2009-04-24 | BWBR0002058 | Wet op de bedrijfsorganisatie
This commit is contained in:
parent
9853053e56
commit
86b4178d46
1 changed files with 75 additions and 22 deletions
|
|
@ -59,7 +59,7 @@ b. het aantal leden, dat elke door Ons aangewezen organisatie kan benoemen.
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Lid of plaatsvervangend lid van de Raad kunnen alleen zijn ingezetenen van Nederland, die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
|
||||
**1.** Lid of plaatsvervangend lid van de Raad kunnen alleen zijn zij die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
|
||||
|
||||
**2.** Van het lidmaatschap zijn uitgesloten zij, die zijn ontzet van het recht ambten of bepaalde ambten te bekleden, dan wel bepaalde beroepen of functies uit te oefenen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -131,11 +131,11 @@ De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomst
|
|||
|
||||
**2.** De algemeen secretaris en de secretarissen worden in dienst genomen en kunnen worden ontslagen door de Raad.
|
||||
|
||||
**3.** De Raad stelt bij verordening regelen omtrent indienstneming en ontslag, alsmede omtrent het loon en de andere arbeidsvoorwaarden van het personeel.
|
||||
**3.** Het personeel is in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De algemeen secretaris en de secretarissen kunnen noch zelf een onderneming drijven, noch in dienst zijn van een natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft, noch enige andere functie ten behoeve van zulk een natuurlijke of rechtspersoon vervullen. Onder onderneming wordt mede verstaan een bedrijf, waarmede niet wordt beoogd het maken van winst.
|
||||
**1.** De algemeen secretaris en de secretarissen kunnen noch zelf een onderneming drijven, noch in dienst zijn van een natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft, noch enige andere functie ten behoeve van zulk een natuurlijke of rechtspersoon vervullen, tenzij naar het oordeel van de Raad daardoor een goede vervulling van hun functie niet wordt belemmerd. Onder onderneming wordt mede verstaan een bedrijf, waarmede niet wordt beoogd het maken van winst.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent de onverenigbaarheid van een functie bij het secretariaat met andere werkzaamheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,9 +201,9 @@ De leden van de Raad onthouden zich van medestemmen over zaken, die hun, hun ech
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Onze door Ons aan te wijzen Ministers zijn bevoegd de door de Raad en de commissies uit zijn midden te houden vergaderingen bij te wonen en zich daarin door een of meer door hen aan te wijzen personen te doen bijstaan, dan wel zich daarin door een of meer zodanige personen te doen vertegenwoordigen. Zowel zij als hun vertegenwoordigers hebben in deze vergaderingen een raadgevende stem.
|
||||
**1.** Onze Ministers zijn bevoegd de door de Raad en de commissies uit zijn midden te houden vergaderingen bij te wonen en zich daarin door een of meer door hen aan te wijzen personen te doen bijstaan, dan wel zich daarin door een of meer zodanige personen te doen vertegenwoordigen. Zowel zij als hun vertegenwoordigers hebben in deze vergaderingen een raadgevende stem.
|
||||
|
||||
**2.** Aan Onze in het eerste lid bedoelde Ministers wordt tijdig kennis gegeven van de in dat lid bedoelde vergaderingen.
|
||||
**2.** Aan Onze Ministers wordt tijdig kennis gegeven van de in dat lid bedoelde vergaderingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,13 +255,17 @@ Tenzij het voorschrift, waarbij de medewerking wordt ingeroepen, anders bepaalt,
|
|||
|
||||
**4.** Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
De voorzitter vertegenwoordigt de Raad in en buiten rechte.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
De Raad dient desgevraagd Onze krachtens artikel 28, eerste lid, aangewezen Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.
|
||||
De Raad dient desgevraagd Onze Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.
|
||||
|
||||
### Titel V. Van de adviezen van de Raad
|
||||
|
||||
|
|
@ -436,17 +440,31 @@ De instelling van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokke
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens indien de Raad eigener beweging advies heeft uitgebracht wordt hij in de gelegenheid gesteld over het voornemen van Onze betrokken Ministers tot het bevorderen van de instelling van een bedrijfslichaam van advies te dienen binnen een door hen te bepalen termijn.
