diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index f52175eac0b..1eac6f6d0c6 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -5818,101 +5818,87 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 4 Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Iran. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -#### 2. Besluitmoratorium +De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa over de situatie in Iran (zie de website van het Ministerie van BuZa). -Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. +#### 2. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +##### 2.1 -##### 3.1. (On line) journalisten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, intellectuelen, internettechnici, mensenrechtenactivisten +De Mujaheddin-e Khalq (MEK/MKO) of PMOI, de Koerdische Democratische Partij van Iran en de Komala zijn nog steeds actieve illegale politieke bewegingen die van buiten Iran worden gecoördineerd. Een relatief nieuwe gewapende Koerdische beweging is de PJAK (Party of Free Life of Kurdistan). Het enkele behoren tot een van deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. -De Iraanse grondwet stelt de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid te garanderen. De persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting worden echter door een aantal artikelen in de Perswet en het Iraanse wetboek van strafrecht beperkt. Bovendien mag een uiting in de pers en in publicaties niet in strijd zijn met de beginselen van de islam. Het is niet aan te geven welke mening of publicatie precies in strijd is met de beginselen van de islam. De ene keer wordt een kritische uitspraak toegelaten, een andere keer worden de critici gearresteerd of krijgt bijvoorbeeld een krant een verschijningsverbod. Op dit punt is er sprake van een arbitraire rechtspraktijk. +Bij aanvragen van activisten van genoemde of soortgelijke illegale politieke bewegingen dient grondig aandacht te worden gegeven aan mogelijke misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, aangezien deze groeperingen in verband worden gebracht met gebruik van geweld, waaronder aanslagen. -Het enkele aannemen van een kritische houding is evenwel geen reden om vervolging aan te nemen. +Activisten voor deze verboden bewegingen die aannemelijk maken dat zij een gegronde vrees voor vervolging door de Iraanse autoriteiten hebben (en van wie niet aannemelijk is dat zij misdrijven hebben begaan als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag), kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 3.2. Vakbondsleden +##### 2.2 -Iran kent geen vakbonden in de gangbare zin van het woord, maar er zijn wel (politieke) georganiseerde acties van groepen van werknemers bekend. Arbeiders die hebben deelgenomen aan demonstraties dan wel een belangrijke positie innemen in een ‘vakbeweging’ en aannemelijk kunnen maken om die reden persoonlijk vervolging te vrezen door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +Het christendom wordt in de grondwet als minderheidsreligie erkend. Discriminatie op religieuze gronden komt echter voor. Voor erkende religieuze minderheden (zoals christenen) is het uiterst moeilijk in geval van discriminatie op religieuze gronden een beroep te doen op de overheid. -Van de asielzoeker mag worden verwacht dat hij aannemelijk maakt dat hij activiteiten heeft verricht voor de vakbeweging. Daarnaast mag ook worden verwacht dat aannemelijk wordt gemaakt dat de autoriteiten negatieve aandacht voor hem persoonlijk hebben. +Uit het ambtsbericht blijkt dat de overheid geen direct verband legt tussen geloofsovertuiging en vervolging maar dat zij wel een verband legt tussen evangelisering en vervolging. In vergelijking met ‘oude’ kerken staan de (over het algemeen actiever evangeliserende) ‘nieuwe’ kerken om deze reden in een grotere belangstelling van de autoriteiten. Bezoekers – en met name leiders – van deze ‘nieuwe’ kerken lopen daarom meer kans hinder van de autoriteiten te ondervinden. -##### 3.3. Nationalistisch religieuzen +Het enkele feit dat een persoon geboren christen is of tot het christendom is bekeerd, is niet voldoende om vervolging dan wel schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer aan te nemen. -Nationalistisch religieuzen vormen een politieke stroming die minder invloed wenst van de geestelijkheid in de dagelijkse gang van zaken in Iran, met name op de terreinen van justitie, politie en de wetgevende macht. Het enkele behoren tot deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. +Bij de individuele beoordeling van asielaanvragen wordt uitgegaan van de notie dat Iraanse christen asielzoekers behoren tot een groep die bijzondere aandacht vraagt. Door van dit gegeven uit te gaan, worden minder eisen gesteld ten aanzien van de aannemelijkheid van het individuele asielrelaas. Dit betekent dat wanneer een vreemdeling in Iran vanwege zijn geloof problemen heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten of van medeburgers en deze met geringe indicaties geloofwaardig kan maken, het aannemelijk wordt geacht dat sprake is van negatieve aandacht bij terugkeer naar het land van herkomst. In dat geval komt hij, behoudens contra-indicaties, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 3.4. Etnische Arabieren of Ahwazi +Iraniërs die zich in het buitenland hebben bekeerd en vervolgens terugkeren naar Iran, komen aldaar in dezelfde positie te verkeren als andere personen die zich tot het christendom hebben bekeerd. Ten aanzien van Iraanse christenen die in Nederland zijn bekeerd tot het christendom is C2/2.6 van toepassing. Voor hen geldt voorts dat zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b Vw in aanmerking kunnen komen voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wanneer zij aannemelijk maken dat zij bekeerd zijn en dat zij al problemen hebben ondervonden om andere redenen dan de nieuwe, in Nederland aangenomen geloofsovertuiging, die op zichzelf onvoldoende redenen vormen om een verblijfsvergunning asiel te verlenen. -In het zuidwesten van Iran leven Arabieren, ook wel Ahwazi genoemd. Zij bewonen de streek met de grootste oliereserves en een deel van de Ahwazi verlangen naar een eigen staat. +##### 2.3 -In het zuidwesten is onder meer sprake van rellen. De autoriteiten dwingen sommige Ahwazi zich te hervestigen in andere delen van Iran. Meerdere berichten melden dat Ahwazi zijn geëxecuteerd vanwege betrokkenheid bij een bomaanslag of voor samenzwering tegen de staat, waarbij in een aantal gevallen twijfel is gerezen over de eerlijkheid van de rechtsgang. +Het bahai-geloof wordt niet erkend in de Iraanse grondwet en wordt gezien als een sekte. Aanhangers van het bahai-geloof worden als geloofsafvalligen van de islam beschouwd. De onderdrukking van bahais uit zich vooral op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, reizen en culturele activiteiten. Volgens het ambtsbericht is er sprake van voortgaande aanhouding en vervolging van bahais op basis van hun geloof door de Iraanse autoriteiten. -##### 3.5. Koerden +Van personen die in Iran het bahai-geloof aanhangen wordt niet verlangd dat zij dit verborgen houden. Wanneer een vreemdeling in Iran vanwege zijn bahai-geloof problemen heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten of van medeburgers en deze met geringe indicaties aannemelijk kan maken, wordt aannemelijk geacht dat sprake is van negatieve aandacht bij terugkeer naar het land van herkomst. In dat geval komt hij, behoudens contra-indicaties, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. -Veel aandacht van de autoriteiten in Teheran gaat uit naar de Koerden in het noordwesten. In juni, juli en augustus 2005 zijn diverse rellen uitgebroken. De autoriteiten traden hard op tegen de Koerdische rellen. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat Koerdische journalisten worden gearresteerd door de autoriteiten. Veel Iraanse Koerden zijn gevlucht als gevolg van de militaire acties van de Iraanse strijdkrachten. +##### 2.4 -##### 3.6. Activisten voor illegale politieke bewegingen +Het soefisme is niet als zodanig bij wet verboden, maar wordt als heterodoxe uiting in Iran feitelijk niet getolereerd. Het soefisme wordt in de grondwet niet expliciet genoemd als een van de vormen van de islam die is toegestaan. Volgens het ambtsbericht blijft de positie van soefi’s in Iran onder druk staan. In de praktijk komt intimidatie, discriminatie en soms vervolging van soefi’s en soefi-instellingen voor. -De Mujaheddin-e Khalq, de Koerdische Democratische Partij van Iran en de Komala zijn nog steeds actieve illegale politieke bewegingen die van buiten Iran worden gecoördineerd. Een relatief nieuwe gewapende Koerdische beweging is de PJAK (Party of Free Life of Kurdistan). Het enkele behoren tot een van deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. +Van personen die in Iran het soefi-geloof aanhangen wordt niet verlangd dat zij dit verborgen houden. Wanneer een vreemdeling in Iran vanwege zijn soefi-geloof problemen heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten of van medeburgers en deze met geringe indicaties geloofwaardig kan maken, wordt aannemelijk geacht dat sprake is van negatieve aandacht bij terugkeer naar het land van herkomst. In dat geval komt hij, behoudens contra-indicaties, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, VW in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. -##### 3.7. Christenen +##### 2.5 -Uit het ambtsbericht komt naar voren dat geboren christenen in Iran in staat zijn zonder problemen hun godsdienst uit te oefenen. Discriminatie op religieuze gronden komt echter voor. Voor erkende religieuze minderheden (zoals het christendom) is het uiterst moeilijk in geval van discriminatie op religieuze gronden een beroep te doen op de overheid. +Uit het ambtsbericht blijkt dat homoseksualiteit in het openbare leven een taboe is. Homoseksuele mannen en vrouwen kunnen niet vrijelijk voor hun geaardheid uitkomen. Specifieke en recente gevallen van discriminatie van homoseksuelen door de autoriteiten en/of medeburgers zijn niet bekend. -##### 3.8. Bahaien +Homoseksualiteit op zich is in Iran niet strafbaar. Homoseksuele personen worden niet onderworpen aan systematische vervolging door de autoriteiten. Voor zover bekend leidt een (toegeschreven) homoseksuele geaardheid van een persoon niet tot onevenredige of discriminatoire bestraffing of tenuitvoerlegging van een straf, die wordt opgelegd bij (strafrechtelijke) vervolging wegens een commuun delict. -De situatie van de bahaien blijft onverminderd zorgwekkend. In het ambtsbericht van de Minister van BuZa wordt over de beschreven verslagperiode een verscherping van de controle op maatschappelijke activiteiten en aanhoudende arrestaties geconstateerd. Er is sprake van willekeur en soms van onteigening of sloop van eigendommen. +Openlijke seksuele handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn wel strafbaar en kunnen volgens de wet worden bestraft met de doodstraf. Strafrechtelijke vervolging en/of veroordeling enkel en alleen op grond van seksuele handelingen vindt plaats. -Het bahai-geloof wordt niet erkend in de Iraanse grondwet. Aanhangers worden als geloofsafvalligen van de islam beschouwd en als een bedreiging voor de stabiliteit van de staat. +Transseksualiteit komt voor in Iran. Blijkens het ambtsbericht wordt het in Iran als een medische kwestie gezien. Het is in Iran mogelijk om van geslacht te veranderen. In het algemeen wordt pragmatisch met transseksualiteit omgegaan, hoewel het met name buiten de grote steden nauwelijks sociaal geaccepteerd is. Religieuze leiders zouden zich daarentegen tamelijk onbevooroordeeld opstellen jegens transseksuelen. -##### 3.9. Studenten +Homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen die aannemelijk maken dat zij op grond van hun seksuele oriëntatie, respectievelijk transseksualiteit op een dusdanige wijze worden gediscrimineerd dat het voor hen onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren (zie C2/2.5), of die daardoor een gegronde vrees hebben voor vervolging door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -Studenten worden nog steeds als een bedreiging voor het regime beschouwd. Het enkel student zijn is evenwel geen reden om vervolging van de zijde van de Iraanse autoriteiten te vrezen. +Ten aanzien van homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen geldt, dat zij met ingang van 18 oktober 2006 zijn aangewezen als specifieke groepen, die, behoudens contra-indicaties, op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/4.4). -##### 3.10. Vrouwen - -Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. - -##### 3.11. Homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen - -Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat homoseksualiteit in het openbare leven een taboe is. Homoseksuele mannen en vrouwen kunnen niet vrijelijk voor hun geaardheid uitkomen. Indien bekend is dat een persoon homoseksueel is, is het mogelijk dat deze gediscrimineerd wordt. Er zijn geen aanwijzingen dat geïnstitutionaliseerde discriminatie, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, plaatsvindt; men wordt bij het accepteren van werk niet gevraagd naar seksuele oriëntatie. - -#### 4. Traumatabeleid +#### 3. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2, is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Iran geen bijzonderheden. -#### 5. Categoriale bescherming +#### 4. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Iran komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +#### 5. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 5.1 Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2, is van toepassing. -##### 6.2. Veilig land van herkomst +##### 5.2 Iran wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 5.3 Iran wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 5.4 Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -##### 6.5. Tussentijds Bericht Vc 1999/22 +#### 6. Opvangmogelijkheden Amv’s -Voor Iran gold de bijzondere regeling van het Tussentijds Bericht Vc 1999/22. Deze regeling is op 1 april 2002 verlopen. Voor oudere zaken, die vóór 1 april 2002 zijn ingediend en in aanmerking zouden komen voor verblijf op grond van deze regeling, blijft dit beleid gelden. Deze regeling dient overigens niet te worden verward met het driejarenbeleid. +Ten aanzien van Amv’s uit Iran kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. In het ambtsbericht staat immers dat de capaciteit van de organisatie die is belast met de opvang van alleenstaande minderjarigen in het algemeen, te klein is om in de opvang en behoeften van alle in Iran levende alleenstaande minderjarigen te voorzien. De aanwezigheid van adequate opvang dient dan ook per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s - -Voor Amv’s is adequate opvang in Iran voorhanden. Minderjarige asielzoekers van Iraanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. - -In Iran bestaat een goed functionerend opvangsysteem voor kinderen die geen ouders meer hebben. Kinderen worden in eerste instantie opgevangen door familieleden. Minderjarigen die om één of andere reden niet langer bij familieleden kunnen verblijven, kunnen worden ondergebracht in opvangtehuizen of pleeggezinnen. Het Bureau for Residential and Foster Care van Behzisti, de welzijnsorganisatie van de Iraanse regering, is verantwoordelijk voor de plaatsing van de kinderen. - -#### 8. Vertrekmoratorium +#### 7. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.