2013-09-01 | BWBR0033951 | Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
This commit is contained in:
parent
736402549d
commit
876d70892f
1 changed files with 82 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,82 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
|
||||
bwb_id: BWBR0033951
|
||||
type: pbo
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-09-22'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0033951
|
||||
citeertitel: Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Begripsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Deze verordening verstaat onder:
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Werkingsgebied
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Deze verordening is van toepassing op tuinbouwgronden met een hellingspercentage groter dan 2% en met een hellinglengte van meer dan 50 meter die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande wegen Sittard - Wehr (tot grens Nederland-Duitsland) en Sittard - Urmond (tot grens Nederland-België), met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Verplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
De ondernemer is verplicht:
|
||||
|
||||
a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teelt jaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en
|
||||
b. tuinbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3 is de ondernemer verplicht met betrekking tot elk perceel tuinbouwgrond als bedoeld in artikel 2 één of meer maatregelen te treffen die zijn opgenomen in bijlage 1.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer is verplicht om uiterlijk 1 januari van het lopende teelt jaar melding te doen van de getroffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit andere dan de in bijlage 2 genoemde maatregelen aan te wijzen die de ondernemer dient te treffen ter voorkoming van erosie, totdat bij verordening daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Uitsluiting
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Deze verordening is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, niet van toepassing op tuinbouwgronden tot een hellingspercentage van 18% indien de ondernemer:
|
||||
|
||||
a. geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, waarbij de bodembedekking achterwege kan blijven indien op 15 september nog een gewas op het land staat, of
|
||||
b. in het teelt jaar uiterlijk op 1 januari een wateropvang heeft met een capaciteit van 100 m^3 per hectare, voor de percelen die afwateren in deze voorziening.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
De secretaris is, namens het bestuur, bevoegd om op schriftelijk verzoek, na overleg met het waterschap, ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 3 en 4:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van één of meerdere ondernemers, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld;
|
||||
b. collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld;
|
||||
c. collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
d. collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2009 wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2013. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2013, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij met uitzondering van artikel 7 terug tot en met 1 september 2013.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. Maatregelen (
|
||||
|
||||
De onderstaande maatregelen voldoen aan het criterium dat bij hevige neerslag minimaal 100 m^3 water per hectare gebufferd wordt. Als sprake is van een lagere effectiviteit, dan ontstaat er een restopgave uitgedrukt in een aantal m^3 waterbuffering of -opvang.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue