal transparante (besloten) commanditaire vennootschap en de fiscaal niet-transparante (open) commanditaire vennootschap. Onderdelen 3 en 4 behandelen vervolgens het besloten of open zijn van andere personenvennootschappen en buitenlandse rechtsvormen. Onderdeel 5 gaat in op het zogenoemde stapelen van personenvennootschappen. Hierin wordt de situatie behandeld waarin een besloten samenwerkingsverband deelneemt in een ander besloten samenwerkingsverband. Ten slotte regelen onderdelen 6 en 7 het intrekken van het voorgaande besluit respectievelijk de inwerkingtreding van het onderhavige besluit. Dit besluit is – behalve de onderdelen 5 en 7 – niet van toepassing op fondsen voor gemene rekening.
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 19 november 2024, nr. 2024-14423 (Stcr. 2024, 38334) . De wijziging betrof een einddatum van de werking van dit besluit. Het beleid dat is opgenomen in dit besluit geldt tot en met 31 december 2024. Dit houdt verband met de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de artikelen I tot en met VIII van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Vanaf de inwerkingtreding van deze wetsartikelen kunnen commanditaire vennootschappen en de daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsvormen niet meer belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting, tenzij de commanditaire vennootschap kwalificeert als een omgekeerd hybride lichaam of een fonds voor gemene rekening. Met deze wijziging wordt bereikt dat het besluit van toepassing blijft op de kalenderjaren vóór de inwerkingtreding van deze wetsartikelen, en niet van toepassing is op de kalenderjaren vanaf de inwerkingtreding van deze wetsartikelen.
|
||||
|
||||
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
|
||||
|
||||
- *AWR:*
|
||||
|
|
@ -146,6 +148,8 @@ Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit b
|
|||
|
||||
– besluit van 11 januari 2007, nr. CPP2006/1869M.
|
||||
|
||||
## 7. Inwerkingtreding
|
||||
## 7. Inwerkingtreding en einde werkingsdatum
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit. In afwijking hiervan vindt onderdeel 5.2 voor het eerst toepassing met betrekking tot (boek)jaren die aanvangen op of na 1 januari 2016.
|
||||
|
||||
Dit besluit is van toepassing op de kalenderjaren tot en met 31 december 2024, namelijk de kalenderjaren voor de inwerkingtreding van de artikelen I tot en met VIII van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Het beleid in dit besluit is niet meer van toepassing met ingang van 1 januari 2025. Voor situaties waarin sprake is van een boekjaar dat aanvangt in 2024 (of eerder) en eindigt in 2025 (of later) betekent dit dat voor de periode tot en met 31 december 2024 het beleid zoals opgenomen in dit besluit geldt, en voor de periode daarna de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue