2023-07-01 | BWBR0045555 | Besluit inburgering 2021
This commit is contained in:
parent
a4c471f37e
commit
869444eca2
1 changed files with 23 additions and 38 deletions
|
|
@ -525,21 +525,6 @@ d. het afleggen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, v
|
|||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2a
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 6.2, eerste lid, is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, die rechtmatig verblijf verkrijgt als bedoeld in artikel 8, onderdeel e, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, kan op aanvraag een lening van ten hoogste € 10.000 worden verstrekt ten behoeve van de kosten voor:
|
||||
|
||||
a. Het afleggen van de examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, op ten minste het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen;
|
||||
b. Het afleggen van het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
|
||||
c. Het afleggen van het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering; of
|
||||
d. Het volgen van een alfabetiseringscursus, een inburgeringscursus, of een cursus Nederlands als tweede taal, ter voorbereiding van de examenonderdelen, genoemd in de onderdelen a tot en met c, bij een cursusinstelling die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet of een keurmerk als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
**1.** De inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 19, van de wet heeft, behoudens het bepaalde in artikel 20, tweede lid, van de wet, aanspraak op de lening gedurende de termijn, bedoeld in artikel 11 van de wet, gedurende de verlengde termijn bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet en gedurende de termijn, genoemd in de boetebeschikking, bedoeld in de artikelen 24, tweede lid, en 25, tweede lid, van de wet. Een persoon als bedoeld in artikel 6.1 heeft aanspraak op de lening gedurende drie jaar nadat hij rechtmatig verblijf verkrijgt.
|
||||
|
|
@ -991,9 +976,7 @@ c. TBA het totaal voorlopig beschikbare landelijke budget in jaar t voor asielst
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gemeentelijke grondslag, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
| GG = | | GHT (cohort jaar t) | * PA (jaar t) | * [a] |
|
||||
| GG = | | GPAS (cohort jaar t) | * PA (jaar t) | * [a] |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | + | GHT (cohort jaar t-1) | * PA (jaar t-1) | * [b] |
|
||||
| | + | VAA (cohort jaar t-2) | | * [c] |
|
||||
|
|
@ -1001,29 +984,29 @@ De gemeentelijke grondslag, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt bereken
|
|||
|
||||
Waarbij:
|
||||
|
||||
a. GHT staat voor de gemeentelijke huisvestingstaakstelling in het betreffende jaar welke wordt vastgesteld op basis van de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, en wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners conform de formule, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014;
|
||||
b. PA staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling in het betreffende jaar;
|
||||
c. VAA staat voor het voorlopig aantal asielstatushouders van het betreffende cohort jaar t-2 in de gemeente;
|
||||
d. Cohort het jaar aangeeft waarin de asielstatushouders in een Nederlandse gemeente zijn gehuisvest;
|
||||
e. AIA staat voor het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders in het aangegeven jaar t-2 in de gemeente; en
|
||||
f. [a t/m d] staat voor de gewichten die toegekend worden aan de afzonderlijke variabelen in de formule.
|
||||
a. GPAS staat voor gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende jaar;
|
||||
b. PA staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende jaar;
|
||||
c. GHT staat voor de gemeentelijke huisvestingstaakstelling in het betreffende jaar welke wordt vastgesteld op basis van de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, en wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners conform de formule, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014;
|
||||
d. VAA staat voor het voorlopig aantal asielstatushouders van het betreffende cohort jaar t-2 in de gemeente;
|
||||
e. Cohort het jaar aangeeft waarin de asielstatushouders in een Nederlandse gemeente zijn gehuisvest;
|
||||
f. AIA staat voor het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders in het aangegeven jaar t-2 in de gemeente; en
|
||||
g. [a t/m d] staat voor de gewichten die toegekend worden aan de afzonderlijke variabelen in de formule.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het totaal voorlopig beschikbare landelijke budget in jaar t voor asielstatushouders, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
| TBA = | | LHT (cohort jaar t) | * PA (jaar t) | * [a] |
|
||||
| TBA = | | LPAS (cohort jaar t) | * PA (jaar t) | * [a] |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | + | LHT (cohort jaar t-1) | *PA (jaar t-1) | * [b] |
|
||||
| | + | LVAA (cohort jaar t-2) | | * [c] |
|
||||
|
||||
Waarbij:
|
||||
|
||||
a. LHT staat voor de landelijke huisvestingstaakstelling;
|
||||
b. PA staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling in het betreffende jaar;
|
||||
c. LVAA staat voor het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders van het betreffende cohort;
|
||||
d. Cohort het jaar aangeeft waarin de asielstatushouders in een Nederlandse gemeente zijn gehuisvest; en
|
||||
e. [a t/m c] staat voor de bedragen per asielstatushouder per variabele in de formule.
|
||||
a. LPAS staat voor landelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende cohort;
|
||||
b. PA staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de landelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende jaar;
|
||||
c. LHT staat voor de landelijke huisvestingstaakstelling;
|
||||
d. LVAA staat voor het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders van het betreffende cohort;
|
||||
e. Cohort het jaar aangeeft waarin de asielstatushouders in een Nederlandse gemeente zijn gehuisvest; en
|
||||
f. [a t/m c] staat voor de bedragen per asielstatushouder per variabele in de formule.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1075,11 +1058,11 @@ d. [a t/m d] staat voor de gewichten die toegekend worden aan de afzonderlijke v
|
|||
|
||||
**1.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van de voorlopige uitkering, bedoeld in artikel 10.1, uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, vastgesteld.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het bedrag per gezinsmigrant of overige migrant, bedoeld in de artikelen 10.1, tweede lid, onderdeel c, en 10.2, eerste lid, onderdeel c, en worden de bedragen per asielstatushouder per variabele a tot en met c, bedoeld in de artikelen 10.1, vijfde lid, onderdeel e en 10.2, tweede lid, onderdeel c, vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de gewichten a tot en met d, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel f, en 10.2, derde lid, onderdeel d, vastgesteld.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de gewichten a tot en met d, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel g, en 10.2, derde lid, onderdeel d, vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de berekening van de voorlopige uitkering, bedoeld in artikel 10.1, en de definitieve uitkering, bedoeld in artikel 10.2, zal in het eerste jaar nadat bij ministeriële regeling aan het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten in jaar t-2, bedoeld in artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel e en 10.2, derde lid, onderdeel c, een gewicht wordt toegekend dat groter is dan 0, alle vanaf de inwerkingtreding van de wet aangevangen en inmiddels met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders tot en met jaar t-2 worden meegeteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1091,10 +1074,12 @@ Voor de variabelen in de formules, bedoeld in de artikelen 10.1 en 10.2, geldt d
|
|||
|
||||
a. het aantal gezinsmigranten en overige migranten in de gemeente, bedoeld in artikel 10.1, tweede lid, onderdeel a, wordt bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente ultimo jaar t-2;
|
||||
b. het aantal gezinsmigranten en overige migranten in de gemeente, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, onderdeel a, wordt bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente ultimo jaar t;
|
||||
c. de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, wordt voor het jaar t en jaar t-1 bepaald aan de hand van de op die jaren betrekking hebbende landelijke halfjaarlijkse huisvestingstaakstellingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en voor de huisvestingstaakstelling voor de tweede helft van jaar t wordt indien nodig gebruik gemaakt van een prognose van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, met dien verstande dat bij de berekening van de voorlopige uitkering voor het jaar 2023 de landelijke huisvestingstaakstelling voor het jaar 2022, cohort jaar t-1, wordt vastgesteld op 17.028 en voor het jaar 2023, cohort jaar t, de landelijke huisvestingstaakstelling wordt vastgesteld op 21.800;
|
||||
d. het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel c, en het voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel c, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t-2;
|
||||
e. het landelijk aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, onderdeel a, en het aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, derde lid, onderdeel a, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t;
|
||||
f. het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders, bedoeld in de artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel e, en 10.2, derde lid, onderdeel c, wordt bepaald aan de hand van cijfers van DUO over het gehele jaar t-2.
|
||||
c. de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel c, bepaald wordt aan de hand van de op die jaren betrekking hebbende landelijke halfjaarlijkse huisvestingstaakstellingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
|
||||
d. de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, wordt afgeleid van het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat voor het jaar t van onze Minister zoals bekend op de derde dinsdag van september voorafgaand aan het betreffende jaar;
|
||||
e. de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, en wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners conform de formule, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, met dien verstande dat voor de toepassing van deze formule in plaats van «vg» moet worden gelezen «landelijke prognose aantal asielstatushouders»;
|
||||
f. het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel c, en het voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel c, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t-2;
|
||||
g. het landelijk aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, onderdeel a, en het aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, derde lid, onderdeel a, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t;
|
||||
h. het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders, bedoeld in de artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel e, en 10.2, derde lid, onderdeel c, wordt bepaald aan de hand van cijfers van DUO over het gehele jaar t-2.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.5
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue