2002-01-01 | BWBR0006534 | Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent afa14e0675
commit 8796df9de1

View file

@ -16,48 +16,33 @@ citeertitel: Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. lid van provinciale staten: een lid van provinciale staten, dat niet tevens lid van gedeputeerde staten is;
c. tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap van provinciale staten: het tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap, bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X7, tweede, derde en vijfde lid, van de Kieswet.
d. lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet, dat niet tevens lid van provinciale staten is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
### Artikel 1a
**1.**
De artikelen 2 tot en met 4 en 6a tot en met 12 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van provinciale staten aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat:
a. de onkostenvergoeding die dit lid op grond van artikel 2, derde of vierde lid, ontvangt, de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is;
b. indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 4, dit lid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
**2.** Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet wordt niet aangemerkt als beëindiging van het lidmaatschap van provinciale staten als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, en als aftreden als bedoeld in artikel 8.
d. lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 89 en 90 van de Provinciewet, dat niet tevens lid van provinciale staten is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
## Hoofdstuk 2. Vergoeding voor werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten
### Artikel 2
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die € 1.200,95 per maand bedraagt.
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per jaar bedraagt.
**2.** Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.
**2.** Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid voor volwassenen, inclusief bijzondere beloningen en bekend gemaakt in de Staatscourant.
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die € 173,17 per maand bedraagt.
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per maand bedraagt.
**4.** Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste € 147,48 per maand bedraagt.
**5.** De bedragen van de vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
### Artikel 3
Vervallen
Provinciale staten kunnen bij verordening tot ten hoogste 20% naar beneden afwijken van de bedragen, genoemd in artikel 2.
### Artikel 4
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van provinciale staten op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.
### Artikel 4a
**1.** Aan een lid van provinciale staten dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Provinciewet dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, uitoefent dan wel lid is van de onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewet, wordt voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.
### Artikel 5
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt vergoeding van reiskosten verleend naar bij provinciale verordening te stellen regels voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en van commissies of een Openbaar-Vervoerjaarkaart verstrekt dan wel een keuze tussen een vergoeding of een Openbaar-Vervoerjaarkaart geboden, met dien verstande dat voor het gebruik van een eigen motorvoertuig de vergoeding niet hoger wordt gesteld dan het bedrag dat bij of krachtens artikel 7 van het Reisbesluit binnenland is vastgesteld.
@ -72,18 +57,7 @@ Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de ver
### Artikel 6a
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan een lid van provinciale staten voor de uitoefening van het statenlidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
**2.**
Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, wordt door gedeputeerde staten aan een lid van provinciale staten op aanvraag voor de uitoefening van het statenlidmaatschap een tegemoetkoming verleend voor:
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of,
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
**3.** Op aanvraag wordt door gedeputeerde staten een vergoeding aan het lid van provinciale staten verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur.
**4.** Provinciale staten kunnen bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computerapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste en tweede lid en de vergoeding, bedoeld in het derde lid.
De provincie kan, naar bij verordening te stellen regels, aan een lid van provinciale staten voor de uitoefening van het statenlidmaatschap benodigde computer- en communicatieapparatuur ter beschikking stellen. Het ter beschikking stellen van computerapparatuur kan geschieden door het bieden van een mogelijkheid tot deelname aan een voor het provinciepersoneel geldende pc-privéregeling.
### Artikel 7
@ -93,104 +67,43 @@ b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
**3.** Het lid van provinciale staten dat in de loop van een kalenderjaar is beëdigd dan wel het lidmaatschap van provinciale staten heeft beëindigd, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden en de onkostenvergoeding naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in bedoeld kalenderjaar.
### Artikel 7a
**1.** Een lid van provinciale staten dat op grond van artikel 75 van de Provinciewet meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de staten waarneemt, ontvangt voor die tijd voor die waarneming een toeslag van 8% van zijn vergoeding als lid van provinciale staten.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 2, derde lid.
### Artikel 7b
**1.** Naast de vergoeding voor de werkzaamheden ontvangen fractievoorzitters voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage gelijk aan 1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een toelage gelijk aan 0,4% van de vergoeding op jaarbasis voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding op jaarbasis.
**2.**
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris vast:
a. hoeveel leden een fractie telt;
b. de duur van het fractievoorzitterschap.
## Hoofdstuk 3. Secundaire voorzieningen
### Artikel 8
**1.**
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale staten met ingang van de dag van zijn aftreden een uitkering ten laste van de provincie ontvangt, naar in de verordening te stellen regels.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
**2.** De uitkering heeft een maximumduur van twee jaar en bedraagt in het eerste jaar ten hoogste 80% en in het tweede jaar ten hoogste 70% van het op het moment van aftreden geldende bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden, eventueel vermeerderd met het bedrag van de in het jaar voor het aftreden ontvangen vergoeding, bedoeld in artikel 4. De uitkering eindigt in ieder geval met ingang van de maand volgend op die waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt.
a. *een ziekte:* een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan de functie verbonden werkzaamheden;
b. *een dienstongeval:* een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan de functie verbonden werkzaamheden.
**2.**
Een staten- of commissielid ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval:
a. voor zover deze kosten ten laste van staten- of commissielid blijven en
b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
**3.** In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in provinciale staten.
**4.** Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
**5.** Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn functie als staten- of commissielid en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen staten- of commissielid.
**3.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat geen recht op op uitkering bestaat indien het lid van provinciale staten van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard ingevolge artikel X 7 van de Kieswet.
### Artikel 9
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat het provinciaal bestuur ten behoeve van de leden van provinciale staten één of meer collectieve verzekeringen kan afsluiten, waarbij wordt voorzien in de opbouw van een ouderdomspensioen en in geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een lid van provinciale staten dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van provinciale staten wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ingevolge artikel X 12 van de Kieswet.
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat het provinciaal bestuur ten behoeve van de leden van provinciale staten één of meer collectieve verzekeringen kan afsluiten, waarbij wordt voorzien in de opbouw van een ouderdomspensioen en in geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden.
### Artikel 10
**1.** Een statenlid ontvangt ten laste van de provincie een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 107,10 per jaar.
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale staten, naar in de verordening te stellen regels, ten laste van de provincie een tegemoetkoming ontvangt ter zake van ziektekosten, waaronder de premie van een verzekering tegen ziektekosten.
**2.** Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de wijzigingen die de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk ondergaat.
**2.** De tegemoetkoming bedraagt ten hoogste een bepaald percentage van de vergoeding voor de werkzaamheden, genoemd in artikel 2.
### Artikel 10a
Ten aanzien van individuele gevallen kunnen gedeputeerde staten artikel 10, eerste lid, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing van de in het Correctiebesluit in verband met het schrappen van de tegemoetkoming ziektekostenverzekering voor commissieleden (Stb. 2014, 431) aan dit artikellid verleende terugwerkende kracht, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**3.** Het in het tweede lid bedoelde percentage is gelijk aan het werkgeversaandeel in de procentuele premie van de publiekrechtelijke ziektekostenregeling Interprovinciale Ziektekosten Regeling (IZR).
### Artikel 11
**1.** In het geval een staten- of commissielid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het staten- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden wordt deze vergoeding ten laste van de provincie verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat in het geval dat een lid van provinciale staten een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en na de toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het lidmaatschap van provinciale staten meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit lid ontvangt van provinciale staten, deze vergoeding ten laste van de provincie wordt verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
**2.** In het geval een staten- of commissielid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van de functie van staten- of commissielid meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden wordt deze vergoeding ten laste van de provincie verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
**3.** In het geval een staten- of commissielid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden op verzoek van het desbetreffende staten- of commissielid worden verlaagd.
### Artikel 11a
**1.** Gedeputeerde staten kennen een lid van provinciale staten dat naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de provincie op aanvraag een tegemoetkoming toe voor de bekostiging van een voorziening als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
**2.** Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt.
**2.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat in het geval dat een lid van provinciale staten een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van lidmaatschap van provinciale staten meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit lid ontvangt van provinciale staten, deze vergoeding ten laste van de provincie wordt verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
### Artikel 12
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van staten- of commissielid komen ten laste van de provincie.
**2.** Provinciale Staten kunnen over de in het eerste lid bedoelde scholing nadere regels stellen.
**3.** Indien een statenlid in verband met de uitoefening van de functie lid is van een beroepsvereniging vergoedt de provincie de contributie van die beroepsvereniging.
### Artikel 12a
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
a. de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6a, eerste lid;
c. de vergoeding, bedoeld in artikel 6a, derde lid;
d. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10, eerste lid;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 12, eerste en derde lid.
### Artikel 12b
Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie.
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale staten, naar in de verordening te stellen regels, ten laste van de provincie een tegemoetkoming ontvangt ter zake van kosten voor scholing in verband met de vervulling van het statenlidmaatschap, alsmede ter zake van kosten voor in verband met de vervulling van het statenlidmaatschap noodzakelijke kinderopvang.
## Hoofdstuk 4. Vergoeding van leden van een commissie
### Artikel 13
Aan een lid van een commissie wordt ten laste van de provincie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie toegekend van € 115,84 per vergadering. De artikelen 2, tweede lid, 6a11, 12 en 12b zijn van overeenkomstige toepassing.
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 14
@ -201,10 +114,6 @@ b. een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan w
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 14a
Vervallen
### Artikel 15
Het koninklijk besluit van 3 april 1980 tot uitvoering van de artikelen 13, derde lid, en 65*a*, eerste lid, van de Provinciewet (*Stb.* 203) wordt ingetrokken.