2004-10-18 | BWBR0003929 | Besluit uitzonderingen registratieregime diergeneesmiddelen

This commit is contained in:
Coornhert 2004-10-18 12:00:00 +00:00
parent f450a9182d
commit 867534b01c

View file

@ -68,17 +68,16 @@ De artikelen 2 tot en met 4, 6 tot en met 13 en 19 van de wet zijn niet van toep
a. diergeneesmiddelen op basis van radio-actieve isotopen;
b. diergeneesmiddelen die kennelijk uitsluitend bestemd zijn voor aquarium- en terrariumdieren, kooivogels, post- en sierduiven en niet bedrijfsmatig gehouden klein knaagdieren, voorzover deze middelen, behoudens het bepaalde krachtens het tweede lid, geen diergeneesmiddelen bevatten waarop Hoofdstuk IV van de wet van toepassing is of substanties die aangewezen zijn krachtens artikel 5 van de wet;
c. diergeneesmiddelen die geschikt en bestemd zijn om overeenkomstig de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970, no. 70/524/EEG/*PbEG* L 270, zoals deze is of zal worden gewijzigd, in diervoeder te worden verwerkt, met uitzondering van de diergeneesmiddelen welke voorkomen in de bijlagen van deze richtlijn en behoren tot de groepen antibiotica, coccidiostatica en andere geneeskrachtige of groeibevorderende stoffen waarvoor ingevolge de richtlijn een monografie is vastgesteld;
d. halffabrikaten voor de bereiding van gemedicineerd voeder voor zover deze op bestelling van de bereider van gemedicineerd voeder voor wie zij zijn bestemd worden bereid en rechtstreeks aan hem worden afgeleverd, mits daarin geen andere dan geregistreerde diergeneesmiddelen of diergeneesmiddelen die ingevolge het bepaalde krachtens de wet niet behoeven te worden geregistreerd, zijn verwerkt;
e. auto-vaccins;
f. diergeneesmiddelen die uitsluitend één of meer van de in de bijlage bij dit besluit genoemde substanties als werkzaam bestanddeel bevatten;
g. diergeneesmiddelen die bestemd zijn en uitsluitend worden gebruikt voor toepassing op niet levend materiaal van dierlijke herkomst welk materiaal verkregen wordt zonder dat daarvoor levende weefsels behoeven te worden verbroken.
c. halffabrikaten voor de bereiding van gemedicineerd voeder voor zover deze op bestelling van de bereider van gemedicineerd voeder voor wie zij zijn bestemd worden bereid en rechtstreeks aan hem worden afgeleverd, mits daarin geen andere dan geregistreerde diergeneesmiddelen of diergeneesmiddelen die ingevolge het bepaalde krachtens de wet niet behoeven te worden geregistreerd, zijn verwerkt;
d. auto-vaccins;
e. diergeneesmiddelen die uitsluitend één of meer van de in de bijlage bij dit besluit genoemde substanties als werkzaam bestanddeel bevatten;
f. diergeneesmiddelen die bestemd zijn en uitsluitend worden gebruikt voor toepassing op niet levend materiaal van dierlijke herkomst welk materiaal verkregen wordt zonder dat daarvoor levende weefsels behoeven te worden verbroken.
**2.** Onze Minister kan diergeneesmiddelen waarop Hoofdstuk IV van de wet van toepassing is aanwijzen die, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder *b*, in de daar bedoelde diergeneesmiddelen mogen voorkomen tot een bij die aanwijzing aangegeven hoeveelheid en met inachtneming van daarbij gestelde regelen.
### Artikel 6
In afwijking van het bepaalde in artikel 4 van de wet worden diergeneesmiddelen die geschikt en bestemd zijn om als toevoegingsmiddel in diervoeder te worden verwerkt en welke voorkomen in bijlage I van de richtlijn 70/524/EEG, PbEG L 270, zoals deze is of zal worden gewijzigd, en behoren tot de groepen antibiotica, coccidiostatica en andere geneeskrachtige of groeibevorderende stoffen geregistreerd indien zij voldoen aan de specificaties van de ingevolge die richtlijn vastgestelde monografie.
Vervallen
### Artikel 7