diff --git a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md index 2fdc0ec6c49..c08fe6bb6a0 100644 --- a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md +++ b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md @@ -802,7 +802,7 @@ De tarieven die het accreditatieorgaan op grond van de artikelen 5a.9, achtste l ### Artikel 6.2 -**1.** Het instellingsbestuur legt het voornemen tot het verzorgen van een nieuwe opleiding aan Onze minister voor met het oog op de beoordeling van een doelmatige taakverdeling tussen de instellingen, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs. +**1.** Het instellingsbestuur legt het voornemen tot het verzorgen van een nieuwe opleiding ter instemming aan Onze minister voor met het oog op de beoordeling van een doelmatige taakverdeling tussen de instellingen, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs. Het instellingsbestuur verstrekt daarbij het gegeven, in welke gemeente de opleiding wordt gevestigd. **2.** Het instellingsbestuur legt het voornemen voor nadat de opleiding de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan. @@ -908,7 +908,7 @@ h. of aan een opleiding een propedeutisch examen is verbonden, i. of het een opleiding gericht op een bepaald beroep betreft, waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld, j. of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, k. of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden, -l. de gemeente waar de opleiding wordt verzorgd; +l. de gemeente of de gemeenten waar de opleiding is gevestigd; m. de door de instelling op grond van artikel 5a.12, eerste lid, tweede volzin, vastgestelde termijn, n. de door de minister op grond van de artikelen 5a.12, vijfde lid, of 5a.15, tweede lid, vastgestelde termijn, o. het door een instelling op grond van artikel 5a.12a, eerste lid, genomen besluit, @@ -949,7 +949,9 @@ b. de termijn, bedoeld in de artikelen 5a.12, eerste, vierde of vijfde lid, of  c. Onze minister met toepassing van artikel 6.5 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, genoemd in artikel 1.9, eerste en tweede lid, ontnomen worden, dan wel d. Onze minister met toepassing van de artikelen 6.10 of 6.12 heeft besloten dat de aanwijzing niet betrekking zal hebben op de opleiding. -**2.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, onder *a*, geschiedt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de inschrijving voor de bacheloropleiding niet meer openstaat. +**2.** De Informatie Beheer Groep wijzigt de registratie van het gegeven, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder l, overeenkomstig het besluit, bedoeld in artikel 7.17a. + +**3.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, onder a, geschiedt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de inschrijving voor de bacheloropleiding niet meer openstaat. ### Titel 4 @@ -961,7 +963,7 @@ Vervallen ### Artikel 7.1 -**1.** Dit hoofdstuk met uitzondering van artikel 7.17 heeft betrekking op bekostigde universiteiten en hogescholen en op de Open Universiteit. +**1.** Dit hoofdstuk heeft betrekking op bekostigde universiteiten en hogescholen en op de Open Universiteit. **2.** De titels 1, 2 en 2a van dit hoofdstuk met uitzondering van artikel 7.17 hebben betrekking op universiteiten en hogescholen die ingevolge artikel 6.9 zijn aangewezen. @@ -1033,7 +1035,7 @@ b. postinitiële masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs. ### Artikel 7.4a -**1.** De studielast van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs bedraagt 180 studiepunten. In afwijking van de eerste volzin kan de studielast van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs ten hoogste 168 studiepunten bedragen, indien Onze minister voor die opleiding daartoe een besluit heeft genomen dat gebaseerd is op het accreditatierapport van die opleiding. In het besluit, bedoeld in de tweede volzin, wordt de studielast van de opleiding bepaald. +**1.** De studielast van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs bedraagt 180 studiepunten. In afwijking van de eerste volzin kan de studielast van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs ten hoogste 240 studiepunten bedragen, indien Onze minister voor die opleiding daartoe een besluit heeft genomen dat gebaseerd is op het accreditatierapport van die opleiding. In het besluit, bedoeld in de tweede volzin, wordt de studielast van de opleiding bepaald. **2.** Behoudens het bepaalde in het derde tot en met zevende lid bedraagt de studielast van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs 60 studiepunten. @@ -1041,7 +1043,7 @@ b. postinitiële masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs. **4.** De studielast van de masteropleidingen voor het beroep van tandarts en voor het beroep van wijsgeer van een bepaald wetenschapsgebied bedraagt 120 studiepunten. -**5.** De studielast van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, techniek, natuur, en gezondheidszorg bedraagt 120 studiepunten. +**5.** De studielast van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs bedraagt 120 studiepunten. **6.** De studielast van de masteropleidingen voor het beroep van arts, voor het beroep van dierenarts en voor het beroep van apotheker bedraagt 180 studiepunten. @@ -1299,13 +1301,25 @@ d. de nadere regels, bedoeld in de artikelen 7.8b, zesde lid, en 7.9, vijfde lid **2.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. -#### Paragraaf 2. Gemeente van vestiging +#### Paragraaf 2. Vestigingsplaats opleiding ### Artikel 7.17 -**1.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, wordt het onderwijs, verzorgd door de bekostigde universiteiten en hogescholen, aangeboden in de gemeente waarin de instelling is gevestigd. +**1.** Onverminderd het tweede lid wordt een opleiding verzorgd in de gemeente waar die opleiding blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is gevestigd. -**2.** Indien een doelmatige spreiding van voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs zich daartegen niet verzet, staat Onze minister, na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, ten aanzien van één of meer opleidingen al dan niet voor een bepaalde periode, toe dat het onderwijs geheel of gedeeltelijk wordt gegeven buiten de gemeente van vestiging. +**2.** Het instellingsbestuur kan besluiten een opleiding of een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten te vestigen. Hij legt het voornemen daartoe ter instemming voor aan Onze minister. + +**3.** Onze minister wordt geacht met het voornemen, bedoeld in het tweede lid, in te stemmen, indien hij niet binnen vier maanden na ontvangst daarvan heeft verklaard dat aan het voornemen geen uitvoering kan worden gegeven in verband met een ondoelmatige spreiding van voorzieningen in het hoger onderwijs die als gevolg daarvan zou ontstaan. + +**4.** Voorafgaand aan het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid overlegt het instellingsbestuur met de daarvoor in aanmerking komende instellingen. + +**5.** De instemming, bedoeld in het derde lid, vervalt, indien het instellingsbestuur van een bekostigde instelling de opleiding niet binnen zes maanden heeft laten registreren in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13. + +### Artikel 7.17a + +**1.** Onze minister kan besluiten dat een opleiding die in twee of meer gemeenten is gevestigd, niet langer in een bij zijn besluit genoemde gemeente is gevestigd, indien de verzorging van de opleiding in die gemeente, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs, in redelijkheid niet of niet meer doelmatig kan worden geacht. + +**2.** Bij zijn besluit bepaalt Onze minister tevens het tijdstip met ingang waarvan de opleiding niet langer in de in het eerste lid bedoelde gemeente is gevestigd. #### Paragraaf 3. De promoties @@ -4037,7 +4051,7 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum blijven voor het personeel, bedo ### Artikel 16.11 -**1.** Op de in de bijlage van deze wet onder *c* tot en met *g* genoemde instellingen blijven de artikelen 14, derde en vierde lid , 62, aanhef en onder *c, d* en *n*, 73, 75, 90, 128 en 166 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, artikel 17, eerste lid, laatste volzin, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs zoals dat artikel luidde op 30 juli 1993, alsmede artikel E.3 van de Invoeringswet W.H.B.O. tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing. Op beslissingen van Onze minister, genomen op grond van de artikelen 128 en 166 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs blijven onderscheidenlijk de artikelen 134 en 169 van die wet van toepassing. +**1.** Op de in de bijlage van deze wet onder c tot en met g genoemde instellingen blijven de artikelen 14, derde en vierde lid , 62, aanhef en onder c, d en n, 73, 75, 90, 128 en 166 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, artikel 17, eerste lid, laatste volzin, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs zoals dat artikel luidde op 30 juli 1993, alsmede artikel E.3 van de Invoeringswet W.H.B.O. tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing. Op beslissingen van Onze minister, genomen op grond van de artikelen 128 en 166 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs blijven onderscheidenlijk de artikelen 134 en 169 van die wet van toepassing. **1a.** Bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon die een bijzondere hogeschool in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de hogeschool in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de hogeschool overgaat. In het laatste geval zijn het tweede tot en met vierde lid van het op grond van het eerste lid van toepassing blijvende artikel 90 van overeenkomstige toepassing. @@ -4047,17 +4061,17 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum blijven voor het personeel, bedo **4.** Ingeval van bestuursoverdracht van een instelling als bedoeld in de op grond van het eerste lid van toepassing blijvende artikelen 75 en 90, worden het lichaam dat of de rechtspersoon die deze instelling na de bestuursoverdracht in stand houdt, geacht met onmiddellijke ingang te zijn opgenomen in de bijlage van deze wet en wordt het lichaam of de rechtspersoon waardoor de bestuursoverdracht is verricht, geacht vanaf dat tijdstip niet langer in de bijlage te zijn opgenomen. Ingeval van splitsing van een rechtspersoon en overgang van de instandhouding van een instelling als bedoeld in lid 1a, wordt de rechtspersoon die de instelling na de splitsing in stand houdt, geacht met onmiddellijke ingang te zijn opgenomen in de bijlage van deze wet en wordt de rechtspersoon die de instelling voor de splitsing in stand hield, geacht vanaf dat tijdstip niet langer in de bijlage te zijn opgenomen. -**5.** In afwijking van artikel 7.17 kunnen tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip instellingen die met toepassing van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, of artikel E.66, eerste lid, van de Invoeringswet W.H.B.O. in het studiejaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet onderwijs hebben gegeven buiten de gemeente van vestiging, dat onderwijs blijven geven in de gemeente waar in dat studiejaar dat onderwijs werd gegeven met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de genoemde artikelen. +**5.** In afwijking van artikel 7.17, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), kunnen tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip instellingen die met toepassing van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, of artikel E.66, eerste lid, van de Invoeringswet W.H.B.O. in het studiejaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet onderwijs hebben gegeven buiten de gemeente van vestiging, dat onderwijs blijven geven in de gemeente waar in dat studiejaar dat onderwijs werd gegeven met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de genoemde artikelen. -**6.** In afwijking van artikel 7.17 kunnen instellingen die met toepassing van artikel E.66, tweede lid, van de Invoeringswet W.H.B.O. in het studiejaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet onderwijs hebben gegeven buiten de gemeente van vestiging, dat onderwijs blijven geven in de gemeente waar in dat studiejaar dat onderwijs werd gegeven. +**6.** In afwijking van artikel 7.17, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), kunnen instellingen die met toepassing van artikel E.66, tweede lid, van de Invoeringswet W.H.B.O. in het studiejaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet onderwijs hebben gegeven buiten de gemeente van vestiging, dat onderwijs blijven geven in de gemeente waar in dat studiejaar dat onderwijs werd gegeven. -**7.** In afwijking van artikel 7.17 blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip het bepaalde bij of krachtens artikel 14, zesde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van toepassing op de in het eerste lid bedoelde instellingen waaraan een lerarenopleiding is verbonden. +**7.** In afwijking van artikel 7.17, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip het bepaalde bij of krachtens artikel 14, zesde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van toepassing op de in het eerste lid bedoelde instellingen waaraan een lerarenopleiding is verbonden. **8.** In afwijking van artikel 7.20, eerste lid, onder *e*, is de titel baccalaureus tevens verbonden aan het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen van opleidingen die de voortzetting zijn van de opleidingen genoemd in artikel 191, tweede lid, onder *c*, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs. ### Artikel 16.12 -Universiteiten die in het studiejaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet onderwijs buiten de gemeente van vestiging hebben gegeven kunnen tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van deze wet dat onderwijs blijven geven in de gemeente waar in dat studiejaar dat onderwijs werd gegeven. Indien het instellingsbestuur voor afloop van deze termijn een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, bij Onze minister heeft ingediend en Onze minister daarop nog niet heeft beslist, kan het onderwijs buiten de gemeente van vestiging worden gegeven tot het tijdstip dat Onze minister de beslissing op het verzoek aan het instellingsbestuur heeft bekendgemaakt. +Vervallen ### Artikel 16.13 @@ -4748,7 +4762,7 @@ b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start ### Artikel 17a.15a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op opleidingen waaraan op grond van de artikelen 17a.12, 17a.13, 17a.14 of 17a.15, accreditatie is verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 6.5, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 6.6, eerste lid, en 6.10, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, zoals die artikelen van toepassing waren op 25 september 2003. #### Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht @@ -4844,6 +4858,16 @@ Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17e.1, met toepassing van arti ## Hoofdstuk 17f. Overgangsrecht wet van 24 juni 2004 (stb. 321) +### Artikel 17f.1 + +**1.** De gemeente waar een in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, opgenomen opleiding op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321) blijkens dat register wordt verzorgd, is de gemeente waar die opleiding op de datum van inwerkingtreding van die wet is gevestigd. + +**2.** Indien ten aanzien van een opleiding toepassing is gegeven aan artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), is de desbetreffende gemeente eveneens een gemeente waar die opleiding is gevestigd, voorzover die gemeente op die dag in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs is vermeld. + +### Artikel 17f.2 + +Op de verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, die voor dat tijdstip zijn ingediend, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing. + ## Bijlage . behorende bij de In deze bijlage zijn in de onderdelen *a* tot en met *h* opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel *i* opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.