From 879f21bda5b6a6c90b18525ae691a93c7bf4d289 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0020762 | Besluit voorkoming verontreiniging door schepen --- .../BWBR0020762/README.md | 277 +++++------------- 1 file changed, 81 insertions(+), 196 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md index 7754a423bf8..97fa9a004f0 100644 --- a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md +++ b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md @@ -20,44 +20,37 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Wet voorkoming verontreiniging door schepen; b. olietankschip: een olietankschip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag; -c. passagiersschip: schip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag. -d. schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag; -e. schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting; -f. sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden; -g. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte; -h. uitstoot: emissie als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag; -i. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; -j. lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip; -k. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt; -l. AFS-verdrag: het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44); -m. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; -n. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO; -o. BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*Bulk Chemical Code*); -p. IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*International Bulk Chemical Code*); -q. NO_x-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (*Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines*, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169); -q. *Ballastwaterverdrag:* het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44); -r. *ballastwater:* water dat aan boord genomen wordt teneinde de trim, helling, diepgang, stabiliteit van of krachten op het schip te beheersen; -s. *Scheepsrecyclingsverdrag:* het op 15 mei 2009 te Hongkong tot stand gekomen Internationaal verdrag voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen (Trb. 2010, 227 en 2017, 29). +c. schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag; +d. schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting; +e. sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden; +f. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte; +g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +h. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; +i. lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip; +j. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt; +k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +l. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; +m. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO; +n. BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*Bulk Chemical Code*); +o. IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*International Bulk Chemical Code*); +p. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -**2.** Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: Onze Minister. - -**3.** Voor de toepassing van dit besluit wordt met een internationale reis gelijkgesteld een trans-Atlantische reis tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan. - -**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de toepassing van dit besluit ook reizen tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan binnen Caribisch Nederland met een internationale reis gelijk worden gesteld. - -### Artikel 1a - -**1.** Dit besluit is tevens van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de krachtens dit besluit gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES. +**2.** Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: de inspecteur-generaal. ### Artikel 2 -Vervallen +Als schadelijke stoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de wet worden aangewezen: + +a. olie en oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag; +b. schadelijke vloeistoffen, inclusief restanten daarvan, of ballastwater, waswater van tanks of andere mengsels die dergelijke stoffen bevatten; +c. vloeistoffen die op grond van Bijlage II niet zijn gecategoriseerd, noch voorlopig ingedeeld of geëvalueerd, of ballastwater, waswater van tanks of andere mengsels die dergelijke restanten bevatten; +d. schadelijke stoffen in verpakte vorm; +e. sanitair afval; +f. vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag. ### Artikel 3 -Als een ander verdrag als bedoeld in de artikelen 8, eerste en derde lid, 8a, 21 en 23 van de wet wordt aangewezen het AFS-verdrag, het Ballastwaterverdrag en het Scheepsrecyclingsverdrag. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 4 @@ -82,13 +75,14 @@ Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de in dat lid bedoelde schep a. waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid, benodigd is, of b. die geen reizen maken naar havens buitengaats binnen de rechtsmacht van andere partijen bij het Verdrag. -**4.** Elk schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt en elk schip van minder dan 400 GT dat internationale reizen maakt en gerechtigd is meer dan 15 personen te vervoeren, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage IV van het Verdrag, met dien verstande dat met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 9.1. van die Bijlage van toepassing is en voorschrift 9.2 van die Bijlage van toepassing is met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 29, vierde lid. +**4.** -**5.** Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 3 van Bijlage VI van het Verdrag. +De volgende schepen die internationale reizen maken, voldoen aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage IV van het Verdrag: -**6.** Een schip met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, voldoet met betrekking tot die motoren tevens aan de in de NO_x-Code opgenomen eisen. Het voldoen aan die eisen blijkt voor motoren ten aanzien waarvan op grond van de No_x-Code een pre-certificeringsonderzoek verplicht is, uit een overeenkomstig de NO_x-Code voor de motor afgegeven Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code. - -**7.** Elk schip van 400 GT of meer voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 4 van Bijlage VI van het Verdrag. +a. nieuwe schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van 400 GT of meer; +b. nieuwe schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van minder dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren; +c. bestaande schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van 400 GT of meer, met ingang van 28 september 2008; +d. bestaande schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van minder dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren, met ingang van 28 september 2008. ### Artikel 6 @@ -96,39 +90,21 @@ Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of ### Artikel 7 -**1.** Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage 1 van het AFS-verdrag. - -**2.** Elk schip met een lengte van 24 meter of meer, maar van minder dan 400 GT, dat internationale reizen maakt, is voorzien van een door de eigenaar of diens bevoegde agent ondertekende verklaring als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage 4 van het AFS-verdrag, die voldoet aan de daaraan in dat voorschrift gestelde eisen. - -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. - -### Artikel 7a - -**1.** Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-3 en voorschrift B-5, lid 2, van de bijlage van het Ballastwaterverdrag, tenzij er sprake is van een uitzondering als bedoeld in voorschrift A-3 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag. - -**2.** Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het hebben van een ballastwaterbeheerplan. - -**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde eisen gelden niet voor schepen die niet ontworpen of gebouwd zijn voor het vervoer van ballastwater en voor schepen die ballastwater vervoeren in permanent verzegelde tanks en dit ballastwater niet lozen. - -**4.** In afwijking van het eerste lid is voor een schip waarop een ballastwaterbeheersysteem in gebruik is dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 8 **1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden vastgesteld waaraan schepen in verband met een krachtens artikel 15 vereist certificaat moeten voldoen. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen voor schepen aanvullende eisen worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 5 tot en met 7a, waarbij kan worden bepaald dat de eisen en regels alleen gelden in daarbij aangewezen gebieden bedoelde eisen. +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen voor schepen aanvullende eisen worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 5 tot en met 7 bedoelde eisen. ### Artikel 9 -**1.** Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de in artikel 5 bedoelde eisen en de in artikel 31, eerste en tweede lid, bedoelde eisen en voorschriften waaronder de in deze artikelleden bedoelde handelingen mogen worden verricht, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. - -**2.** Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande is bepaald in voorschrift A-5 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, afwijkingen toestaan van de voorschriften van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen of een maatregel wordt genomen die naar zijn oordeel tenminste gelijkwaardig is aan het voorschrift waarvan wordt afgeweken. +De inspecteur-generaal kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de in artikel 5 bedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. ### Artikel 10 -**1.** Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde eisen wordt, indien deze wordt verleend voor een schip waaraan een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in artikel 12, aantekening gemaakt op het certificaat. - -**2.** Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, van de in artikel 7a bedoelde eisen wordt aantekening gemaakt in het ballastwaterjournaal van het desbetreffende schip. +Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde eisen wordt, indien deze wordt verleend voor een schip waaraan een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in artikel 12, aantekening gemaakt op het certificaat. ### Artikel 11 @@ -152,40 +128,19 @@ c. voor schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren en niet behoren t **3.** Voor schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage IV van het Verdrag afgegeven. -**4.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, vijfde en zesde lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging als bedoeld in voorschrift 6.1 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. - -**5.** Voor schepen met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, wordt overeenkomstig de NO_x-Code voor elk van die motoren een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code, afgegeven. - -**6.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, zevende lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie als bedoeld in voorschrift 6.4 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. - ### Artikel 13 -**1.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 7 en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem als bedoeld in voorschrift 1.1. van Bijlage 4 van het AFS-verdrag afgegeven. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. - -### Artikel 13a - -**1.** Voor een schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 7a en de met dat artikel samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, wordt een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat als bedoeld in voorschrift E-4 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag afgegeven. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 14 -De in de artikelen 12, 13, 13a en 15, derde lid, bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading. +De in de artikelen 12 en 13 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading. ### Artikel 15 **1.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een bijzonder certificaat wordt afgegeven. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen waarop de artikelen 12, 13 en 13a niet van toepassing zijn, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7a en de met die artikelen samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, op verzoek van de reder een verklaring kan worden afgegeven. - -**3.** - -Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de afgifte van een certificaat of het plaatsen van aantekeningen hierop, onderscheidenlijk voor de afgifte van een document op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, de inspectie onderscheidenlijk beoordeling op basis van een rechtstreeks in al zijn onderdelen verbindend besluit van één of meer van de instellingen van de Europese Unie alleen of gezamenlijk volstaat, indien: - -a. die betrekking hebben op de voorkoming van verontreiniging door schepen, en -b. daarin gelijkluidende regels worden gesteld ten aanzien van de eisen aan het schip, het onderzoek en het certificaat. +**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen waarop de artikelen 12 en 13 niet van toepassing zijn, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7 en de met die artikelen samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, op verzoek van de reder een verklaring kan worden afgegeven. ### Paragraaf 2. Onderzoeken @@ -193,31 +148,26 @@ b. daarin gelijkluidende regels worden gesteld ten aanzien van de eisen aan het **1.** -Schepen worden ter verkrijging van een in artikel 12, eerste tot en met vierde en zesde lid, genoemd certificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat onderworpen aan de volgende in het Verdrag voorgeschreven onderzoeken: +Schepen worden ter verkrijging van een in artikel 12, eerste tot en met vierde lid, genoemd certificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat onderworpen aan de volgende in het Verdrag voorgeschreven onderzoeken: a. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie: de in Bijlage I van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; b. in verband met een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid: de in Bijlage II van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; c. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval: de in Bijlage IV van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; -d. in verband met het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging: de in voorschrift 5.1 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; -e. in verband met het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie: de in voorschrift 5.4 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken. +d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -**2.** Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt de motor waarop het certificaat betrekking heeft, onderworpen aan de in de NO_x-Code voorgeschreven onderzoeken. +**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. ### Artikel 17 -Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in Bijlage 4 van het AFS-verdrag voorgeschreven onderzoeken. - -### Artikel 17a - -Ter verkrijging van een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in voorschrift E-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voorgeschreven onderzoeken. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 18 -De in de artikelen 16, 17 en 17a bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat. +De in de artikelen 16 en 17 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat. ### Artikel 19 -Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16, 17 en 17a tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat. +Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16 en 17 tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat. ### Artikel 20 @@ -225,18 +175,18 @@ Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16, 17 en 17a tijden Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: -a. de onderzoeken waaraan schepen in verband met een certificaat als bedoeld in artikel 15, eerste of derde lid, worden onderworpen; -b. de onderzoeken waaraan schepen worden onderworpen waarop de artikelen 12, 13 en 13a niet van toepassing zijn. +a. de onderzoeken waaraan schepen in verband met een certificaat als bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden onderworpen; +b. de onderzoeken waaraan schepen worden onderworpen waarop de artikelen 12 en 13 niet van toepassing zijn. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van de certificaten, bedoeld in de artikelen 16, 17 en 17a, en tijdens de geldigheidsduur daarvan worden onderworpen. +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van de certificaten, bedoeld in de artikelen 16 en 17, en tijdens de geldigheidsduur daarvan worden onderworpen. ### Artikel 21 -Een ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon is, indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 16, 17 en 17a gebreken aan het schip of zijn uitrusting worden geconstateerd, bevoegd om herstel van deze gebreken te vorderen. +Een ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon is, indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 16 en 17 gebreken aan het schip of zijn uitrusting worden geconstateerd, bevoegd om herstel van deze gebreken te vorderen. ### Artikel 22 -Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzondering van het onderzoek, bedoeld in artikel 17, is voltooid, wordt de toestand van het schip en zijn uitrusting gehandhaafd in overeenstemming met de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. In deze toestand wordt geen verandering aangebracht zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister of van de ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die het onderzoek heeft uitgevoerd. +Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzondering van het onderzoek, bedoeld in artikel 17, is voltooid, wordt de toestand van het schip en zijn uitrusting gehandhaafd in overeenstemming met de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. In deze toestand wordt geen verandering aangebracht zonder voorafgaande toestemming van de inspecteur-generaal of van de ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die het onderzoek heeft uitgevoerd. ### Paragraaf 3. Geldigheid van certificaten @@ -244,11 +194,9 @@ Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzonderin **1.** De in artikel 12 genoemde certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaren, met uitzondering van het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, dat geldig is gedurende de volledige levensduur van de motor. -**2.** Het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie en het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem zijn, behoudens het bepaalde in artikel 9 van de wet, onbeperkt geldig. +**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**3.** Het ballastwaterbeheercertificaat heeft een geldigheidsduur van vijf jaren. - -**4.** Onze Minister kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste en het derde lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt. +**3.** De inspecteur-generaal kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt. ### Artikel 24 @@ -256,24 +204,17 @@ Na voltooiing van een hernieuwd onderzoek in verband met de vernieuwing van een ### Artikel 25 -**1.** Indien een schip zich op het tijdstip waarop een certificaat zijn geldigheid verliest, niet in een haven bevindt waar een hernieuwd onderzoek kan plaatsvinden, kan Onze Minister de geldigheidsduur van het certificaat met ten hoogste drie maanden verlengen teneinde het schip in staat te stellen zijn reis naar de haven waar het zal worden onderzocht, te voltooien. Het schip verlaat die haven vervolgens niet zonder nieuw certificaat. +**1.** Indien een schip zich op het tijdstip waarop een certificaat zijn geldigheid verliest, niet in een haven bevindt waar een hernieuwd onderzoek kan plaatsvinden, kan de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat met ten hoogste drie maanden verlengen teneinde het schip in staat te stellen zijn reis naar de haven waar het zal worden onderzocht, te voltooien. Het schip verlaat die haven vervolgens niet zonder nieuw certificaat. -**2.** Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat dat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt, met ten hoogste een maand verlengen. +**2.** De inspecteur-generaal kan de geldigheidsduur van een certificaat dat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt, met ten hoogste een maand verlengen. **3.** In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek de geldigheidsduur van het nieuwe certificaat bepaald aan de hand van de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat. **4.** Indien na de voltooiing van een hernieuwd onderzoek het nieuwe certificaat niet voor de vervaldatum van het bestaande certificaat kan worden afgegeven of aan het schip kan worden verstrekt, kan degene die het onderzoek heeft uitgevoerd daarvan een aantekening plaatsen op het bestaande certificaat. In dat geval wordt het bestaande certificaat nog als geldig aangemerkt voor een tijdvak van ten hoogste vijf maanden na zijn vervaldatum. -**5.** - -Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat, bedoeld in artikel 23, vierde lid, verlengen tot een datum die is gelegen vijf jaren na de afgiftedatum van het certificaat, met dien verstande dat: - -a. de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en vierde lid, alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek als bedoeld in Bijlage I, II en VI van het Verdrag; en -b. de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in artikel 13a alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds onderzoek als bedoeld in de Bijlage bij het Ballastwaterverdrag. - ### Artikel 26 -Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van de certificaten en de verklaring, bedoeld in artikel 15, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het in de artikelen 12, 13 en 13a bedoelde certificaat. +Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat en de verklaring, bedoeld in artikel 15, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het in de artikelen 12 en 13 bedoelde certificaat. ### Artikel 27 @@ -283,30 +224,24 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekkin **3.** -Onze Minister kan een certificaat intrekken: +De inspecteur-generaal kan een certificaat intrekken: 1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft opgelopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of -2°. wanneer uit een onderzoek van de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. +2°. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. -**4.** Een vervallen of ingetrokken certificaat wordt door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan Onze Minister ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren. +**4.** Een vervallen of ingetrokken certificaat wordt door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren. **5.** Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven. ### Artikel 28 -Onze Minister kan de geldigheid van een certificaat dat ingevolge artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van de wet is vervallen, herstellen, indien naar zijn mening bij een inspectie voldoende is gebleken dat het schip voldoet aan de desbetreffende eisen. +De inspecteur-generaal kan de geldigheid van een certificaat dat ingevolge artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van de wet is vervallen, herstellen, indien naar zijn mening bij een inspectie voldoende is gebleken dat het schip voldoet aan de desbetreffende eisen. ## Hoofdstuk 4. Lozing en overige gedragingen ### Artikel 29 -**1.** - -Het is verboden vanaf een schip olie of oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: - -a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het gebied van de Zwarte Zee, het Golfgebied, de Noordwest-Europese wateren en de Zuidelijke Zuid-Afrikaanse wateren, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en het Antarctisch gebied de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing zijn; -b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing zijn, en in deze gebieden de voorschriften 15 en 34 wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing worden op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; -c. in afwijking van de onderdelen a en b, voor zover het de toepasselijkheid van voorschrift 15 van die Bijlage betreft, ten aanzien van schepen van minder dan 400 GT in alle gebieden met uitzondering van het Antarctisch gebied voorschrift 15, onderdeel C, van die Bijlage van toepassing is. +**1.** Het is verboden vanaf een schip olie of oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. **2.** @@ -319,20 +254,14 @@ Het lozen van lens- of ballastwater of andere restanten of mengsels die alleen s **3.** Het is verboden vanaf een schip schadelijke stoffen in verpakte vorm te lozen, anders dan met inachtneming van de Bijlage III van het Verdrag gegeven voorschriften. Dit verbod is ook van toepassing op lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. -**4.** - -Het is verboden vanaf schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, sanitair afval in zee te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het Verdrag gegeven voorschriften, met dien verstande dat: - -a. met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing is en -b. met betrekking tot een passagiersschip in de onder a bedoelde gebieden voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing is met ingang van een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. +**4.** Het is verboden vanaf een schip als bedoeld in artikel 5, vierde lid, sanitair afval in zee te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het Verdrag gegeven voorschriften. **5.** -Het is verboden vanaf een schip vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: +Het is verboden vanaf een schip vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag te lozen anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: -a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het Golfgebied, het gebied van de Noordzee en het Caribisch gebied, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en in het Antarctisch gebied voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing is; -b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 4 van die Bijlage van toepassing is, en in deze gebieden voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing wordt op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; -c. in afwijking van de onderdelen a en b, ten aanzien van drijvende platforms en alle andere schepen langszij en binnen 500 meter van deze platforms voorschrift 5 van toepassing is. +a. in het gebied van de Oostzee en het gebied van de Noordzee, bedoeld in voorschrift 5 van die Bijlage, en in het Antarctisch gebied voorschrift 5 van die Bijlage van toepassing is; +b. in het gebied van de Middellandse Zee, van de Zwarte Zee, van de Rode Zee, van de Perzische Golf en in het Caribisch gebied, bedoeld in voorschrift 5 van die Bijlage, voorschrift 4 van die Bijlage van toepassing is, en in deze gebieden voorschrift 5 van die Bijlage van toepassing wordt op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. **6.** Voor de toepassing van de op grond van dit artikel toepasselijke voorschriften van het Verdrag wordt verstaan onder Administratie: Onze Minister. @@ -344,31 +273,11 @@ c. in afwijking van de onderdelen a en b, ten aanzien van drijvende platforms en ### Artikel 31 -**1.** Het is verboden opzettelijk stoffen die de ozonlaag aantasten als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag uit te stoten anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. - -**2.** - -Het is verboden om: - -a. aan boord van schepen brandstofolie te hebben of te gebruiken die niet voldoet aan de eisen die daaraan in Bijlage VI van het Verdrag in het algemeen of ten aanzien van het gebruik in bepaalde zeegebieden worden gesteld; -b. afval en andere stoffen als bedoeld in voorschrift 16 van Bijlage VI van het Verdrag aan boord van een schip te verbranden anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. - -**3.** Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel b, zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. - -### Artikel 31a - -**1.** - -Het is verboden met een schip ballastwater of sediment uit ballastwater in te nemen of te lozen, tenzij: - -a. deze inname of lozing in overeenstemming is met het bepaalde in de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, de krachtens artikel 8, tweede lid, gestelde voorschriften, of op grond van artikel 9, tweede lid toegestane afwijkingen van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag; -b. deze inname of lozing in overeenstemming is met de krachtens artikel 38, tweede lid, gestelde voorschriften; -c. deze inname of lozing plaatsvindt om ballastwater te wisselen in een krachtens artikel 33a, tweede lid, aangewezen gebied, in overeenstemming met de krachtens dat artikel gestelde voorschriften; of -d. voor het desbetreffende schip in overeenstemming met het Ballastwaterverdrag een vrijstellig of ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 35 van de wet. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 32 -**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 29, 30, 31 en 31a bedoelde verboden, voorschriften en eisen. +**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde verboden, voorschriften en eisen. **2.** De krachtens het eerste lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. @@ -384,29 +293,15 @@ d. voor het desbetreffende schip in overeenstemming met het Ballastwaterverdrag **4.** Het derde lid is ook van toepassing op het vervoer van lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. -### Artikel 33a - -**1.** Een schip waarvoor op grond van voorschrift B-3 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag de normen van voorschrift D-1 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag van toepassing zijn, wisselt ballastwater in overeenstemming met het bepaalde in voorschrift B-4 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen gebieden worden aangewezen als bedoeld in voorschrift B-4, lid 2, van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, waar ballastwater wordt gewisseld overeenkomstig de daarbij gestelde regels. - ### Artikel 34 -**1.** De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in Bijlage I, V en VI van het Verdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. - -**2.** De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip in het Antarctisch gebied geen stoffen als bedoeld in voorschrift 43 van Bijlage I van het Verdrag als brandstof worden gebruikt anders dan met inachtneming van dit voorschrift. - -**3.** De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in de bijlage van het Ballastwaterverdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. - -### Artikel 34a - -**1.** De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet voert een voorwas uit van zijn tank voor zover deze voorwas verplicht is ingevolge de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. - -**2.** Het voorwassen van ladingtanks geschiedt uitsluitend met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 35 -Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de in artikel 6b, tweede lid, van de wet opgenomen verplichting tot melding van de gegevens van het afvalontvangstbewijs aan SafeSeaNet. +**1.** De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet geeft restanten van schadelijke vloeistoffen af bij een havenontvangstvoorziening voorzover afgifte daarvan verplicht is ingevolge de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. + +**2.** De afgifte van restanten van schadelijke stoffen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en restanten van schadelijke vloeistoffen bij een houder van een havenontvangstvoorziening geschiedt uitsluitend met inachtneming van de in Bijlage I en II van het Verdrag gegeven voorschriften. ### Artikel 36 @@ -427,39 +322,31 @@ b. van elk schip dat zich buiten het Antarctisch gebied bevindt en een tonnage v draagt er zorg voor dat aan boord het vuilnisjournaal, bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage V van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in die Bijlage is bepaald. -**6.** De kapitein van een schip dat verschillende soorten brandstofolie gebruikt teneinde te voldoen aan voorschrift 14 van Bijlage VI van het Verdrag draagt er zorg voor dat aan boord een journaal wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in dat voorschrift is bepaald. +**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**7.** De kapitein van een schip waarop voorschrift 6.1 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is en dat navulbare systemen heeft die ozonlaagaantastende stoffen bevatten, draagt er zorg voor dat aan boord het journaal met betrekking tot ozonlaagaantastende stoffen, bedoeld in voorschrift 12 van bijlage VI van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in dat voorschrift is bepaald. - -**8.** Onze Minister maakt aantekeningen in het ladingjournaal overeenkomstig de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. - -### Artikel 36a - -De kapitein van een schip waarop de in artikel 7a bedoelde eisen van toepassing zijn, houdt een ballastwaterjournaal bij overeenkomstig het bepaalde in voorschrift B-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag. +**7.** De inspecteur-generaal maakt aantekeningen in het ladingjournaal overeenkomstig de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. ### Artikel 37 -**1.** Indien een schip schade heeft opgelopen of zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waardoor het vermoeden rijst dat schade of een gebrek is ontstaan waardoor het schip een gevaar kan vormen voor het milieu, licht de kapitein zo spoedig mogelijk Onze Minister in. Voorts licht hij, indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, de ter plaatse bevoegde autoriteiten in. +**1.** Indien een schip schade heeft opgelopen of zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waardoor het vermoeden rijst dat schade of een gebrek is ontstaan waardoor het schip een gevaar kan vormen voor het milieu, licht de kapitein zo spoedig mogelijk de inspecteur-generaal in. Voorts licht hij, indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, de ter plaatse bevoegde autoriteiten in. -**2.** Indien het schip zich in een haven bevindt, mag de reis niet worden voortgezet, voordat de kapitein van Onze Minister een verklaring heeft ontvangen, inhoudende dat eventuele herstellingen naar behoren zijn geschied of dat de reis zonder gevaar voor het milieu kan worden voortgezet, voorzover de ter plaatse bevoegde autoriteiten zich niet tegen voortzetting van de reis verzetten. +**2.** Indien het schip zich in een haven bevindt, mag de reis niet worden voortgezet, voordat de kapitein van de inspecteur-generaal een verklaring heeft ontvangen, inhoudende dat eventuele herstellingen naar behoren zijn geschied of dat de reis zonder gevaar voor het milieu kan worden voortgezet, voorzover de ter plaatse bevoegde autoriteiten zich niet tegen voortzetting van de reis verzetten. ### Artikel 38 -**1.** Bij regeling van onze minister kunnen voor het vervoer van schadelijke stoffen, bedoeld in artikel 33, aanvullende voorschriften worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 33 tot en met 36 bedoelde voorschriften en verplichtingen. +**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 33 tot en met 36 bedoelde voorschriften en verplichtingen. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende voorschriften worden gegeven over het beheer van ballastwater die gelden in bij deze regeling aangewezen gebieden. - -**3.** De krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. +**2.** De krachtens het eerste lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. ## Hoofdstuk 6. Losplaatsvoorzieningen ### Artikel 39 -**1.** De beheerders van losplaatsen gelegen in havens, die krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet zijn aangewezen, waar schepen schadelijke vloeistoffen in bulk lossen, treffen zodanige voorzieningen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften en de krachtens artikel 38 gegeven nadere regels met betrekking tot die voorschriften. +**1.** De beheerders van losplaatsen gelegen in havens, die krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet zijn aangewezen, waar schepen schadelijke vloeistoffen lossen, treffen zodanige voorzieningen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften en de krachtens artikel 38 gegeven nadere regels met betrekking tot die voorschriften. -**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid worden voorzieningen getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen in bulk, terugstroomt in het schip. +**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid worden voorzieningen getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen, terugstroomt in het schip. -**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, of zijn vertegenwoordiger, bij losplaatsen de voorzieningen, bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, kan hij zulks melden aan de havenbeheerder. artikel 8, eerste tot en met vierde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is van overeenkomstige toepassing op de melding en de afwikkeling ervan. +**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, of zijn vertegenwoordiger, bij losplaatsen de voorzieningen, bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, kan hij zulks melden aan de havenbeheerder. Artikel 8, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is van overeenkomstige toepassing op de afwikkeling van de melding. ### Artikel 40 @@ -485,23 +372,21 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekkin ### Artikel 43 -**1.** Voor een schip, waarvoor op grond van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen een certificaat is afgegeven waarvan de geldigheid eindigt op 1 januari 2007 of later, geeft Onze Minister een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid, af met een vervaldatum die gelijk is aan de vervaldatum van het op grond van voornoemd Besluit afgegeven certificaat. +**1.** Voor een schip, waarvoor op grond van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen een certificaat is afgegeven waarvan de geldigheid eindigt op 1 januari 2007 of later, geeft de inspecteur-generaal een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid, af met een vervaldatum die gelijk is aan de vervaldatum van het op grond van voornoemd Besluit afgegeven certificaat. **2.** Voor schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdelen c en d, worden de certificaten, bedoeld in artikel 12, derde lid, afgegeven met ingang van 28 september 2008. -**3.** Voor schepen van 400 GT of meer, gebouwd voor 19 mei 2005, worden de certificaten, bedoeld in artikel 12, vierde lid, afgegeven uiterlijk bij de eerstvolgende, geplande droogzetting na inwerkingtreding van dit besluit, maar in geen geval later dan 19 mei 2008. +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**4.** Voor schepen die voldoen aan de eisen van Bijlage 1 van het AFS-verdrag voor de datum waarop die eisen in werking treden, worden de certificaten, bedoeld in artikel 13, afgegeven uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van die eisen. +**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. **5.** Het verbod, bedoeld in artikel 29, vierde lid, geldt voor schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdelen c en d, met ingang van 28 september 2008. **6.** Voor schepen, gebouwd voor 18 juli 1982, waarvan de bruto-inhoud is vastgesteld overeenkomstig het op 10 juni 1947 te Oslo totstandgekomen Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen (Stb. 1949, J 370; Trb. 1955, 52), wordt voor de toepassing van dit besluit de eenheid bruto-registerton gelijkgesteld met de eenheid GT. -**7.** Voor een schip dat voorafgaand aan de datum waarop de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het desbetreffende schip van toepassing wordt, een ballastwaterbeheersysteem in gebruik heeft genomen dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, is de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode. - ### Artikel 44 -Wijzigt het Besluit havenontvangstvoorzieningen. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 45