2010-09-01 | BWBR0025036 | Mediabesluit 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2010-09-01 12:00:00 +00:00
parent 2c8ef5f6a0
commit 86ba154fdf

View file

@ -90,6 +90,67 @@ d. aanbod van culturele aard, waaronder kunst;
e. aanbod van educatieve aard ten behoeve van de jeugd; en
f. consumentenvoorlichting.
#### Paragraaf 4. Evaluatiecriteria
### Artikel 3a
In deze paragraaf worden onder evaluatie en evaluatiecommissie verstaan de evaluatie onderscheidenlijk de evaluatiecommissie, bedoeld in artikel 2.186, eerste lid, van de wet.
### Artikel 3b
**1.**
Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht door het aanbieden van media-aanbod dat:
a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud;
b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt;
c. gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek als bevolkings- en leeftijdgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen;
d. onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden;
e. voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en
f. voor iedereen toegankelijk is.
**2.** Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie voorts de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken.
**3.** Bij de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan realisering van doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, en van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22 van de wet.
### Artikel 3c
**1.**
Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
a. de wijze waarop de missie en de identiteit van de omroepvereniging zijn geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik; en
b. de mate waarin de omroepvereniging in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd.
**2.**
Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
a. de criteria, bedoeld in het eerste lid; en
b. de mate waarin deze instelling heeft voldaan aan de eis om zich naar stroming en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig te onderscheiden van de erkende omroepverenigingen dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is vergroot en een vernieuwende bijdrage is geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijke niveau.
**3.**
Bij de evaluatie van de educatieve media-instelling die een erkenning als bedoeld in artikel 2.28 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
a. de wijze waarop deze instelling heeft voorzien in een breed en samenhangend educatief media-aanbod op het gebied van onderwijs, scholing en vorming; en
b. de mate waarin deze instelling eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik heeft gerealiseerd.
**4.**
Bij de evaluatie van de NOS en de NPS betrekt de evaluatiecommissie voorts:
a. de wijze waarop deze instellingen de taken, bedoeld in artikel 2.34a, eerste en tweede lid, van de wet onderscheidenlijk artikel 2.35, eerste lid, van de wet, en in het bijzonder de taken, bedoeld in artikel 2 onderscheidenlijk artikel 3, hebben uitgevoerd;
b. de mate waarin deze instellingen eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik hebben gerealiseerd; en
c. de wijze waarop deze instellingen zorg dragen voor interne pluriformiteit van hun media-aanbod als bedoeld in artikel 2.34d van de wet onderscheidenlijk artikel 2.37a van de wet.
**5.**
Bij de evaluatie van een kerkgenootschap of een genootschap op geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 2.42 van de wet betrekt de evaluatiecommissie voorts:
a. de wijze waarop de kerkelijke of geestelijke identiteit van deze instelling is geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen van media-aanbod en publieksbereik; en
b. de mate waarin deze instelling de in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd.
### Afdeling 2. Regionale en lokale publieke mediadiensten
#### Paragraaf 1. Media-aanbod