|
||||
**1.** Behoudens indien de Raad eigener beweging advies heeft uitgebracht wordt hij in de gelegenheid gesteld over het voornemen van Onze betrokken Ministers tot het bevorderen van de instelling van een bedrijfslichaam of tot wijziging van een instellingsbesluit van advies te dienen binnen een door hen te bepalen termijn.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat hij advies uitbrengt inzake een instellingsbesluit of een wijziging daarvan, hoort de Raad de naar zijn oordeel representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers. Ten minste acht weken voor het uitbrengen van zijn advies geeft de Raad van zijn voornemen daartoe openbaar kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
**3.** Bij zijn advisering over de instelling van een bedrijfslichaam of over de wijziging van de werkingssfeer van een bedrijfslichaam geeft de Raad aan of daarvoor naar zijn oordeel voldoende draagvlak bestaat onder de betrokken ondernemers.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de wijze van advisering door de Raad als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
**1.** Een bedrijfslichaam onderzoekt, door middel van een representatieve steekproef, elke vier jaar of er voldoende draagvlak voor hem bestaat onder de ondernemers die onder zijn werkingssfeer vallen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrijfslichaam brengt de resultaten van het onderzoek en de conclusies die het daaraan verbindt, ter kennis van de Raad, die deze, vergezeld van zijn advies stuurt aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers kan, indien de resultaten van het onderzoek naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven, bepalen dat het onderzoek binnen twee jaar wordt herhaald. Het tweede lid is op dit herhaalde onderzoek van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De Raad houdt toezicht op de uitvoering van de in dit artikel bedoelde onderzoeken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het in dit artikel bedoelde onderzoek, de wijze van openbaarmaking van de resultaten en van de conclusies die daaraan worden verbonden en de wijze waarop de Raad daarop toezicht houdt.
|
||||
|
||||
**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
**1.** De opheffing van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokken Ministers, bij algemene maatregel van bestuur. Artikel 68 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De opheffing van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokken Ministers, bij algemene maatregel van bestuur. Artikel 68, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Een algemene maatregel van bestuur, houdende opheffing van een bedrijfslichaam, houdt tevens de voorzieningen in, die in verband met de opheffing nodig zijn. Deze voorzieningen kunnen ook het vermogen van het opgeheven lichaam betreffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -500,7 +518,7 @@ De bedrijfslichamen hebben tot taak een het algemeen belang dienende bedrijfsuit
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
**1.** Lid of plaatsvervangend lid van het bestuur van een bedrijfslichaam kunnen alleen zijn ingezetenen van Nederland, die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
|
||||
**1.** Lid of plaatsvervangend lid van het bestuur van een bedrijfslichaam kunnen alleen zijn zij die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5, tweede lid, 6, 7 en 10 zijn ten deze van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -568,7 +586,7 @@ De artikelen 10 en 77 zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkoms
|
|||
|
||||
**2.** De secretarissen worden in dienst genomen en kunnen worden ontslagen door het bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur stelt bij verordening regelen omtrent indienstneming en ontslag, alsmede omtrent het loon en de andere arbeidsvoorwaarden van het personeel. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van de Raad.
|
||||
**3.** Het personeel is in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
|
|
@ -586,7 +604,7 @@ De artikelen 10 en 17 zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat va
|
|||
|
||||
**1.** Bij het instellingsbesluit kunnen ook andere organen van het lichaam worden ingesteld. Daarbij wordt tevens hun samenstelling geregeld.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 10 en 77 zijn ten aanzien van deze organen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 10, 74 en 77 zijn ten aanzien van deze organen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Titel III. Van de werkwijze der organen
|
||||
|
||||
|
|
@ -600,7 +618,7 @@ De artikelen 10 en 17 zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat va
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** Indien het aantal leden van het bestuur van een bedrijfslichaam, benoemd door organisaties van werknemers, niet gelijk is aan dat, benoemd door organisaties van ondernemers, brengt in vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur elk lid, behorende tot de kleinste van vorenbedoelde groepen van leden, bij stemming over besluiten als bedoeld bij de artikelen 79, eerste en derde lid, 80 en 83, de begroting en sociale aangelegenheden - de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, daaronder begrepen - een aantal stemmen uit, gelijk aan het getal der zitting hebbende leden behorende tot de andere groep, gedeeld door het getal dier leden behorende tot zijn groep.
