2007-06-06 | BWBR0002691 | Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

This commit is contained in:
Coornhert 2007-06-06 12:00:00 +00:00
parent fbb5f458ee
commit 87a6bbe60a

View file

@ -98,7 +98,7 @@ De bepalingen van deze wet voor het nabestaanden- en wezenpensioen zijn van over
### Artikel 4a
Op een bij deze wet vastgestelde pensioenregeling zijn de artikelen 32e tot en met 32h van de Pensioen- en spaarfondsenwet van overeenkomstige toepassing.
Op een bij deze wet vastgestelde pensioenregeling zijn de artikelen 47, 53, 55, vierde lid, en 97 van de Pensioenwet van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling Tweede. Ministers en staatssecretarissen
@ -1574,23 +1574,27 @@ De bepalingen van dit hoofdstuk blijven buiten toepassing ten aanzien van degene
### Artikel 107
**1.** Op aanvraag van een gewezen minister of een gewezen kamerlid koopt Onze Minister de door de aanvrager verkregen aanspraken op pensioen krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet af, onder dezelfde voorwaarden als in artikel 32b, eerste lid, onder a tot en met c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet worden gesteld aan afkoop van pensioenaanspraken.
**1.** Op aanvraag van een gewezen minister of een gewezen kamerlid draagt het Rijk de waarde van de door de aanvrager krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet verkregen pensioenaanspraken over, overeenkomstig de bepalingen in de Pensioenwet inzake waardeoverdracht.
**2.** De artikelen 3 tot en met 13 van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht alsmede de op grond van de artikelen 8, 9 en 12 van dat besluit gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Voor die toepassing geldt de aanvrager als rechthebbende, het Rijk als overdragend uitvoeringsorgaan in de zin van dat besluit.
**2.** De bij of krachtens artikel 71 van de Pensioenwet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.
**3.** Pensioenaanspraken die door de aanvrager na de overdrachtsdatum, bedoeld in het in het tweede lid genoemde besluit, worden verkregen uit hoofde van het recht op uitkering ter zake van het ontslag of aftreden worden beschouwd als te zijn begrepen in de aanvraag, met dien verstande dat de afkoopsom van die aanspraken wordt vastgesteld en uitgekeerd na afloop van het recht op uitkering. De overdrachtssom wordt uitgekeerd aan de instelling in de zin van artikel 32b, eerste lid van de Pensioen- en spaarfondsenwet waaraan de afkoopsom ingevolge het eerste lid is uitgekeerd dan wel aan een door de aanvrager aan te wijzen dergelijke instelling. Als overdrachtsdatum geldt de datum van afloop van het recht op uitkering. Onze Minister kan zonodig, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels stellen met betrekking tot de vaststelling en uitkering van de overdrachtssom bedoeld in dit lid.
**3.** De waarde van de pensioenaanspraken die zijn verkregen uit hoofde van een recht op uitkering ter zake van ontslag of aftreden, wordt gerekend tot de waarde van de pensioenaanspraken, bedoeld in het eerste lid. Voor zover met de waarde van de pensioenaanspraken uit hoofde van het recht op uitkering bij de waardeoverdracht geen rekening is gehouden, wordt deze waarde na afloop van het recht op uitkering overgedragen, op dezelfde wijze als is bepaald in het eerste lid.
**4.** Ten aanzien van afkoopsommen op grond van het eerste en het derde lid gelden voor een instelling als bedoeld in 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet gelijke verplichtingen als ten aanzien een afkoopsom op grond van die bepaling.
**4.** Voor de toepassing van de Pensioenwet wordt het Rijk ter uitvoering van dit artikel beschouwd als een overdragende pensioenuitvoerder.
**5.** Op aanvraag van een gewezen minister of een gewezen kamerlid koopt Onze Minister de door de aanvrager verkregen aanspraken op pensioen krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet af bij diens aanstelling in vaste dienst van een van de Europese Gemeenschappen en draagt de afkoopsom over aan de betrokken Gemeenschap. Voor de berekening van de afkoopsom zijn de rekenregels, gesteld bij of krachtens het in het tweede lid genoemde besluit van toepassing. Onze Minister is bevoegd op verzoek van de aanvrager en diens echtgenoot dan wel de man of vrouw die door de aanvrager was aangemeld als bedoeld in artikel 2a, de aanspraak op nabestaandenpensioen in de afkoop en overdracht te betrekken. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen inzake de waardeoverdracht van de pensioenaanspraken van een minister of een kamerlid.
### Artikel 108
**1.** Voor de toepassing van artikel 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 16a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet wordt het Rijk beschouwd als een instelling als bedoeld in 32b, eerste lid, onderdeel c, van de evengenoemde wet, in het geval waarin een rechthebbende, in de zin van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht, minister of kamerlid is geworden.
**1.** Op aanvraag van een minister of een kamerlid is het Rijk verplicht om de waarde van door betrokkene opgebouwde pensioenaanspraken aan te wenden ter verwerving van pensioenaanspraken op grond van de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet. Deze waardeoverdracht geschiedt overeenkomstig de voorwaarden die in de Pensioenwet aan een ontvangende pensioenuitvoerder worden gesteld met betrekking tot de waardeoverdracht van opgebouwde pensioenaanspraken.
**2.** Op aanvraag van een minister of een kamerlid verkrijgt deze tegenover ontvangst door het Rijk van de afkoopsom die strekt tot afkoop van pensioenaanspraken van de aanvrager, op grond van artikel 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, aanspraken op pensioen ten laste van het Rijk. Deze aanspraken worden beschouwd als aanspraken krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet en behandeld als een geheel met de aanspraken die de minister of het kamerlid als zodanig verkrijgt krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet.
**2.** De overgedragen pensioenaanspraken worden beschouwd als aanspraken krachtens de tweede, respectievelijk derde afdeling van deze wet en behandeld als een geheel met de aanspraken die de minister of het kamerlid verkrijgt krachtens de tweede respectievelijk derde afdeling van deze wet.
**3.** De artikelen 3 tot en met 13 van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht alsmede de op grond van de artikelen 8, 9 en 12 van dat besluit gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid.
**3.** De bij of krachtens artikel 71 van de Pensioenwet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.
**4.** Voor de toepassing van de Pensioenwet wordt het Rijk ter uitvoering van dit artikel beschouwd als een ontvangende pensioenuitvoerder in de zin van die wet.
**5.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen inzake de waardeoverdracht van de pensioenaanspraken van een minister of een kamerlid.
##### Paragraaf 2. Aanvraag en toekenning van pensioen
@ -2384,23 +2388,27 @@ Het bepaalde in artikel 116 is ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pens
### Artikel 160a
**1.** Op aanvraag van een gewezen gedeputeerde kopen gedeputeerde staten de door de aanvrager verkregen aanspraken op pensioen krachtens deze afdeling af, onder dezelfde voorwaarden als in artikel 32b, eerste lid, onder a tot en met c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet worden gesteld aan afkoop van pensioenaanspraken.
**1.** Op aanvraag van een gewezen gedeputeerde draagt de desbetreffende provincie de waarde van de door de aanvrager krachtens de vijfde afdeling van deze wet verkregen pensioenaanspraken over, overeenkomstig de bepalingen in de Pensioenwet inzake waardeoverdracht.
**2.** De artikelen 3 tot en met 13 van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht alsmede de op grond van de artikelen 8, 9 en 12 van dat besluit gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Voor die toepassing geldt de aanvrager als rechthebbende, de desbetreffende provincie als overdragend uitvoeringsorgaan in de zin van dat besluit.
**2.** De bij of krachtens artikel 71 van de Pensioenwet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.
**3.** Pensioenaanspraken die door de aanvrager na de overdrachtsdatum, bedoeld in het in het tweede lid genoemde besluit, worden verkregen uit hoofde van het recht op uitkering ter zake van het aftreden, worden beschouwd als te zijn begrepen in de aanvraag, met dien verstande dat de afkoopsom van die aanspraken wordt vastgesteld en uitgekeerd na afloop van het recht op uitkering. De afkoopsom wordt uitgekeerd aan de instelling in de zin van artikel 32b, eerste lid van de Pensioen- en spaarfondsenwet waaraan de afkoopsom ingevolge het eerste lid is uitgekeerd dan wel aan een door de aanvrager aan te wijzen dergelijke instelling. Als overdrachtsdatum geldt de datum van afloop van het recht op uitkering. De ministeriële regels, bedoeld in artikel 107, zijn van toepassing.
**3.** De waarde van de pensioenaanspraken die zijn verkregen uit hoofde van een recht op uitkering ter zake van ontslag of aftreden, wordt gerekend tot de waarde van de pensioenaanspraken, bedoeld in het eerste lid. Voor zover met de waarde van de pensioenaanspraken uit hoofde van het recht op uitkering bij de waardeoverdracht geen rekening is gehouden, wordt deze waarde na afloop van het recht op uitkering overgedragen, op dezelfde wijze als is bepaald in het eerste lid.
**4.** Ten aanzien van afkoopsommen op grond van het eerste en het derde lid gelden voor een instelling als bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet gelijke verplichtingen als ten aanzien van een afkoopsom op grond van die bepaling.
**4.** Voor de toepassing van de Pensioenwet wordt de provincie ter uitvoering van dit artikel beschouwd als een overdragende pensioenuitvoerder.
**5.** Op aanvraag van een gewezen gedeputeerde kopen gedeputeerde staten de door de aanvrager verkregen aanspraken op pensioen krachtens deze afdeling af bij diens aanstelling in vaste dienst van een van de Europese Gemeenschappen en dragen de afkoopsom over aan de betrokken Gemeenschap. Voor de berekening van de afkoopsom zijn de rekenregels, gesteld bij of krachtens het in het tweede lid genoemde besluit van toepassing. Gedeputeerde staten zijn bevoegd op verzoek van de aanvrager en diens echtgenoot dan wel de man of vrouw die door de aanvrager was aangemeld overeenkomstig artikel 2a, als bedoeld in artikel 2b, de aanspraak op nabestaandenpensioen in de afkoop en overdracht te betrekken. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen inzake de waardeoverdracht van de pensioenaanspraken van een gedeputeerde.
### Artikel 160b
**1.** Voor de toepassing van artikel 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 16a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet wordt de desbetreffende provincie beschouwd als een instelling als bedoeld in artikel 32b, eerste lid, onderdeel c, van de evengenoemde wet, in het geval waarin een rechthebbende, in de zin van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht, gedeputeerde in die provincie is geworden.
**1.** Op aanvraag van een gedeputeerde is de desbetreffende provincie verplicht om de waarde van door betrokkene opgebouwde pensioenaanspraken aan te wenden ter verwerving van pensioenaanspraken op grond van de vijfde afdeling van deze wet. Deze waardeoverdracht geschiedt overeenkomstig de voorwaarden die in de Pensioenwet aan een ontvangende pensioenuitvoerder worden gesteld met betrekking tot de waardeoverdracht van opgebouwde pensioenaanspraken.
**2.** Op aanvraag van een gedeputeerde verkrijgt deze tegenover ontvangst door de desbetreffende provincie van de afkoopsom die strekt tot afkoop van pensioenaanspraken van de aanvrager, op grond van artikel 32b, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, aanspraken op pensioen ten laste van de provincie. Deze aanspraken worden beschouwd als aanspraken krachtens de vijfde afdeling van deze wet en worden behandeld als één geheel met de aanspraken die de gedeputeerde alszodanig verkrijgt krachtens de verordening.
**2.** De overgedragen pensioenaanspraken worden beschouwd als aanspraken krachtens de vijfde afdeling van deze wet en behandeld als een geheel met de aanspraken die de gedeputeerde verkrijgt krachtens de vijfde afdeling van deze wet.
**3.** De artikelen 3 tot en met 13 van het Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht alsmede de op grond van de artikelen 8, 9 en 12 van dat besluit gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid.
**3.** De bij of krachtens artikel 71 van de Pensioenwet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.
**4.** Voor de toepassing van de Pensioenwet wordt de provincie ter uitvoering van dit artikel beschouwd als een ontvangende pensioenuitvoerder.
**5.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen inzake de waardeoverdracht van de pensioenaanspraken van een gedeputeerde.
### Artikel 161