2009-01-01 | BWBR0004447 | Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
This commit is contained in:
parent
b78f501fcc
commit
87d18311bf
1 changed files with 10 additions and 10 deletions
|
|
@ -20,15 +20,15 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*buitenlands kind:* een buiten Nederland geboren, de Nederlandse nationaliteit niet bezittende minderjarige in de zin van de Nederlandse wet, die in Nederland met het oog op adoptie in een ander gezin dan het ouderlijke wordt of zal worden verzorgd en opgevoed in zodanige omstandigheden dat de verzorgers in feite de plaats van de ouders innemen;
|
||||
|
||||
aspirant-adoptiefouders: echtgenoten van verschillend geslacht of een persoon die een buitenlands kind met het oog op adoptie wensen op te nemen of hebben opgenomen;
|
||||
*aspirant-adoptiefouders:* echtgenoten of een persoon die een buitenlands kind met het oog op adoptie wensen op te nemen of hebben opgenomen;
|
||||
|
||||
adoptiefouders: echtgenoten van verschillend geslacht of een persoon die een buitenlands kind hebben geadopteerd;
|
||||
*adoptiefouders:* echtgenoten of een persoon die een buitenlands kind hebben geadopteerd;
|
||||
|
||||
*beginseltoestemming:* de schriftelijke mededeling van Onze Minister omschreven in artikel 2;
|
||||
|
||||
*vergunninghouder:* de rechtspersoon die houder is van een vergunning als bedoeld in de artikelen 15 en 16.
|
||||
|
||||
bemiddeling: elke activiteit van een vergunninghouder gericht op totstandkoming van, of ondersteuning bij, de plaatsing van een buitenlands kind met het oog op adoptie bij aspirant-adoptiefouders.
|
||||
*bemiddeling:* elke activiteit van een vergunninghouder gericht op totstandkoming van, of ondersteuning bij, de plaatsing van een buitenlands kind met het oog op adoptie bij aspirant-adoptiefouders.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De beginseltoestemming
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,15 +38,15 @@ De opneming in Nederland van een buitenlands kind met het oog op adoptie is uits
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De beginseltoestemming geldt voor een periode van drie jaren en kan telkens voor een periode van drie jaren worden verlengd. De periode waarvoor zij wordt verleend of verlengd, overschrijdt evenwel niet het tijdstip waarop een van de aspirant-adoptiefouders de leeftijd van zesenveertig jaren zal hebben bereikt.
|
||||
**1.** De beginseltoestemming geldt voor een periode van vier jaren en kan telkens voor een periode van vier jaren worden verlengd. De periode waarvoor zij wordt verleend of verlengd, overschrijdt evenwel niet het tijdstip waarop een van de aspirant-adoptiefouders de leeftijd van zesenveertig jaren zal hebben bereikt, tenzij bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**2.** Een beginseltoestemming betreft slechts de opneming van één buitenlands kind, tenzij Onze Minister in verband met bijzondere omstandigheden toestemming verleent tot opneming van meer dan één kind.
|
||||
**2.** Een beginseltoestemming betreft de opneming van een buitenlands kind of in het geval van broers en zussen, dan wel van kinderen die op andere wijze zodanig aan elkaar gehecht zijn dat zij bezwaarlijk van elkaar gescheiden kunnen worden, van twee buitenlandse kinderen tegelijk. Onze Minister kan in verband met bijzondere omstandigheden toestemming verlenen tot opneming van meer kinderen tegelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt slechts in behandeling genomen, indien:
|
||||
|
||||
a. het verzoek door de aspirant-adoptiefouders is ingediend Zijn de aspirant-adoptiefouders echtgenoten, dan dient het verzoek door hen tezamen te zijn ingediend;
|
||||
a. het verzoek door de aspirant-adoptiefouders is ingediend. Is de aspirant-adoptiefouder die het verzoek alleen indient, gehuwd of heeft deze een geregistreerde partner of andere levensgezel, dan kan het verzoek slechts met instemming van diens echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel worden ingediend;
|
||||
b. het verzoek, indien het strekt tot verlenging van de geldigheidsduur van een beginseltoestemming, ten minste twaalf weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande beginseltoestemming is ingediend;
|
||||
c. de aspirant-adoptiefouders daarbij hebben overgelegd:
|
||||
|
||||
|
|
@ -57,7 +57,7 @@ e. de aspirant-adoptiefouders vóór de aanvang van het ingevolge artikel 5, eer
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het geval bedoeld in het vijfde lid, onder *b*, tweede volzin, beslist Onze Minister op het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan eerst nadat de raad voor de kinderbescherming een onderzoek heeft ingesteld naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind.
|
||||
**1.** Onze Minister beslist op het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan eerst nadat de raad voor de kinderbescherming een onderzoek heeft ingesteld naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind of, indien de aspirant-adoptiefouders hierom hebben verzocht, van twee buitenlandse kinderen tegelijk.
|
||||
|
||||
**2.** Ter voorbereiding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek ontvangen de aspirant-adoptiefouders, indien het de opneming van een eerste buitenlands kind betreft, algemene voorlichting omtrent de opneming en de adoptie van buitenlandse kinderen, welke voorlichting onder toezicht van Onze Minister zal worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,7 +70,7 @@ e. de aspirant-adoptiefouders vóór de aanvang van het ingevolge artikel 5, eer
|
|||
Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming:
|
||||
|
||||
a. indien hij een aspirant-adoptiefouder niet geschikt acht voor de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind;
|
||||
b. indien een der aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van de indiening van het verzoek de leeftijd van tweeënveertig jaren heeft bereikt, tenzij bijzondere omstandigheden inwilliging van het verzoek naar zijn oordeel wenselijk maken. Op bijzondere omstandigheden kan geen beroep worden gedaan indien beide aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van de indiening van het verzoek de leeftijd van vierenveertig jaren hebben bereikt.
|
||||
b. indien een der aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van de indiening van het verzoek de leeftijd van tweeënveertig jaren heeft bereikt, tenzij bijzondere omstandigheden inwilliging van het verzoek naar zijn oordeel wenselijk maken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening of verlenging van de geldigheidsduur van een beginseltoestemming indien te verwachten is dat op het tijdstip waarop een buitenlands kind zou kunnen worden opgenomen, het verschil in leeftijd tussen een der aspirant-adoptiefouders en het buitenlandse kind meer dan veertig jaren bedraagt, tenzij bijzondere omstandigheden inwilliging van het verzoek naar zijn oordeel wenselijk maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,8 +94,8 @@ b. indien een der aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van de indiening van h
|
|||
|
||||
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot afwijzing van het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming op grond van artikel 5, vijfde lid, onder *b*, eerste volzin, en beide aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van indiening van het verzoek de leeftijd van vierenveertig jaren hebben bereikt; of
|
||||
b. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming voor een duur korter dan drie jaren en artikel 3, eerste lid, tweede volzin, van toepassing is.
|
||||
a. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot afwijzing van het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming op grond van artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen;
|
||||
b. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming voor een duur korter dan vier jaren en artikel 3, eerste lid, tweede volzin, van toepassing is, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue