2006-09-20 | BWBR0006446 | Overlegbesluit onderwijspersoneel
This commit is contained in:
parent
4c73046c34
commit
87d7bd75ed
1 changed files with 18 additions and 36 deletions
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor
|
|||
b. Sectorcommissie: de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
c. de voorzitter SCOP: de voorzitter van het overleg met de Sectorcommissie;
|
||||
d. afdelingen: de afdelingen van de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 7;
|
||||
e. werkgroepen: de werkgroepen van de Sectorcommissie en van de vaste afdelingen van de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 7;
|
||||
e. werkgroepen: de werkgroepen van de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 7;
|
||||
f. Werkgeversoverleg: het overleg, bedoeld in artikel 23, eerste lid;
|
||||
g. instellingen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,11 +41,11 @@ i. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in a
|
|||
|
||||
**2.** Zij ressorteert onder Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
|
||||
**3.** Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel niet van toepassing is, overleg gepleegd over:
|
||||
Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is, overleg gepleegd over:
|
||||
|
||||
a. de algemene salarisontwikkeling,
|
||||
b. de mutaties in de algemene arbeidsduur,
|
||||
|
|
@ -59,7 +59,7 @@ d. de overige arbeidsvoorwaarden, waarover partijen afspraken hebben gemaakt of
|
|||
Het derde en het vierde lid blijven buiten toepassing ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van al het overheidspersoneel waaromtrent overleg als bedoeld in de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid is gevoerd met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, welke aangelegenheden mede van algemeen belang zijn voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel, tenzij in het overleg over deze aangelegenheden is voorzien in een bevoegdheid om aanvullende of afwijkende voorzieningen te treffen ten behoeve van het onderwijspersoneel;
|
||||
b. aangelegenheden als bedoeld onder *a*, zolang het overleg met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid nog niet heeft plaatsgevonden, tenzij het aangelegenheden betreft waaromtrent Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid zijn overeengekomen dat het overleg dienaangaande voor de sector Onderwijs en Wetenschappen met de Sectorcommissie gevoerd zal worden.
|
||||
b. aangelegenheden als bedoeld onder a, zolang het overleg met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid nog niet heeft plaatsgevonden, tenzij het aangelegenheden betreft waaromtrent Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid zijn overeengekomen dat het overleg dienaangaande voor de sector Onderwijs en Wetenschappen met de Sectorcommissie gevoerd zal worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -85,7 +85,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het secretariaat van het overleg met de Sectorcommissie wordt gevoerd door een door Onze Minister benoemde of aangewezen secretaris, die onder leiding van de voorzitter SCOP mede ter beschikking staat van de Sectorcommissie. De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt na overleg met de Sectorcommissie.
|
||||
|
||||
**2.** Van het ter vergadering met de Sectorcommissie behandelde worden door de secretaris notulen gemaakt, die gelijktijdig worden toegezonden aan de voorzitter, de hem eventueel bij het overleg ter zijde staande adviseurs en aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie. De eerste volzin is eveneens van toepassing ten aanzien van de leden van de vaste afdelingen van de Sectorcommissie, die niet tevens lid of plaatsvervangend lid van de Sectorcommissie zijn.
|
||||
**2.** Van het ter vergadering met de Sectorcommissie behandelde worden door de secretaris notulen gemaakt, die gelijktijdig worden toegezonden aan de voorzitter, de hem eventueel bij het overleg ter zijde staande adviseurs en aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.
|
||||
|
||||
**3.** De secretaris van het overleg met de Sectorcommissie verleent zijn bemiddeling om aan de leden een lokaliteit beschikbaar te stellen, indien deze leden daartoe een verzoek doen ten behoeve van een door hen te houden beraadslaging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,14 +105,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** De voorzitter SCOP wijst de voorzitter en desgewenst de plaatsvervangend voorzitter van een afdeling of werkgroep aan. Zij kunnen bij het overleg terzijde worden gestaan door adviseurs die door Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede lid en, voor zover het werkgroepen betreft, het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vaste afdelingen van de Sectorcommissie, onderscheidenlijk de voorzitters van die afdelingen.
|
||||
|
||||
**6.** Er is in elk geval een vaste afdeling en wel de afdeling PO voor het personeel werkzaam bij instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is.
|
||||
|
||||
**7.** De Sectorcommissie verwijst in elk geval die onderwerpen ter afhandeling naar een vaste afdeling, welke uitsluitend betrekking hebben op de groep of groepen van onderwijspersoneel waarvoor de desbetreffende afdeling is ingesteld.
|
||||
|
||||
**8.** Het zevende lid is niet van toepassing indien alle centrales in de Sectorcommissie met betrekking tot een onderwerp als bedoeld in dat lid van oordeel zijn dat het overleg daarover, gelet op het gewicht ervan, in de Sectorcommissie dient plaats te vinden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Procedures en gevolgen van het overleg
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
|
@ -133,11 +125,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Voor zover omtrent enig onderwerp in de Sectorcommissie een minderheidsstandpunt blijkt, wordt hiervan in de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving mededeling gedaan, alsook van de overwegingen, waarmee de onderscheidene standpunten zijn ondersteund.
|
||||
|
||||
**5.** De voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden van de vaste afdelingen worden, voorzover het aangelegenheden betreft die uitsluitend betrekking hebben op de groep of groepen van onderwijspersoneel waarvoor deze afdelingen zijn ingesteld, door de voorzitter SCOP op de hoogte gesteld van de bij de Sectorcommissie aanhangig gemaakte aangelegenheden.
|
||||
**5.** Een afdeling of werkgroep stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde in het overleg behandelde aangelegenheden. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Een afdeling of werkgroep stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde in het overleg behandelde aangelegenheden. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** De voorzitter SCOP brengt het standpunt van de afdeling of werkgroep schriftelijk ter kennis van de leden en plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.
|
||||
**6.** De voorzitter SCOP brengt het standpunt van de afdeling of werkgroep schriftelijk ter kennis van de leden en plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,26 +140,26 @@ b. voorstellen strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechte
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op voorstellen strekkende tot:
|
||||
Het eerste lid, aanhef en onder *b*, is niet van toepassing op voorstellen strekkende tot:
|
||||
|
||||
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op alle burgers of alle werknemers, waaronder begrepen het onderwijspersoneel;
|
||||
b. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor het onderwijspersoneel met een overeenkomstige inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
|
||||
c. van toepassing verklaring op het onderwijspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die van toepassing verklaring samenhangende wijzigingen in voor het onderwijspersoneel geldende regelingen, een en ander mits het totaal van rechten en verplichtingen van dat personeel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt;
|
||||
d. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
|
||||
|
||||
**3.** Indien na toepassing van artikel 10, derde of zesde lid, en, in voorkomende gevallen, de artikelen 13 en 14, eerste en derde of tweede en derde lid, blijkt dat in het overleg over een voorstel als bedoeld in het eerste lid de stemmen tussen de centrales staken en de deelnemers aan het overleg geen gebruik maken van de mogelijkheid om een advies of een arbitrale uitspraak als bedoeld in artikel 16, eerste lid, te vragen of, indien het een vaste afdeling betreft, te doen vragen, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat het voorstel ten uitvoer zal worden gebracht. Ten aanzien van dat besluit is artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Indien na toepassing van artikel 10, derde of vijfde lid, en, in voorkomende gevallen, de artikelen 13 en 14, eerste en derde of tweede en derde lid, blijkt dat in het overleg over een voorstel als bedoeld in het eerste lid de stemmen tussen de centrales staken en de deelnemers aan het overleg geen gebruik maken van de mogelijkheid om een advies of een arbitrale uitspraak als bedoeld in artikel 16, eerste lid, te vragen, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat het voorstel ten uitvoer zal worden gebracht. Ten aanzien van dat besluit is artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Geschillenregeling
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op in het overleg met de Sectorcommissie gerezen geschillen inzake aangelegenheden die in overeenstemming met artikel 2 aan de Sectorcommissie zijn voorgelegd, waaronder begrepen geschillen inzake de toepassing van artikel 2 en artikel 11, eerste en tweede lid, respectievelijk op in het overleg met een vaste afdeling van de Sectorcommissie gerezen geschillen inzake onderwerpen die door de Sectorcommissie ter afhandeling naar die afdeling zijn verwezen, waaronder begrepen geschillen inzake de toepassing van artikel 11, eerste en tweede lid.
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op in het overleg met de Sectorcommissie gerezen geschillen inzake aangelegenheden die in overeenstemming met artikel 2 aan de Sectorcommissie zijn voorgelegd, waaronder begrepen geschillen inzake de toepassing van artikel 2 en artikel 11, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Indien de voorzitter SCOP of de voorzitter van een vaste afdeling, dan wel één of meer van de centrales, tijdens het overleg in de Sectorcommissie, respectievelijk een vaste afdeling, tot het oordeel komen dat het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van alle deelnemers aan dat overleg zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen drie dagen nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg.
|
||||
**1.** Indien de voorzitter SCOP dan wel één of meer van de centrales, tijdens het overleg in de Sectorcommissie, tot het oordeel komen dat het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van alle deelnemers aan dat overleg zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen drie dagen nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de voorzitter van een andere afdeling dan bedoeld in het eerste lid, of één of meer van de centrales, tijdens het overleg in deze afdeling over een onderwerp dat ter afhandeling naar deze afdeling is verwezen, tot het in het eerste lid bedoelde oordeel komen. De centrale, de centrales of de voorzitter die het betreft, brengen het in het eerste lid bedoelde oordeel binnen de in dat lid gestelde termijn tevens schriftelijk ter kennis van de voorzitter SCOP.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de voorzitter van een afdeling of één of meer van de centrales, tijdens het overleg in deze afdeling over een onderwerp dat ter afhandeling naar deze afdeling is verwezen, tot het in het eerste lid bedoelde oordeel komen. De centrale, de centrales of de voorzitter die het betreft, brengen het in het eerste lid bedoelde oordeel binnen de in dat lid gestelde termijn tevens schriftelijk ter kennis van de voorzitter SCOP.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -181,19 +171,13 @@ Deze paragraaf is van toepassing op in het overleg met de Sectorcommissie gereze
|
|||
|
||||
**4.** Een in de Sectorcommissie gerezen geschil kan zowel door de voorzitter SCOP als door de Sectorcommissie voor advies bij de Advies- en Arbitragecommissie aanhangig worden gemaakt. Het geschil kan aan arbitrage worden onderworpen, indien daarover overeenstemming bestaat tussen alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie.
|
||||
|
||||
**5.** Een in de Sectorcommissie gerezen geschil over de vraag of bij een voorstel als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder *c*, voldaan wordt aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van het onderwijspersoneel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt onderworpen aan arbitrage.
|
||||
|
||||
**6.** Een in een vaste afdeling gerezen geschil kan zowel door de voorzitter van die afdeling als door de meerderheid van de centrales in die afdeling aan de Sectorcommissie worden voorgelegd, met het verzoek dat geschil bij de Advies- en Arbitragecommissie aanhangig te maken. Een verzoek als evenbedoeld wordt ingediend binnen drie dagen na een vergadering als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**7.** De voorzitter SCOP schrijft binnen drie dagen na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het zesde lid een buitengewone vergadering van de Sectorcommissie uit, welke moet worden gehouden binnen vijf dagen nadat deze is uitgeschreven. In die vergadering wordt nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag of het voorgelegde geschil voor advies of voor arbitrage aan de Advies- en Arbitragecommissie zal worden voorgelegd. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Indien in het overleg met de Sectorcommissie, bedoeld in het zevende lid, wordt geconstateerd dat de mogelijkheden voor nader overleg nog niet zijn uitgeput, kan de Sectorcommissie de vaste afdeling die het betreft verzoeken het overleg voort te zetten.
|
||||
**5.** Een in de Sectorcommissie gerezen geschil over de vraag of bij een voorstel als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, voldaan wordt aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van het onderwijspersoneel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt onderworpen aan arbitrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Een verzoek om advies als bedoeld in artikel 14, vierde of zevende lid, wordt binnen drie dagen na een buitengewone vergadering van de Sectorcommissie als bedoeld in dat artikel, ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie die zich voor inwinning van advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud van het geschil.
|
||||
**1.** Een verzoek om advies als bedoeld in artikel 14, vierde lid, wordt binnen drie dagen na een buitengewone vergadering van de Sectorcommissie als bedoeld in dat artikel, ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie die zich voor inwinning van advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud van het geschil.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in een vergadering als bedoeld in het eerste lid geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen drie dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. In geval het geschil in een vaste afdeling is gerezen, is de eerste volzin van toepassing ten aanzien van de desbetreffende deelnemers aan het overleg in die afdeling.
|
||||
**2.** Indien in een vergadering als bedoeld in het eerste lid geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen drie dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,8 +186,6 @@ De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzie
|
|||
a. het onderwerp en de inhoud van het geschil;
|
||||
b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhoud van het geschil.
|
||||
|
||||
**4.** In geval het geschil in een vaste afdeling is gerezen, is het derde lid, onder *b*, van toepassing ten aanzien van de deelnemers aan het overleg in die afdeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Geschillen welke ingevolge artikel 13, 14 en 15 voor het inwinnen van advies in aanmerking komen dan wel aan arbitrage zijn onderworpen, worden voorgelegd aan de Advies- en Arbitragecommissie.
|
||||
|
|
@ -274,9 +256,9 @@ De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende krach
|
|||
|
||||
**2.** Het Werkgeversoverleg ressorteert onder Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
|
||||
**3.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen en werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
|
||||
|
||||
**4.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2, 3 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneell niet van toepassing is, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 38a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4.1.2, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
**4.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen en werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2, 3 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 38a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4.1.2, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**5.** Het overleg, bedoeld in het derde en vierde lid, is gericht op het bereiken van overeenstemming en het wordt voorbereid in een werkgroep van het Werkgeversoverleg aangeduid als het Technisch Informeel Werkgeversoverleg.
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,7 +266,7 @@ De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende krach
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Het Werkgeversoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van de Algemeen Besturen Centrale, de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs, de Vereniging Bonden van Besturen voor het Katholiek Beroeps- en Voortgezet Onderwijs en Bond voor Katholiek Basisonderwijs, VOS/ABB, de BVE-Raad en het COLO. Elk van de in de eerste volzin genoemde organisaties is bevoegd twee leden en twee plaatsvervangende leden aan te wijzen.
|
||||
**1.** Het Werkgeversoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van de Algemeen Besturen Centrale, de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs, de Vereniging Bonden van Besturen voor het Katholiek Beroeps- en Voortgezet Onderwijs en Bond voor Katholiek Basisonderwijs, VOS/ABB en het Werkgeversverbond Voortgezet Onderwijs. Elk van de in de eerste volzin genoemde organisaties is bevoegd twee leden en twee plaatsvervangende leden aan te wijzen.
|
||||
|
||||
**2.** Van een overeenkomstig het eerste lid gedane aanwijzing doen de organisaties mededeling aan Onze Minister en de voorzitter van het Werkgeversoverleg.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue