2019-07-24 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2019-07-24 12:00:00 +00:00
parent 39d96eb4ee
commit 86c6d38859

View file

@ -326,25 +326,33 @@ b. die overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria.
### Artikel 2.14
**1.** Dit artikel is niet van toepassing op studenten die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen.
**1.** Dit artikel is niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet en op studenten die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen.
**2.**
In aanmerking voor studiefinanciering, met uitzondering van het levenlanglerenkrediet, komt een student die:
Een student die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland, bedoeld in het derde lid, komt in aanmerking voor studiefinanciering indien hij:
a. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland, voorzover in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt, het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW,
b. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland die, onverminderd onderdeel a, overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria, en
c. binnen de reikwijdte van artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, of daarmee gelijkgesteld is op grond van het recht van de Europese Unie, of ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad. De periode gedurende welke een student is ingeschreven aan een opleiding buiten Nederland als bedoeld onder a, telt niet mee voor de bepaling van de 6 jaren, bedoeld in de vorige volzin.
a. gebruik heeft gemaakt van het vrij verkeer bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en op grond van bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde criteria een band heeft met Nederland; of
b. ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad, waarbij de periode gedurende welke een student is ingeschreven aan een opleiding buiten Nederland als bedoeld in het derde lid, niet meetelt voor de bepaling van deze 6 jaren.
**3.** Onze Minister stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het tweede lid. Onze Minister stelt voor de opleiding buiten Nederland de duur en de vorm van de studiefinanciering vast overeenkomstig de duur en de vorm waarin deze voor een vergelijkbare opleiding in Nederland wordt verstrekt.
**3.**
**4.** Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn, voor de toepassing van de eerste volzin, tevens van overeenkomstige toepassing op personen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit.
Van een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland waarvoor studiefinanciering wordt toegekend is sprake indien:
**5.** Bij ministeriële regeling kan een maximum worden gesteld aan het aantal aanvragen van studenten voor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland.
a. in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt;
b. het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW;
c. het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW; en
d. de opleiding voldoet aan criteria die bij ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld.
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op aanvragen van studenten die in de 12 maanden voorafgaand aan de periode waarvoor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland wordt aangevraagd, reeds studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland toegekend hebben gekregen.
**4.** Onze Minister stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het derde lid. Onze Minister stelt voor de opleiding buiten Nederland de duur en de vorm van de studiefinanciering vast overeenkomstig de duur en de vorm waarin deze voor een vergelijkbare opleiding in Nederland wordt verstrekt.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld.
**5.** Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn, voor de toepassing van de eerste volzin, tevens van overeenkomstige toepassing op personen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit.
**6.** Bij ministeriële regeling kan een maximum worden gesteld aan het aantal aanvragen van studenten voor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland.
**7.** Het zesde lid is niet van toepassing op aanvragen van studenten die in de 12 maanden voorafgaand aan de periode waarvoor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland wordt aangevraagd, reeds studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland toegekend hebben gekregen.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld.
### Artikel 2.15
@ -1839,11 +1847,7 @@ Op een student die voor 1 september 2007 voor het volgen van hoger onderwijs bu
### Artikel 12.1c
**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die voor 1 september 2007 zonder aanspraak op prestatiebeurs of visiebeurs buiten Nederland ingeschreven stonden voor het volgen van een hoger onderwijsopleiding en om deze reden niet kunnen voldoen aan de verblijfsvoorwaarde, genoemd in artikel 2.14, tweede lid.
**2.** In afwijking van artikel 2.14, eerste en tweede lid, kan de student, bedoeld in het eerste lid, voor studiefinanciering voor het volgen van een opleiding die voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 2.14, tweede lid, in aanmerking komen als hij ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan de inschrijving aan de opleiding, bedoeld in het eerste lid, in Nederland heeft gewoond.
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder hoger onderwijsopleiding tevens verstaan een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, zoals dat luidde op 31 augustus 2007.
Vervallen
### Artikel 12.1ca
@ -1995,7 +1999,7 @@ Een ieder die voldoet aan de volgende voorwaarden heeft aanspraak op een voucher
a. hij heeft in één van de vier studiejaren vanaf 1 september 2015 voor het eerst studiefinanciering ontvangen voor het volgen van een bacheloropleiding in het hoger onderwijs;
b. hij heeft binnen de diplomatermijn hoger onderwijs met goed gevolg een hbo-bacheloropleiding of het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding afgerond; en
c. hij heeft zich ingeschreven voor een associate degree- bachelor- of masteropleiding dan wel een geaccrediteerde postinitiële masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b van de WHW in Nederland, of binnen die opleiding voor één of meer onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, van de WHW, in het tijdvak van het vijfde tot en met negende studiejaar volgend op de dag waarop Onze Minister de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, heeft ontvangen.
c. hij heeft zich ingeschreven voor een associate degree- bachelor- of masteropleiding dan wel een geaccrediteerde postinitiële masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b van de WHW in Nederland, voor een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland, bedoeld in artikel 2.14, derde lid, of binnen die opleiding voor één of meer onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, van de WHW, in het tijdvak van het vijfde tot en met negende studiejaar volgend op de dag waarop Onze Minister de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, heeft ontvangen.
**3.** Een voucher wordt uitsluitend op aanvraag verstrekt en is niet overdraagbaar aan derden. De aanspraak vervalt na afloop van het tijdvak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
@ -2006,7 +2010,10 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gest
a. de wijze van verstrekking van de voucher;
b. de waarde van de voucher, die overeenkomstig artikel 11.1 wordt aangepast;
c. de aanvraag van een voucher;
d. de aan de voucher verbonden verplichtingen voor de rechthebbende of de instelling.
d. de aan de voucher verbonden verplichtingen voor de rechthebbende of de instelling;
e. de wijze waarop de persoonsgegevens, benodigd voor de uitvoering van dit artikel, kunnen worden verwerkt.
**5.** Artikel 1.7 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor studerende wordt gelezen: de rechthebbende op een voucher.
### Artikel 12.16
@ -2072,6 +2079,10 @@ In afwijking van artikel 3.16a, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3.16d kan
### Paragraaf 12.6. Overgangsbepaling in verband met een wijziging van de criteria voor de toekenning van meeneembare studiefinanciering
### Artikel 12.28
Op een student die studiefinanciering toegekend heeft gekregen voor het volgen van een opleiding buiten Nederland op grond van artikel 2.14, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van de Wet houdende wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 met het oog op het wijzigen van de criteria voor de toekenning van meeneembare studiefinanciering (Stb. 2019, 20) in werking is getreden, blijft artikel 2.14 van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het genoemde tijdstip van inwerkingtreding zolang de student zonder onderbreking studiefinanciering geniet.
## Hoofdstuk 13. Horizonbepalingen
### Artikel 13.1