diff --git a/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md b/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md index 118d24e5ef8..a5f8a9748b2 100644 --- a/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md +++ b/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md @@ -100,7 +100,7 @@ c. werkloos is. **3.** -Een kind, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, wordt voor het vaststellen van het aantal kinderen voor wie recht op kinderbijslag bestaat voor twee kinderen geteld, indien het door de verzekerde grotendeels wordt onderhouden en +Een kind, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt voor het vaststellen van het aantal kinderen voor wie recht op kinderbijslag bestaat voor twee kinderen geteld, indien het door de verzekerde grotendeels wordt onderhouden en a. jonger is dan 16 jaar en @@ -117,19 +117,17 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt indien: a. de studie of de beroepsopleiding wordt beëindigd tijdens of bij het begin van een door de onderwijsinstelling vastgestelde vakantie, dan wel b. de studie of de beroepsopleiding wordt afgesloten met een eindexamen, dat kort voor het begin van de laatste door de onderwijsinstelling vastgestelde vakantie van het desbetreffende studiejaar wordt afgelegd, het kind geacht de studie of beroepsopleiding eerst na die vakantie te hebben beëindigd. -**6.** Een in het tweede lid, onderdeel *c*, bedoeld kind wordt niet als werkloos aangemerkt, indien dat kind zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week besteedt aan het verrichten van arbeid in dienstbetrekking dan wel in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep, of terzake van deze werkzaamheden een uitkering ontvangt ingevolge de Werkloosheidswet (*Stb.* 1987, 93). Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt voorts niet als werkloos aangemerkt, indien dat kind een passende dienstbetrekking als bedoeld in de vorige volzin niet heeft aanvaard of door eigen toedoen niet heeft verkregen of behouden. +**6.** Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt niet als werkloos aangemerkt, indien dat kind zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week besteedt aan het verrichten van arbeid in dienstbetrekking dan wel in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep, of terzake van deze werkzaamheden een uitkering ontvangt ingevolge de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93). Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt voorts niet als werkloos aangemerkt, indien dat kind een passende dienstbetrekking als bedoeld in de vorige volzin niet heeft aanvaard of door eigen toedoen niet heeft verkregen of behouden. -**7.** Het kind, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt niet als werkloos aangemerkt, indien het een vergoeding ontvangt op grond van artikel 23, derde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden. +**7.** Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt slechts als werkloos aangemerkt, indien en zolang het bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd. Deze inschrijving dient binnen een redelijke termijn plaats te vinden. -**8.** Een in het tweede lid, onderdeel *c*, bedoeld kind wordt slechts als werkloos aangemerkt, indien en zolang het bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd. Deze inschrijving dient binnen een redelijke termijn plaats te vinden. +**8.** Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt als werkloos aangemerkt indien en zolang het bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd. Deze registratie dient binnen een redelijke termijn plaats te vinden. In geval dat kind wegens ziekte niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden wordt dat kind als werkloos aangemerkt zolang de ziekte voortduurt voor een periode van ten hoogste zes maanden. -**9.** Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt voor het recht op kinderbijslag meegerekend zolang het werkloos is. +**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van de voorgaande leden. -**10.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van de voorgaande leden. +**10.** Een kind wordt als pleegkind beschouwd, indien het als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. -**11.** Een kind wordt als pleegkind beschouwd, indien het als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. - -**12.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdeel *a*. +**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdeel a. ### Artikel 7a @@ -161,7 +159,7 @@ c. de gezinsleden van de in de onderdelen a of b bedoelde verzekerde. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen: -a. een kind, te wiens aanzien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7, elfde lid, nochtans met een pleegkind wordt gelijkgesteld; +a. een kind, te wiens aanzien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7, tiende lid, nochtans met een pleegkind wordt gelijkgesteld; b. een verzekerde geacht wordt met een kind, bedoeld onder *a*, een huishouden te vormen. ### Artikel 9 @@ -191,7 +189,7 @@ Vervallen ### Artikel 12 -**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt inclusief de verhogingen van het kinderbijslagbedrag, bedoeld in artikel V, vierde lid, van de Wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 957) f 525,14 per 1 juli 2003 € 252,31per kind. +**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt f 525,14 per 1 juli 2003 € 252,31per kind. **2.** @@ -255,7 +253,9 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van ### Artikel 15 -De verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplicht aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op kinderbijslag, de hoogte van de kinderbijslag, het geldend maken van het recht op kinderbijslag of op het bedrag van de kinderbijslag, dat wordt betaald. +**1.** De verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplicht aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op kinderbijslag, de hoogte van de kinderbijslag, het geldend maken van het recht op kinderbijslag of op het bedrag van de kinderbijslag, dat wordt betaald. + +**2.** De verplichting van het eerste lid geldt niet ingeval het kind voor wie kinderbijslag wordt betaald recht krijgt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000. ### Artikel 16 @@ -337,7 +337,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijslag of die uitkering. -**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Landelijk instituut sociale verzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank. +**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Landelijk instituut sociale verzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank. **4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, geen bijslag, pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. @@ -400,9 +400,11 @@ Indien voor hetzelfde kind kinderbijslag kan worden betaald ingevolge deze wet e De Sociale verzekeringsbank is bevoegd, voor zover nodig na ingewonnen advies van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen de kinderbijslag voor een kind te betalen aan een ander dan de rechthebbende. -### Artikel +### Artikel 21a -Vervallen +**1.** De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op de nog niet vastgestelde kinderbijslag. + +**2.** Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als de kinderbijslag op grond van deze wet. ### Artikel 22 @@ -552,7 +554,7 @@ Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene ma ### Artikel 37 -Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister aangewezen personen. +Vervallen ### Artikel