2003-07-01 | BWBR0006746 | Voertuigreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2003-07-01 12:00:00 +00:00
parent 7883549829
commit 870a222bbf

View file

@ -47,7 +47,8 @@ b. met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km
c. uitgerust met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of uitgerust met een ander type motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 4 kW;
n. bus: bedrijfsauto, ingericht en blijkens het kentekenbewijs bestemd voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend;
n1. certificaat van overeenstemming: document opgesteld door de fabrikant van een voertuig of van een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van een voertuig, die houder is van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 70/156/EEG of in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG voor dat type voertuig of dat type niet-oorpronkelijke technische eenheid of onderdeel, waaruit blijkt dat eerstbedoeld voertuig of niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel overeenstemt met het type waarvoor deze goedkeuring is verleend;
n2. dagrijlicht: een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het overdag rijden beter zichtbaar te maken.
n2. contourmarkering: retroreflecterende belijning, aangebracht aan de zijkant of aan de achterkant van een voertuig en bestemd om de contouren van het voertuig beter kenbaar te maken.
n3. dagrijlicht: een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het overdag rijden beter zichtbaar te maken.
o. dimlicht: licht waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder dat hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd;
p. dolly: aanhangwagen, bestemd voor het dragen van de voorzijde van een oplegger dan wel een deel van in de lengte ondeelbare lading;
q. driewielig motorrijtuig: motorrijtuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van meer dan 45 km/h of uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm^3, niet zijnde een motorrijtuig met beperkte snelheid, een landbouwtrekker of een gehandicaptenvoertuig; onder driewielig motorrijtuig wordt mede verstaan een vierwielig motorrijtuig met een motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 15 kW, en met een ledige massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen gebruikt in het goederenvervoer, exclusief de massa van de batterijen in elektrische voertuigen, niet zijnde een vierwielig motorrijtuig als bedoeld in onderdeel m;
@ -69,6 +70,7 @@ aa. lading: alle personen, dieren, goederen, lastdragers, alsmede zonder gebruik
ab. landbouwtrekker: motorrijtuig met twee of meer assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen, in beweging brengen of aandrijven van werktuigen, machines of aanhangwagens, die zijn bestemd voor gebruik in de landbouw;
ac. lastdrager: constructie, met inbegrip van hulpmiddelen, die aan de bumper, op de trekhaak of op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, of driewielig motorrijtuig is aangebracht en bestemd is voor het vervoer van goederen;
ad. ledige massa: massa van het voertuig, in bedrijfsvaardige staat, met inbegrip van een half gevulde brandstoftank, reservedelen en gereedschappen, die tot de normale uitrusting behoren, maar zonder lading en zonder de bestuurder en andere personen, die met het voertuig worden vervoerd, met dien verstande dat in afwijking hiervan voor motorfietsen, driewielige motorrijtuigen en bromfietsen, die in gebruik zijn genomen na 16 juni 1999, de ledige massa wordt bepaald met een lege brandstoftank;
ad1. lijnmarkering: retroreflecterende belijning aangebracht aan de zijkant of aan de achterkant van een voertuig en bestemd om de totale lengte, dan wel totale breedte van het voertuig kenbaar te maken.
ae. loopvlak: deel van de band in bedrijfsvaardige toestand dat in de stand van rechtuitrijden in contact komt met het wegdek;
af. luchtband: band waarin zich in normale, bedrijfsvaardige toestand gas bevindt onder een hogere spanning dan de atmosferische;
ag. markeringslicht: licht dat op het breedste punt van het voertuig zo hoog mogelijk is aangebracht, waardoor duidelijk de totale breedte van het voertuig wordt aangegeven;
@ -189,7 +191,8 @@ bl. richtlijn 97/24/EG: richtlijn nr. 97/24/EG van het Europees Parlement en de
bm. richtlijn 97/27/EG: richtlijn nr. 97/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1997 betreffende de massa's en afmetingen van bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 233);
bn. richtlijn 98/91/EG: richtlijn nr. 98/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 1998 betreffende motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en tot wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 11);
bo. richtlijn 2000/7/EG: richtlijn nr. 2000/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de snelheidsmeter van twee- of driewielige motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (PbEG L 106);
bp. richtlijn 2000/40/EG: richtlijn nr. 2000/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PbEG L 203).
bp. richtlijn 2000/40/EG: richtlijn nr. 2000/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PbEG L 203);
bq. ECE-reglement 104: VN/ECE-reglement nr. 104 met uniforme eisen betreffende de goedkeuring van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens, behorende bij de overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen.
### Artikel 1.2
@ -242,7 +245,7 @@ Met betrekking tot de verlichting moet voor de bepaling van de hoogte boven het
**3.** De in het eerste lid bedoelde bekendmaking vermeldt de vindplaats van de wijzigingsrichtlijn, het artikel of artikelonderdeel waarop de wijziging betrekking heeft, alsmede het in het tweede lid bedoelde tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingsrichtlijn en in voorkomend geval het tijdstip van de toepassing van het in de desbetreffende bekendmaking daarbij te vermelden deelaspect van de wijzigingsrichtlijn of de gewijzigde richtlijn.
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de reglementen van de Economische Commissie voor Europa (ECE-Reglementen).
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de reglementen van de Economische Commissie voor Europa (ECE-Reglementen), met dien verstande dat Onze Minister zorg draagt voor de vertaling van deze gewijzigde reglementen en van de wijze van bekendmaking mededeling doet in de Staatscourant.
### Artikel 1.8
@ -1138,6 +1141,10 @@ m. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
**2.** Bedrijfsautos mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.
**3.** Bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van een lijnmarkering of een contourmarkering, die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van het voertuig mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
### Artikel 3.3.48
**1.** De extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen niet anders dan ambergeel stralen.
@ -2357,6 +2364,10 @@ h. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
**2.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode niet-driehoekige aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.
**3.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van een lijnmarkering of contourmarkering, die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van de aanhangwagen mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken
**4.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
### Artikel 3.7.51
Aanhangwagens mogen, onverminderd het in artikel 30 van het RVV 1990 bepaalde inzake zwaai- en knipperlichten, niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 3.7.41 en 3.7.46 dan wel krachtens artikel 3.7.40, vierde lid, is voorgeschreven of toegestaan.
@ -2430,7 +2441,9 @@ Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden als bedoeld in artike
### Artikel 3.8.7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Materiaal dat bestemd is voor gebruik als lijn- of contourmarkering, of voor gebruik als retroreflecterende letter of afbeelding binnen een contourmarkering, voldoet aan ECE-reglement 104.
**2.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
### Artikel 3.8.8
@ -4038,6 +4051,14 @@ n. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG (PbEG 27 s
**3.** Bedrijfsautos mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
**4.** Bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van een ambergele of witte lijnmarkering aan de zijkant van het voertuig of van een ambergele, witte of rode lijnmarkering aan de achterkant van het voertuig.
**5.** Bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van een ambergele of witte contourmarkering aan de zijkant van het voertuig of een ambergele, witte of rode contourmarkering aan de achterkant van het voertuig. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van het voertuig mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken
**6.** Ieder afzonderlijk deel van de lijn- en contourmarkering en van het materiaal voor de retroreflecterende letters of afbeeldingen binnen de contourmarkering is voorzien van een door Onze Minister vastgesteld goedkeuringsmerk.
**7.** Bij regeling van Onze Minister worden voorschriften gesteld met betrekking tot de installatie van de lijn- en contourmarkering.
### Artikel 5.3.59
**1.** De mistlichten aan de voorzijde, het richtlicht en het bermlicht mogen naar voren niet anders dan wit of geel stralen.
@ -7617,6 +7638,14 @@ i. een derde remlicht, aangebracht zodanig dat:
**3.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
**4.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van een ambergele of witte lijnmarkering aan de zijkant van het voertuig of van een ambergele, witte of rode lijnmarkering aan de achterkant van het voertuig.
**5.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van een ambergele of witte contourmarkering aan de zijkant van het voertuig of een ambergele, witte of rode contourmarkering aan de achterkant van het voertuig. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van het voertuig mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken.
**6.** Ieder afzonderlijk deel van de lijn- en contourmarkering en van het materiaal voor de retroreflecterende letters of afbeeldingen binnen de contourmarkering is voorzien van een door Onze Minister vastgesteld goedkeuringsmerk.
**7.** Bij regeling van Onze Minister worden voorschriften gesteld met betrekking tot de installatie van de lijn- en contourmarkering.
### Artikel 5.12.59
**1.** De achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
@ -9138,7 +9167,9 @@ Indien met een personenauto, bedrijfsauto, driewielig motorrijtuig, motorrijtuig
### Artikel 5.18.38
De verlichtingsinstallatie van aanhangwagens moet zodanig op die van het trekkend voertuig zijn aangesloten dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenstemmen met die van het trekkend voertuig.
**1.** De verlichtingsinstallatie van aanhangwagens moet zodanig op die van het trekkend voertuig zijn aangesloten dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenstemmen met die van het trekkend voertuig.
**2.** Indien een aanhangwagen wordt voortbewogen door een bedrijfsauto en één van de voertuigen is voorzien van een lijn- of contourmarkering aan de zijkant van het voertuig, is het andere voertuig ook aan de zijkant van een lijn- of contourmarkering voorzien.
##### Paragraaf C. Fietsen