|
||||
**1.** Indien het aantal leden van het bestuur van een bedrijfslichaam, benoemd door organisaties van werknemers, niet gelijk is aan dat, benoemd door organisaties van ondernemers, brengt in vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur elk lid, behorende tot de kleinste van vorenbedoelde groepen van leden, bij stemming over besluiten als bedoeld bij de artikelen 80 en 83, de begroting en sociale aangelegenheden - de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, daaronder begrepen - een aantal stemmen uit, gelijk aan het getal der zitting hebbende leden behorende tot de andere groep, gedeeld door het getal dier leden behorende tot zijn groep.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bij toepassing van het voorgaande lid over de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, de stemmen staken en tevens de leden, benoemd door organisaties van ondernemers, een standpunt innemen, tegengesteld aan dat, ingenomen door de leden, benoemd door organisaties van werknemers, legt de voorzitter onverwijld het vraagpunt ter beslissing aan de Raad voor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -618,6 +636,18 @@ De artikelen 10 en 17 zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat va
|
|||
|
||||
Het bestuur van een bedrijfslichaam kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze en die van de andere organen van dat lichaam en van het secretariaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 92a
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op het waarborgen van een goed bestuur draagt een bedrijfslichaam zorg voor een zodanige organisatie en werkwijze, dat voldoende aandacht is geschonken aan democratische besluitvorming, transparante onderbouwing van vergoedingen en heffingen, integer handelen, publieke en transparante verantwoording, toegankelijke klachtenbehandeling en adequaat toezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld met het oog op het waarborgen van een goed bestuur van een bedrijfslichaam.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt bepaald dat een goed bestuur van een bedrijfslichaam als bedoeld in het eerste lid in ieder geval is gewaarborgd als wordt voldaan aan bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen principes van een goed bestuur.
|
||||
|
||||
**4.** De Raad houdt toezicht op de uitvoering van het eerste lid door de bedrijfslichamen en kan over de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend bij verordening regels stellen.
|
||||
|
||||
**5.** De voordracht voor een krachtens het tweede en derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Titel IV. Van de vervulling van de taak
|
||||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
|
@ -756,9 +786,13 @@ Vervallen.
|
|||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
**1.** Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden, besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden bekendgemaakt in het vanwege de Raad uitgegeven Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. Indien zij de goedkeuring van een of meer van Onze Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Het besluit waarbij de goedkeuring is verleend wordt bij de bekendmaking vermeld. De verordeningen treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
|
||||
**1.** Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden, besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden door het bedrijfslichaam bekendgemaakt in het vanwege de Raad uitgegeven Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. Indien zij de goedkeuring van een of meer van Onze Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Het besluit waarbij de goedkeuring is verleend wordt bij de bekendmaking vermeld. De verordeningen treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur heroverweegt de bestaansgrond van een verordening als bedoeld in artikel 93, eerste lid, elke vier jaar na inwerkingtreding daarvan en brengt omtrent zijn besluit verslag uit aan Onze Minister wie het aangaat.
|
||||
**2.** Het bestuur heroverweegt de bestaansgrond van een verordening als bedoeld in artikel 93, eerste lid, of artikel 126, eerste lid, elke vier jaar na inwerkingtreding daarvan en brengt omtrent zijn besluit verslag uit aan Onze Minister wie het aangaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 106a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
|
|
@ -891,20 +925,29 @@ De Raad kan ten aanzien van de eerste verantwoording en de eerste rekening der i
|
|||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
||||
**1.** Bedrijfslichamen kunnen bij verordening aan degenen, die de ondernemingen, waarvoor zij zijn ingesteld, drijven, heffingen opleggen. Deze verordeningen worden jaarlijks vastgesteld.
|
||||
**1.** Bedrijfslichamen kunnen bij verordening aan degenen, die de ondernemingen, waarvoor zij zijn ingesteld, drijven, heffingen opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** Bovendien kunnen zij voor door het betrokken lichaam verrichte werkzaamheden bij verordening retributies heffen.
|
||||
|
||||
**3.** Het instellingsbesluit kan regelen stellen omtrent de op te leggen heffingen.
|
||||
|
||||
**4.** Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven tevens de goedkeuring van Onze Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers, indien zij dienen ter afzonderlijke financiering van een specifiek, bij die verordening aangegeven doel, dan wel indien het ontwerp van de verordening niet overeenkomstig artikel 100, eerste lid, is bekendgemaakt. Artikel 100, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het bepaalde in artikel 89, tweede lid, is voor een verordening als bedoeld in het vorige lid, voorzover het betreft een verordening die geen sociale aangelegenheid betreft, zulks vastgesteld op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 90, een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen van leden benoemd door de organisaties van werkgevers vereist.
|
||||
Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven tevens de goedkeuring van Onze betrokken Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers indien:
|
||||
|
||||
**6.** Bedrijfslichamen kunnen op heffingen als bedoeld in het eerste lid volgens bij verordening te stellen regelen aan de leden van organisaties van ondernemers welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn, een aftrek toestaan tot een deel van het bedrag, dat zij als contributie aan deze organisaties hebben betaald. Deze aftrek kan niet meer dan de helft van de heffing bedragen.
|
||||
a. zij dienen ter afzonderlijke financiering van een specifiek, bij die verordening aangegeven doel, of
|
||||
b. het ontwerp van de verordening niet overeenkomstig artikel 100, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
Artikel 100, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** In aanvulling op artikel 89, tweede lid, is voor een verordening als bedoeld in het vorige lid, voorzover het betreft een verordening die geen sociale aangelegenheid betreft, zulks vastgesteld op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 90, een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen van leden benoemd door de organisaties van ondernemers vereist.
|
||||
|
||||
**6.** Bedrijfslichamen kunnen op heffingen als bedoeld in het eerste lid, niet tevens zijnde heffingen ter afzonderlijke financiering van een specifiek doel als bedoeld in het vierde lid, volgens bij verordening te stellen regelen aan de leden van organisaties van ondernemers welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn, een aftrek toestaan tot een deel van het bedrag, dat zij als contributie aan deze organisaties hebben betaald. Deze aftrek kan niet meer dan de helft van de heffing bedragen.
|
||||
|
||||
**7.** Verordeningen als bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid behoeven de goedkeuring van de Raad.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het zesde lid is, over het kalenderjaar waarin de wet van 29 december 2008, houdende wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie in verband met verdere modernisering van het stelsel van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in werking treedt en vervolgens over de drie daaropvolgende kalenderjaren, een aftrek toegestaan op heffingen ter afzonderlijke financiering van een specifiek doel als bedoeld in het vierde lid. Deze aftrek kan over de bedoelde kalenderjaren ten hoogste achtereenvolgens 50, 40, 30 en 10 procent van de betrokken heffing bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 127
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter van een bedrijfslichaam kan de aan het lichaam krachtens artikel 126, eerste en tweede lid, verschuldigde bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij dwangbevel, invorderen.
|
||||
|
|
@ -931,6 +974,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien melding is of zal worden gedaan aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen onderscheidenlijk aan de Wereldhandelsorganisatie in verband met daartoe strekkende verplichtingen gesteld bij of krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of op basis van overeenkomsten gesloten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, wordt het besluit omtrent goedkeuring binnen dertien weken na ontvangst van goedkeuring door de Commissie van de Europese Gemeenschappen onderscheidenlijk Wereldhandelsorganisatie dan wel het verstrijken van de desbetreffende meldingstermijn, bekend gemaakt aan het bestuursorgaan dat het aan goedkeuring onderworpen besluit heeft genomen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 126, vierde lid, onderdeel a, behoeft een verordening geen goedkeuring van Onze Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers, indien de betrokken verordening een voortzetting vormt van een in voorafgaande jaren reeds goedgekeurde verordening en er in de betrokken verordening geen wijzigingen plaatsvinden met betrekking tot het tarief, de grondslag of de besteding van de heffing die niet passen binnen de kaders van een ten aanzien van de eerdere verordening door de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit met betrekking tot een steunmaatregel als bedoeld in artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 128a
|
||||
|
||||
**1.** Verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen die op of na 1 juli 1999 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 100, derde lid, 104, tweede of derde lid, of 126, vierde lid, zijn goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar niet door Onze genoemde Ministers gezamenlijk dan wel door een of twee van hen mede namens de anderen, zijn in afwijking van artikel 100, derde lid, 104, tweede of derde lid, of 126, vierde lid, zoals deze artikelen luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, niet onverbindend op de enkele grond dat niet al Onze genoemde Ministers bij de goedkeuring zijn betrokken geweest.
|
||||
|
|
@ -973,15 +1020,21 @@ De artikelen 128, 133 en 134 zijn ten aanzien van lichamen als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 137
|
||||
|
||||
**1.** Een bedrijfslichaam stelt jaarlijks vóór 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de Raad en aan Onze betrokken Ministers toegezonden en, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Onze Minister zendt een exemplaar van het verslag aan de Staten-Generaal.
|
||||
**1.** Een bedrijfslichaam stelt jaarlijks vóór 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de Raad en aan Onze betrokken Ministers toegezonden en, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt een exemplaar van het verslag aan de Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
**2.** Een bedrijfslichaam verstrekt desgevraagd aan de Raad en aan Onze betrokken Ministers de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Dezen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 137a
|
||||
|
||||
**1.** De Raad stelt jaarlijks voor 1 oktober een plan vast waarin inzicht wordt gegeven in de voorgenomen wijze van uitoefening van het toezicht op de bedrijfslichamen voor het komende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan, bedoeld in het eerste lid, behoeft de instemming van Onze betrokken Ministers.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk Derde. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 138
|
||||
|
||||
Voor oprichting van of deelneming in andere rechtspersonen behoeven de Raad en de bedrijfslichamen de toestemming van Onze Minister.
|
||||
Voor oprichting van of deelneming in andere rechtspersonen behoeven de Raad en de bedrijfslichamen de toestemming van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 139
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue