diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index cc4e3c7d657..af5805e1b7c 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -187,10 +187,10 @@ c. onderwijssoort als bedoeld in de paragrafen 2.2 tot en met 2.4. Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen die: a. de Nederlandse nationaliteit bezit, -b. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel in Nederland woont en ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de studiefinanciering met een Nederlander wordt gelijkgesteld, of +b. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de studiefinanciering met een Nederlander wordt gelijkgesteld, of c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel in Nederland woont en behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen groep van personen die voor het terrein van de studiefinanciering met Nederlanders worden gelijkgesteld. -**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt de voorwaarde dat een studerende in Nederland woont, niet voor een studerende aan wie deze voorwaarde niet mag worden gesteld op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in verband met een goede uitvoering van dit lid. +**2.** Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte en de vorm van deze tegemoetkoming. ### Artikel 2.3 @@ -347,6 +347,8 @@ c. lening. **3.** De hoogte van de studiefinanciering wordt vastgesteld op basis van een budget voor een kalendermaand. +**4.** In afwijking van het derde lid kan de hoogte van de studiefinanciering ook worden vastgesteld op een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs. + ### Artikel 3.2 **1.** @@ -1598,21 +1600,6 @@ e. onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon, f. in artikel 6.11, tweede lid, voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep. -### Artikel 12.1d - -**1.** - -Voor de toepassing op de navolgende tijdvakken luidt artikel 3.9, derde lid: - -a. van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007: - -3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan € 15 275,67. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan € 19 546,93. -b. van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008: - -3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan € 15 504,23. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan € 19 748,75. - -**2.** In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, geldt tot 1 januari 2008 in plaats van «het toetsingsinkomen»: het gecorrigeerde verzamelinkomen. - ### Artikel 12.2 **1.** In afwijking van artikel 3.18 wordt het normbedrag maximale aanvullende beurs/lening (of veronderstelde ouderlijke bijdrage) voor zowel thuiswonend als uitwonend en voor zowel hoger onderwijs als beroepsonderwijs voor het kalenderjaar 2006 eenmalig verhoogd met € 5,84.